General Dynamics F 16 Fighting Falcon1 Dossier

Tall Ships Race HarlingenWat onze Nederlandse lezers als vakantielectuur graag lezen, weet ik niet. Maar onze Dwarsligger ter plaatse kan u alvast een korte impressie geven van wat de sportieve zomer 2018 brengt in Friesland en omstreken.

Friese zomerlectuur

Wat een sportzomer hebben we al gehad. Ik noem het WK voetbal, de Giro, Roland Garros, Wimbledon en de ‘Toer’. Maar nu is het tijd voor Fryslân Boppe waarbij alle genoemde sporten in de schaduw staan. Als niet-Fries moet ik daar toch even reclame voor maken.

De kaats PC van Franeker (vindt nu plaats) met wel 16 parturen waarbij de 5 leden van de Permanente Commissie in jacquet met hoge hoed aanwezig zijn. Anders dan het spreekwoord 'wie kaatst kan de bal verwachten' snap ik er de ballen van, zo moeilijk en gevaarlijk blijkt die sport te zijn.

De deelnemers aan de Tall Ships races zijn in augustus te bewonderen in Harlingen. Je moet maar durven om bij veel wind met een korte maar heftige golfslag buitengaats in de ra te klimmen.

skutsjewedstrijd NL

En last but not least is er het Skûtjesielen (in het Vlaams zouden we dat schuitjezeilen noemen, denk ik)  op diverse Friese wateren, eveneens in augustus. Bij veel wind is het zeer zwaar werk om die oude gestripte en getunede vrachtschepen op koers te houden en vooral niet te laten omslaan. Het gaat er onderling op de rakken soms hard aan toe met soms botsingen en de nodige onverbloemde verwensingen als gevolg, want de protestballen worden regelmatig in de mast gehesen, voor de jury en toeschouwers. De jury moet dan een avond en soms nacht beraadslagen om tot een beslissing te komen. Gelukkig is er altijd genoeg ‘Beerenburg’ denk ik dan maar.

Ik ken de algemene vaarregels maar van het skûtjesielenreglement snap ik geen bal. Volgens mij dateren die regels nog uit de tijd dat Grutte Pier met knotsen op de voorplecht stond. Voordat bij deze sport de scheidsrechter wordt geïntroduceerd zitten we al in de volgende eeuw. Soms waait het helaas nauwelijks of niet, maar dan heb je weer alle tijd voor je geliefde of vrienden onder het genot van een ‘Kalt Kletske’; een van de vele lokale biertjes.

De watersportliefhebber die geen affiniteit heeft met al deze folklore kan hier ook zeil- en motorboten huren evenals een kano en sloepen. Die laatste categorie veelal ook al met elektrische  aandrijving. En vergeet de nieuwste rage niet, het ‘suppen’. Dat is stand-up surfen waarbij je op een aangepaste surfplank staat en je met een peddel voortbeweegt door bv. de grachten van een stad of dorp.

Vlaamse zomerlectuur

Hier in Vlaanderen weet ik wel waar je de beste zomermosterd haalt: bij de Dwarsliggers, buiten categorie. Gevolgd door ’t Pallieterke wiens lezers – zoals wij - gezegend zijn met een goed hart en een slecht karakter. Doorbraak voor rechts en Apache voor links.

kaaiman

bokser VC

Wat je vooral niet mag missen:

 

Kaaiman en het Paleis der natie,

geschreven door twee sportieve journalisten die de politiek nog altijd benaderen als een bokswedstrijd. Toegegeven, de ene is wat subtieler dan de andere, maar ze kloppen er allebei niet naast …

 

 

 

 

Wij Dwarsliggers hebben geen uitgelezen sportief publiek. We mikken wél op lezers die gebeten zijn … maar niet van een kaaiman.

En de traditionele kranten, zijn die niet interessant, zal u zich afvragen? Wel ja, ook zij leveren een gewaardeerde bijdrage - om de dode tijd te vullen met flutjournalistiek. Alleen de lokale nieuwsberichten zijn echt lezenswaardig. Voor de ‘grote maatschappelijke problemen’ zijn de huidige groupies nog een beetje te groen. Ze vallen bijna in katzwijm telkens ze een ronkende naam mogen interviewen. Trouwens wie kan er nu dagelijks een boek vol schrijven dat ook nog eens interessant is?

Een zomers divertimento

Als zomerse bijdrage kozen we voor die zopas geciteerde lichtvoetige journalistiek op bladzijde 7 van ‘Het Laatste Nieuws’, editie 2 augustus. Ik mag niet te veel citeren want anders zou men dat wel eens als oneerlijke concurrentie kunnen beschouwen!

De titel:

VUB-prof Jonathan Holslag en N-VA woordvoerder Joachim Pohlmann overleefden één loodzware drilmaand als reservist

In nog grotere letters staat daaronder: “Kapotgaan. Met kotsen en alles erop en eraan”.

Joachim Pohlmann(foto De Morgen)

Bij deze wens ik beide ‘reservisten’ van harte proficiat om vrijwillig een hele maand soldaat te spelen. Nu nog 9.998 andere reservisten en we hebben eindelijk een operationele reserve en moeten we de soldaten die ten strijde trekken niet meer verbieden om te sneuvelen wegens onvervangbaar.

In elk geval hebben de jonkies een voorsprong van één maand op onze defensieminister die nog niet weet – wat de woordvoerder van zijn partij nu wel weet – dat de defensieproblemen overwegend niet gaan over geld uitgeven aan blingbling. Joachim: “Het gaat erom een groep te vormen. In de individualistische wereld bestaat dat niet. Dat besef is een verrijking, weet ik nu. (…) in snel en grondig een geweer schoonmaken was ik géén held – die fijne motoriek had ik niet. Dus hielp iemand uit het peloton mij.”
Misschien kan deze ervaring leren dat de dagdagelijkse realiteit van afhakende kandidaten en grote tekorten inzake opleiding en training ons dwingen tot bescheidenheid. Denk maar aan de trainingsfaciliteiten die wij verloren in Duitsland, waardoor die Limburgse zandbak - een voorschoot groot -  en in Wallonië Elsenborn en Lagland op den duur eentonig worden en géén verrassingen meer inhouden.

 

Daarom deed jullie zomers avontuur mij denken aan een hilarisch voorval dat een goede vriend beleefde toen hij als KRO (kandidaat reserveofficier) ‘diende’ in het 1ste Geniebataljon te Westhoven, Duitsland. Veel uitputtende infanterieoefeningen heeft hij niet moeten doorstaan en onder de indruk van een geweer was hij niet. Hij was meer bedreven in het gebruik van springstof: TNT-blokjes, knalkoord en boem. Tot hij de opdracht kreeg om eens te oefenen op een muur van ‘het Waldhotel’ op het militair oefenterrein te Vogelsang, Duitsland – heilige grond voor veel infanteristen, ook Nederlanders. Toen liep het helemaal mis.

Waldhotel 1

Een citaat uit zijn dagboek:

"Mij werd verteld dat Cdt Monnof van de Cyclisten problemen had met de Duitse eigenaar van het "Waldhotel" die beweerde nog bepaalde uitbatingsrechten te hebben maar door het Belgisch Leger kon dit niet meer en bovendien, beweerde de eigenaar, werd het absoluut niet gebruikt voor militaire doeleinden. Dit was natuurlijk een onjuiste bewering en een grote farce. Daarom vroeg de Cdt mij te bewijzen met "een beetje springstof" dat het "Waldhotel" ook deel uitmaakte van de oefeningen. Dat kwam mij goed uit omdat ik met de resterende springstof niet terug moest naar Westhoven waar mij dan weer een papieren rompslomp te wachten stond. Na een verkenning met cdt. Monnoff van het bouwvallige "Waldhotel", waarvan de onderbouw gemetseld was en de bovenbouw van 2 verdiepingen in houten vakwerkbouw, hebben wij al onze overschot in een hoek op de 1e verdieping gelegd. Na ongeveer 1min 30sec is "het spel" ontploft. Balken en brokstukken vlogen meters boven de stofwolk uit. Nadat de wolk langzaam weggetrokken was, was er behalve de onderbouw geen "Waldhotel" meer te zien....

Waldhotel 2

Na mijn terugkomst in Westhoven werd ik op het appèl geroepen bij de bataljonscommandant, waarmee ik trouwens een zeer goed contact had. Uiteindelijk kon hij er om lachen en het dossier werd afgesloten. Nadien hing in zijn bureau een grote foto van het verwoeste "Waldhotel"....en ik heb meerdere keren mijn verhaal moeten doen."

Beste lezers,

Stel u voor dat zoiets vandaag zou gebeuren, de media zouden erop springen en is het kot te klein. De milieubewuste partijpolitici zouden moord en brand schreeuwen en parlementaire vragen om de minister van vernieling aan het kruis te nagelen ... 

Heerlijk toch om zich te kunnen uitleven! Om eens je eigen fysieke grenzen op te zoeken. Hoewel, een mars van vijftien km is toch maar flauwe kost in vergelijking met wat echte reservisten gedurende vijftien maanden meemaakten vooraleer ze als onderluitenant afzwaaiden. Ook de avonden zullen wel niet zo ‘uitputtend’ geweest zijn als in de tijd van de BSD (Belgische Strijdkrachten in Duitsland). Interessante tijden waren het, behalve voor de geprivilegieerden, die dankzij ‘electoraal dienstbetoon’ hun legerdienst dicht bij huis mochten vervullen. Meestal in overbodige functies en dus héél vervelend. Het waren vooral de 'fils-à-papa's' die nooit echt in het leger gediend hadden die nadien tégen het leger waren …

Wat ik beiden toewens is een goeie nachtrust na deze uitputtende ervaring. Hopelijk nemen ze zichzelf niet al te serieus en, verstandig als Joachim is, weet hij ook wel dat deze ervaring niet volstaat voor ernstige conclusie.

Een zomers divertimento, meer moet dat niet zijn.