Print

Vlag Congo BrazzavilleDe officiële redenen waarom de ambassadeur De Bruyne vernederd werd door zijn publiek terugroepen, rammelen. Maar wat steekt er achter? Enkele getuigen brengen enige duidelijkheid.

 

 

Vooraf

Overlopen we nog even de feiten: Buitenlandminister Didier Reynders (MR) laat weten via de media dat hij ambassadeur Jan De Bruyne heeft teruggeroepen voor overleg naar aanleiding van een al of niet vermeend diplomatiek incident tijdens een zending georganiseerd door het FIT (Flanders Investment & Trade). De FIT-delegatie bestond uit 49 Vlamingen, 3 Walen, 1 Brusselaar en 3 Grieken. Het was een missie Internationale Financiële instellingen van de Private Sector Liaison Officer Worldbank van FIT, wat verklaart dat bedrijven van niet-Belgische nationaliteit konden deelnemen.

Reynders’ beschuldigingen zijn tweeërlei: aanvankelijk werd de ambassadeur verweten dat hij zijn briefing uitsluitend in het Nederlands had gegeven, wat klopt. Maar dat bleek niet echt een probleem te zijn geweest. Daarop volgde een tien dagen later een tweede beschuldiging, namelijk dat hij tijdens zijn briefing voor de deelnemers aan de zending, negatieve uitlatingen had gedaan over het Congolese beleid. Op dit verwijt reageerde Reynders opnieuw publiekelijk met de aankondiging van de terugroeping nadat hij – volgens zijn zeggen - een telefoon kreeg van de Congolese president. Een ambassadeur terugroepen op vraag van het gastland is geen fait divers maar een zwaar diplomatiek incident. Of is het een binnenlandse afrekening?

Officiële reacties

Voorzitter van de Senaatscommissie Buitenlandse Zaken, Karl Vanlouwe (N-VA) wees op de sympathie die de ambassadeur heeft voor N-VA, maar stelde tegelijk dat De Bruyne geen N-VA ambassadeur is of kan zijn. N-VA wordt niet eens gevraagd om kandidaten voor te stellen. De fouten die de ambassadeur worden aangewreven kloppen volgens hem ook niet.

Mevrouw Claire Tillekaerts, gedelegeerd bestuurder-CEO van het FIT schrijft mij over het bezoek aan Congo Brazzaville het volgende: “De ambassadeur heeft inderdaad Nederlands gesproken, de gevaren van het land bij het voeren van handel uiteengezet, zich verontschuldigd voor de negatieve inzichten, en meegedeeld dat hij dan het woord gaf, voor een positieve boodschap, aan een Belgisch bedrijf, dat daar reeds jarenlang actief is. Dat gebeurde uitsluitend in het Frans, waarna één van mijn medewerkers de briefing afsloot in het Nederlands en in het Engels (voor de Griekse collega's).” Met andere woorden, er is alvast voor het FIT geen reden voor een diplomatiek incident.

Op 22 januari antwoordt minister Reynders op een vraag over dit incident in de kamer het volgende: “De reactie van de lokale autoriteiten heeft er echter toe geleid dat andere maatregelen nodig waren om de belangen van de ambassadeur, van de dienst en van ons land te vrijwaren. De aanwezigheid van een ambassadeur in een land kan immers onmogelijk worden gehandhaafd wanneer de overheid van dat land die persoon weg wil.”

Getuigenissen van deelnemers

Een van de deelnemers aan de briefing en de ontvangst georganiseerd door ambassadeur De Bruyne was Anissa Temsamani, voormalig sp.a-politica en aanwezig als Vice President International Relations & Public Affairs van de firma Waterleau. In haar uitgebreid antwoord op mijn vragen ontkent zij ten stelligste dat zijzelf naar de media is gestapt met het verhaal. Het zijn integendeel de media, in eerst instantie de Franstalige en nadien de Vlaamse, die haar om commentaar hebben gevraagd. Ze gooide wel olie op het vuur door aan de media te zeggen dat zijzelf nooit zo’n uitspraken over het regime zou gedaan hebben als de ambassadeur deed. Volgens haar moet de ambassadeur zelfs geen briefing geven want hij mag ervan uitgaan dat zakenmensen/ondernemers wel weten met wat voor land men potentieel in contact komt. Over het taalgebruik van de ambassadeur schrijft ze dat het niet erg verstandig was van hem om de ganse tijd Nederlands te spreken. Hoewel haar uitspraken nogal belerend zijn, geven ze wel aan dat de bezwaren niet van aard zijn om er een diplomatiek incident van te maken.

Belangrijker in haar getuigenis is dat Temsamani beweert de namen te kennen van de deelnemers die de ambassadeur hebben bekritiseerd. Ze schrijft mij hierover dat “niet zij maar enkele andere personen de minister hebben gecontacteerd en men van daaruit de kritiek naar de pers heeft gelekt. Toen ik voor het eerst in contact kwam met de pers, met iemand van de zender RTL, zou die een verwante zijn van een Franstalig diplomaat die van ver of dichtbij bij de missie betrokken was.”

Een andere getuige, die luistert naar de naam van een bekende gewezen VU- en nadien SPIRIT-politica, mailde mij spontaan dat de zoon van een vriend die erbij was als Vlaams ingenieur van een internationaal bedrijf, zich geschandaliseerd voelde door het optreden van de ambassadeur. Letterlijk schreef ze: “Het lijkt mij onmogelijk dat er een reden voor zo’n ondiplomatiek optreden zou zijn, tenzij hij in de politiek wil of te veel gedronken had ... of was dit het zoveelste incident met Reynders?” Na confrontatie met andere deelnemers bleek niemand enig teken van dronkenschap te hebben opgemerkt en vermits het nogal vergezocht is om uit de briefing van de ambassadeur te kunnen afleiden dat hij in de politiek wil, blijft “het zoveelste incident met Reynders” over. Dat is inderdaad een plausibele mogelijkheid waarover verder meer.

Nog een deelnemer laat zich negatief uit over de taalkeuze van de ambassadeur en vermeldt erbij (citaat): “Dit geldt eveneens voor de meeting in Kinshasa, waar de (andere) ambassadeur de genodigden in de Franse taal toesprak, waarbij de ambassadeur zei dat de Vlamingen dit wel begrepen. Hier heeft de Griekse delegatie ook niets van begrepen.” Volgens Claire Tillekaerts klopt dit, maar de ambassadeur (in Kinshasa) had een goede reden, want de Congolese premier woonde de briefing bij.

De andere getuigenissen zijn eensluidend dat de briefing van de ambassadeur interessant was, dat hij inderdaad enkel sprak in het Nederlands (wat voor een Vlaamse organisatie als het FIT vanzelfsprekend zou moeten zijn) en een welkome afwisseling voor de Franstalige briefings op vele andere plaatsen. Hoewel er altijd ruimte is voor individuele kritiek, lijkt het dat de briefing en ontvangst voor de delegatie in overeenstemming was met de verwachtingen van de meeste deelnemers en niet ongepast gezien de doelstellingen en de omstandigheden waarin deze plaatsvonden. Maar bovenal blijkt uit de getuigenverklaringen dat er geen sprake was van een diplomatiek incident met het gastland. Er zijn alleen aanwijzingen dat enkele “Belgen” ter plaatse en in Brussel, het blijkbaar een goede gelegenheid vonden om deze “N-VA ambassadeur” te discrediteren en daarom zelf - met voorbedachten rade - een diplomatiek incident hebben gecreëerd. Het lijkt mij daarom aangewezen dat hierover een diepgaander politiek debat volgt.

De achtergrond - Buitenlandse Zaken

Wie heeft er belang bij het bekladden van ambassadeur De Bruyne, want daar lijkt het toch sterk op? Afgaande op de commentaren en op eigen observaties zijn er twee mogelijke motieven: (1) Didier Reynders die als kopman van de MR in Brussel reeds aankondigde dat hij in 2014 campagne gaat voeren in Brussel én de zes Vlaamse faciliteitengemeenten heeft dit incident gebruikt om zich onder de francofielen van zijn kiesgebied op te werpen als dé verdediger van de francofonie; N-VA-bashing is heel populair bij alle Franstalige partijen. Zijn recente intenties om de economische diensten in zijn departement te versterken, terwijl dit een geregionaliseerde bevoegdheid is, hoort thuis in diezelfde electorale logica. Nochtans, als er één les te trekken is uit dit incident, dan is het wel de weinig professionele en de soms anti-Vlaamse houding van het federaal departement Buitenlandse Zaken. (2) De traditionele partijen hebben er eveneens belang bij om ambassadeur De Bruyne monddood te maken, want het is bekend dat hij zich niet wil neerleggen bij de partijpolitieke kuiperijen die schering en inslag zijn bij de aanduiding van ambassadeurs; in diplomatiek jargon de “jaarlijkse beweging”. Het wordt hem in (Franstalige) diplomatieke kringen heel kwalijk genomen dat hij hierover reeds tweemaal klacht neerlegde bij de Raad van State en dan nog gelijk kreeg ook.

Ambassadeurs van hunne majesteiten de partijvoorzitters

Wanneer er één publieke dienst partijpolitiek gestuurd wordt, dan is dat zeker de dienst die zich bezig houdt met de aanduiding van de ambassadeurs. Momenteel gebeuren de onderhandelingen onder leiding van de president van het directiecomité, Dirk Achten (Open VLD en gewezen hoofdredacteur van de Standaard). De twee maal drie traditionele families, christendemocraten, liberalen en socialisten onderhandelen binnen dit comité over de ambassadeursposten vooraleer hun keuze wordt voorgelegd aan de Buitenlandminister. Het gebeurt daarom hoogst uitzonderlijk dat de uiteindelijke beslissing niet de goedkeuring heeft van de traditionele partijhoofdkwartieren. Het is eveneens een oud gebruik om elke ambassadeur – zelfs nolens volens - een partijpolitiek etiket op te plakken. Dat wil niet zeggen dat alle ambassadeurs lid zijn of actief binnen een partij, maar ze worden voor “het gemak” ten minste gecatalogeerd als sympathisant van deze of gene partij. Hiermee wil ik niet zeggen dat een ambassadeur met een partijkaart geen goede ambassadeur kan zijn. Maar een beloning past perfect in de alomtegenwoordige particratie. Buitenstaanders, die niet gerekend worden tot de traditionele partijen, hebben voor zover mij bekend geen toegang tot de belangrijkste posten en komen slechts in tweede instantie aan bod.

De verhalen die ik hoorde over de invloed van de partijen op de aanduiding van de ambassadeurs zijn gemeengoed. Zo heeft Steve Stevaert er altijd op gestaan dat een van zijn vertrouwelingen ambassadeur werd in Havana, Cuba. Maar de discussies zijn soms heel verhit en de aanbevelingen een aanfluiting van het gezond verstand. Dat het diplomatiek personeel, dat deze dossiers voorbereidt, er niet mee naar buiten komt is in de gegeven omstandigheden geen verwijt. Integendeel, hun discretie is onderdeel van een hoogstaande deontologische cultuur, waar echter bij wijlen schandalig misbruik wordt van gemaakt. Ambassadeurs die vertrouwd zijn met een regio of een land werden al dikwijls verdrongen door kandidaten die minder geschikt zijn maar er een kans in zien voor verdere promotie of, wat ook voorkomt, om tegemoet te komen aan de wensen van “hun” partijvoorzitter. Dat ambassadeur De Bruyne niet gelukkig is met zijn accreditatie is geen uitzondering. Of wat te denken van een (Franstalige) ambassadeur die elk weekend terugkeert naar België wegens niet geïnteresseerd in het land waar hij ambassadeur is.

Het belang van partijpolitieke vertegenwoordigers

Waarom hechten politici zoveel belang aan de partijaanhorigheid van een ambassadeur?

Vermits onze diplomaten allemaal beroepsdiplomaten zijn (er zijn wel pogingen om personen zonder diplomatieke vorming te benoemen) in tegenstelling met landen zoals de USA waar een deel van de ambassadeurs politiek benoemd wordt als dank voor bewezen diensten aan de verkozen president, kunnen onze politieke partijen slechts “hun” ambassadeurs aanduiden via een politisering van het openbaar ambt. Dat toppolitici deze functie beschouwen als een cadeau mag blijken uit volgende veelzeggende anekdote: Voor Slovenië lid werd van de EU kondigde premier Dehaene tijdens een bezoek aan dat België een ambassade zou openen in Ljubljana. Toen de ambassadeur, die vanuit Wenen onze belangen in Slovenië behartigde, opmerkte dat de nieuwe ambassadeur zich zou vervelen, reageerde Dehaene laconiek: à ce prix là un ambassadeur doit pouvoir s’ennuyer!

Een reden waarom een partijgenoot-ambassadeur interessant is, is de mogelijkheid om partijpolitieke boodschappen over te brengen die niet noodzakelijk de goedkeuring wegdragen van de (hele) regering. Zo diende ooit een topdiplomaat tussen te komen om de betrokken landen te informeren dat een initiatief van de toenmalige minister van defensie, André Flahaut, (het organiseren van formele bijeenkomsten voor defensieministers) niet gedragen werd door de regering, of was het enkel Louis Michel, minister van Buitenlandse Zaken, die dwars lag?

Veel erger is dat ambassadeurs in de regel eerst verslag uitbrengen bij hun partijvoorzitters en pas nadien bij hun eigen buitenlandminister. Dat kwam ik reeds lang geleden te weten van een ambassadeur van PS-signatuur die beweerde dat dit ook het geval was voor de andere partijen. Recent werd deze gang van zaken nog bevestigd en wat nog erger is, in de periode dat Di Rupo partijvoorzitter was ontving hij jaarlijks de PS-ambassadeurs en gaf hen persoonlijk instructies over wat hij van hen verwachtte. Zou Di Rupo, nu hij premier is, dit ooit durven toegeven? En hoe zit het met de andere traditionele partijen?

Dat zijn alvast twee redenen waarom politieke partijen zoveel belang hechten aan “een betrouwbare partijgenoot” terwijl het inhoudelijk werk van de diplomaten hen veel minder interesseert. Er zijn blijkbaar belangrijker dingen: Vlaanderen in het buitenland bekladden, electoraal populisme en ambassadeursposten verdelen. Is dat het voorbeeldig departement waar sommigen zo euforisch over doen? Ambassadeurs net als gouverneurs, symbolen van partijpolitieke bekrompenheid?

 

Dwarsliggers