Print

vluchtelingen protestUitwijzingen van Afghanen halen regelmatig het nieuws. Is er iets mis met ons beleid, of eerder met onze manier van redeneren?

 

Er is de laatste tijd weer enige commotie rond Afghaanse vluchtelingen en de manier waarop onze overheid daar mee omgaat. Sommigen van ons ‘vinden dat niet kunnen’; het schuldig voelend medeleven druipt er van af.

Natuurlijk is het zeker niet fout empathie te voelen voor mensen die aan de schaduwkant van de wereld moeten leven. Het is eerder positief dat we nog de menselijkheid kunnen opbrengen om af en toe eens over de rand van onze vette, zelfgenoegzame en ondankbaar ontkende welstandsmaatschappij te kijken. We klagen inderdaad steen en been: er is veel armoede. We willen het gewoon niet voor waar aannemen dat het ons nog nooit in de geschiedenis zo goed gegaan is. Het is dus een echte verademing als we even met die komedie ophouden om aandacht te besteden aan mensen met echte problemen. Dat mag er echter niet toe leiden dat iedere vorm van rationele behandeling wordt afgewezen.

Waarom is Afghanistan een ‘failed state’?

Vragen we ons dus even af: wat is er zo verschrikkelijk aan Afghanistan? Wat maakt dat we nu speciaal met de Afghanen solidair moeten zijn? Zijn er in Afghanistan vulkanen, overstromingen, erge droogtes of andere natuurrampen? Neen, daaraan ligt het niet. Zijn er vreselijke endemische tropische ziektes of is er een chronisch tekort aan landbouwgrond en water? Ook niet, er is zelfs voldoende landbouwcapaciteit om het grootste deel van de wereld van opiaten te voorzien.

Maar wat is het dan, dat Afghanistan tot een plek maakt waar men niet kan leven? Eigenlijk kennen we het antwoord: het zijn de Afghanen. Het zijn de islamitische Afghanen die met ongeëvenaarde wreedheid kinderen ombrengen, alleen maar omdat ze naar school gaan. Het zijn de tribale Afghanen die sinds eeuwen, tot de tanden bewapend, een effectieve overheid verhinderen en een volkomen corrupt moorddadig systeem in stand houden.

Goed, het zijn dus de Afghanen, maar dan toch niet alle Afghanen, deze ene bij voorbeeld toch zeker niet. Tja, hoe willen we dat nu eigenlijk weten? Hoe willen wij, die van de cultuur en de denkwereld van deze mensen minder dan niets begrijpen, daarover gaan oordelen? Een moeilijk, misschien wel een te moeilijk probleem.

Kunnen wij helpen?

Eén benadering is echter simpel en doorzichtig: als we massaal Afghanen hierheen halen krijgen we hier in de kortste keren Afghanistan, alleen maar zonder Hindoekoesj. Niet waar, zeggen de ‘progressieve’ ideologen, U weet wel, die van ‘de maakbare mens’. Afghanen, eenmaal hier, zullen zich aan onze maatschappij en aan onze normen aanpassen. Dat hadden we misschien, vijftig jaar geleden, naïef kunnen geloven. Ondertussen is echter ieder kruimeltje immigratie- assimilatie- en integratiebeleid – voor zover we dergelijke dingen ooit echt hadden – dermate faliekant mislukt, en wel met duidelijk minder problematisch tribalisme uit Noord Afrika, dat het vermoeiend lijkt daar nu nog over te debatteren.

Wat moeten we dan doen? Gewoon hardvochtig zijn? Hoewel rationeel, lijkt me dit een te gemakkelijke oplossing. We kunnen zeker iets positiefs bijdragen, bij voorbeeld door mensen op te leiden. Maar dat kan natuurlijk alleen tot een verbetering van de situatie in Afghanistan bijdragen, als die na afsluiten van hun opleiding ook daadwerkelijk terugkeren. Er zijn zeker links of rechts nog wel andere dingen die we zinvol kunnen ondernemen.

Laten we echter eerlijk blijven: we helpen daarmee vooral onszelf. We sussen daarmee ons – al dan niet aangepraat – slecht geweten. Het Afghaans probleem kunnen wij niet oplossen. We zouden dat ook dan nog niet kunnen als we tien maal de beschikbare middelen hadden. Dat kunnen alleen – en dan nog enkel puur theoretisch – de Afghanen zelf.

Maar er zijn wel enkele zaken die we in dit verband voor onszelf kunnen en moeten doen. We kunnen ons iets meer kritisch opstellen tegenover de warme wollige golf van gespeeld – want uiteindelijk inconsequent, niet tot ernstige daden leidend – medelijden die onze moderne wereld schijnt te overspoelen. We kunnen even nadenken alvorens we van onze beleidsmensen om de haverklap verlangen dat ze weer eens een uitzondering op het afgesproken wettelijk kader maken.

Begrijpen wat we niet kunnen

Wat we echter in geen geval kunnen is het vluchthuis of het OCMW van de wereld worden. Het zou heel veel helpen als we dat werkelijk zouden gaan inzien, en wel zo gauw mogelijk. Dit klinkt harteloos, en sommigen zullen het zo noemen, maar het is niet meer dan realistisch.

Dwarsligger