F-16 verlenging levensduur: misverstand of misleiding?

 
Naar aanleiding van de samenkomst van de Commissie Defensie werd aan de minister van Defensie de vraag gesteld of de levensduur van de F-16 kan verlengd worden. Men vergat echter de context te vermelden waarin die vraag kadert en het antwoord was dan ook naast de kwestie.

De minister heeft gelijk
Wanneer men de vraag stelt of de F-16 nog 4.000 bijkomende vlieguren kan in dienst gehouden worden, dan is het antwoord van de minister volledig juist. Dergelijke verlenging (meer dan tien jaar) is niet alleen een kwestie van luchtwaardigheid (materiaalmoeheid) maar ook van technische en logistieke problemen.
Alleen hebben wij nooit gevraagd om de F-16 in dienst te houden tot de nieuwe limiet van 12.000 vlieguren. Onze vraag voor verlenging was om voldoende tijd te winnen om vandaag nog geen keuze te moeten maken voor de F-35.

Een misverstand? 
Kende de heer minister de context en de bedoeling van onze vraag niet? Daarop kunnen wij geen antwoord geven, maar we zijn zeker dat hij het had kunnen weten. Mogen we even herinneren aan de ANV-Conferentie over veiligheid en defensie op 27 februari 2016, waar de minister een toespraak hield en waarbij hij steun zocht voor de keuze van de F-35: omdat dit integratievoordelen opleverde voor de samenwerking met de Nederlandse Luchtmacht. Hoewel de minister na zijn toespraak onmiddellijk vertrok en er geen vragen konden gesteld worden, bleef de militaire raadgever van N-VA, Jos Van Schoenwinkel, de ganse duur van de conferentie aanwezig. Hij had dus kunnen weten wat de raadgever daar hoorde.

Aansluitend schreef ik als moderator van het panelgesprek een verslag dat gepubliceerd werd op de webstek van het ANV (samen met de toespraak van de minister) en ook te consulteren is op onze webstek (lees hier). Vermits de heer minister mij verzekerde dat hij al mijn bijdragen las, mag ik ervan uitgaan dat hij ook volgende tekst las:
Citaat: “Hoewel het panel…, was hun conclusie inzake dit dossier éénduidig en niet mis te verstaan: de F35A is momenteel nog niet rijp genoeg. Ten vroegste vanaf 2020, zullen we hopelijk meer weten en een eventuele keuze voor dit vliegtuig zal pas dan kunnen overwogen worden.

Zelfs als we aannemen dat dit aan de aandacht van de minister ontsnapte, dan nog was het zeker de aanwezige raadgever niet ontgaan want, tijdens de drink achteraf kwam hij hierop terug en liet hij zijn ongenoegen meer dan duidelijk blijken.
 
Waarom is een uitstel van enkele jaren zo’n probleem?
Wanneer we de vraag dus opnieuw stellen in deze context, namelijk of het mogelijk is de F-16  zonder noemenswaardige kosten nog enkele jaren langer in dienst te houden, dan blijven wij bij ons standpunt dat dit perfect mogelijk is.  
 
Trouwens in het antwoord van de minister lezen we: “Binnen het MNFP werd een laatste reeks upgrades opgestart die onze luchtmacht zou moeten toelaten om de F16 nog tot het einde van het volgende decennium te gebruiken”, terwijl volgens de actuele planning voorzien is om de F-16 al vanaf 2023 te vervangen.
 
Dat men probeert deze vraag te ontwijken en meteen spreekt over een verlenging van meer dan tien jaar (die niemand ooit gevraagd heeft) is naar onze mening géén misverstand en daarom ook niet onschuldig. Even verduidelijken.
In datzelfde rapport over de conferentie staat een reden waarom men bij de Luchtmacht als de dood is om op deze vraag te moeten antwoorden:
“Er is ook de angst – zoals die verwoord werd door een gewezen kolonel van de Luchtmacht (nvdr niet iemand van de ‘Dwarsliggers’) - dat de keuze uitstellen wel eens het einde van de Luchtmacht zou kunnen betekenen.”
En verder in de tekst:
“Blijft het gevaar dat een uitstel van beslissing ertoe zou leiden dat de volgende regering een ander besluit zou nemen. Welnu, indien de noodzaak voor de vervanging van de F16 niet eens een regeringswissel overleeft, dan is daar maar één verklaring voor: dat België een onland is dat niet eens verdient om over een degelijke defensie te beschikken. Ik blijf echter tot nader order overtuigd dat dit niet het geval zal zijn en dat bij deze bekommernis andere motieven spelen. Overigens is de vervanging van de F16 niet zo dringend als men ons wil doen geloven.”

Belang van de luchtwaardigheid
Toen we naar aanleiding van een mededeling van Lockheed Martin die de verlenging tot 12.000 vlieguren bevestigde een eerste maal deze verlenging voorlegden aan de minister en de voorzitter van de commissie defensie was de eerste reactie dat het om totaal verschillende vliegtuigen ging. Nadat we dat weerlegd hadden was het opeens veel te duur en gewoon absurd om de F-16 langer in dienst te houden.

Maar wat zal er gebeuren wanneer de Luchtmacht de F-16 buiten dienst zal stellen? Op de schroothoop gooien of verkopen? En wat zal het belangrijkste verkoopargument zijn? Juist, de luchtwaardigheid van 12.000 vlieguren.

Belang van een uitstel
Laten we even deze overbodige discussie terzijde laten en ons concentreren op wat écht belangrijk is in dit dossier. Wij lieten ons in de loop van de jaren ook informeren door Lockheed Martin (LM), waarmee we enkele keren samen zaten en gebruikten ook het aanbod om te praten met testpiloot Billy Flynn tijdens een teleconferentie van één uur. Ik verheel zelfs niet dat ik na mijn eerste bijeenkomst in oktober 2014 met Yung A. Le van LM onder de indruk was van de mogelijkheden van de F-35.

Aansluitend bleken echter steeds opnieuw problemen op te duiken die buiten de normale ontwikkelingsproblemen voor dergelijk complex wapensysteem vielen. Op onze vragen daarover aan LM en het Amerikaanse JPO (Joint Strike Fighter Office) dat de leiding heeft van de project, reageerde men niet op elke vraag. We konden gelukkig rekenen op de diepgaande kennis van fysicus Gerard De Beuckelaer, die ook vertrouwd is met de vliegtuigindustrie en van enkele militair-wetenschappelijke specialisten. Zo kwamen we tot de quasi zekerheid dat dit project in heel zwaar weer was terechtgekomen. Over deze problemen schreven we reeds meerdere berichten; te lezen via deze link .

Deze negatieve evolutie stopte niet en op 23 maart 2016 werd opnieuw duidelijk dat er  nog heel veel problemen wachten op een oplossing: J. Michael Gilmore Director, Operational Test and Evaluation (DOT&E) Office of the Secretary of Defense getuigde hierover voor de Amerikaanse tegenhanger van onze Commissie Defensie; lees hier de tekst en klik op de link onderaan voor zijn volledige getuigenis.

Dat alles heeft bij het team van defensiespecialisten geleid tot een zeer onbehaaglijk gevoel.

Het is zelfs niet zozeer de Belgische keuze die ons zorgen baart, daarvoor zijn we een te onbeduidende speler, maar wel de grote vrees dat de NAVO eenmaal bijna exclusief uitgerust met de F-35, niet langer zal beschikken over het luchtoverwicht en dat tegen het licht van een agressiever Rusland en China, is een meer dan beangstigende gedachte.

We vermoeden daarom dat ook de Amerikaanse Defensie binnen afzienbare tijd gedwongen zal worden om belangrijke beslissingen te nemen over de verder zetting en de omvang van dit té veel belovend project. Wat wel een Belgische bekommernis zou moeten zijn is dat wanneer de F-35A slechts ten dele zijn sterke troeven (stealth en sensor fusion) kan waarmaken, het, in geval van inzet, mensenlevens kan kosten.

Dat zijn de twee belangrijkste argumenten waarom we met heel veel aandrang blijven pleiten voor een uitstel van beslissing tot 2020.

Ten slotte
Geachte Leden van de Commissie Defensie, wij denken dat u recht heeft op deze rechtzetting en verontschuldigen ons bij de vragenstellers die misschien de juiste context niet kenden.

Namens de “Dwarsliggers”

Pierre Therie
Kolonel SBH bd
Gewezen defensieattaché