Print
Hits: 20331
duchateletOver burn-out - Regelmatig hebben we ‘onder dwarsliggers’ uitgebreide discussies over een of ander artikel of nieuwsfeit. Ditmaal over burn-out waarvan de succesvolle ondernemer Roland Duchâtelet beweert dat het door een meerderheid wordt gefaket.
In de jaren zeventig begonnen Amerikaanse psychiaters zich voor dit fenomeen te interesseren. Ze meenden een psychisch ‘ziektebeeld’ te ontdekken en noemden dat ‘burn-out’, alsof het hier enkel om opgebruikte energie zou gaan! Omwille van de fatale onscherpte was daarover van in het begin heftige discussie. Bijvoorbeeld in de DSM, “diagnostic and statistical manual of mental disorders”, de ‘Bijbel’ van de psychiaters die ziektebeelden oplijst en criteria voor de diagnose definieert, is ‘burn-out’ ook bij de huidige uitgave, DSM-5, niet opgenomen. In de ICD-10 echter wel. De ICD (international classification of deseases) is een publicatie van de WHO (wereld gezondheidsorganisatie), een instituut waar de ‘activisten’ behoorlijk wat invloed hebben. Er ontwikkelden zich ook verschillende klassen ‘burn-out’. Vandaag wordt het begrip vooral in de bedrijfswereld gebruikt voor medewerkers die hun engagement en motivatie verliezen.

Een dwarsligger somde als reactie op Duchâtelet zijn standpunt zijn voornaamste argumenten op:


Na lezing van deze argumenten was het de beurt aan een ander dwarsligger:
Nu ik dat artikel met wat meer aandacht heb gelezen voel ik me tot een beter oordeel in staat. Algemeen genomen wil ik twee dingen beklemtonen:

  1. De "deconstructie" waarover je spreekt is volgens mij al bezig sinds het ten einde lopen van de Middeleeuwen. Ik heb dat proces ontleed in mijn Worsteling met de Moderniteit, een boekje dat genomineerd is geweest voor de Socrates-wisselbeker.

    De hele ontwikkeling van de westerse beschaving (en vooral: West-Europese, want er bestaat geen pan-Europese beschaving) loopt uit op verkruimeling, vervreemding, individualisering, ontwaarding. We kijken ons blind op het ideaal van de vrije, zelfstandige, zelfredzame mens, doch dat is een utopie, iets waar we naar kunnen verlangen maar nooit kunnen realiseren. De mens heeft een degelijke omkadering nodig. Bovendien: de mens blijft wat hij is: zelfzuchtig, tuk op rijkdom en macht en gericht op zijn eigen voordeel. Wij zijn dieren, zegt Frans de Waal.

    De Tweede Wereldoorlog heeft, meer nog dan de eerste, een enorme mentale ravage aangericht, die de vervreemding en de existentiële leegheid nog verscherpt hebben. Niet voor niets is midden van de vorig eeuw de tijd van de existentiële filosofie en de tijd van Freud.

    Tegelijk hebben we ons week en wak laten maken. We kropen onder een Amerikaans militair paraplu, maar zagen niet dat we tegelijk "ingelijfd" werden. In de gapende existentiële leegte waartegen we niet geleerd hadden ons te verweren, sprong het manager-dom ten eigen bate massaal in. Ter linkerzijde hoort men vaak klagen en zagen over de 'rijken'. Dat soort is natuurlijk niet te definiëren, maar ik vermoed heel sterk dat, als die linkse mensen die rijken goed zouden definiëren, ze vaak bij dat manager-dom terecht zouden komen. Voorbeelden zijn talloos: de hele eurocratie, de nationale en regionale bureaucratie, de vermenigvuldiging van het aantal directieleden in de zorgsector.... Met het manager-dom kwam de ondergang van de werkende mens: hij werd tot een pure kost, want men nam sommige kwalijke denkwijzen uit Amerika kritiekloos over. Ook de kerken hadden er geen oog voor. Tegelijk werden mensen gesust: almaar toenemende welvaart, veel meer speeltjes, TV, reizen enz. enz. Maar dat blijft niet werken, het geld raakt op en intussen blijft het kwalijke zich onderhuids opstapelen en vroeg of laat barst de bom. Tegenwoordig zijn alleen mensen die geld opbrengen nog van tel. In ziekenhuizen zijn dat de artsen, die bijgevolg een ongelooflijk machtige positie innemen. Je krijgt zo een soort conglomeraat van artsen en directies, die zich tegen de arme drommels op de vloer richten. Deze laatsten hebben verleerd zich te verweren en hun vakbonden zijn voornamelijk bezig met het najagen van hun eigen belangen, zoals Àrcopar...
     
  2. Het tweede, mee uit het eerste volgende, is dat de werkdruk hoe dan ook enorm is toegenomen. Niet alleen omdat "het nooit genoeg" is, maar vooral omdat de mensen voelen dat ze er niet toe doen. Voorbeelden zijn talrijk, omdat ik ze van mijn eigen dochters, verpleegsters, dagelijks hoor: voorstellen doen ter verbetering heeft geen zin, want de leidinggevenden gaan daar niet op in. Onervaren of niet: de jonge hemelbestormers weten alles beter en zouden ook geen inbraak in hun mentale territorium dulden. Enquêtes over de tevredenheid ten aanzien van het werk en de leiding zijn zinloos: niemand durft nog de waarheid te zeggen en als dat toch gebeurt, verandert er gewoon niets. De politiek - in deze sector viseert men vooral de Block - lijkt de andere richting uit te kijken als er om hulp wordt geschreeuwd en houdt zich met andere, 'grootse' dingen bezig à la Verhofstadt.

    Ik denk dus dat de burn-outrage vanuit de historische ontwikkeling van onze West-Europese beschaving a.h.w. te verwachten viel en dat ze eigenlijk neerkomt op een niet-gehoorde schreeuw van machteloze maar wel zich onwaardig voelende mensen om gehoord te worden. Burn-out is dus tegelijk ook een soort protest, een wrokkig afhaken, een vorm van wraak tegen een wereld die hen niet van tel wil laten zijn.

    Zelf zie ik dat als een basis van een kans om weer aan het werk te gaan en het maatschappelijk bouwwerk weer op te trekken. Wie wraak wil nemen, heeft immers nog altijd goede bedoelingen. Zo iemand is niet helemaal verpletterd. Doch dat is een hels karwei, en ik zie in de politiek weinig mensen die voor deze heropbouw gewonnen kunnen worden. Met de oude slogans komen we er zeker niet.

    Mensen als Duchâtelet zouden dus beter wat dieper nadenken.


Daarop volgde een wederwoord: Natuurlijk heb je gelijk. De verkruimeling van de monolithische menselijke ziel is al met de verlichting begonnen. Dat ligt in de natuur der verlichting. Monolithische structuren overleven nooit een grondig ‘hinterfragen’ (ondervraging, doorlichting) en grondig ondervragen is het handelsmerk van de verlichting. Maar dat gebeurde traag, in een evolutionair (≠ revolutionair) en vrij spontaan proces. De postmodernisten echter hebben deconstructie tot project en programma gemaakt. Daardoor kreeg het fenomeen een heel andere kwaliteit. De snelheid van een proces is op zich een kwalitatieve factor!

Dat we niet voor onze mening durven uitkomen is inderdaad een groot probleem. Ik heb dat eigenlijk overal waargenomen, maar nergens zo erg als in Vlaanderen. De ‘managers’ zijn inderdaad de ziekte van deze tijd. Het onoplosbaar probleem is dat een gestroomlijnde manager nooit een leider kan zijn. Een leider heeft hoeken en kanten, een manager een Teflon-huid. In de manager cultuur zijn stamhoofden verdacht. Ze worden enkel getolereerd bij fysische of financiële risicosituaties die zo groot zijn dat de manager zelf er absoluut afstand van wil houden. Dat is overal zo, ook in het leger, ook in de katholiek kerk.

Maar iedereen wil tegenwoordig manager worden! Ik begrijp dat niet; zo’n anemisch bestaan zou iedereen bodemloos vervelen. Ik wil, samen met mijn volk, epische avonturen beleven en overleven, onmogelijk dingen toch doen. Maar zoals Fly aan het biggetje ‘Babe’ de wereld verklaarde: “That’s the way things are dear”. Het gevolg is natuurlijk wel dat de door de evolutie gevormde bindingen (autoriteit, loyaliteit etc.) in de groep (stam) niet enkel vernield zijn, maar er ook systemisch aan gehinderd worden terug te ontstaan. Die situatie ligt evident aan de basis van ontworteling, vervreemding en dus – onder anderen– aan een burn-out.

Onze totale hulpeloosheid in de omgang met die dingen wordt veroorzaakt door het feit dat wij structuren en relaties waar de evolutie honderdduizenden jaren aan gevormd en gebouwd heeft op heel korte tijd gedachteloos weggooiden. Bij voorbeeld omdat we van etniciteit niets meer willen weten.

Tenslotte vond een dwarsligger, bij het lezen van zoveel argumenten en kritische beschouwingen dat aan de moderne burn-outrage géén medische maar maatschappelijke oorzaken ten gronde liggen. Reden waarom burn-out ook niet opgenomen is in de DSM, “diagnostic and statistical manual of mental disorders”, de ‘Bijbel’ van de psychiaters, alhoewel burn-out ook fysische ongemakken (onder meer fysieke vermoeidheid) veroorzaakt. Maar zij die er wel mee te maken hebben zijn wel degelijk te ziek om normaal te functioneren.

Toch nog één bedenking: Vroeger liep men niet te koop met succes, nu betaalt men succesvolle werknemers een ersatz loon (o.a. blitse firmawagens) waarmee de werknemer kan pronken en zodoende wordt de ratrace nog meer gestimuleerd. Ik denk dus ook dat Duchatelet beter niet enkel zijn financiële aandelen in de gaten houdt maar ook aandacht schenkt aan zijn aandeel in dit maatschappelijke probleem.

                 Waarom wordt burn-out gemedicaliseerd?

Daar zijn drie hoofdredenen voor:


Dat lijken mij de drie voornaamste redenen waarom men voor dit maatschappelijk probleem een nieuwe naam vond. Burn-out moest wel een ziekte zijn, dan hoefde men geen schuldigen te vinden, kon men rustig wegkijken en het probleem doorschuiven naar anderen, de medici. En door de sponsoring van de medische behandeling kon men zich zelfs profileren als weldoener! Kan een warme overheid die oprecht bekommerd is om het welzijn van haar onderdanen (samen met duurzame ondernemers) niet méér doen dan het probleem doorschuiven?

Uw Dwarsliggers

Bewaren

Bewaren