General Dynamics F 16 Fighting Falcon1 Dossier

Serge DesouterSerge Desouter werkte afwisselend in verschillende Afrikaanse landen, woonde vier jaar in een moslimgemeenschap in de Nigerese woestijn.

Hij publiceerde een paar honderd artikels en een dertigtal boeken, vooral over volkenkunde en Afrikanistiek. Hij werkte voor de Verenigde Naties, Internationale Organisaties, Ngo’s en Kerkgemeenschappen. Hij was expert Geschiedenis en Mensenrechten voor het Internationaal Rwandatribunaal in Arusha.

 

Zijn reeds gepubliceerde inleiding tot dit boeiend gesprek aan de koffietafel eindigde met de uitspraak

“Nu zie ik met lede ogen veel jonge migranten ‘Zwart Afrika’ ontvluchten. Het werelddeel dat ik zo gekoesterd heb en dat ik zie wegglijden in armoe en geweld. Als een gemakkelijke prooi voor de islam en maçonnieke en industriële uitbuiting.”

 

Pjotr: Laten we daarom beginnen met het probleem van de braindrain dat in het verleden al dikwijls nefast bleek voor de landen die hun ‘beste krachten’ zagen vertrekken. Dat is vanzelfsprekend geen exclusief Afrikaans probleem. Ik herinner mij dat tijdens mijn periode als defensieattaché voor Kroatië een veelgehoorde klacht van de universiteit van Zagreb en de lokale ondernemers was dat de studenten met de beste resultaten ‘weggekocht’ werden en gingen werken (vooral) in Duitse bedrijven.

Het klopt dat het Afrikaanse continent een zeer jonge bevolking heeft en er dus een overvloed aan jonge krachten is, en het klopt ook dat Afrikaanse jongeren die migreren en werk vinden zorgen voor een belangrijke ondersteuning van hun familie die achterblijft en die soms grote mate afhankelijk is van deze steun om te overleven.

Wat echter ook klopt is dat de best opgeleide krachten hun kennis hier (in het Westen) te gelde maken en niet bereid zijn om terug te keren naar hun moederland. Hoe beoordeelt u de braindrain in Afrika?

Serge: U somde zelf al enkele belangrijke gevolgen van een braindrain op. Inderdaad, mag men dit als een ernstige intellectuele aderlating voor de Afrikaanse landen beschouwen. En dan denk ik heel bijzonder aan de landen ten zuiden van de Sahara. Daartegenover staan natuurlijk ook de geldelijke ondersteuningen die richting zuiden gaan en waar vooral families – maar zij niet alleen – direct profijt uit halen. Veel meer dan uit internationale en bilaterale projecten, die zelden of nooit rechtstreeks de bevolking ten goede komen, komt deze solidariteit zonder veel omwegen op de juiste plaats terecht.

Te weinig vakopleidingen

Dat die geldelijke ondersteuningen niet als het belangrijkste aspect van de studieoffertes mogen beschouwd worden is nogal vanzelfsprekend. Het doel van een opleiding is er vooral op gericht om deze zuidelijke landen te helpen een intellectuele en wetenschappelijke elite op te bouwen waarmee ze zelf beter hun vooruitgang in handen kunnen nemen. Zijdelings zou ik toch willen opmerken dat men ook wel eens wat meer aanbiedingen voor ambachtelijke opleidingen zou mogen overwegen. Misschien zijn het juist die laatste sectoren waar Afrika het meest behoefte aan heeft. Veel te veel hogere opleidingen zullen bijna uitsluitend dienen om ginder de rangen van het legioen nutteloze Afrikaanse ambtenaren nog meer uit te breiden.

Opleidingen die wij aanbieden zullen mee moeten inschuiven in een breed en coherent immigratiebeleid, zowel Europees als Afrikaans, waar momenteel heel wat aan schort, en ik wik mijn woorden. Het zijn trouwens niet altijd de beste studenten die naar het Westen gestuurd worden. Familie en ‘horigen’ krijgen vaak voorrang. En over de gestrengheid in de universiteiten werd ook al wat inkt gemorst.  

Afrika is met ons land verweven en dat zal zo blijven.  Die studentenimmigratie zou een evaluatie moeten bevatten om samen met de vertreklanden te kunnen bekijken waar men ginder nood aan heeft. Het zou ook een quotum moeten bevatten dat de huidige invasie van universiteitsstudenten en anderen hier beheersbaar moet houden. Een té groot aantal allochtone studenten heeft er nu al toe geleid dat een betaalbaar studentenkot vinden voor onze eigen studenten, meer en meer een hachelijk onderneming is geworden.

Geldstroom naar Afrika

Terug naar onze Afrikaanse studenten. Als het de eerste bedoeling is om goed opgeleiden aan Afrika af te leveren, mag men ook niet vergeten dat velen op zoek zijn om hier aan de slag te kunnen of om hier te blijven hangen.

Na hun studies – die ook aan onze belastingbetalers een pak geld kosten – zou men sommigen als hoogopgeleide of in een knelpuntberoep een tijdelijke baan kunnen aanbieden als het maar niet te lang uitdijt. Die praktijkervaring zou dus een win-win situatie kunnen zijn. De anderen moeten terug het eigen land vervoegen.

Dus niet alle situaties met buitenlandse studenten zijn voordelig noch voor de vertreklanden, noch voor het gastland. Een doordacht beleid zou al veel kunnen rechttrekken.

Pjotr: In de hiervoor aangehaalde tekst heeft u het over de Afrikaanse bevolking: “Als een gemakkelijke prooi voor de islam en maçonnieke en industriële uitbuiting.” Over de islam heb ik tijdens mijn verblijf in Somalië ook vastgesteld hoe sterk deze religie meespeelt. Over de industriële uitbuiting kan ik mij ook wel een en ander voorstellen, maar over die maçonnieke uitbuiting zou ik, net zoals een lezer liet weten, graag enige toelichting krijgen.

Serge: Vrijmetselarij is in Afrika ondergesneeuwd, toch heeft deze esoterische sekte een enorme greep op vele Afrikaanse landen. Zij is er ook vaak de ‘faiseur de rois’ van haar logebroeders. Denk aan Nelson Mandela van Zuid-Afrika, Idriss Deby van Tsjaad, Denis Sassou Nguesso van Congo (Brazzaville), Mamadou Tandja van Niger, Gnassingbé Eyadéma van Togo, Paul Biya van Kameroen, Blaise Compaoré van Burkina Faso, Omar Bongo van Gabon, Robert Guéi van Ivoorkust, Hery Rajaonarimampianina en Marc Ravalomanana van Madagaskar, Paul Kagame van Rwanda… Andere invloedrijke Afrikaanse persoonlijkheden, inmiddels overleden, zoals de koning van Marokko Hassan II en generaal Robert Guéi, auteur van een staatsgreep in Ivoorkust in december 1999, zouden ook tot de vrijmetselarij hebben behoord. Niet allemaal lui die uitblinken in wijsheid en staatsmanschap. De uitzondering bevestigt dit.

De loge als machtsfactor

Daarmee heb ik alleen nog maar enkele grote vissen genoemd. Maar architecten, professoren, bankiers, verzekeraars, businesslui, advocaten en geneesheren, magistraten en militairen, kabinetsleden, politici, journalisten en ambtenaren, ze zijn allemaal heel goed vertegenwoordigd in die ondergrondse rituelen. De loge dient vooral voor hun zakelijke doeleinden, om carrière en bevorderingen te bekomen, om toegang te krijgen tot ereposten en om te lukken in een politieke loopbaan. Het laten vallen van namen is inherent gewaagd. Vaak is de Grootmeester daar door iedereen gekend en gevreesd en er zijn verschillende ‘obediënties’ die niet noodzakelijk elkaar het licht in de ogen gunnen. Maar dat ze de sleutels van het beleid in handen hebben en onaantastbaar zijn, dat hoort bij het totaalplaatje.

Als je macht hebt komt ook corruptie de kop opsteken. Het is zoals een automatische dubbele deur waarvan de twee helften samen open en dicht gaan. Ze hebben daardoor enorme invloed vergaard en hebben hiermee netwerken opgebouwd waarop men gerust nepotisme kan labelen. Die bolwerken zijn zo machtig dat ze oninneembaar zijn geworden.

De belabberde staat en de schrijnende armoede die in de vitrine staan van vele Afrikaanse landen waar zij sinds vele decennia de macht in handen hebben, roept dat bij hen dan geen vragen op? Is dat niet problematisch voor een zichzelf ophemelend collectief? Met al hun macht en invloed hebben ze er dan zo weinig van gebakken? Natuurlijk zijn er onder hen ook eerbare leden, maar die staan niet aan de top van deze duistere sociëteit die het daglicht schuwt. Meestal zijn ze ingetreden uit zelfbehoud of om in diverse domeinen hoger in de pikorde te geraken. Zelfs talentvolle laatstejaarsstudenten krijgen hun bezoek over de vloer en worden de mooiste vooruitzichten in hun carrière voorgespiegeld worden of worden andere gunsten beloofd. De greep op hun families moeten ze er dan maar bijnemen. Want in tegenstelling tot sommige ‘obediënties’ elders, stapt men er niet zomaar vrijwillig en ongehavend uit. Ik heb dat allemaal niet maar zo van horen zeggen, neem dat gerust aan.

Omerta alom

In de media zul je er niet veel over horen en onder hen wordt een rituele omerta gehandhaafd. Als ze al eens iets naar buiten brengen gaat het er vooral over dat ze op onbegrip stuiten, dat men mythes gelooft, ze helemaal niet zo machtig zijn als men beweert, dat ze niets te verbergen hebben, dat ze zich vooral met filantropie bezighouden en met het welzijn van de samenleving, dat ze kennis en inzicht beogen... Honni soit qui mal y pense! Echte deugmensen dus van het zuiverste karaat.

Maar men vergist zich schromelijk in de realiteit. Ze draaien de waarheid een arm om als ze beweren dat ze vrijheid van denken, leven en handelen voorstaan. Het gaat hen wel degelijk om politieke en economische invloed en hun persoonlijk belang. 

Eigen baat in heel Afrika

Ook in ons land. Als men bijvoorbeeld de vrijmetselaars actief met of zonder mandaten in België zou vervangen door ik zeg maar wat, Opus Dei, dan was het te kot te klein. In bijvoorbeeld het politiek milieu, universitaire kringen en de grote businesswereld kijk je er niet naast. En waarom mag de buitenwereld niet weten welke wetten in de ‘werkplaatsen’ klaargemaakt worden die daarna door het parlement worden geloodst?

Nu wil ik al onze eigen lokale broeders (en zusters) niet over één kam scheren, maar ik vraag me wel af waarom ze hun collegae in Afrika – waar ze zo machtig zijn – niet ter verantwoording roepen? Die laatsten bekampen allen die niet in hun gunst staan en die mogen dan hun verlangens naar carrière en sociale opgang voorgoed opbergen. Mogen zij, die zulke macht en invloed hebben, zomaar uit de wind gezet worden en mogen ze doen alsof zij niets te maken hebben met de schrijnende situaties in Afrika? Geldt voor hen misschien het ‘das haben wir nicht gewusst’’? Het is een duidelijk bewijs dat hun invloed alleen voor henzelf nuttig is geweest.

De lijn naar belangrijke en bekende Belgische (en in de EU) vrijmetselaars en hun beschermde Afrikaanse collega’s in bijvoorbeeld onze voormalige kolonie en mandaatgebieden is daar voor niemand een geheim.

Is het hen er dan om te doen eindelijk komaf te kunnen maken met de ‘dictature cléricale van al die paters en nonnen’ zoals een Waalse toppoliticus en metselaar het eens uitriep toen Rwanda vanuit Uganda door Tutsi’s werd ‘bevrijd’?... En mag er eens aan herinnerd worden dat de Belgische vrijmetselarij in 1987 in Burundi een soort ‘Kulturkampf’ ondersteunde waarbij kerken gesloten en katholieke scholen genationaliseerd werden en missionarissen gevangen werden gezet en uit het land gezet? Of is het dan toch alleen maar voor zuiver eigenbaat dat ze zich zoveel moeite getroosten? Het heeft allemaal een wrange nasmaak als men de puinhoop van de regio overziet die hun beschermelingen er nog steeds teweegbrengen.

Samen met de islam heeft de vrijmetselarij in Afrika veel boter op het hoofd. Er wordt om evidente redenen heel weinig over geschreven en ze bekritiseren is er even gevaarlijk als in de moslimwereld.

Experto crede Roberto! (Geloof mij maar zei Virgilus aan zijn vriend Roberto)

 

Pjotr: Nu mijn twee vragen op uw inleidende tekst beantwoord zijn, wil ik beginnen met naar mijn aanvoelen de belangrijkste vraag: Waarom is er vooral armoede en wanbestuur in Afrika?

Afrika is een immens continent (30,244 miljoen km2 of 1/5 van de totale oppervlakte) met zeer veel grondstoffen. Het is een dunbevolkte regio (iets meer dan 1 miljard of 1/7 van de wereldbevolking). Ter vergelijking: China is driemaal kleiner in oppervlakte en telt meer inwoners (1,4 miljard plus grote bloeiende concentraties in omringende landen en het Westen)

De koloniserende landen hebben inderdaad gebruik gemaakt van de vele grondstoffen voor de eigen industrie, terwijl in Afrika zelf er nooit een stevig verankerde industrie ontstond die meer kansen kon bieden aan de eigen bevolking. De koloniale economisch ‘plundering’’ ging ook gepaard met het scheppen van heel veel kansen, onder meer via onderwijs en gezondheidsprojecten, wegenbouw en communicatiemogelijkheden.

Ooit schreef ik dat de grootste tekortkoming van onze kolonisatie (van Congo) was dat we er niet in geslaagd zijn om een lokale hoogstaande (niet te verwarren met een vooraanstaande) elite te vormen, die na de onafhankelijkheid hun land hadden kunnen besturen op een democratisch verantwoorde manier.

Daarom mijn vraag hoe komt het toch dat Afrika in al zijn verscheidenheid achterop blijft hinken?

Serge: Die vraag is niet eenduidig te beantwoorden. Maar het zou best kunnen dat juist die verscheidenheid en die rijkdom aan grondstoffen, Afrika parten speelt. De rijkdom aan verscheidenheid is zeker een bron van problemen. Meerdere Afrikaanse landen – vooral sinds de onafhankelijkheid – moesten een nationale cohesie scheppen, maar toch is het behoren tot een etnische groep er zeer sterk blijven inhakken. Vaak worden politieke evenementen gelieerd aan etnische elementen, en dat is zowat overal het geval. Maar men moet opletten niet té eenzijdig naar die etniciteit te kijken, want zo wordt aan economische en sociale aspecten voorbijgegaan. Wees maar gerust dat het de mensen in Oost-Congo worst is of de president een Kasaï of een Luba is. Als die persoon vrede in hun regio brengt is het hun man of vrouw. Men moet dus voorzichtig met etniciteit omgaan.

Etniciteit niet eenduidig

Men mag er ook niet té licht overheen stappen. Vaak is het terugvallen op etniciteit een verdedigingsmiddel tegen een machteloze en corrupte staat. Soms werkte het ook averechts zoals in Rwanda en daarvoor in Burundi. Daar werd de etniciteit taboe verklaard, wat niet belet dat in de realiteit de dominerende Tutsi-minderheid daar toch de lakens uitdeelt. En dat heeft natuurlijk ook zijn sociale gevolgen. Als men de etniciteit uit Afrika zou willen bannen, dan vuurt men ze in werkelijkheid aan.

         Men hoort vaak het argument dat de westerse grootmachten Afrika rit-rats doorheen de stammen en groepen doorgesneden hebben en arbitrair tot staten hebben gevormd. Ik denk dan vooral aan de Conferentie van Berlijn (1884-1885) die er nogal sterk met de botte bijl is doorgegaan. Dat het bij de toenmalige Westerse naties vooral om eigenbelang ging is zeker zo, maar men mag niet vergeten dat het begrip ‘grens’ als geografische notie in Afrika niet echt gekend was. Traditioneel bakende men territoria af met rivieren, dalen, heuvels en bergen, en… stamoorlogen die de ‘grenzen’ verzetten, dan weer eens tot hier, dan weer eens tot daar. Dat was zeer wisselvallig. Dat Rwanda stilzwijgend en soms hardop, nog steeds aanspraak op oostelijk Congo blijft maken, gaat terug op dat krijgersverleden. Sommigen van hun Tutsi-koningen waren inderdaad krijgers die al eens over de huidige grenzen van het land tegen een boom hebben…! Maar veel meer ook niet. Soms werd het hen traditioneel verboden een bepaalde ‘grens’ over te steken om het land wat rust te gunnen. Maar van het Afrikaans lappendeken etnisch coherente staten maken, is van de nacht een dag willen maken.

Cliëntelisme en uitbuiting alom

Dus ja, etniciteit brengt frustratie en inertie teweeg, maar economisch en sociaal onrecht doet dat evenzeer. Dat is niet echt typisch voor Afrika. Overal heeft men er mee te maken. En dat grote heren dit gebruiken om spanningen op te drijven, de ene groep tegen de andere op te zetten om zo macht te vergaren, is ook van overal en van alle tijden. Etnisch civisme is dus niet noodzakelijk een teruggrijpen naar traditionele zeden en gewoonten. Natuurlijk willen ze niet terug naar pijl en boog. Het betekent vaak de rug toekeren naar een failliete staat, naar het hen aangedaan onrecht en het zich beroepen op een geïdealiseerd verleden dat ook niet meer terug zal komen. 

Zelf zie ik met lede ogen de neergang, het verworden van de staat tot een ambtelijke en despotische bende die zich schandalig verrijkt en met cliëntelisme de bevolking aan zich bindt. Het verwondert me nog steeds waarom die bevolkingen dat zo maar over zich heen laten gaan en in hun stemgedrag (nou ja!) voor hun onderdrukkers blijven kiezen. Soms om etnische redenen, soms ook niet. Tot waar loopt de houdbaarheidsgrens van die uitbuiting? Aan wie moeten ze zich toevertrouwen? En als een grondige verandering al mogelijk zou zijn, hoeveel tijd heeft men dan nodig om het puin te ruimen vooraleer er nieuwe bruikbare instituties kunnen worden opgezet? Vandaar de explosie van allerlei sekten en kerken die als paddenstoelen uit de grond rijzen en die zich voordoen als nieuwe profeten. Een zeer lucratieve bedoening, reken maar!

Ook de islam speelt hierop in en die religie kun je bezwaarlijk als dynamisch en vooruitstrevend bestempelen. Deelname aan de moderne, liberale, politieke instituties wordt door haar vooral gezien als een infectiesymptoom dat ze verdraagt totdat ze zelf… inderdaad! Het woekert in hun rangen van ultra’s die meer en meer greep op het continent krijgen.

Kolonisatie een en-en verhaal

Verder wordt de kolonisering gemakshalve geïdentificeerd als dé oorzaak van alle leed. Maar is dat wel zo? Die 52 jaar kolonie kan niet ‘vergoed’ worden door de Belgische belastingbetaler. Ze hebben er niets – of toch weinig – mee te maken. Families, industriëlen en aandeelhouders hebben er geld verdiend, dat is waar. Heel véél geld! Maar de winsten van de kolonie gingen niet naar de Belgische staatskas en bleven ter plaatse want de ‘schatkisten van België en Congo [waren] gescheiden’. En wat betreft de 62 jaar dictatoriale onafhankelijkheid: is dat misschien ook de schuld van de banoko, de nonkels van weleer’? Wie hoest die lokaal gestolen buit op? En als die koloniale verdeling in Berlijn een Europese aangelegenheid was, waarom blijven de andere Europese betrokkenen dan buiten het vizier?    

Vandaag bezetten geschiedkundige analfabeten de Bühne in het zog van een Westerse zelfmoordpoging rond antiracisme en culturele woke. Zelfs de christelijke kerken in het Westen schijnen in die trend mee te gaan. Het verbijstert mij. In plaats dat de ‘witte mannen’ door het stof zouden moeten gaan, zou men beter wat meer aandacht schenken aan de rijke geschiedenis die we samen met Afrika delen. Dat er wandaden werden gepleegd kan men hard maken. Dat er goede dingen zijn gebeurd, kan men ook hard maken. Het koloniaal debat zou er een moeten zijn van ‘en-en’ en geen afbraak van een verleden dat gerust eens tegen het licht van Arabische tegenwoordigheid in Afrika geplaatst mag worden. Maar daar hoort men niets over.

De ‘driehoek slavenhandel’ (Europa, Afrika, Amerika) is goed gedocumenteerd. Maar als er geen anti-slavernijacties vanuit het Westen waren opgezet zou Afrika nu geleefd hebben onder de weldaden van de islam die slavenhandel nooit heeft afgeschat. Ook dat maakt deel uit van het volledige koloniaal plaatje. Een episode dus waar niet in zwart/wit over geschreven kan worden en zeker niet in enkele zinnen. Daarmee wil ik de wereldwijde koloniale avonturen niet goedpraten en de nefaste gevolgen onder de mat schuiven. Ze zijn van alle tijden, onder velerlei vormen en vonden overal plaats.

De natuurlijke rijkdommen waarvan dit continent bulkt, is hoe paradoxaal ook, mee de oorzaak van hun problemen. Als aasgieren zijn vogels van diverse pluimage in Afrika neergestreken en vreten het gulzig leeg. Rwanda heeft er zelfs zijn nationale roofeconomie op gebouwd. De Westerse industriële en politieke wereld roemt dat dwergland om deze plunderingen die uitgestald staan in de vitrine die ‘Kigali’ heet. Het maakt hen niet uit hoe de bevolking in Kivu kreunt onder de miserie en terreur. En de wapens die daarvoor nodig zijn worden heus niet ter plaatse gefabriceerd…

Ondertussen proberen gefrustreerde wereldverbeteraars en deugvissers – vaak met academische titels behangen – de geschiedenis en de realiteit met artikels, boeken en commissies naar hun hand en ideologie te zetten. Wij staren weer naar beeldenstormers, autodafe’s en boekverbrandingen zoals eeuwen geleden. Schrijf in die context maar eens rustig over kolonisatie en laat me weten hoe het met je afloopt! 

Corruptie de gesel van het continent

Wat de corruptie betreft, die is aan het voorgaande gelinkt. Afrika is het continent met de snelst groeiende economieën ter wereld. Sommige landen halen groeicijfers die ons doen dromen, dus daar ligt de reden van de schrijnende armoede onder het grootste deel van de bevolking niet. Wel aan de massale corruptie in alle gelederen van staat en nijverheid. Miljarden worden achterovergeslagen en dat is een ernstige handicap voor de ontplooiing van het continent. Een groot gedeelte van de opgeschepte poen wordt buitenhuis gedeponeerd vooral richting Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en elders. Democratie kan dit niet verhinderen, maar in de Afrikaanse democratie geldt vooral het recht van de machtigste en dat wordt in stand gehouden door vriendjespolitiek en corruptie.

Democratie werd ervan buitenaf tegenaan gegooid maar het heeft geen vat op de Afrikaanse realiteit. Gecorrumpeerde volksvertegenwoordigers zijn verworden tot een kaste die vastgenageld blijft op machtposities. Het zijn meestal families die het land in hun greep houden. Ze bekampen elkaar wel maar ondersteunen elkaar tegelijkertijd. Zoals een hond die in zijn staart bijt. En daar kan ontwikkelingshulp niets aan veranderen. Niet te verwonderen dat ze genoeg hebben van het opgestoken wijsvingertje van het Westen en liever China zien binnenkomen dat geen ethische vragen stelt over mensenrechten, armoede bij de bevolking en corruptie. Men begint nu toch stilaan te beseffen dat Chinezen ook geen doetjes zijn.

Pjotr: Ik kan uiteraard ook niet voorbij aan de situatie en de toekomst van onze oud-kolonie, de Democratische Republiek Congo. Mij lijkt het wanbeheer nog steeds een hinderpaal op weg naar een beter leven voor de bevolking. Waar we ons helaas veel te weinig zorgen om maken is de oorlog in het Oosten. Niemand lijkt daar wakker van te liggen en ook de VN samen met de AU (Afrikaanse Unie) kan daar blijkbaar geen orde op zaken stellen.

Quo vadis Congo?

Serge: Waar gaat Congo naartoe? Goede vraag. Als ik het al moest weten, wie zal het dan ten uitvoer kunnen brengen? Het is gemakkelijk te zeggen: men zou dit moeten doen, men zou dat moeten doen… Waarom doet men niet dit of waarom niet dat…? En waarschijnlijk zijn al die bedenkingen wel juist, maar ondertussen zit men wel met een realiteit die hartverscheurend is.

Komt het nog goed met Congo? Natuurlijk komt het nog goed, zij hebben alle nodige ingrediënten in huis! Maar ik betwijfel of een groot aantal Congolezen van vandaag dit nog zullen meemaken. Wanbeheer, corruptie, terrorisme, oorlog en plunderingen krijg je niet zomaar in een-twee-drie uitgeroeid. Kijk ook maar eens naar Latijns-Amerika. 

Oostelijk Congo wingewest van buurlanden

Niet alleen de georganiseerde en gewapende Maï-Maï groepen maken de lokale bevolking in oost-Congo tot prooi. Ook het islamitische ADF (Allied Democratic Forces) terroriseert en plundert de bevolking. Het Congolese leger (FARDC) en de grote (en duurste ooit) vredesmacht van de Verenigde Naties, de (MONUSCO) die er voor vrede zouden moeten zorgen, bakken er niets van. Om het netjes te zeggen! Ook zij zijn betrokken bij de smokkel en verlenen hand- en spandiensten aan de verschillende milities. Wie er wél warme broodjes bakt is het Kigali-regime dat er miljarden aan grondstoffen rooft en miljoenen slachtoffers – algemeen wordt 6 miljoen doden als realistisch beschouwd – op de kerfstok heeft. Moordende, plunderende en verkrachtende Rwandese soldaten gedroegen zich als beesten en hebben er stevig huisgehouden. Hutten werden afgebrand, oogsten buitgemaakt en kinderen ontvoerd. En het gaat maar door. En dat terwijl België erop toekijkt en drukte maakt over Leopold II.

Wanneer die Rwandese kleptocratie eens zal opgedoekt worden, is maar de vraag. Recentelijk wordt tussen mond en neus in het Westen toegegeven dat het Rwandese leger betrokken is bij militaire operaties in noordoost Congo. Het M23 (Tutsi-beweging Mouvement du 23-Mars) zorgt voor wapens en coördineert de militaire operaties. Insiders wisten dat al lang maar krijgen geen stem in de media. De verlaten dorpen van op de vlucht geslagen Congolezen worden door Rwandese Tutsi-migranten ingenomen en versterken het vermoeden (?) dat Rwanda het nog niet opgegeven heeft om de regio te annexeren. Kivu maakt nu al de facto deel uit van de economische zone van Rwanda.

Geen ontwikkeling zonder vrede

Het haalt dan ook niets uit om krijger Paul Kagame te vragen zijn invloed aan te wenden om een staakt-het-vuren tussen alle betrokken partijen te realiseren. Hij heeft er zelf het meeste belang bij dat de zaken niet veranderen. Waarom spreekt men geen duidelijke taal en wordt er geen zware internationale druk op Kigali uitgeoefend? Als de geldstromen van het IMF en de Wereldbank meer dan de helft van het budget van Rwanda uitmaken, waarom dan geen duidelijk signaal geven? De vraag stellen is ze beantwoorden: internationale lobby’s, politieke kleuters, medeplichtigen en de internationale infiltraties van de Rwandese diplomatie houden dit tegen.

Al bij al zal de bevrijding van het volk uit het volk zelf moeten komen. De veerkracht van de Congolezen is groot. De mama’s op de markten durven de soldaten de huid vol schelden, jongeren en muzikanten laten van zich horen. Er is bij de huidige generatie heel wat meer vastberadenheid dan bij de vorige. Vele jongeren zoeken wegen om de samenleving van onderuit te hervormen.

De katholieke Kerk

Ook de katholieke Kerk, en dat mag ook eens onderstreept worden, laat in Congo haar sterke stem in het politiek debat horen en is quasi de enige waar de bevolking op rekent en die ze vertrouwt. In de federale ‘dekolonisatiecommissie’ hoor je over haar niets en komt ze niet aan het woord.

Toch blijft ze een vooraanstaande rol vervullen. Ze heeft een sterke lekenkerk opgebouwd waarin de leken veel meesturen. Al in 1956 namen de bisschoppen van Congo, Rwanda en Burundi in een gezamenlijke verklaring duidelijk afstand van het Belgisch koloniaal en paternalistisch regime. In Mozambique vertrokken de Witte Paters als protest tegen een Kerk die te sterk aanleunde bij een autoritair koloniaal gezag en hiermee de emancipatie van de bevolking tegen hield. Ook in andere Afrikaanse landen steunde de Kerk de emancipatiebewegingen.  De nederige achter­grond van de vele Vlaamse missionarissen heeft zeker ook een beslissende rol gespeeld in de opvatting van het sociaal bewustzijn in Afrika. Zo vervulde ook de missiezuster die als vrouw in haar thuisland nauwelijks aan het openbaar leven had kunnen deelne­men, in Afrika een eerste rolpositie. Zij stampte hos­pitalen, scholen en ateliers uit de grond en gaf daar de gedachte van een vrouwenemancipatie door die heel wat Afrikaanse jongeren aantrok en inspireer­de.

Alle uitgebreide structuren die missionarissen achterlieten, werden zonder pingelen aan de lokale kerk afgestaan. Het stevig patrimonium in Congo en de spiritualiteit van Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen” (Mt 18,29) geeft haar nu een grote kracht en inspiratie. In vele Afrikaanse parochies worden de juiste jongeren geselecteerd en ze bespreken armoede, verkiezingen, corruptie, gezondheid… Jongeren die priester worden krijgen een zesjarige opleiding na hun hoger middelbaar onderwijs. Sommigen studeren nog verder. Ze leggen dus een zekere weg af in tegenstelling met politici.

Daardoor heeft de Kerk na de onafhankelijkheid, minder te lijden gehad van ontaarding en terugval. Parochies, kerken, scholen, vormingscentra, hospitalen: velen staan er nog en functioneren vrij goed. Zij is de enige in Congo die over een dergelijk netwerk van afdelingen en voorzieningen beschikt. De katholieke zorgverlening en het katholiek onderwijs staan bovendien goed aangeschreven. Congo heeft enkele grote bisschoppen aan haar hoofd die het voor de bevolking opnemen. Het is veelzeggend dat er in de hal van het bisdom Goma de foto van Helder Camara (1909-1999) hangt, de bisschop die het opnam voor de sociale rechten van de arme bevolking tegen de militaire dictatuur in zijn land. 

Dus nogmaals, ja, Congo heeft toekomst! Ik deel daarmee ook uw overtuiging zoals uzelf schreef: ‘de toekomst kan nooit afhangen van derden en een betere toekomst moet er op eigen kracht komen’. Die kracht is er, maar wordt (nog) niet of niet voldoende, aangewend.

Roma non fu fatta in un giorno... Rome werd niet in een dag gebouwd.