Print
Hits: 2512

china vlag landVAN ONZE CORRESPONDENT IN CHINA - In een reeks over het onderbelichte hedendaagse China publiceren wij verhalen van een Vlaming in China. Ditmaal vroegen we hem om iets te vertellen over de Chinese taal of liever talen.

 

 

De Chinese taal  

Chinees (Mandarijns) is een oude taal. De eerste geschriften zijn meer dan 3200 jaar geleden ontstaan.  In China hebben ze het over Hànyǔ  (de taal van de Han Chinezen) of meer officieel: 中文; Zhōngwén (zhōng = midden, net zoals in zhōngguo, = China, het middenrijk wén = cultuur, taal)

Het standaard Chinees (Putonghua - "de taal van het volk") heeft zich uit het oud Chinees ontwikkeld. Net zoals het Japans, al willen ze dat in Japan niet gezegd hebben. 

Traditioneel Chinees is tijdrovend om te schrijven, sommige karakters hebben meer dan 50 schreven !  Daarom is men vanaf 1930 begonnen met een vereenvoudigd "alfabet"  Het is pas echt ingevoerd en algemeen gebruikt na 1950.  

Hong-Kong en Taiwan (en de westerse restaurantchinezen) gebruiken nog steeds de traditionele schrijfwijze. De kranten van de plaatselijke "Chinatowns"  (de Van Wezembeekstraat in Antwerpen bijvoorbeeld) worden gedrukt in traditioneel Chinees.  Singapore is onlangs overgeschakeld naar standaard Mandarijn Chinees in vereenvoudigd schrift.  Ook in Taiwan en Hong Kong is er een geleidelijke evolutie aan de gang om over te schakelen naar de moderne, vereenvoudigde schrijfwijze. 

Cantonees is slechts één van de vele plaatselijke talen in China, het is niet een taal "naast" het Chinees, al willen de meeste westerse ‘restaurantchinezen’ dat niet gezegd hebben. Zij beschouwen Cantonees als een afzonderlijke taal van minstens hetzelfde niveau als het Mandarijns.

Zhou Youguang (周有光; pinyin: Zhōu Yǒuguāng) is in 1955 begonnen met het ontwikkelen van het Pinyin, een methode om Chinees te schrijven met westerse tekens. Hij heeft ook bijgedragen aan de verbetering van het vereenvoudigd Hanyu. Hij is geboren in 1906 en is vandaag 109 jaar. Zhou Youguang is een hevig tegenstander van het regime in Beijing. Blijkbaar mag hij zijn onvrede ook luchten in zijn geschriften en soms komt hij, ondanks zijn hoge leeftijd, nog eens op TV

In standaard Pinyin zet men de tekens voor de tonen boven de (meestal eerste) klinker van een lettergreep. Er zijn 4 tonen:
mā     moeder         eerste toon    ma1    妈
má     hennep         tweede toon  ma2    麻
mǎ     paard           derde toon    ma3    马
mà     schelden       vierde toon    ma4    骂
Als je computer de toontekens niet kan typen, dan mag je die vervangen door een cijfer.

Lang voor het Pinyin, was er al "Wade-Giles", een eerste poging om Chinees te schrijven met westerse karakters. Wade-Giles, nog veel toegepast in de USA, is onnauwkeurig en onvolledig. Buiten de US en Taiwan wordt het niet meer gebruikt.

Westerse ‘restaurantchinezen’ zijn bijna allemaal afkomstig uit de omgeving van Wenzhou. Zij spreken hier het Wu dialect, een soort Cantonees. De meeste van hun kennen geen Mandarijns / Putonghua. Als er in Leuven een Chinese jobstudent in een Chinees restaurant gaat werken, ontstaan er helse communicatieproblemen. Bij mij in de Chinese klas (in Leuven) zaten maar liefst 4 tweede en derde generatie Chinezen; zij spraken perfect Nederlands, maar geen Mandarijns. Hun ouders evenmin, zij spraken Cantonees thuis.

Vlamingen die aan de KUL sinologie studeren, besteden het grootste deel van de eerste twee jaren aan Mandarijns (= Putonghua, Hanyu, Zhongwen) te leren. Daarna leren ze ook "klassiek" (traditioneel) Chinees, zodat ze de oude geschriften kunnen ontleden.  Vroeger (voor 2000) als ze voor hun laatste jaar naar China gingen, konden ze in het zuiden of oosten van China (waar de plaatselijke bevolking nog steeds hun traditioneel dialect spreekt)  niet naar de groentenmarkt gaan en daar "twee selders en een pond tomaten" vragen.  Een klein notaboekje lost dat probleem gemakkelijk op. De Chinezen deden dat toen ook zo, toen zag je in de dorpen in het zuiden soms Chinese toeristen die voortdurend dingen in hun klein boekje schreven om het vervolgens te tonen aan hun gesprekspartner. Tegenwoordig spreekt men ten zuiden van de Yantze ook vrij goed Mandarijns; de plaatselijke dialecten zijn aan het uitsterven.

Iets "alfabetisch" rangschikken in het Chinees is een heikele onderneming.  De meeste gedrukte woordenboeken gebruiken een methode volgens het aantal schreven van het hoofdkarakter. Als je het aantal schreven niet van buiten kent, dan moet je dat eerst uitzoeken. Andere boeken rangschikken volgens de Pinyin schrijfwijze. 

Chinees leren

Om Chinees te leren heb je veel tijd en doorzettingsvermogen nodig. Mijn leraar in het eerste jaar zei eens dat Chinees leren is zoals 4 nieuwe talen ineens leren: 

1. De woordenschat, spraakkunst, cultuur leren zoals in elke andere nieuwe taal.

2. De 4 tonen onder de knie krijgen. Woorden hebben een totaal andere betekenis naargelang de uitspraak. Westerlingen hebben grote moeite om een toontaal te leren spreken.

3. De meer dan tienduizend karakters leren schrijven. Geen enkel teken dat nog maar lijkt op iets dat wij, westerlingen kennen.

4. Het totaal gebrek aan referentiekader overwinnen. Er is niets, geen enkel woord dat te vergelijken is met iets uit onze bekende westerse talen.

Er wordt gezegd dat als je naast je dagtaak behoorlijk Chinees wil leren, dat je dan elke dag twee uur moet besteden gedurende minstens 8 jaar. 

Veel expats in China beginnen, zodra ze aankomen, met veel moed Chinees te leren maar geven het al snel op. Een belangrijke oorzaak is dat bijna alle Chinese private leraars van in het begin te veel aandacht besteden aan cultuur en karakters leren schrijven. Met de nieuwe westerse methodes om Chinees te leren (voor je naar China gaat) leer je de eerste twee jaar enkel maar spreken, geen enkel karakter leren herkennen (lezen) of schrijven. Dat gaat veel sneller en is minder demotiverend. Maar dan nog moet je doorbijten, anders lukt het niet.

In de expat-clubs, zakelijke bijeenkomsten en recepties van het consulaat of ambassade zie je heel duidelijk een twee-deling tussen de westerlingen die Chinees kunnen spreken (zij voelen zich meestal goed in hun vel) en zij die geen Chinees kunnen spreken (zij geraken al snel gefrustreerd en staan op de rand van een burn-out). In de bedrijven die door westerlingen geleid worden in China, spreekt zo goed als iedereen van het Chinese midden kader vrij goed Engels.  Toch ontstaan er communicatieproblemen en conflicten indien de westerse bedrijfsleider niet kan communiceren in het Chinees. Als je de taal niet spreekt, kun je onmogelijk de cultuurverschillen overbruggen.

Westerlingen die perfect Chinees spreken en schrijven, worden in China als een speciaal fenomeen beschouwd.  Zij mogen af en toe iets komen vertellen op TV.

Chinees typen gaat sneller dan Engels typen. Op een laptop met een standaard QWERTY toetsenbord. Met een GSM gaat het nog sneller.

Er zijn verschillende invoermethodes, de meeste zijn gebaseerd op Pinyin, andere op de richting van de hoofdschreef. Nog andere op handschrift op het scherm of touchpad. Alle systemen werken met een vorm van voorspellende tekst.  De ‘spacebar’ dient als invoerbevestiging.

Kleuters in China leren de taal van hun ouders, net zoals elders. In de basisschool leren ze eerst Pinyin (ons westers alfabet, maar dan met tonen) zodat ze elk hanzi (Chinees karakter) correct kunnen plaatsen en uitspreken. Pinyin kennen is van cruciaal belang omdat vandaag bijna niet meer handgeschreven wordt, alles wordt  getypt op laptop, tablet of handy. De oudere Chinezen vinden het verschrikkelijk dat de jeugd nauwelijks nog met het penseel (en "Chinese inkt") kan werken.

In Chinese basisscholen wordt veel meer met een laptop of tablet gewerkt dan hier.

Sommige oudere Chinezen (die geen computer gebruiken) kennen meestal geen Pinyin. Aan hun moet je dus niet vragen welke toon op  马 ( mă =  paard, derde toon) staat.  Als je dat verkeerd uitspreekt en er de eerste toon op zet, dan zit je goed fout want dan betekent het  妈 (mā =  moeder)
Om het belang van de toon van een woord duidelijk te maken, citeer ik de bekende uitspraak van Confucius:

In Pinyin zonder de tonen:  "zhi zhi wei zhi zhi, bu zhi wei bu zhi, shi zhi ye."  Als je niet weet waarover het gaat, dan versta je daar niks van.

In Pinyin maar met de tonen: "zhī zhī wei zhī zhī,bù zhī wei bù zhī,shì zhī yě。"  Zo verstaat iedereen het.

In hanzi (Chinese characters): " 知之为知之,不知为不知,是知也。"

Betekenis: "To know what you know and to know what you do not know, that is true knowledge"

In het Chinees is er geen kort, éénduidig woord voor "ja" of "neen", wellicht omdat de hele Chinese cultuur zo'n directe communicatie niet kent. Chinezen antwoorden 对的  "juist" of  是的  "zo is het" als ze "ja" bedoelen. Als ze "nee" bedoelen, dan zeggen ze  不是 "is niet"  of  我不几到 "ik weet het niet" of   没有 "heb ik niet"

Het kost bijzonder veel moeite om Chinezen tot duidelijke, directe uitspraken te dwingen. Er wordt vaak eindeloos rond de pot gedraaid. Gesprekken met onbekenden beginnen steevast met "give face" zinnen. Direct na de begroeting en kennismaking komen er zinnen op je af als "Wat ben jij slim !"  of  "Je ziet er goed uit !"  of  "Je hebt een dure auto !"  Daarop moet, soms tot drie of vier keer toe onkennend worden geantwoord, nooit met  "谢谢你。"  (dank u).  Daarna komt pas de smalltalk. Te snel ter zake komen is heel onbeleefd. 

De Chinese taal is op een aantal vlakken bijzonder precies. Er zijn niet enkel woorden voor morgen en overmorgen, maar ook voor "over over morgen" en "over over over morgen"  Er zijn specifieke woorden voor elk van de 4 grootouders en voor alle grootooms en -tantes. Er zijn meer dan 30 woorden voor ons eenvoudige "berg"  afhankelijk van de vorm, grootte en ligging.  Maandag is  星期一  Xīngqí yī  "de eerste dag van de week". Zondag is 星期天 Xīngqítiān of, vooral in het zuiden: 禮拜  Lǐbài "de dag van de eredienst" Vreemd toch, dat de “atheistische” Chinezen de zondag als een dag voor de eredienst beschouwen, terwijl wij die dag de zon aanbidden.

Andere talen in China

In de grote steden en in de meeste kleinere steden zijn alle verkeersborden  en straatnaambordjes tweetalig Chinees – Engels (in feite Pinyin, maar dan zonder tonen).  

Chinenglish is een vorm van Engels die bijna altijd een slechte vertaling is uit het Chinees.  De foute vertalingen, het vervormde Engels dat je op talrijke plaatsen in China tegenkomt  is altijd goed voor een goede mop onder de expats.

Naast de verschillende vormen van het Engels (UK, US, Australisch, ...) is er langzaam een Chinees Engels aan het ontstaan. Dat is de manier waarop de (steeds talrijk wordende) Chinezen Engels spreken.

Vandaag de dag in China kent het grootste deel van de jeugd redelijk goed (American) Engels, de hoger opgeleiden beter dan de lager opgeleiden. Daarnaast werd als derde taal vaak Japans geleerd. Sinds kort wil blijkbaar iedereen ook Duits leren. Frans werd vroeger veel aangeleerd maar is over zijn hoogtepunt.  De oudere generatie (+65) en iedereen die vroeger een belangrijke functie had in het leger, spreekt ook Russisch.

Er zijn een paar woorden en ook zinnen in het standaard Engels die uit het Chinees ontstaan zijn.  "Long time no see" is een eigenaardige zin, een letterlijke vertaling van   好久不见 (hǎo jiǔ bú jiàn)  Ook in het Nederlands zijn er talrijke woorden die in feite Chinees zijn. Ketchup "kôe-chiap" is van oorsprong een Amoy-Hokkien dialect woord (van in Fujian, China).  Typhoon  (台风 táifēng) is van het Chinees via het Maleis - Portugees tot in het Nederlands geraakt. Het woord "China" komt van Qin 秦 (de Qin keizer dynastie en tijdperk)  Als we een glas drinken, zeggen we "chin, chin", dat komt van 請,請 (qǐng, qǐng).  Andere voorbeelden: thee, wok, tofu, kung-fu, ginseng, ...

Het is beslist geen toeval dat de woorden "Origine, origineel, originaliteit" afstammen van dezelfde stam als "orient, orientaals en orientatie". Ze zijn via het Latijn "ontwaken, geboren worden, ontstaan" in het Nederlands gekomen. Ook onze voorouders wisten in de middeleeuwen al dat de dag begint in het Oosten:  "Het daghet in den Oosten" is een tekst en melodie die dateert van voor 1358.

Expats in China, zelfs wanneer ze onder elkaar Nederlands of Engels spreken, gebruiken daarbij vaak Chinese woorden, meestal omdat die preciezer uitdrukken wat ze bedoelen. Een "āyí" 阿姨 (letterlijk: tante, de zus van je moeder) is niet zomaar een schoonmaakster of huishoudster, ze maakt ook het eten klaar en brengt de kinderen naar school. Een goede  āyí kostte in 2005 ongeveer 8 CNY per uur, vandaag rond de 30 CNY / uur.

In het Nederlands lees je af en toe nog "Peking", "Sjangai" of "Kanton".  Vandaag hebben we het over Beijing, Shanghai en Guangzhou. Dat is de schrijfwijze in standaard Pinyin, op die manier begrijpt de hele wereld waarover we het hebben. 

Mijn Chinese naam

Als je als westerling naar China gaat wonen, kies je een Chinese naam. Zonder Chinese naam krijg je trouwens geen Chinees rijbewijs.

Mijn Chinese naam is 方腾波。 (Fāng Téngbō)

Chinezen schrijven hun naam altijd (zonder uitzondering) met eerst hun familienaam (1 karakter), daarna hun voornaam (1 of 2 karakters)

Bijna iedereen jonger dan 35, heeft naast zijn echte, Chinese voornaam ook nog een westerse voornaam. In het Engels schrijven ze eerst hun westerse voornaam, daarna hun Chinese familienaam in het Pinyin.  Voorbeeld:  孙彤   (in het Pinyin:  Sūn Tóng.  Sūn = familienaam.  Tóng = voornaam)    Westerse naam:  Amy Sun. 

Ouders die veel belang hechten aan cultuur, geven hun kind een voornaam met slechts één karakter.

In Hunan, China bestond er een geheimtaal, het "Nǚshū", enkel voor vrouwen.  Het Nüshu heeft zijn eigen woordenschat en lettertekens. De taal werd door de grootmoeders aan hun kleindochters geleerd. Begin van vorige eeuw is het Nüshu in onbruik geraakt. Maar sinds 2006 wordt deze taal weer terug bestudeerd en aangeleerd, enkel als wetenschappelijk experiment.

Wie Nederlands, Engels, Duits en Frans spreekt, heeft daarmee toegang tot slechts 10 % van de informatiebronnen van de wereld.  Als je daar bovenop ook nog Chinees kent, dan kun je gelijk met een kwart van de wereld communiceren in hun eigen taal en hun informatiebronnen raadplegen.

Tot zover dit verhaal van een Vlaming in China.

Frans Vandenbosch

Andere artikesl van onze correspondent in China