Print
Hits: 1541

VN vlagDeel 1: Enkele “Gevallen”

Gastauteur Dr. ir. Eric Blondeel: Er zijn in de loop van de jaren in de schoot van de VN een aantal organisaties ontstaan die zich met problemen bezighouden waarvoor een ernstige wetenschappelijke achtergrond noodzakelijk is. Ze hebben geprobeerd dat te doen zonder hun intrinsiek politiek karakter af te leggen. Dat kon niet goed gaan en het is dan ook niet goed gegaan.

Een opinieartikel in de Wall Street Journal trekt parallellen tussen zure regen en klimaat-activisme. Beide verhalen lijken perfect hetzelfde draaiboek te volgen. De parallellen starten echter vroeger, namelijk met het insecticide DDT en tussenin is er nog het verhaal van het “ozongat”.

De wetenschappelijke VN-organisaties hebben zich met een aantal wereldwijde problemen bezig gehouden zoals: DDT-verbod, zure regen, ozongat, Roundup, CO2 en klimaatopwarming. Telkens met de bedoeling tot regelgeving te komen rond die problemen.

Bij nader toezien blijkt op lange termijn geen enkele van die interventies succesvol te zijn.

  1. DDT werd verboden op het ogenblik dat malaria op de rand van uitroeiing stond. Later bleek dit verbod op niets meer dan valse aantijgingen te steunen. De WHO raadt vandaag het gebruik van DDT aan in door malaria geteisterde gebieden.
  2. Roundup lijkt een gelijkaardig verloop beschoren. Enkel het IARC (UN-organisatie) claimt dat het ‘potentieel’ (dus niet bewezen) kankerverwekkend is. Volgens enkele onderzoeksjournalisten is die beoordeling op basis van manipulaties tot stand gekomen.
  3. Zure regen blijkt, na al de ophef, wat het CO2-aandeel betreft een natuurlijk verschijnsel te zijn dat ontstaat door de condensatie van waterdamp (regen) in een atmosfeer die CO2 bevat (lucht).
  4. De bestrijding van het ozongat is lange tijd als een succesverhaal verkocht. Maar nu blijkt dat het bewuste gat, ondanks het volledig uitbannen van FCKW’s, even groot gebleven is. Bovendien wordt zelfs buiten de primair geobserveerde zone nu een daling van de ozonconcentratie vastgesteld. Niemand kan dat verklaren: het gebruikte model faalt volledig.
  5. Het vermoeden dat antropogeen CO2 de klimaatopwarming en vooral het op hol slaan ervan veroorzaakt wordt experimenteel en wetenschappelijk tegengesproken. De klimaatgevoeligheid voor CO2 ligt dicht bij nul. Het klimaatmodel dat toegepast wordt, levert een resultaat dat overeenkomt met de reëel gemeten temperaturen indien we een constante– en niet stijgende – CO2-concentratie invoeren. Ook het klimaatmodel faalt. Dat is niet verrassend: modellen zijn handige hulpmiddelen voor het bestuderen van een fenomeen, maar niet geschikt als basis voor voorspellingen.

Een aantal ‘gevallen’ nader bekeken

De rode draad door dit verhaal is het samenspel van “scientific misconduct” (wetenschapsfraude) en bureaucratie. De kernvraag is hoeveel dergelijke alarmerende scenario’s de wereld aankan tot er een echt probleem ontstaat.

DDT: insecticide

De geschiedenis van DDT is bizar. Dit is het product dat, door het gebruik bij de bestrijding van malaria, op wereldschaal de meeste mensenlevens heeft gered. DDT was dan ook terecht het voorwerp van de Nobelprijs Geneeskunde in 1948. In 1972 besliste het EPA (VS Environmental Protection Agency) na 80 dagen hoorzitting dat DDT geen potentiële kankerverwekker is. Twee maanden later besliste de EPA administrator dat het wel potentieel kankerverwekkend is en zette daarbij de wetenschap gewoon buiten spel.

De opwinding over DDT is ontstaan door het boek “Silent Spring” (1962) van de biologe Rachel Carson. De beweringen van Carson waren gebaseerd op gefabriceerde en frauduleuze wetenschap. Al haar aantijgingen werden later één na één wetenschappelijk weerlegd. Ondertussen werd DDT toch in veel landen, inclusief België, verboden. In 2001 werd het product door de Stockholm conferentie van de UNEP (United Nations Environmental Programme) op de zwarte lijst gezet. Deze actie is enkel rationeel verstaanbaar als een poging om de anophelesmug voor uitroeiing te bewaren, daarbij immense verliezen aan menselijke (malaria)slachtoffers in koop nemend.

DDT heeft wel het nadeel zeer stabiel te zijn. De WHO (World Health Organisation) eveneens een UN-organisatie raadt desondanks het gebruik voor de bestrijding van malaria – terecht – nog steeds aan.

Roundup (op glyfosfaat gebaseerde onkruidverdelger)

De behandeling van Roundup doet sterk denken aan wat er met DDTgebeurde. Roundup wordt door het IARC (onderdeel van het WHO en dus deel uitmakend van de VN) ‘potentieel’ kankerverwekkend genoemd (net zoals rood vlees). Daarbij neemt die organisatie een totaal ander standpunt in dan de VN (JMPR), Europa(ECHA), Amerika (EPA), Canada (PMRA), Japan (FSC), Australië(APVMA), Korea (RDA).

Het IARC doet, net als het IPCC (zie verder), geen eigen onderzoek maar evalueert wetenschappelijke publicaties. Het neemt als enige een afwijkend standpunt in en kijkt naar 'gevaar'. Het onderzoekt of een stof kanker kan veroorzaken, ongeacht hoe onwaarschijnlijk een dergelijk scenario ook is. De andere organisaties kijken naar 'risico' en houden rekening met de waarschijnlijkheid dat iemand wordt blootgesteld aan een effectief kankerverwekkende dosis. De IARC-visie vergroot het speelveld voor advocaten en ngo’s.

Omdat ook de EU een breed standpunt inneemt en geen pesticiden toelaat die kanker kunnen veroorzaken, ongeacht bij welke blootstelling, past de IARC-visie perfect voor de EU en moet ze de stof wel verbieden. De EU heeft haar voeling met de realiteit – ook op dit gebied – verloren en emoties halen het op de feiten want een dergelijke filosofie kan leiden tot het verbieden van alle stoffen. (Hoe ver moet je gaan om te bewijzen dat ze niet kankerverwekkend zijn, en wat met valse verklaringen van “wetenschappers” zie ook DDT)

Dit is ook munitie voor juristen zoals blijkt uit de veroordeling van Monsanto op basis van het niet vermelden van “potentieel” gevaarlijk op de verpakking. Een mogelijk reëel gevaar kan zich enkel eventueel voordoen bij de professionele gebruikers (blootstelling 3 grootteorden hoger: duizendmaal meer) maar die staan onder toezicht en kunnen zich beschermen. Volgens EFSA behoort glyfosaat tot het 10 procent minst giftige pesticiden. De vrij eenvoudige molecule wordt in de bodem ook vrij snel afgebroken. Allemaal eigenschappen die we heel graag zien bij een pesticide.

Toen dit thema in het Europese parlement bediscussieerd werd, ging het echter niet om inhoud maar om emoties. De linkerzijde heeft het over de “Monsanto papers“ maar het IARC lijkt ook niet zo betrouwbaar. Reuters bericht over manipulatie en verbergen van gegevens, conclusies en over 160 000$ smeergeld van advocaten, gebrek aan transparantie en infiltratie door ngo’s.

Beide tot hiertoe besproken producten (DDT en Roundup) zijn goedkoop te fabriceren en superieur effectief vergeleken bij mogelijke vervangers die voor mens en milieu mogelijk schadelijker kunnen zijn. Het moet toch te denken geven dat de WHO vandaag DDT opnieuw, en zeer terecht, aanbeveelt voor malariabestrijding.

Zure Regen

CO2 is na WO II, zonder succes, gebruikt door de nucleaire lobby tegen de aardolielobby. Het verhaal van de “zure regen” is in de jaren 1970 aangegrepen in Zweden door de milieuactivisten die steenkool wensten te vervangen door kernenergie (30 jaar later wilden ze die weer weg). In 1971 schreef de weerkundige Bert Bolin het Zweedse rapport voor de UNO (17 jaar later werd hij de eerste president van het IPCC)

Het hoogtepunt van de commotie werd bereikt met de cover story van Der Spiegel in 1981 over “afstervende bossen”. Wetenschappers in Europa en de US beweerden over overweldigende bewijzen te beschikken die een aankomende ramp aantoonden. Dit werd door de politiek overgenomen en Jimmy Carter nam maatregelen. De EPA heeft lange tijd een duister en beschadigend spel gespeeld om haar vergissing niet te moeten toegeven. De basis van zure regen is namelijk, voor het CO2-aandeel, een natuurkundig verschijnsel: de vorming van koolzuur door absorptie van CO2 in water dat in de lucht condenseert (om zure regen te vormen). Alle wettelijke maatregelen die toen genomen werden om de zure regen te beperken zijn dure investeringen gebleken met weinig effect want het “afsterven” van de bossen had ook andere redenen.

Ozon

Het verhaal van het “ozongat” loopt ook weer in dezelfde richting. Door de satelliet-technologie werd het eenvoudiger de gassamenstelling van de atmosfeer te meten. Daarbij werd boven Antarctica een sterk verminderde ozonconcentratie vastgesteld, vooral na de winter. Wetenschappers zagen een reden voor media-alarm want de absorptie van UVB-straling zou sterk dalen met als gevolg niet enkel effecten op de huid zoals veroudering en kanker, maar ook cataract, verminderde plantengroei, enz.

Door studies werd de schuldige aangewezen, namelijk de halogenen (hoofdzakelijk chloor en fluor) en kon men de oplossing aanreiken door FCKW’s (Fluor Chloor Koolwaterstoffen) te bannen. Die werden wijdverbreid onder de groepsnaam ‘freon’ als medium in spuitbussen en koelinstallaties gebruikt. In 1979 werd dat verbod met het Montreal Protocol geregeld onder beheer van UNEP.

Intussen is 16 september in 1994 door de UNO als “World Ozone Day” uitgeroepen zodat het probleem media-aandacht blijft krijgen.

De wetenschappers hebben bij hun onderzoek een belangrijk signaal genegeerd. FCKW’s werden vooral in het noordelijk halfrond gebruikt, maar het “ozongat” bevond zich boven de Zuidpool en niet aan de Noordpool. Maar daardoor werd niemand verontrust: de ban trad in werking.

Het FCKW-verbod wordt als het meest succesvolle programma in zijn soort gevierd. Dat hoeft niet te verwonderen want een EPA-studie van 1986 voorspelde voor de VS 40 miljoen slachtoffers en 800 000 kankerdoden over 88 jaar. De industrie vreesde een lawine aan rechtszaken, en nam snel actie. Het Montreal akkoord was dan ook een formaliteit.

De snelle afbouw van het FCKW-verbruik – tot vandaag virtueel nul – is hier te vinden maar bleef tot heden zonder enig effect op het ozongat. Zie onderstaande grafiek. Wetenschappers beweren dat er wel een effect is: het is enkel een beetje trager dan verwacht. De herstelperiode, aanvankelijk gesteld op 25 jaar, is al bijgesteld tot 150 jaar. Is dit een signaal dat er misschien toch iets niet helemaal klopt?

EB ozongat

Het onderzoek heeft een theoretisch model aangevoerd dat het zich jaarlijks herhalend verschijnsel te maken heeft met zeer koude luchtlagen die de molecules “voorbereiden” tijdens de poolnacht, daarna wordt het ozon door het UV-deel van het zonlicht afgebroken. Dat het “gat“ zich boven Antarctica manifesteert heeft te maken met de “polar vortex”. Die zorgt in de winter voor extreme koude binnen de vortex. De belichtingstoename in de lente zorgt dan voor de afbraak. Door de luchtstromingen waaiert de concentratiedaling uit naar de omgeving.

De spelbreker die het model onderuithaalt is de studie van W. Ball et al uit 2018 met 22 auteurs uit 4 landen. Deze geeft aan dat de gebruikte modellen onbruikbaar zijn tussen de 60° breedtegraad noord en zuid, dit is ca 80% van het aardoppervlak. Er is vastgesteld dat ondanks alle maatregelen vanaf 1988 een aanhoudende ozondaling vastgesteld is in de lagere stratosfeer, die niet te verklaren is met het gehanteerde model, de 22 onderzoekers kennen geen oplossing. Meer dan 30 jaar onderzoek en het Montreal akkoord staan op de helling.

Het ozon verhaal van de UNEP wordt nu als onderdeel van de atmosfeerstudies ingebed in het IPCC (dat een onderdeel is van UNEP) verhaal dat zoals bekend focust op de opwarming van de aarde. Ook weer op basis van een model…

Klimaatverandering

Het Intergovernemental Panel on Climate Change (IPCC) is een organisatie van de Verenigde Naties, opgericht in 1988 binnen de schoot van het United Nations Environmental Programme (UNEP) en de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO). Deze groep deskundigen wil verslag uitbrengen over de stand van zaken betreffende de wetenschappelijke kennis over de evolutie van het wereldklimaat, de gevolgen ervan en de middelen om de klimaatverandering te beperken. 

In de jaren 1950 tot 1980 vreesden media en wetenschappers een nieuwe ijstijd. De “ 1° Earth Summit” van de VN, ook “Stockholm Verklaring” (1972) genoemd en voorgezeten door Maurice Strong, alsook de stichting van UNEP had meer met luchtvervuiling – zoals het “ozongat” – dan met klimaat  te maken. Pas in 1988 werd het IPCC opgericht binnen UNEP en de World Meteriological Organisation (WMO) met klemtoon op klimaatverandering.

De aanleiding was een toespraak van Hansen (NASA) ”global warming has begun” op een US Congres meeting over globale opwarming van de aarde gebaseerd op CO2, gradueel is de focus verengd naar “catastrofale” antropogene (door menselijke invloed) klimaatopwarming door broeikasgastoename met de nadruk op CO2.

De Amerikaanse regering publiceerde 9 jaar ervoor (1979) het” Charney Report“ dat de effecten van gassen en menselijke activiteit op het klimaat behandelt. In dit wetenschappelijk document van 13 000 woorden komt CO2 112 maal voor maar nooit de broeikasgastheorie. Dit is ook logisch want wetenschappers deden afstand van het in 1896 gepubliceerde Arrhenius- of broeikaseffect van koolzuurgas (niet CO2), dit op basis van studies gestart in 1909 door Woods en het standpunt van de Amerikaanse Meteorologische Vereniging in 1951, dat in een publicatie van Brooks schreef dat de theorie was never widely accepted and was abandoned when it was found that all the long-wave radiation absorbed by CO2 is also absorbed by water vapour. Merkwaardig is dan ook de oprichting van het IPCC minder dan 10 jaar later, die deze wetenschappelijke basis samen met Hansen opnieuw in vraag stelt.

Publicaties in de media en de resultaten van de door het IPCC gepubliceerde klimaatmodellen creëren het schrikbeeld van drama’s op aarde, metingen spreken dit nog steeds tegen maar worden genegeerd. De redding is het terugschroeven van de (3% antropogene) CO2 in de lucht…

Het IPCC doet zelf geen onderzoek, maar evalueert onderzoek dat als “peer review” is gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften. Lees ook deze informatie en vooral het hoofdstuk kritiek waar dieper op het betrouwbaarheidsprobleem ingegaan wordt. Bemerk dat Wiki geïnfiltreerd werd door de groene beweging.

Het resultaat van de vergelijking van de voorspellingen van klimaatmodellen met de werkelijkheid wordt het best weergegeven door onderstaande grafiek van Christy. Er lijkt iets grondig fout met de klimaatmodellen en bijgevolg ook met de publicaties van het IPCC.

EB Christy Temperatuur verschil

De werkelijkheid is dat wanneer het klimaatmodel de berekeningen uitvoert voor een constante CO2-concentratie de resultaten overeenkomen met de metingen. De alarmerende stijgingen waarover het IPCC bericht, zijn dus het gevolg van het zwaar overschatten van het effect van CO2. Met andere woorden CO2 heeft geen meetbare invloed op de opwarming van de aarde. Dit wordt uitvoeriger behandeld in deel 2.

De UNEP provoceert en treedt buiten haar rol door een nieuw geologisch tijdperk na het holoceen te definiëren en te gebruiken dat de menselijke invloed accentueert, namelijk het antropogeen.

Het patroon

In de bovenstaande gevallen van DDT, zure regen, ozongat en klimaatopwarming is inderdaad een gemeenschappelijk patroon te herkennen, namelijk het lanceren (door wetenschappers, ngo’s …) van een alarmerende gedachte, een mediahype ondersteund door niet-representatieve wetenschappelijke modellen om het verhaal geloofwaardig te maken, politieke interventie met massale financiële transfers, gevolgd door regelgeving en overdracht aan een bureaucratie (waarbij de democratie buitenspel wordt gezet). Uiteindelijk blijkt uit de resultaten dat de berg een muis gebaard heeft voor een extreme kost.

De verdere analyse is grotendeels gebaseerd op het IPCC omdat het actueel is en goed gekend.

Is het een religie of groepsdenken?

Religie: een aantal kenmerken worden hier genoemd

Groepsdenken is een psychosociaal fenomeen gekenmerkt door 3 eigenschappen

1- Een groep mensen deelt een bepaald inzicht of geloof zonder bewijs van evidentie (bv. buikgevoel) noch evaluatie. Bijvoorbeeld: CO2 is een broeikasgas, daardoor warmt de aarde op, dit leidt tot een klimaatverandering die op hol slaat (“run away climate change” of klimaatcatastrofe).

2- Dit dwingt hen dit geloof te delen als een “consensus” met beweringen zoals: “the science has settled” en “97% van de wetenschappers ondersteunen dit”

3 - Gezien dit geloof subjectief en kortzichtig is en gebaseerd op duistere gronden, wordt dit verdedigd door het rtonen van irrationele, agressieve vijandigheid naar ieder die dit in vraag stelt.

C Booker heeft groepsdenken voor klimaatopwarming beschreven op 100 blz. Tevens geeft dit werk een grondig inzicht in de klimaatproblematiek en de IPCC-werking.

Een treffend voorbeeld is het vraaggesprek in MO met de Belgische IPCC vertegenwoordiger Van Ypersele… niet ben ingegaan ….. om in debat te treden met een collega-chemicus van de UCL, Istvan Markó. Het is tijdverspilling om met zo iemand in debat te gaan voor een publiek dat daar niet op een wetenschappelijke manier mee bezig is. …..Als je een wetenschap hebt die zo stevig gefundeerd is, door honderden wetenschappers onderzocht, en wanneer het resultaat aanvaard is door alle regeringen van de wereld, neen, dan heb ik geen tijd meer om hierover nog in debat te gaan met een klimaatondeskundige die twijfel zaait”. Het debat met Marko zaliger ware, indien het plaats had kunnen vinden, wel echt leerrijk geweest.

In De Morgen van 4 november 2006 zegt Van Ypersele volgens Clerick. ‘Voor mij hebben die mensen een torenhoge verantwoordelijkheid,’ …. ‘We moeten er ernstig over nadenken om hen voor de rechtbank te brengen.’

Een ander voorbeeld is Roger Pielke Jr. (app1) Prof klimatologie, hij was een pleiter voor de IPCC-oprichting. Zijn fout was dat hij zich inzette voor een wetenschappelijke houding en wetenschappelijke terughoudendheid rond de relatie tussen klimaatverandering en het rampscenario.“My Unhappy Life as a Climate Heretic” blz. 53 start met  “My research was attacked by thought police in journalism, activist groups funded by billionaires and even the White House”

Daarmee is duidelijk dat zowel feiten als wetenschappelijke integriteit ondergeschikt zijn aan het “grote doel” de hoogdringende aanpak van klimaatverandering. Het IPCC heeft door een onevenwichtige wetenschappelijke aanpak munitie geleverd voor een uit de hand gelopen strijd die zich uitstrekt tot in de rechtbanken (lawyers are the soldiers, courts are their battle  grounds).

Dit is religie, zoals door Matt Ridley in ‘The Evolution of Everything’ ook duidelijk getoond wordt.

We hopen getoond te hebben dat geen van die organisaties een ernstig positieve bijdrage heeft geleverd  aan de oplossing van het probleem waarvoor ze in het leven geroepen werden. Ze hebben voor de maatschappij veel meer gekost dan enkel de uitgaven voor hun werking. Door het stimuleren van contraproductieve regelgeving is collaterale schade aangericht die hun werkingskosten met grootteordes overstijgt. In veel gevallen hebben ze zelfs het oorspronkelijk probleem nog groter gemaakt dan het om te beginnen al was.

Het lijkt ons duidelijk dat de bestaansreden van dergelijke organisaties in vraag gesteld dient te worden. Hebben we die nodig en kan men ons opleggen daarvoor te blijven betalen?

In deel 2 wordt dieper ingegaan op het IPPC

Eric Blondeel

Glossary

APVMA          Australian Pesticides and Veterinary Medicines Authority      

CO2                Koolstof dioxide, een gas

DDT                 Dichloordifenyltrichloorethaan zijnde een organisch chemisch insecticide

ECHA              European Chemicals Agency

EPA                 Environmental Protection Agency  (Verenigde Staten)

FAO                Food and Agriculture Organization van de  VN

FCKW             Fluor Chloor KoolWaterstof

FSC                 Food Safety Company (Japan)

IARC               International agency for research on cancer: onderdeel van het WHO

IPCC                Intergovernemental Panel on Climate Change, opgericht door UNEP en WMO

JMPR              Joint FAO/WHO Meeting on Pesticide Residues:  ressorteert tegelijk onder FAO en WHO, beide afhangend van de VN  

NASA              National Aeronautics and Space Administration  van de V

PMRA             Pest Management Regulatory Agency van Canada

RDA                Rural Development Administration van Korea

UNEP              United Nations EnvironmentalProgramme) afhangend van de Verenigde Naties

UV                  Ultra violet licht, licht met golflengte tussen 290 en 400 nm

UVB                Ultra violet licht, type B, met golflengte tussen 290 en 320 nm

WHO              World Health Organisation: Wereldgezondheid organisatie van de Verenigde Naties

WIKI             Wikipedia

WMO             Wereld Meteorologische Organisatie  onderdeel van VN

 

App. 1

Voor Pielke begon het met een fout in het IPCC-rapport van 2007. Daarin stond een voor hem onbekende grafiek refererend naar een ‘white paper’ van hem waarin die grafiek niet voorkwam. Die grafiek (manipulatie door de IPCC-administratie?) werd dan ook verwijderd uit het rapport van 2008. De verwijdering van de grafiek had als gevolg dat Pielke opgenomen werd in de klimaatontkenner lijst van het tijdschrift “Foreign Policy”, wat hij zonder succes betwistte. Hij bleef een klimaatontkenner en dat woog op zijn carrière. Door een artikel voor de onafhankelijke nieuwssite “Five Thirty Eight” over de relatie tussen klimaatverandering en natuurrampen waarin hij de huidige stand van de wetenschap samenvatte brak de strijd opnieuw los en werd hij, na politieke druk, ontslagen. Pielke bleef herhalen dat er momenteel geen correlatie aantoonbaar is tussen de verhoogde kosten van natuurrampen en de menselijke CO2-uitstoot, want de echte reden is de bevolkingsaangroei waardoor steeds meer mensen in kwetsbare gebieden gaan wonen. Dit laatste is ook het standpunt van het IPCC. Het rampscenario is de core business van de klimaatactivisten die het een misdaad vinden om ook maar twijfel te suggereren. Zelfs de Californische groene denktank (The Break through Institute) waaraan Pielke meewerkte, was niet meer in staat hem te verdedigen. Door de voortdurende aanvallen op zijn persoon heeft hij op 1 maart 2015 verklaard te stoppen met klimaatonderzoek en is overgeschakeld naar sportwetenschappen.