Print
Hits: 417

gebeten om te weten DRIE2018 is het tiende jaar dat ik deze afsluiter ‘In de luwte van het aflopend jaar’ schrijf. En net zoals voor alle vorige jaren, was ook 2018 een heel interessant jaar … voor wie voorbij de waan van de dag en dwars door het oppervlakkige keek. Dit jaar ging mijn aandacht vooral naar het grotere verband dat de verschillende belangrijke maatschappelijke problemen gemeen hebben.

Ik geloof niet in complottheorieën, maar zie wel een wisselend samengaan van dominante belangengroepen. De uitdrukking ‘coalitions of the willing’ is niet beperkt tot de militaire sfeer.

Mag ik herinneren aan de filosofie van Dwarsliggers die noodzakelijk zijn om het rechte spoor te houden:

De Russische voornaam Pjotr, kwam er pas in 2006, als protest tegen de moord op Anna Politkovskaja en de personvrijheid in Rusland en in veel andere landen. (…) Onze bijdragen zullen voortaan geen auteursnaam vermelden. De meeste, zo niet alle bijdragen, zijn immers het resultaat van een collectieve zoektocht. (…) Pjotr werd begin 2016 een trio van Dwarsliggers die samen dezelfde filosofie delen. (…) We delen een passie: gebeten om te weten, vanuit het besef dat we weinig weten en zelfs niet durven hopen het ooit allemaal te weten, laat staan het te kunnen begrijpen. (…). Wij, zullen ons inspannen om ook complexe problemen op een verstaanbare manier te delen met onze lezers. We garanderen alvast één ding: dat we niet alleen schrijven voor gelijkgezinden of op zoek zijn naar ‘passende’ verklaringen die vooral moeten dienen om iedereen te vriend te houden. ‘Die Gedanken sind frei’.

2018 zal het jaar blijven waarin het duidelijk werd dat de verschillende maatschappelijke problemen die druk becommentarieerd werden in de media – denk maar aan de klimaatdiscussie, de energieproblematiek en de migratie - terug te voeren waren tot één gemeenschappelijke oorzaak: het verlies aan werkelijkheidszin en aan geloofwaardigheid van de internationale/multinationale/supranationale organisaties die een eigen leven gingen leiden. In deze bijdrage wil ik u meenemen naar het begin van drie zeer belangrijke organisaties voor België en Nederland: de Verenigde Naties, de Europese Unie en de NAVO, om vervolgens aan te tonen dat de kritiek veroorzaakt werd door hun ongebreidelde machtshonger.

In den beginne

Wat hadden de VN, de EU en de NAVO gemeen

Wat deze drie instellingen gemeen hadden, is een beperkte maar duidelijke doelstelling, waarvoor er een grote maatschappelijke consensus was én ervoor zorgde dat deze organisaties respect afdwongen. Nu, zoveel jaren later is het helaas even duidelijk dat deze instellingen veel van hun oorspronkelijke kwaliteiten verloren hebben door een gekend fenomeen: ‘blow up’.

UN

De Verenigde Naties die in 1945 boven de doopvont werd gehouden, was bedoeld om de wereldvrede te bewerkstelligen en (gewapende) conflicten op te lossen, desnoods met (militair) geweld. Alle macht ligt uitsluitend bij de Veiligheidsraad die bindende beslissingen kan nemen.

Om de doelstellingen en regels vast te leggen volstond een boekje van 7,5 bij 11,5 cm en 89 blz. Daarin staat het ‘Handvest van de VN’ (49 blz) én het ‘Statuut van het Internationaal Gerechtshof’ (40 blz).

VN handvest

De Europese Unie is de opvolger van organisaties die wél een concrete en beperkte doelstelling hadden én daardoor ook voor de gewone mensen begrijpelijk waren.

De EGKS (1950) bestaande uit zes landen had als doelstelling om een gemeenschappelijke energiepolitiek van deze landen te voeren en zo te zorgen voor een blijvende vrede. Euratom had dezelfde doelstelling maar dan voor kernenergie.

De EEG (Verdrag van Rome, 1957) of concreter gezegd de Gemeenschappelijke Economische Markt had als eerste doelstelling om de voedselvoorzieningen (landbouwpolitiek) gemeenschappelijk te organiseren. Een overzicht kan u hier lezen.

EU

Deze organisaties met een beperkte welomschreven doelstelling werden omgetoverd tot de Europese Unie die tot stand kwam met het Verdrag van Maastricht in 1993. Het werd een politiek verhaal met steeds toenemende overdrachten van nationale bevoegdheden, waarvan de draagwijdte pas a posteriori, te laat, aan het licht kwam. Dit ‘VERDRAG BETREFFENDE DE EUROPESE UNIE’ telt in PDF-formaat 270 bladzijden.

NATO

De Noord Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) werd opgericht op 4 april 1949 met het Verdrag van Washington. Dit verdrag telt veertien artikels en beslaat VIER bladzijden. De doelstelling wordt met deze boutade goed samengevat: to keep the Soviet Union out, the Americans in, and the Germans down.”

Het was een burgerlijke en vooral een defensieve militaire organisatie die moest zorgen voor vrede in Europa.

En mocht de NAVO ooit betrokken worden in andere conflicten dan is artikel 1 daarover zéér duidelijk: De Partijen nemen op zich om, gelijk is geregeld in het Handvest van de Verenigde Naties, alle internationale geschillen waarin zij mochten worden verwikkeld langs vreedzame weg te beslechten op zodanige wijze, dat internationale vrede, veiligheid en gerechtigheid niet in gevaar worden gebracht en om zich in haar internationale betrekkingen te onthouden van bedreiging met of gebruik van geweld op enige wijze, welke onverenigbaar is met de doeleinden van de Verenigde Naties.

Concreet zegt dit artikel dat de NAVO ondergeschikt is aan de Veiligheidsraad van de VN.

Hoewel géén enkel van de vermelde organisaties de middelen heeft om zelfs hun beperkte doelstellingen ook maar ten dele waar te maken, werd hun bestaansrecht nooit in twijfel getrokken. Dat zou nu wel eens kunnen gebeuren sinds deze instellingen hun eigen leven gingen leiden en zich bedienen van (of verschuilen achter) een oppermachtige ‘nomenclatura’.

 

Blow up

Wanneer organisaties een eigen leven gaan leiden

Het lijkt wel een onvermijdelijke evolutie voor grote, met publieke gelden gesubsidieerde organisaties om hun eigen geloofwaardigheid te ondergraven. Dat doen ze op verschillende manieren: door een gebrek aan transparantie, door het bewust negeren van storende maatschappelijke tendensen, en door steeds meer nieuwe taken naar zich toe te trekken. Dat belet niet dat de hoofdschuldigen in eerste instantie de lidstaten zijn die lieten betijen, of die zich heel dikwijls verscholen achter de samen-gedragen beslissingen van deze organisaties, omdat ze géén draagvlak vonden in eigen land.

Dit jaar werd de kloof tussen deze verzwakte ‘nationale’ politieke elite en de bevolking alsmaar duidelijker. Hoe dichter ze aanschurkten tegen deze machtsinstellingen, hoe minder draagvlak ze overhielden bij de eigen bevolking. Maar al mochten ze het willen, toch kunnen ze deze machtsoverdracht niet meer goedmaken, want ze hebben zichzelf juridisch gedegradeerd tot gewillige slaven. De roep om al die internationale verdragen grondig te evalueren, zal in de komende jaren alleen maar toenemen. Tenzij de bevolking daar vroeger een stokje voor steekt.

Een typische reactie die we ook in deze tijd zien is de vlucht vooruit. Nationale politici weten wel niet (of willen het niet weten) of de boven hun hoofd genomen beslissingen goed of nodig zijn; het volstaat dat ze net als Pontius Pilatus hun handen kunnen wassen in onschuld. Het hele internationale gebeuren dat zich afspeelt buiten het bereik van de mensen die erdoor getroffen worden en waarvoor steeds meer hoogmissen noodzakelijk zijn, lijkt wel op het orkest van de Titanic: ze spelen zo lang tot er niemand meer is die nog kan protesteren.

De evolutie

De Verenigde Naties

Wie het organigram van de Verenigde Naties even bekijkt, kan alleen maar vaststellen dat de VN – altijd in overlapping met reeds bestaande nationale en regionale organisaties – een ondoorzichtig kluwen is geworden waarin alleen specialisten hun weg vinden. En die specialisten – de VN-nomenclatura – zijn héél talrijk. Alleen al voor de diensten van de Veiligheidsraad en de VN-vredesoperaties werkten er in 2009 meer dan 35.000 personeelsleden. We nemen bewust enkel deze deelorganisaties die instaan voor de oorspronkelijke corebusiness van de VN in 1945. Alle bijkomende nieuwe deelorganisaties staan voor een blow-up.

Dat de VN pogen mondiale afspraken te maken, waar zelfs regionale of nationale instanties niet toe in staat zijn, zou ons moeten doen nadenken over het nut van deze (deel)organisaties. Zou het zo kunnen dat hoe verder een organisatie van de bevolking af staat, hoe gemakkelijker het is voor een zelfverklaarde elite om hun visie op de wereld door te drukken? Dat is vooral gemakkelijk wanneer ze de gevolgen van hun beslissingen kunnen afwentelen op regionale organisaties zoals de EU en de natiestaten.

De grote discussies over publicaties zoals recent het VN-Migratiecompact en de zware wetenschappelijke kritiek op de alarmistische klimaatvoorspellingen van het IPCC (klimaatpanel) ondergraven de geloofwaardigheid van de VN in zijn geheel. Maar opnieuw, ook hier blijven vooral de nationale autoriteiten in gebreke, want zij zijn nog altijd de énige legitieme vertegenwoordigers van hun bevolking. Dat precies de bevolking van zwakke (West-Europese) natiestaten hiervan het slachtoffer is, ontgaat blijkbaar onze politici.

Er is trouwens een onverklaarbare tegenstelling tussen het principe van de soevereiniteit van de staten, dat hoog in het ‘Handvest van de VN’ staat ingeschreven, en de uitbreiding van de domeinen en bevoegdheden van diezelfde VN die de soevereiniteit inperken.

Betekent het dat we de VN moeten afschaffen? Absoluut niet, maar het zou goed zijn om de organisatie opnieuw voor het licht te houden en te beperken. Ik ben alvast voorstander van een uitzuivering en een terugkeer naar de missie zoals voorzien in het oorspronkelijk ‘Handvest’ (vredesvraagstukken en veiligheid); om problemen tussen staten op te lossen zonder zich in de plaats ervan te stellen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de VN zich niet bezig houdt met de manier waarop massamigratie in een bepaalde regio (voornamelijk vanuit Afrika naar de EU) moet georganiseerd worden, doch wél met de vraag hoe men deze migratie kan voorkomen en daartoe ook de nodige acties onderneemt. Het oorspronkelijk ‘Handvest van de VN’ biedt bovendien mogelijkheden die nu niet gebruikt worden.

De Europese Unie

Ik denk niet dat het nodig is om ook voor de EU een afzonderlijke analyse te maken van de evolutie. Onder meer journalist Rik Van Cauwelaert, heeft daar reeds meerdere bijdragen over geschreven die nergens werden tegengesproken.

De regelneverij is dermate doorgeschoten dat de weerstand tegen deze bemoeizuchtige schoonmoeder (met mijn excuses voor de schoonmoeders) alsmaar toeneemt en ook mee de oorzaak is van de beslissing van Groot-Brittannië om de EU te verlaten. Vooral het onvermogen van de EU om de lidstaten te beschermen tegen een massale migratie ligt aan de basis van deze afscheuring. Dat de UK zijn eigenheid belangrijk vindt en zelfs bereid is om economische risico’s te nemen, is niet niks. Maar eenmaal de Brexit een feit is, zal de UK zich voegen in het kamp van de andere ‘sterkere’ soevereine naties: de VS, China, Rusland, Australië en de landen in het Midden-Oosten. Een klein aantal maar wél een allesoverheersend machtsblok dat zich niet geremd zal voelen door de afkalvende macht van internationale/supranationale organisaties zoals de EU.

De EU kan ook rekenen op fervente voorstanders van multinationale oplossingen. In de werkelijkheid belijden ze echter te veel lippendienst en wentelen ze al te gemakkelijk hun eigen verantwoordelijkheid af op Europa, die dan als dé boeman moeilijke beslissingen neemt die ze zelf niet verkocht krijgt aan de bevolking. Denk maar aan veiligheid, migratie, onafhankelijke energiebevoorrading, goed begrepen solidariteit met alle lidstaten die zich dan ook houden aan de plichten en niet enkel azen op subsidies …

Wat de corebusiness van de EU zou moeten zijn, zoals het oorspronkelijk ook voor de VN was, veiligheid en een gezamenlijke vredespolitiek, is nooit van de grond gekomen. Landen zoals Frankrijk die daar nu op aansturen verwarren continu hun eigen land met Europa.

En wat met die recalcitrante lidstaten die de EU steeds meer ervaren als de regelneef die hun zo belangrijke soevereiniteit die ze zo lang moesten missen, nu opnieuw bedreigd zien? Wanneer enkel nog het Europees manna hen weerhoudt van een vertrek, wordt het voor de EU quasi onmogelijk om met die landen verder door te gaan.

Deze bedenkingen betekenen niet dat we de EU moeten uitkleden, wel dat de EU zich beter beperkt tot een samenwerking die gedragen wordt door de respectievelijke bevolkingsgroepen en niet van bovenuit wordt opgelegd door een elite.

De NAVO

Toen het Warschaupakt ophield te bestaan en Oost- en West-Duitsland herenigd werden, stond de NAVO voor een cruciale vraag: heeft de organisatie nog een bestaansreden? Herinnert u, ‘to keep the Americans in, the Russians out, and the Germans down’. Daarbij hoorde nog een andere belangrijke vraag, namelijk, wat ,de toekomst was van de voormalige WP-landen in Centraal-Europa.

Hoewel over deze cruciale vragen nooit transparant werd gediscussieerd en voor zover wij weten in geen enkele lidstaat de bevolking om raad werd gevraagd, was het duidelijk dat de VS als dominante NAVO-partner belangrijke (politieke en economische) voordelen zag in het verderzetten van de alliantie, terwijl men in Europa vooral dacht aan het ‘vredesdividend’ (en dus de afhankelijkheid van een militaire bescherming door de VS bestendigde).

In de discussie over de toekomst van de NAVO na de val van de Berlijnse muur, zijn er enkele belangrijke overwegingen die medebepalend waren voor de toenemende kritiek:

Dat de VS ons beschermde toen we zo laks waren, klopt slechts in die mate dat we geloven dat Rusland tijdens de Koude Oorlog de intentie én de capaciteiten had om ons aan te vallen. Niemand heeft mij daarvan ooit met feiten kunnen overtuigen. Dat tijdens NAVO-vergaderingen hun potentieel veel hoger werd ingeschat, leek mij eerder een argument om regeringen te verplichten om méér (Amerikaanse) wapens te kopen.

De ware blow up van de NAVO kwam er met een uitbreiding van de taken die – opnieuw – met weinig nationale parlementaire controle werd doorgevoerd. De NAVO werd zo omgeturnd van een defensieve organisatie tot een offensief militair blok en zette daarbij zijn eerste artikel bij het groot vuil.

Dat leidde zelfs tot de weigering van enkele Europese landen, waaronder Duitsland en België, om deel te nemen aan de inval in Irak wegens vermeende massavernietigingswapens.

Het bleef echter bij een uitzondering, en verder deden alvast België en Nederland mee aan verschillende nieuwe opdrachten, zonder dat iemand er bij stil stond dat sommige niet door de Veiligheidsraad waren goedgekeurd en dus strijdig waren met artikel 1 van de NAVO.

Die offensieve strategie leidde ook tot een verlies aan soevereiniteit van de lidstaten. Dat werd helaas heel duidelijk bij de vervanging van de Belgische F-16 vliegtuigen door de Amerikaanse F-35A.

Hoewel N-VA - de partij die bij de uitstek de verdediger is van de soevereiniteit en eigenheid – en als regeringspartij alle belangrijke functies in dit aankoopdossier bekleedde, was het net een N-VA defensieminister die als vertegenwoordiger van de regering Michel I, formeel instemde met deze offensieve doctrine en zelfs beloofde aan de NAVO – overigens zonder medeweten van het parlement – dat we bereid waren mee te doen aan alle operaties vanaf de eerste dag. Een gebrek aan doorzicht zoals ook het geval was met het VN-migranten compact?

Daardoor kon de ganse aankoopprocedure alleen maar een schijnvertoning zijn. En dat gebeurde ook. Onze Nederlandse dossierkenner bij uitstek heeft aangetoond dat in Nederland eveneens heel wat fout is gelopen. Net zoals de procedures in Denemarken en Noorwegen onder vuur lagen. Met wat we nu weten was dat ook terecht.

Deze afstand van soevereiniteit (die heel wat meer is dan een formuliertje invullen zoals een generaal ons probeerde wijs te maken) is trouwens niet nieuw. In België was er evenmin transparantie toen de zetel van de NAVO verhuisde van Parijs naar Brussel en daarbij geheime afspraken werden gemaakt. Omdat daarover een en ander doorsijpelde ten tijde van defensieminister Flahaut, is het net zoals de plaatsing van de kernwapens een publiek geheim dat de VS ons land toen eveneens onder druk zette om een deel van onze soevereiniteit af te staan.

Een geloofwaardige toekomst?

In onze nationale politiek kwam in 2018 de tegenstelling tussen voor- en tegenstanders van de mondialisering van de maatschappij volop in de belangstelling. Zelfs betere journalisten maken er gebruik van om nog maar eens een wit-zwart verhaal te schrijven over ‘de partij die voor gesloten grenzen kiest en de partij van de kosmopolieten’. Hiermee vergiftigt men (bewust?) het debat over soevereiniteit en een welbegrepen culturele beleving van een gedeelde beschaving en levenswijze. Maar vooral van de vruchten van de Verlichting: een grote bloei van de kennis en de welvaart.

Wanneer we de evolutie kritisch analyseren dan spreekt er veel voor een herbronning, van alle internationale/multinationale/supranationale organisaties. Daarbij dienen ze getoetst te worden aan de regels van de subsidiariteit en maken we best komaf met een wildgroei zonder toegevoegde waarde.

Voor de Verenigde Naties zou dat kunnen betekenen:

Voor de Europese Unie zou dat kunnen betekenen dat ze een raamwerk bieden en steun verlenen voor de gemeenschappelijke financiële, economische en maatschappelijke uitdagingen. In feite voor elk van de domeinen een ‘EG.. Defensie, …Energie, … Migratie, … Financiën, … Een Europese solidariteit die via een rechtstreekse democratie (referenda) gedragen wordt door de bevolking van alle lidstaten. De EU moet dringend de regelneverij zonder toegevoegde waarde een halt toeroepen. Om het met een boutade te zeggen, het stoort mij niet dat de wc-pot in een ander EU-land er anders uitziet.

Voor de NAVO is een ernstig debat nodig over de toekomstige rol – waarbij via een referendum de bevolking zich uitspreekt over de cruciale keuze tussen een offensieve of een defensieve strategie – en waarbij de EU transparante afspraken maakt over de verdeling van de defensietaken die ze dan gezamenlijk als NAVO-bijdrage wil leveren.

De NAVO kan geleid worden door de grote spelers, De VS en de EU, waarbij ook Rusland – als deel van de oplossing in plaats van de gedoodverfde vijand - op een of andere manier betrokken wordt. De actuele lidstaten die geen deel uitmaken van één van deze grote spelers kunnen zelf kiezen bij wie ze willen aansluiten, of verder autonoom deelnemen als ‘kleine’ speler.

Nieuwjaarswens van de Dwarsliggers

Na het lezen van deze afsluitende Dwarsligger willen we u onze nieuwjaarswens voorleggen:

Wij vragen alle rectoren én academici met een natuurwetenschappelijke achtergrond  om een debat te organiseren over de klimaatverandering. We roepen vooral de wetenschappers op die belangrijk zijn voor dit debat - fysici, chemici, geologen, oceanografen, glaciologen, wiskundigen, … - om zelf kleur te bekennen. Wij dagen hen uit om deel te nemen aan dit debat, waarbij zowel klimaatspecialisten die het IPCC volgen als klimaatsceptici die daar bedenkingen bij hebben, hun argumenten op tafel leggen zodat we ze kunnen vergelijken en beoordelen.

In het besef dat de universiteiten de laatste bastions zijn van de Verlichtingswaarden (sapere aude) en de wetenschap, hopen we dat alle rectoren hier het belang van inzien. Daaraan verzaken is vanuit een wetenschappelijk standpunt géén optie.

Mogen we onze lezers vragen om deze oproep te steunen en door te sturen.

 

Waarde lezers,

De Dwarsliggers wensen u allen een gezond en voorspoedig 2019