Gebeten OTW PierreBeste lezers, In de luwte van het aflopend jaar’ is een jaarlijkse traditie, 2016 kende markante gebeurtenissen die wijzen op een dieperliggende dynamiek: een politiek-maatschappelijke kanteling. Dat zorgt voor veel vragen. Verwacht dus geen klassiek jaaroverzicht,

Het daagt in het Westen

 
De vragen
Zijn we aanbeland in revolutionaire tijden, of is het maar een opstoot die zo weer zal over waaien? Zijn we in oorlog of is het de onvermijdelijke natuurlijke evolutie waar we ons beter naar kunnen schikken?
 
In de zoektocht naar antwoorden wil ik proberen twee onderwerpen uit te leggen die mij reeds vele jaren bezig houden en dit jaar wel heel prominent aanwezig zijn:

  1. Wat is de oorzaak van de mislukking van de multiculturele samenleving? Zou het kunnen dat we wel één grote wereld delen maar niet hetzelfde tijdsgewricht?
  2. De scheidslijn tussen oorlog en vrede, tussen soldaat en burger, vervaagde. De huidige gewapende conflicten zijn er zonder grenzen: we beseffen onvoldoende dat er een wereldburgeroorlog aan de gang is.

De directe aanleiding voor mijn bijzondere belangstelling waren de gebeurtenissen bij de eeuwwisseling. Toen in Wenen de bevolking zich afkeerde van een politiek van laissez-faire ten aanzien van de grote toevloed immigranten en koos voor de rechtse anti-migranten partij van Jörg Haider. Een tweede aanleiding was ‘nine-eleven’ 2001 waarbij terroristen bewezen dat de oorlog geen grenzen meer kende.
 
Dat we in deze bijdrage slechts een aanzet tot een verklaring kunnen geven is evident. We hopen dat het u, beste lezer, aan het denken zet en dat we in de toekomst de vele losse eindjes aan mekaar kunnen knopen tot een begrijpend verhaal, waarin argumenten de zoektocht naar waarheid vooruit helpen.

 

Eén wereld, verschillende tijden

 
De wereld is klein geworden, dat is de mening van mensen die zichzelf wereldburgers noemen en continenten bezoeken even normaal vinden als vroeger een uitstap naar zee was. En zelfs voor vluchtelingen en migranten allerhande is niet de afstand het grootste probleem, wel het verschil tussen hun leefwereld en deze waar ze in terecht komen. Mijn stelling is dat de dieperliggende oorzaak van de moeilijke en zelfs onmogelijke integratie van vluchtelingen en migranten geen kwestie is van afstand maar van tijd.
 
Op een ander manier gezegd: Die mensen zijn noch gelijken, noch minderen of meerderen, ze zijn gewoon anders. We mogen dan wel op dezelfde aarde wonen, ze hebben in de loop van hun leven een heel andere maatschappelijke ontwikkeling doorgemaakt. Dat resulteert in een ander wereld- en mensbeeld, in fundamenteel verschillende waarden en gedragspatronen en – veel minder belangrijk – soms ook in een verschillende optische verschijning. We mogen daarbij niet vergeten dat die ‘ongelijkheid’, de drijvende kracht is achter deze evolutie.
 
In de overtuiging dat iedereen het recht heeft om ‘gelijk’ te zijn, MOETEN wij, de welstellende landen, solidair zijn met de vluchtelingen en economische migranten. En ja, voor de vluchtelingen zijn daar dwingende humanitaire argumenten voor, en economische immigranten kunnen op langere termijn ook economisch bijdragen tot de welvaart. Maar niet omdat ze gelijken zijn, en al helemaal niet omdat we geloven dat de wereld en de mens maakbaar zijn. Immigranten die MOETEN onze gelijken worden: dat is hoogmoed, een hoofdzonde, waarbij we twee kapitale fouten maken :

De eerste fout is dat we denken dat immigranten met een totaal andere maatschappelijke achtergrond in staat zijn om in de tijdspanne van één leven de culturele sprong naar ‘onze’, een andere, wereld te kunnen maken. Ze kunnen dat niet, zelfs niet na meerdere generaties zoals de situatie in eigen land ons leert. Dat is géén verwijt. Het is een realiteit die de aanhangers van deze visie weigeren te zien: namelijk dat iedereen niet zo maar wil en kan overstappen naar een andere leefwereld.
 
Niet de afstand maar het tijdsgebrek is het probleem. Ook wij hadden generaties nodig om te evolueren. Bedenk daarbij dat voor elke gemeenschap geldt dat iedere belangrijke verandering er gekomen is dank zij de eigen inspanningen (of het gebrek eraan) en daarom gewaardeerd (of verguisd). Dat is iets waar de hedendaagse immigrant part noch deel aan kon hebben.
 
Tijdens onze gemeenschappelijke reis door de tijd maakten we fouten – net als nu andere culturen/gemeenschappen vandaag fouten maken omdat zij pas nu (of opnieuw) beleven wat wij voordien beleefden. Of zijn we vergeten hoeveel bloed er vloeide tijdens de burgeroorlogen in China, de Verenigde Staten en Europa? Dat alles negeren getuigt van een ernstig realiteitsverlies: het is te hoog gegrepen om van  inwijkelingen te verwachten dat zij wel zouden kunnen in enkele decennia waar wij zelf eeuwen voor nodig hadden. Het zal echter veel minder tijd kosten en er zullen veel minder migranten voor nodig zijn om al die opgebouwde waarden te verliezen.
 
De tweede kapitale fout is dat we blind blijven voor het verwoestend effect van emigratie op de achterblijvende bevolking in de landen van herkomst. Men negeert het kwaad dat emigratie daar veroorzaakt. Het vertrek van ‘durvers’ vertraagt immers de evolutie van de lokale culturen en gemeenschappen.
 
Erger, door in hun thuisland onze leefwereld op te dringen, werkten we mee aan hun ontworteling waardoor ze tussen twee stoelen vielen: de eigen cultuur die niet meer voldeed en tegelijk de onmogelijkheid om deel uit te maken van een andere cultuur.
 
Migraties zijn van alle tijden. Afrika, ooit ook de bakermat van de mensheid, met een Egyptische cultuur die hoge toppen scheerde, kon mede door deze emigratie nooit tot volle culturele en maatschappelijke ontplooiing komen. En toen, veel later, de Afrikaanse elite in onze landen kwam studeren keerde ze niet terug of werd niet meer aanvaard … omdat ze zich als ‘évolués’ niet meer thuis voelden in hun landen’. Ze waren hun ‘roots’ kwijt en tegelijk onmachtig om hun eigen volk te leiden naar een voorspoediger leven. Wat over blijft van alle goedbedoelde inspanningen is een maatschappij die nog altijd tevergeefs wacht op een dageraad. Afrika heeft immigranten nodig, in plaats van emigranten. Géén évolués die zich ophouden in Afrikaanse wijken van Europese hoofdsteden en er bij tijd en wijle hard roepen dat het in hun land niet goed gaat.
 
Welk verlies was het voor Vlaanderen om zijn elite te zien vertrekken naar Nederland? Waar ze samen met het Nederlands vernuft en de protestantse deugdzaamheid en zuinigheid, mee bouwde aan een vooruitstrevend Nederland.
 
Ter illustratie: Hoe zou de Verenigde Staten er uit zien zonder de grote toevloed van Europese migranten? Ze brachten hun avonturiersmentaliteit en hun werkkracht mee. De Amerikaanse droom is hún droom. Het was de grootste ‘investering’ die Amerika ooit gekend heeft. Dat beseffen de Amerikaanse beleidsverantwoordelijkheden en door de tijd heen bleef de VS een aantrekkelijk land voor buitenlandse durvers en hooggeschoolden. Het dankt er zijn hegemonie aan. Maar niets is eeuwig, en om het zichtbare afkalven van de VS-macht te stoppen zal méér nodig zijn dan het salondiscours van het establishment.
 
Tegelijk is het een treffend voorbeeld van hoe desastreus immigratie kan zijn voor de autochtone bevolking. Die werd gedecimeerd en de weinige overlevenden werden opgesloten in ‘reservaten’. Het woord alleen al! Later zorgde de slavenhandel voor goedkope werkkrachten maar tegelijk ook voor een leegloop van gezonde mannen in Afrika.
 
Een goddelijke opdracht?
De cruciale vraag is waarom wij denken dat we er goed aan deden om deze ‘anders geëvolueerde’ gemeenschappen en culturen te ‘beschaven’, te democratiseren? Is er dan niemand die zich afvraagt waarom de triljoenen dollar die er al geïnvesteerd werden geen zichtbaar betere maatschappij opleverden, integendeel ontwrichte maatschappijen?
 
Een antwoord op deze vragen bedenken is niet eenvoudig. Maar wat indien we het nu eens niet tot onze opdracht zouden rekenen om hen te dwingen de weg te gaan die wij gingen? Onze weg naar meer welvaart is gebaseerd op heel veel elementen die samen onze eigenheid vormen en het resultaat zijn van eigen verdiensten én fouten, inclusief alle bloedige misstappen. Heeft niet elke gemeenschap recht op haar eigen weg, inclusief (oorlogs-)slachtoffers?
 

Wereldburgeroorlog

 
Wat we momenteel beleven is geen klassieke oorlog meer tussen staten en evenmin een burgeroorlog die beperkt is tot een staat of een regio. Wij worden al een tijdje geconfronteerd met een burgeroorlog die zich afspeelt op wereldschaal waarbij staatsgrenzen vervagen en al of niet geweldloos geïnfiltreerd worden door terroristen, een ander woord voor de oudere versie, guerrillastrijders: dat noemen we een wereldburgeroorlog. Het sluit geen klassieke oorlog uit tussen staten met de inzet van legers, maar het maakt wel dat deze wereld, met gemeenschappen die in verschillende tijdsgewrichten leven, nog moeilijker te begrijpen valt. Laat staan dat we een oplossing hebben om daar op een beschaafde maar vooral efficiënte manier mee om te gaan.
 
Uit angst om hun comfortzone te verlaten en te erkennen dat er méér aan de hand is dan een ‘uit de hand gelopen regionaal conflict’, bestaat de neiging bij Europese politici (en gezagsgetrouwe media) om vooral niet te spreken over een wereldburgeroorlog. Immers, dergelijke erkenning zou ook uitzonderlijke maatregelen vergen en dat is iets wat politieke culturen die elke voeling met de oorlogsdynamiek verloren hebben, niet aankunnen. Gevechtsvliegtuigen naar Libië of Syrië sturen, dat wel, zo lang de Paasfoor in Kortrijk en de Sinksenfoor in Antwerpen maar blijft draaien!
 
Juridisch is het behelpen. Het Internationaal oorlogsrecht dat voorziet in de voorwaarden voor het voeren van een gewapend conflict (jus ad bellum) en het recht dat bepaalt welke de minimale voorwaarden zijn bij het optreden in de oorlog (jus in bello) worden in een wereldburgeroorlog permanent overtreden door alle partijen: door de gevestigde macht die een speciale wetgeving in het leven roept (de noodtoestand of andere ‘Patriot Act’s’) - zoals de VS deden met gevangenissen en praktijken die geen enkel internationaal rechtscollege kan goedkeuren - én de guerrillastrijders/terroristen die het onderscheid tussen strijders en (onschuldige) burgers aan hun laars lappen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat machtige staten zoals de VS weigeren hun onderdanen te laten berechten door een internationale rechtbank. Te lezen documentatie: Schurkenstaat (Nederlandse vertaling van Rogue State: A Guide tot the World’s only Superpower, Willima Blum, editie 2002)
 
De Verenigde Naties zijn in dergelijke conflicten aan handen en voeten gebonden door de erkenning van de nationale autonomie, waardoor inmenging tijdens een burgeroorlog in de praktijk onmogelijk is tot het te laat is om de ‘oorlogslogica’ nog om te keren en een vredesoperatie kans op slagen te geven. Voorbeelden zijn legio…. En net zoals in het verleden worden enkel de ‘verliezers’ voor de rechtbank gedaagd wegens ‘oorlogsmisdaden’.
 
Hoewel heel wat ad hoc wetgeving ontstond telkens zich situaties voordeden die niet meer ‘gedekt’ waren door de Conventie van Geneve, is het minste wat we kunnen zeggen, dat het een kluwen werd. Zonder dat we één stap dichter gekomen zijn bij de bepaling van gerechtvaardigde en ongerechtvaardigde (burger)oorlogen, bij het respecteren van de regels die voor een klassieke oorlog werden vastgelegd; om er enkele te noemen: herkenbare strijders, het niet gebruiken van humanitaire installaties zoals hospitalen en het vrijwaren van het cultureel erfgoed van een gemeenschap.
 
Een ander aspect dat aandacht verdient zijn de beweeggronden voor deze wereldburgeroorlog. Tot nog toe ging een burgeroorlog altijd tussen een gevestigde (militaire) macht en opstandige burgers. De contouren van het conflictgebied waren geografisch goed omschreven en beperkt tot de grenzen van een georganiseerde staat. Bij uitbreiding – spill-over - werd het een regionale burgeroorlog waarbij meerdere (buur)landen betrokken waren; zoals het Israëlisch-Palestijns conflict.
 
Laat mij één nergens benoemde beweeggrond ter overweging voorleggen:
Twee elementen: (1) Guerrilla was hét antwoord van organisaties en gemeenschappen die niet op konden tegen het militair-technische overwicht van de gevestigde macht (o.a. Zuid Amerika, Vietnam, …). (2) De inmenging van (machtige) buitenstaanders was medeoorzaak van de spill-over. Het antwoord tegenover deze overmacht zijn de terroristen, die overal ter wereld hun buitenlandse vijanden treffen. Daar waar ze het meest gevoelig voor zijn: in eigen land.
 
Deze evolutie van actie en reactie mag ons niet verbazen. Het roept grote vragen op over de omgang met (militaire) macht. Wordt het niet hoog tijd dat politici de moeite doen om zich heel even maar in te leven in de situatie van 'onmachtigen' en er rekening mee houden bij de uitbouw van hun militaire macht en vooral bij de inzet ervan?
 
Een Amerikaanse generaal en luchtmachtpiloot zei over het in ontwikkeling zijnde gevechtsvliegtuig (JSF/F-35), dat het fantastisch is om onoverwinnelijk te zijn: het is zoals vechten tegen iemand met de handen op de rug gebonden. Lees dat eens als arme sloeber die met dergelijke militaire macht wordt geconfronteerd en zeg mij dan eens of terrorisme zo veel minder ethisch is? Hun aanstokers noemen we haatpredikers, maar hoe noemen we onze 'oorlogsstokers'?
 
De globalisering van de economie heeft de zichtbaarheid van de materiële ongelijkheid groter gemaakt. Ongenoegen jegens de eigen politieke leiders ontaardt al snel in rebellie. Maar zelfs in dergelijke situaties is dé belangrijkste oorzaak van gewapend geweld de inmenging van buiten uit.
 
Neem de situatie in Syrië: de aanvankelijk vreedzame protesten van de eigen bevolking tegen een dictator werden heel snel gerecupereerd door een inmenging van vreemde strijders en wapenleveranciers (betaald door vreemde regeringen) die het conflict deden exploderen. De daaropvolgende militaire inmenging van de grootmachten die hun economische belangen willen veilig stellen maar slechts een deel van de opstandelingen (IS) willen stoppen, kon niet slagen zonder de inzet van regionale grondtroepen, waaronder de Koerden. Wat daarvan de gevolgen zullen zijn op langere termijn is niet te voorspellen, maar heel zeker niet op te lossen in het eerstkomende decennium.
 
Het ‘containment-concept’. Laten we even teruggaan naar het beproefde recept van de ‘containment-politiek’: het inkapselen van een conflict en het verhinderen dat het conflict zich verder verspreidt (spill-over effect).
 
Had men Syrië kunnen isoleren en elke buitenlandse inmenging voorkomen of ten minste zo moeilijk mogelijk maken, waren er vandaag tien- zo niet honderdduizenden slachtoffers minder en was het land geen puinhoop. Maar neen, we wisten het beter, we kozen alleen een vijand, géén partij om te ondersteunen. Dat alles om egoïstische (economische) redenen, of nog erger, wegens egotripperij, om uit pure nostalgie onszelf nog eens op de ‘wereldkaart’ te zetten. Zal er iemand ooit de moed hebben om al deze interventies eens objectief te evalueren?
 
Dit politiek-militair containment concept heeft decennialang gewerkt en zou nu ook nog kunnen werken. Alleen moeten we dan onze levenswijze ‘de-globaliseren’ en dat is voor ‘wereldburgers’ geen vanzelfsprekende oefening. Het is veel eenvoudiger om het probleem te minimaliseren. Het zal onze tijd nog wel meevallen.
 
Deze wereldburgeroorlog laat zich voelen in alle domeinen en is alom aanwezig. Het gaat niet alleen om wereldwijd gebruik van al bij al minimaal geweld met maximale maatschappelijke en economische effecten – die veel minder erg zouden zijn mochten de media hier rationeel mee omgaan in plaats van emoties te bespelen door een sensatiebeluste berichtgeving. Wat men (volgens mij bewust) negeert is de geweldloze aantasting van maatschappelijke normen en waarden door ongecontroleerde migratiestromen. Tegen deze omwenteling staat elke democratie die onvoldoende haar eigen cultuur voorop stelt, machteloos. Erger, de rechtsstaat die deze maatschappelijke en culturele eigenheid zou moeten beschermen, kan dat niet meer. De individuele vrijheden en de gelijkheid zijn uitgegroeid tot grondrechten waardoor de wetgeving zelfs geen goed beleid meer toelaat.  
 
Dát is een formidabele uitdaging waar geen enkele georganiseerde gemeenschap (natiestaat of groep van staten, zoals de EU)  momenteel een afdoend antwoord op heeft.
 
Samen met de Verlichting die het christelijke denk- en waardenkader overboord gooide, zorgde de welvaart creatie na WO II voor een open en tolerante samenleving. De eigenheid van een gemeenschap werd bijna een vies woord en de natiestaat een keurslijf die de moderne mens alleen maar beperkte en dus weg moest. Kortom, de weerbaarheid van de maatschappij werd opgeofferd aan het comfort van een wereldeconomie, de vrije toegang tot alle mogelijke goederen en de luxe om de wereld rond te reizen alleen maar met een papiertje op zak (paspoort). In deze nieuwe geglobaliseerde wereld kunnen mensen die het economisch slechter hebben hun gemeenschap de rug toekeren om elders mee te genieten van de solidariteit en daarin niet gehinderd worden, integendeel gesteund door een tolerante wetgeving die de gelijkheid als een recht beschouwt en solidariteit als een verplichting. We zijn immers allemaal burgers van dezelfde wereld.

Er is Hoop
Hoog tijd om alle aspecten van deze uitdagingen in kaart te brengen. En misschien zal 2016 een hoopgevend jaar blijken te zijn. Het jaar waarin de bevolking de elite duidelijk maakte dat ze van richting moet veranderen. Het zal niet ‘zonder slag of stoot gaan’, maar deze kanteling zal ook voor Vlaanderen ingrijpender en van groter belang zijn dan velen durven vermoeden.
 
Het is uitkijken naar een hoogstaander en minder hoogmoedige elite die het ongenoegen van de bevolking begrijpt, en tot het hunne maakt, vooraleer charlatans het nog erger maken.
 

In de luwte van het aflopend jaar hebben we nood aan een rustpauze. Afstand nemen, tijd om te delen met mensen die ons lief zijn, vriendschap die geeft en vergeeft. En dan, met een open geest klaar staan voor een nieuw en ongetwijfeld even uitdagend jaar.

 
Uw Dwarsligger

Gebeten OTW Pierre

Bewaren

Bewaren