Sophie WilmèsWaarde lezers,

U zal intussen wel denken dat de Dwarsliggers ook door een virus besmet zijn en daarom  elke week om uw aandacht vragen. We vinden het nodig én het is ook gemakkelijk om dwars te liggen in moeilijke tijden, wanneer we meer dan anders geconfronteerd worden met het kaduke politieke besluitvormingsproces.

Komt daar bovenop dat we een regering hebben die niet eens het recht heeft om namens de bevolking te spreken én daartoe ook niet in staat is.

Door de media worden miskleunen al te gemakkelijk herleid tot ‘slechte communicatie’, ook als er véél meer aan de hand is.

Het was marketeer en in bijberoep hoofdredacteur van De Standaard, Peter Vandermeersch die, vooraleer naar Nederland te verhuizen, zich kwaad maakte op een ‘volksvertegenwoordiger’ en die bestempelde als een ‘nitwit’. Laat het precies deze kwalificatie zijn, maar dan in het meervoud,  die ongewild bij mij opkwam na het lezen van onderhavig commentaar.

 

Dit was veel erger dan een communicatiefout

We kunnen niet ontkennen dat de overheid grote moeite doet om goed te communiceren. Mevrouw Wilmès persoonlijk deelde ons de besluiten van de Nationale Veiligheidsraad mee op televisie.

Over haar gebrekkig Nederlands hoort u mij niet klagen. Als zij het over ‘ziekt’ wil hebben doet ze dat maar. Nu ja, we krijgen ook nog altijd de geschreven tekst. Mevrouw Wilmès stuurt me die persoonlijk toe van de site ‘be-alert’. Dan voel je je als burger toch maar gevleid. Daardoor heb ik het zwart op wit in vlekkeloos Nederlands en zijn misverstanden uitgesloten. Echt?

Bekijken we even een uittreksel uit het bericht van woensdag 15 april.

We staan ook toe dat bewoners van residentiële voorzieningen – d.w.z. rust- en verzorgingstehuizen of centra voor personen met een beperking – bezoek mogen krijgen van een vooraf aangeduid persoon. Voorwaarde is wel dat de persoon in kwestie de afgelopen twee weken geen symptomen van de ziekte heeft vertoond. Het moet ook altijd dezelfde persoon zijn. De residentiële voorzieningen zullen deze bezoeken zelf kunnen organiseren. Deze regels zullen ook van toepassing zijn voor mensen die geïsoleerd leven en die zich niet kunnen verplaatsen.

Ik wil vooropstellen dat het waarschijnlijk allemaal heel goed bedoeld is. Maar indien er iemand zou zijn die nog altijd een bewijs zoekt voor het feit dat wij door een bende wereldvreemde onbekwamen geregeerd worden, hier is het te vinden.

Wereldvreemd

Iemand die zoiets schrijft, toont dat hij geen flauw benul heeft van het weinige dat we ondertussen wel met zekerheid over corona weten. Bovendien mist hij (ook al is het in dit geval zij) ieder begrip van het leven in Vlaamse families. Misschien het ergst is de klaarblijkelijke totale onwetendheid over de realiteit in onze woonzorgcentra. Die is zo eclatant dat ze enkel door een koude minachtende onverschilligheid te verklaren is. En ten laatste is dit bovenstaand stukje proza een voorbeeld van hoe communicatie niet moet.  

Dat zijn nogal zware beschuldigingen aan het adres van onze premier, en dus voel ik me genoodzaakt hier dieper op in te gaan.  

We weten niet genoeg

Niemand weet veel of zelfs maar voldoende over het Sars-CoV-2 virus, ook de virologen niet. Het is nieuw en we kunnen enkel leren door het virus in zijn werking te observeren. Dat vraagt tijd: niets aan te doen. Maar er zijn enkele dingen die we ondertussen al wel allemaal weten. We weten dat het risico op een ernstige afloop duidelijk toeneemt met de leeftijd. We weten ook dat een groot deel van de geïnfecteerden, wellicht ongeveer de helft, geen enkel symptoom vertoont maar perfect in staat is om de ziekte door te geven. Het idee om iemand enkel op grond van het feit dat hij gedurende twee weken geen symptomen toont op ouderlingen los te laten is dan ook, zelfs naar Belgische maatstaven, ongelofelijk dom.

Bovendien: wie gaat met zekerheid vaststellen dat de betreffende gedurende die tijd geen symptomen had? Iemand die een dergelijke richtlijn opstelt heeft niet het minste inzicht in de organisatie van procesaflopen.

Onmogelijke keuzes

En wie gaat die unieke persoon aanduiden, welk proces wordt daarbij gevolgd, hoe wordt dit aan de zorginstelling meegedeeld? Wie moderne (nieuw samengestelde) families en oudere mensen kent, weet dat enkel al dat aanduiden een onmogelijke zaak zal worden die tot hoog oplaaiende familieruzies – vergeet vooral niet dat hier ook nog heel vaak het begrip ‘erfenis’ op de achtergrond meespeelt – aanleiding zal geven. Die conflicten gaan voor de ouderling in kwestie een grote bijkomende emotionele belasting vormen. Maar zelfs als de familie volledig uit redelijke, verantwoordelijke, gulle persoonlijkheden bestaat die de anderen echt het licht van de zon gunnen (hallo: dit is wel België!), zelfs dan zullen er hartverscheurende situaties ontstaan. Hoe kunnen we van een grootmoeder verlangen dat ze beslist dat dit ene kleinkind haar mag zien en alle andere niet? Het niveau van gevoelloosheid, zelfs het totaal gebrek aan empathie, dat nodig is om zoiets te kunnen verzinnen is hallucinant.

Trek uw plan

“De residentiële voorzieningen zullen deze bezoeken zelf kunnen organiseren.” Dat is natuurlijk het toppunt! Dit danspasje is de wereldwijde herkenningsmelodie van incompetente leiders. Ik heb het in mijn lange leven maar al te vaak moeten zien. Ze draaien onzin ineen die kant noch wal raakt. Vervolgens dumpen ze die waardeloze instructies met een hautain glimlachje in de schoot van de mensen die het werk moeten doen en het sowieso al ontzettend druk hebben. Zo met een ondertoon van: “en nu doe maar…” Van een belediging gesproken! De rusthuizen zijn in een epische veldslag verwikkeld en ik kan me voorstellen dat ze het gevoel hebben dat ze die aan het verliezen zijn. Wij hebben ze onderbemand en slecht uitgerust in die strijd gestuurd. Ze weren zich desondanks dapper maar ze zitten nu echt wel op hun tandvlees en hun laatste restje zenuwen. Wij doen wel alles om ze te ondersteunen, als het maar geen geld kost: we hangen lakens buiten en applaudisseren terwijl zij doodmoe en zonder efficiënt masker hun beschermelingen verzorgen. Hoe goedkoop… En nu komt mevrouw Wilmès nog met zoiets aan! Ik vind er gewoon geen woorden voor.

En dan is er nog de laatste zin: “Deze regels zullen ook van toepassing zijn voor mensen die geïsoleerd leven en die zich niet kunnen verplaatsen.” Indien iemand de meerwaarde van die zin begrijpt en me kan uitleggen wat de bedoeling daarvan is, zou ik dankbaar zijn voor een beetje bijscholing. Nu is ondertussen wel duidelijk dat ik meen dat mevrouw Wilmès zo goed als niets weet en nog minder kan. Ze is licentiaat in toegepaste communicatie. We weten uiteraard allemaal wat dat betekent: ze heeft geleerd hoe ze ons professioneel onzin kan wijsmaken, waarschijnlijk een nuttige vaardigheid voor een Belgische premier. Maar in mijn naïviteit meende ik toch dat het ook betekent dat ze duidelijk en eenduidig kan communiceren. Wel… zelfs dat niet.

Nu zal niemand die me kent me van vermetel vertrouwen in onze politici verdenken. Maar desondanks ben ook ik toch nog totaal verbluft. Hoe is het in godsnaam mogelijk zoveel geklungel in een zo korte tekst te pakken? Dit is des te verwonderlijker omdat mevrouw Wilmès door een enorm apparaat ondersteund wordt.

Sommen we even op – zonder aanspraak op volledigheid – welke teams, groepen en commissies hier allemaal ondersteunend aan het werk zijn.

  • Nationale Veiligheidsraad.
  • Wetenschappelijk comité coronavirus
  • Risk management group
  • CELEVAL
  • Sciensano
  • GEES
  • Economic Risk Management group
  • Vlaamse Taskforce COVID-19 Zorg
  • Een Vlaamse crisismanager
  • Cofeco crisiscentrum
  • Een Federale minister voor Volksgezondheid
  • Een extra ministerie voor de technische en logistieke problemen (De Backer)
  • De kern (tegenwoordig met partijvoorzitters)
  • Een rits regionale ministers

 

Dat is de typische Belgische koterij die weliswaar politici toelaat om overal 'hun' mannetjes (wetenschappers of lobbyisten) te kunnen plaatsen maar ieder coherent handelen verhindert.

 

Ik wil er zelfs niet beginnen over na te denken wat dat allemaal kost, dat is op dit ogenblik niet de hoofdzorg, maar goedkoop zal het vast niet zijn. En dan een zo beschamend resultaat, ondanks dat enorme apparaat? Wel misschien niet ‘ondanks’ maar juist ‘omwille van’. Hoezo?

 

Het probleem is dat onze politici bijna collectief door postmodernisme aangetast zijn. Corona tast de longen aan, en dat ervaren we – terecht – als alarmerend. Postmodernisme verwoest het verstand en dat blijft bij de medische beeldvorming onopgemerkt. Daarover windt zich dus niemand op. Maar verstand is dat wat we nodig hebben om met de realiteit om te gaan. Daarvoor hebben de postmodernisten een oplossing gevonden: ze hebben de realiteit afgeschaft en vervangen door een eigen zelfgebouwde wereld. Heel hun kennis betreft die eigen cocon en heel hun leven speelt zich daarin af. Ze communiceren en overleggen als wereldkampioenen, maar enkel binnen de eigen bubbel. Wat daarbuiten ligt nemen ze zelfs niet meer waar.

 

Ook onze regering kan uiteraard niet aan de tijdsgeest ontsnappen. Ze heeft dus een cocon gebouwd waarin ze leeft en werkt: die vele ondersteunende organen maken daar deel van uit. Ze hadden het daarbinnen zo druk met hun overleg dat er echt geen tijd meer was om ook even te praten met de mensen die uiteindelijk het werk moeten doen. Trouwens: zijn die belangrijk? Wie zijn dat? Wie vertegenwoordigt ze? Zijn ze ‘geconnecteerd’? Hebben ze invloed?

Obsessie met 'schuldigen'

Het allerbelangrijkste voor een politicus is te vermijden dat hij verantwoordelijk gemaakt kan worden. De te ontlopen ramp is dat van buiten de cocon breed gedragen verwijten op hem afkomen. De rampzalige gevolgen van die obsessie met ‘schuldigen’ werden in onze vorige nieuwsbrief duidelijk gemaakt. De aandacht en het handelen van de politicus zijn volledig daarop gefocust. Dat immens apparaat is één van de werktuigen waarvan hij zich daarbij bedient. Aan de achterliggende realiteit wordt, omwille van het geringe belang, nauwelijks aandacht besteed. Op die manier moest de ramp wel gebeuren.

 

Er zullen optimisten zijn die menen dat hoewel we tegenwoordig ons verstand minder gebruiken, we dat compenseren door meer noodzakelijke aandacht aan emoties te besteden. Maar emoties zijn zoals geld: als je er te veel van drukt, is het niets meer waard. De moderne emoties hebben dan ook met dat wat wij vroeger “gevoelens” noemden nog maar heel weinig te maken. Het zijn inflatoire marketinginstrumenten geworden, ook ten dienste van de politiek. Daardoor moest ook de emotionele kant van die richtlijn gedwongen een catastrofe worden.

 

Het is niet unfair mevrouw Wilmès zo hard aan te pakken: haar naam staat onder die verklaring, en bovendien is ze premier. Het beetje gedefinieerde verantwoordelijkheid dat er vandaag nog is, mogen we niet met allerlei vergoelijkingen ook nog laten verwateren.

 

Uiteraard hebben ook haar ministers zich het een en ander veroorloofd. Mevrouw De Block, bevoegde federale minister, die dus samen met de premier de hoofdverantwoordelijkheid draagt wist na de “communicatieramp” te vermelden: "Ik ging er van uit dat de Vlaamse overheid dit vooraf overlegd had met sector". Zozo, mevrouw ging ervan uit…

 

Ik durf wedden dat ook mevrouw De Block – zoals ik – telkens als ze een wc betreedt eerst al eens kijkt of er papier is. Ze gaat daar niet gewoon van uit, hoewel het vanzelfsprekend is. Ze verifieert het en dat is verstandig want het is belangrijk. In dit geval echter ging ze er wel gewoon van uit. Dat kan enkel als ze het niet zo heel belangrijk vond…

 

En dan hebben we de heer Geens. Boze tongen fluisteren dat het dwaze voorstel van hem kwam. Als er nu een politicus is aan wiens goede bedoeling ik niet twijfel dan is het Koen Geens. Ik heb voor hem dus een ‘goede’ raad, afkomstig van Kurt Tucholsky: het tegendeel van “goed” is… “goed bedoeld”. Hij mag dat rustig ook ter harte nemen als hij over zijn gevangeniswezen nadenkt.

 

Een onverwacht neveneffect was er ook nog. Ik had nog niet vaak de gelegenheid om over Wouter Beke iets positiefs te zeggen. Maar deze keer heeft hij, door duidelijk te stellen dat hij die maatregel – voorlopig nog – niet ging uitvoeren, wel het juiste gedaan. Alhoewel… hij heeft zelfs nu lang genoeg gewacht om duidelijk te zien vanwaar de wind kwam…

Neen, waarde lezer, dit was geen “communicatieramp” zoals De Tijd het uitdrukte. Wat we hier zien is het vernietigend kwaliteitscertificaat van onze politieke klasse. Ze is niet beter dan dat en ze kan ook niet beter worden. Het zal niet altijd even eclatant duidelijk worden als tijdens deze epidemie, maar beter zal het nooit zijn. Verkiezingen veranderen daaraan ook niets. De kwaliteit is – systeemimmanent – wat ze is.

Onze ‘bovenlaag’ verschilt niet zo heel veel van de ‘elite’ die de onsterfelijke Honoré Daumier tijdens de19de eeuw in ontelbare tekeningen en beeldjes capteerde (links): machtsbewust, arrogant, sluw en niet al te snugger.

Ik wil graag geloven dat we dat soort leiderschap niet willen en ook nooit gewild hebben. De vraag is nu enkel hoe lang we nog bereid zijn het te verdragen.  

En overigens ben ik van mening dat het postmodernisme vernietigd moet worden.