General Dynamics F 16 Fighting Falcon1 Dossier

F35lag of the NetherlandsNu de evaluatie van de twee kandidaten-opvolgers F-16 achter de rug is en naar verluidt de F-35 het haalde van de Eurofighter, waarbij de prijs een belangrijke rol speelde, zou het wel eens interessant kunnen zijn om te kijken hoe men in Nederland kwam tot de keuze voor de F-35A.

 

Om de betrouwbaarheid (of moeten we zeggen de duurzaamheid) van de kostprijs te evalueren dook een Nederlands lid van ons defensieteam in de publieke archieven van de Tweede Kamer en vond er het basisdocument (11 februari 2002) dat voor de regering ondertekend werd door: de staatssecretaris van Defensie, H. A. L. van Hoof; de minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink; de minister van Defensie, F. H. G. de Grave en de minister van Financiën, G. Zalm

De conclusie van dit document luidt als volgt:

“Alles afwegende kiezen wij op grond van de militair-operationele kwaliteiten van de JSF en van de economische voordelen voor deelname aan de «System Development and Demonstration»-fase van de Joint Strike Fighter.”

Deze nota is voor defensiespecialisten bijzonder interessante lectuur. Het document beschrijft onder meer bondig de wensen en de resultaten van een evaluatie op basis van de RFI (Request For Information) voor elk van de kandidaten.

Over de evaluatie lezen we: “De kandidatenevaluatie is volgens een validatie van de Centrale organisatie grondig en zorgvuldig uitgevoerd. De JSF komt uit deze evaluatie naar voren als het meest effectieve en het goedkoopste toestel, zowel in stukprijs als in levensduurkosten: het beste toestel voor de beste prijs.”

Laten we even enkele elementen uit het beslissingsproces van nabij bekijken:

Over de verlenging levensduur F-16

Citaat 1: De «midlife update» van de 137 F-16's is nagenoeg afgerond (in 2002). De MLU beoogde de levensduur van de F-16 met tien jaar te verlengen. (…) Er bestaat geen maximaal toegestaan aantal vlieguren waarbij de F-16 moet worden uitgefaseerd. Naar nu is voorzien, zullen de vliegtuigen met een levensduur van gemiddeld dertig jaar worden uitgefaseerd.

Terwijl onze defensieminister voor het Parlement meerdere keren beweerde dat na 8.000 vlieguren onze F-16’s versleten waren, kwam Nederland tot een heel andere conclusie. Daarbij beweren ze dat hun F-16’s door de uitvoering van de MLU tien jaar langer mee kunnen. Terwijl onze F-16’s eveneens met een MLU volgens de minister versleten zullen zijn in 2023, en niet voorbij die limiet (die er volgens hen - en terecht - géén is) van 8.000 vlieguren mogen. Op basis van de Nederlandse studie kunnen onze F-16’s block 20 MLU mee tot in 2033. Pas wanneer die nog langer moeten meegaan, lopen de kosten op.

Een Nederlandse of Amerikaanse luchtmacht?

Citaat 2: “De kwalitatieve eisen aan de vervanger van de F-16 die voor het militaire optreden voor verschillende hoofdtaken en in verschillende internationale verbanden van belang zijn, zijn in de Defensienota-2000 en vervolgens in het basisdocument nader uitgewerkt. Dit betreft factoren als reactievermogen, voortzettingsvermogen, strategische en tactische mobiliteit, logistieke zelfstandigheid, flexibiliteit, multifunctionaliteit, autonoom optreden, informatievoorziening en interoperabiliteit.”

Intussen weten we dat zowel de “logistieke zelfstandigheid”, als het “autonoom optreden” totaal uitgesloten is. Werden ze bedot door valse beloften van Lockheed Martin of heeft de Nederlandse regering het parlement niet duidelijk willen maken dat er geen sprake was van autonomie. Feit is dat de Nederlandse Luchtmacht herleid wordt tot een (verwaarloosbare) versterking van de USAF.

Transparantie?

Citaat 3: “De vragen zijn hun in de «request for information» (RFI) toegestuurd. De beoordelingscriteria zijn niet allemaal even belangrijk en daarom is elk criterium voorzien van een weegfactor die het relatieve belang aangeeft. De criteria, de weegfactoren en een aantal minimumeisen zijn vastgesteld voordat de antwoorden op de RFI zijn ontvangen en zijn daarna niet meer gewijzigd. In de evaluatie was vooral van belang welke kandidaat het beste toestel voor de beste prijs kon leveren.”

De Belgische regering volgde grosso modo dezelfde lijn. Maar op onze vraag om deze informatie (de puntenverdeling in het RfGP) publiek te maken eens de evaluatie voorbij was, reageerde de defensieminister met de melding dat die in het publiek gemaakte RfGP staat. Niets is echter minder waar, enkel de procentuele verdeling over de hoofdrubrieken staat vermeld, maar geen puntenverdeling en wegingscoëfficiënten. Er is dus ook in België geen sprake van een betekenisvolle transparantie.

Gripen voortijdig geloosd. F-16 Viper wel in aanmerking genomen

Citaat 4: “Door tekortkomingen ten aanzien van de sensoren, de interoperabiliteit en de zelfbescherming en met name door de combinatie van een gering bereik en de mee te voeren wapenlast is de effectiviteit van de Gripen onvoldoende. De Gripen is daarom niet meer in beschouwing genomen. De F/A-18 E/F kent beperkingen ten aanzien van het bereik, de zelfbescherming en de sensoren en past bovendien niet in de bestaande vliegtuigshelters. Uit de vergelijking blijkt dat de JSF en de Rafale de grootste systeemeffectiviteit leveren, gevolgd door de Eurofighter en de Advanced F-16.”

Twee dingen vallen hierbij op: de Gripen van Saab werd net zoals bij ons voortijdig uitgeschakeld waarbij de vermelde argumenten (althans vandaag) fout zijn. De sensoren van de Gripen zijn performanter dan deze in de F-35A die de Nederlanders kochten. De bewering dat de Gripen daarenboven volgens deze nota duurder geprijsd was dan de F-35A (zie verder) is gewoon hilarisch!

Een tweede opmerkelijk feit is de weerhouding van de F-16 Viper die op plaats vier strandde. Nogal wiedes dat Lockheed niet veel moeite deed om deze aan te bevelen!

Betaalbaarheid van de kandidaten

Citaat 5: “Het JSF-programma kent met het oog op de betaalbaarheid («affordability») als bijzonderheid een stringent kostenbeheersingsmechanisme:

  • «cost as independent variable». Vanaf de «Concept Demonstration Phase» van de JSF is in elke ontwerpstap gezocht naar de beste prestatie tegen minimale kosten;
  • er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande technologieën, bijvoorbeeld van de motor voor de F-22. Voor de radar wordt een techniek gebruikt die is ontwikkeld voor de F-15, de B-2 en de F-22;
  • «award fees». Een ander middel om de prijs in de hand te houden tijdens de ontwikkeling en de productie is dat de hoofdcontractanten extra worden beloond als de afgesproken doelen worden gehaald. In de SDD-contracten is circa $ 4 miljard (15% van de contractwaarde) gereserveerd voor beloningen bij het behalen van die doelen («award fee»). Halen de hoofdcontractanten de doelen niet, dan zullen in overleg, eventueel met aanwending van niet uitgekeerde «award fees», alternatieven worden ontwikkeld om te bevorderen dat die doelen alsnog worden gehaald en de kosten (per saldo) niet worden overschreden.”

Deze vermeldingen behoeven geen commentaar. Het volstaat de problemen vermeld in het laatste rapport van het US GAO te lezen om te weten dat dit een belofte was die Lockheed zestien jaar later nog altijd niet kon waarmaken.

Hoe meer F-35’s hoe goedkoper, hoe minder … hoe duurder?

Citaat 6: We lezen over het aantal toestellen twee cijfers: “Lockheed Martin gaat bij deze opgave uit van een totale productie van 6.000 toestellen.” Verder in het document staat  "De «business case» is opgesteld op basis van bepaalde veronderstellingen. (...) Totale productie JSF: 4500."

In september 2014 tijdens een presentatie voor Pjotrs Defensieteam toonde Lockheed vertegenwoordiger Yung Le een projectie met de verwachting om 3.886 vliegtuigen (de drie types samen) te verkopen. Naast de deelnemende landen aan het project dacht LM er 750 + te kunnen verkopen aan andere landen (FMS – Foreign Military Sales). Tot op heden is dat een ware ramp. Zuid-Korea een land dat voor zijn veiligheid zwaar steunt op de VS is zowat het enige land dat de F-35A wilde kopen. En ook de aantallen van de partnerlanden én de VS zelf gingen drastisch omlaag. Maar niemand die ook maar durft de link te leggen met de te verwachten invloed op de aankoopprijs én de life cycle cost.

Onbetrouwbare prijszetting

Citaat 7: “Uitgaande van de kale stukprijzen en de 85 toestellen uit het rekenmodel voor de «business case» zou de aanschaf van de JSF € 3,52 miljard kosten, die van de Eurofighter € 4,39 miljard en die van de Rafale € 5,05 miljard. Worden ook de overige investeringskosten meegerekend dan zijn deze bedragen respectievelijk € 6,1 miljard, € 6,4 miljard en € 7,9 miljard.”

Dat betekent dus dat de JSF 41,4 miljoen euro zou kosten. De Eurofighter 51,6miljoen euro en de Rafale bijna 60 miljoen euro. De prijs inclusief alle bijkomende investeringen (simulatoren, reservemotoren, initiële voorraad reservedelen, aanpassingen van infrastructuur, modificaties tijdens de productiefase, speciale gereedschappen, meet- en testapparatuur, documentatie en initiële opleidingen, transportkosten, BTW en invoerrechten) bedraagt de prijs 71,76 miljoen euro voor de F-35; 75,30 miljoen voor de Eurofighter en  93 miljoen euro voor de Rafale.

De werkelijkheid is dat de investeringskost voor de twee reeds geleverde F-35A aan Nederland vér boven de 100 miljoen euro bedraagt en dat ze zéér dure modificaties zullen nodig hebben om ooit operationeel te zijn.

Ons Nederlands defensieteamlid onderzocht indertijd deze prijszetting en werd geciteerd in nrc.nl: “Voor het ‘projectbureau vervanging F-16’ van het ministerie van Defensie is hij staatsvijand nummer één. Johan Boeder, softwarebaas, publiceert over de Joint Strike Fighter (JSF) op jsfnieuws.nl. Maandag spreekt hij bij het ‘rondetafelgesprek’ van de vaste Kamercommissie over Defensie. Defensie wil 85 JSF-toestellen kopen. Dat is een ‘planningsgetal’, benadrukt Defensie. In 2010 beslist het kabinet over de eerste 55.

Op basis van openbare bronnen zegt Boeder dat Nederland nooit 85 toestellen kan kopen. Het budget (6,15 miljard) is na 57 toestellen uitgeput. Voor 85 stuks komt men circa 1,5 miljard te kort. Defensie denkt dat de exploitatie van 85 JSF’s over 30 jaar circa 9 miljard euro gaat kosten. Volgens Boeder kan Nederland niet alleen slechts 57 JSF’s kopen, het kan er maar 57 onderhouden, zegt hij. Defensie noemt de berekeningen van Boeder „onzin”. De tijd leerde echter dat staatsvijand Johan Boeder helaas over de ganse lijn gelijk kreeg.

Naar aanleiding van deze analyse stuurde hij mij deze cryptische opmerking:Door een truc met economische tegenwaarde werd het de F-35; anders was de Rafale de beste geworden.” Deze conclusie is het resultaat van een grondige studie (27 blz.) die begint met volgende paragraaf:

In dit hoofdstuk toon ik aan dat er wel degelijk sprake was van misleiding in 2002-2004 van de Kamer inzake de industriële participatie bij de F-16 opvolging. Duidelijk toon ik aan hoe zeer de Kamer op dit punt diverse malen verkeerd is geïnformeerd. Ik doe dat op basis van verifieerbaar bronnenmateriaal en geef aan welke bronnen de Tweede Kamer verder zou moeten ontsluiten om de waarheid daarover definitief boven tafel te krijgen. Toegegeven, zoiets is in de Belgische Kamer ondenkbaar.

Nederland gidsland?

Dat een gewezen Belgische defensieminister en enkele naïeve supporters van de F-35 nog altijd beweren dat België een fout maakte door niet in te schrijven voor de ontwikkelingsfase zoals de Nederlanders, wordt stilaan gênant.

Opmerkelijk is ook dat in deze vergelijking de stukprijs van de F-16 Viper met 46 miljoen en de Gripen met 42,3 miljoen euro duurder is dan de JSF/F-35A, die maar 41,4 miljoen zou kosten! Wil men geloofwaardig blijven, dan moet men het toch niet al te gek maken.

Omdat het goed zou doordringen hoe lichtzinnig de Nederlandse regering indertijd een beslissing nam met grote gevolgen, laten we u nog eens de genomen conclusie uit 2002 lezen, toen men niet het flauwste idee kón hebben over het eindresultaat:

“Alles afwegende kiezen wij op grond van de militair-operationele kwaliteiten van de JSF en van de economische voordelen voor deelname aan de «System Development and Demonstration»-fase van de Joint Strike Fighter.”

 

Wat het Dwarsliggers Defensieteam daarvan denkt, hoeven we u niet expliciet te zeggen. In de beeldtaal van René Magritte:

RNLAF F 35 F 001 05

Updated tekst op 29/06/2018