COMOPSMEDEen toekomstvisie voor defensie gaat ook over de toekomst van de Medische Dienst. Hoog tijd om dit geprivilegieerd bastion grondig te hervormen. Een bijdrage voor een parlementair debat.

 

Inleiding

Naar aanleiding van een vorige bijdrage over de toekomstvisie van defensie deel 3, reageerde een N-VA lid van de Commissie Defensie met volgende commentaar: “Dank. Dezelfde redenering gaat wellicht op voor het medisch departement. Beter een incorporatie van gemotiveerde (para)medici in een aanvullende jobinhoud binnen hun bestaande burgerfunctie en met een (jaarlijkse?) specifieke (gevechts)opleiding, dan een dure eigen exclusieve Medische dienst, met ziekenhuizen, ziekenwagens, …”

Vooraleer voorstellen te doen is het aangewezen om even naar de evolutie van de medische dienst te kijken, want niet alleen veranderen de operationele opdrachten, ook de medische capaciteiten evolueren.

Om tot een aanvaardbaar alternatief voor de toekomst van de Medische Dienst te komen moet er aan twee (niet onderhandelbare) voorwaarden voldaan worden:

Militairen in operaties hebben recht op een passende medische steun

en

militaire operaties mogen niet afhankelijk zijn van al of niet beschikbare medische steun.

Hoewel beide voorwaarden vanzelfsprekend zouden moeten zijn, ja zelfs simplistisch lijken, zijn ze dat niet. Medische steun in gevechtssituaties is op zich al heel verschillend van de klassieke medische ondersteuning. Wanneer militairen deelnemen aan buitenlandse operaties terwijl in België het normale leven verder gaat, is het niet evident dat de medische wereld bereid is desnoods voorrang te geven aan de ondersteuning van militairen in operaties.

In onze zoektocht naar een toekomstvisie voor de medische dienst vullen we deze voorwaarden aan met een streefdoel:

om de medische capaciteiten zo efficiënt mogelijk te organiseren.

Het is duidelijk dat deze invalshoek ons onvermijdelijk zal leiden naar een ruimer kader dan enkel maar de noden van één departement, defensie. Een defensie waarbij we uitgaan van het behoud van beperkte autonome capaciteiten te land, in de lucht en ter zee.

COMOPSMED

Vergeet die goeie oude tijd

De idee was dat de Medische Dienst autonoom moest kunnen werken in oorlogssituaties. Omdat men ervan uitging dat men geen beroep kon doen op burgermiddelen. Die zouden ook wel hun handen vol hebben met de burgerslachtoffers. Vanuit deze filosofie werd onder meer het militair ziekenhuis te Neder-Over-Heembeek ontworpen. Om grote aantallen militaire slachtoffers in oorlogstijd te kunnen opvangen. Toen hadden we ook nog een leger met meer dan 100.000 militairen. Maar dat betekent ook dat heel veel ruimte nauwelijks gebruikt wordt in vredestijd. Deze filosofie werd eind vorige eeuw een beetje te duur en men zocht en vond synergie-effecten waarbij het Brusselse Brugmann ziekenhuis delen kon benutten. En het grote en hypermoderne brandwondencentrum werd toegankelijk voor burgerpatiënten. Ja, zelfs Russische miljonairs mochten er van gewezen minister Flahaut beroep op doen.

Sindsdien is er veel veranderd. Maar de essentiële vragen zijn gebleven:

Hoe organiseren we de medische steun te velde en wat is daarvoor nodig?

Privileges zorgen voor een slechte reputatie

In de voorbije dertig jaar had de Medische dienst binnen defensie geen goede reputatie.

De toegestane cumulatie van werk bij Defensie en in de privésector leidde tot veel misbruiken. Ook al was het argument dat artsen eveneens in burgerinstellingen dienden actief te zijn om zo hun kennis op peil te houden, gegrond. Maar de misbruiken als gevolg van de werkverdeling tussen leger en privé werden al te gemakkelijk ‘gedekt’ door de opeenvolgende chefs van de Medische dienst die zelf ook geneesheer waren en de eerste verdedigers van deze privileges.

Het technisch personeel dat hen ondersteunde kon echter niet genieten van dit voordeel en dat zorgde voor ongenoegen. Tegelijk verzwakte de greep van medici op dit personeel zodat ook daar al gauw een sfeer heerste dat veel kon en mocht.

Grote uitzondering was een kleine kern ‘operationele artsen’ die dienst deden in de operationele eenheden. Ze deden mee aan oefeningen en gingen mee op buitenlandse missies. Zij werden wel volledig aanvaard binnen de militaire gemeenschap maar hadden nauwelijks inspraak in het beleid van ‘hun’ dienst die gedomineerd werd door de meer academisch gerichte geneeskunde.

Om voldoende kandidaten te vinden diende men eveneens financiële uitzonderingsmaatregelen te nemen, zodat men artsen beter kon betalen dan andere officieren. Fulltime meer verdienen voor parttime werk is van het goede veel te veel.

Doek de autonome Medische Dienst op en behoud enkel de operationele medische capaciteiten

Specifieke medische capaciteiten

Laat mij een voorbeeld geven ter illustratie van de specifieke noden van militaire medische steun aan eenheden in operaties.

Toen in Somalië tijdens de operatie UNOSOM een kapitein van de Para’s een kogel in het hoofd kreeg op een afgelegen plaats werd hij gered door zijn kompaan die dank zij zijn opleiding tot ‘paramedic’ erin slaagde om zijn toestand te stabiliseren. Vervolgens dankte de kapitein zijn leven aan de moed (om de VN beperkingen te negeren) en de vakbekwaamheid van de Oekraïense helikopterbemanning die hem vond ‘in the middle of nowhere’ en hem veilig overbracht naar de luchthaven van Kismayo. Daar verloor de kapitein bijna zijn leven door ongedisciplineerd gedrag van een bemanningslid van de in Mombasa in stand by staande C130, maar kon uiteindelijk toch gered worden in het ziekenhuis van Nairobi vooraleer gerepatrieerd te worden naar België.

Dit voorbeeld toont zeer goed aan waar defensie, en dan vooral de Landmachteenheden, behoefte aan hebben: speciaal opgeleide paramedici die tevens militaire kwaliteiten hebben en ‘aan de frontlijn werken’. Vervolgens evacuatiemiddelen en medici die de hoogdringende behandelingen kunnen uitvoeren in mobiele (of ontplooibare) luchtvervoerde installaties die defensie autonoom kan tewerkstellen te velde. Vervolgens, indien nodig, in burgerinstallaties in een nabije maar veiliger omgeving, en tenslotte in burgerziekenhuizen in eigen land voor langer durende en intensiever zorgen en niet te vergeten, de nazorg.

Voor de Marine is de aanwezigheid van paramedici (bij voorkeur ook een dokter) aan boord van elk schip een noodzaak en voor de evacuatie is een helikopter aan boord alvast positief. Maar in geval van catastrofe blijft externe hulp (al of niet militair) essentieel. Meer hierover in de volgende bijdrage over ‘de Marine van de toekomst’.

Voor de piloten die opereren boven vijandelijk gebied, is de medische evacuatie een cruciale levensreddende capaciteit. Het is een zeer moeilijke opdracht waarvoor internationale steun onontbeerlijk is. Zeker voor kleine landen zoals België en Nederland.

Voor zowel de Landmacht als de Luchtmacht en de Marine is het perfect mogelijk om zelf deze medische steun te omkaderen, zonder dat daarvoor een autonome medische dienst  hoeft te bestaan.  

Op basis van diverse scenario’s (er zijn uiteraard meerdere scenario’s mogelijk) moet de medische steun in de toekomst over volgende capaciteiten beschikken:

(1)  Voldoende en goedgevormde paramedici in de eenheden zelf,

(2)  De noodzaak aan snelle evacuatiemiddelen,

(3)  Mobiele of ontplooibare installaties voor dringende ingrepen.

Alle middelen (materieel en gespecialiseerd personeel) voor de verdere behandeling en de nazorg van militaire slachtoffers, vereisen geen specifieke militaire benadering noch een diepgaande militaire kennis en hoeven dus niet voorzien te worden in de toekomstige structuur.

Om de medische dienstverlening technisch te organiseren volstaat een beperkte ‘technische staf’, een Directie Medische steun bestaande uit geneesheren met operationele ervaring en ondersteunend personeel. Zij kunnen instaan voor de planning, de organisatie en het beheer van de middelen, waaronder niet te vergeten de opleiding en training van de paramedici.

Hoewel het geen probleem zou mogen zijn om voldoende artsen te vinden die bereid zijn om tegen een gepaste vergoeding hun bijdrage te leveren, leert het verleden ons dat er nood is aan een wettelijke procedure voor het opvorderen van het nodige gespecialiseerde personeel (vooral chirurgen, anesthesisten en operatiezaalpersoneel).

Het zou helpen, mocht defensie ook kunnen putten uit een actieve reserve aan vrijwilligers, (para)medici die tegen een billijke vergoeding kunnen opgeroepen worden voor deelname aan buitenlandse opdrachten.

Kiezen voor synergie-effecten

Het zou alvast nuttig zijn, mocht defensie zowel de medische wereld als de universiteiten betrekken bij het uittekenen van de toekomstige medische steun voor defensie. Waarom ook geen afspraken maken met andere diensten en organisaties die in dit domein actief zijn (burgerlijke bescherming, ambulancediensten, ngo’s zoals het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen).

Er zijn ongetwijfeld ook synergie-effecten mogelijk (en noodzakelijk) met burgerziekenhuizen. Er bestaan nu al afspraken voor de opvang van grote aantallen gewonden en dat kan dus geen probleem zijn voor militaire slachtoffers. Die samenwerking kan in formele overeenkomsten gegoten worden, zodat defensie ten alle tijde kan beschikken over voldoende aangepaste medische steun.

En welke synergie-effecten zijn er mogelijk door een samenwerking van alle diensten die beschikken over medische transportmiddelen, ambulances en helikopters?

Voor de actieve reserve aan (para)medisch personeel hebben we enkele concrete suggesties:

Waarom de laatstejaarsstudenten geneesheer geen stages laten lopen in de medische dienst om ze vertrouwd te maken met de specifieke mogelijkheden en beperkingen van de militaire middelen: de mobiele en ontplooibare middelen? Deze stage kan tijdens oefenperiodes in eigen land georganiseerd worden maar het is evident dat een stage op vrijwillige basis tijdens een buitenlandse opdracht veel leerrijker is.

Een ander synergie zou kunnen bestaan door stages voor afgestudeerde (para)medici aan te bieden bij Artsen zonder Grenzen (AzG). De terreinkennis die ze zo opdoen, kan later helpen bij de steun aan opdrachten van defensie (waaronder B-Fast).

Defensie zou deze stages kunnen sponsoren mits de stagiairs zich bereid verklaren om aansluitend deel uit te maken van de actieve reserve.

Internationale samenwerking

De medische dienstverlening tijdens operaties situeert zich praktisch altijd in een multinationale omgeving. Internationale samenwerking op het terrein is nu reeds de regel en moet dat blijven. Vandaag reeds wordt dergelijke samenwerking in NAVO- en EU-verband afgesproken. Ook samenwerking met ziekenhuizen in de omgeving van het operatiegebied is de regel. Zo werd het ziekenhuis van Nairobi voor de Belgische deelname aan UNOSOM, vooraf gekeurd door Belgische dokters en werd de toestemming bekomen om in geval van noodzaak gewonden naar daar te kunnen evacueren.

De toekomst van de medische steun voor defensie kan zich beperken tot een operationele capaciteit.

Een goed georganiseerde samenwerking met de beschikbare burgerlijke medische capaciteiten in binnen- en buitenland, biedt de beste garanties op kwaliteit en efficiëntie.

 

 Dossier

Visie Defensie