Israël had geen andere keuze

hamasMARK GELEYN – Luid klinkt de kritiek op het disproportioneel geweld dat Israël gebruikte tegen Hamas. Maar hoe konden de Israëli’s een onderscheid maken tussen terroristen en de bevolking, wanneer Hamas de bevolking als menselijk schild gebruikt?

 

 

Natuurlijk was de Israëlische oorlogsvoering in Gaza niet proportioneel. Had Israël dan ook maar raketten willekeurig moeten afschieten, of tunnels bouwen om terreuraanslagen in Gaza te voeren, of inwoners kidnappen? Een verdediging die proportioneel met de agressie wil blijven, is niet ontradend. Enkel een verdediging die afschrikkend is, en die de prijs van de agressie hoog opvoert, is geloofwaardig.

Maandenlang al had Hamas met onregelmatige tussenpauzen raketten op steden in de Israëlische Negev afgevuurd. Maar vanaf het ogenblik dat het beschikte over raketten met een grotere reikwijdte en die richtten op grotere steden zoals Ashkelon, Beersheva en Tel Aviv en tot bij de kernreactor Dimona, was Israël verplicht terug te slaan. Dat begrepen ook de Europese regeringsleiders, die Hamas eind juni voor zijn terreurpraktijken veroordeelden.

Ook op dit conflict volgt een wapenstilstand. Zoals na de operatie tegen de Libanese Hezbollah in 2006, en zoals na eerdere ronden tegen Hamas in 2008 en in 2012. En het zal maar na langere tijd blijken wie deze oorlog won. In 2006 kon Hezbollah vanuit Libanon met raketten heel Noord Israël lam leggen; een aarzelende Israëlische regering verloor toen ogenschijnlijk de controle over het gevecht. Slechts veel later bleek hoe zwaar Hezbollah gehavend was, bij zover dat Hezbollah-leider Nasrallah toegaf dat zijn partij een zware prijs had betaald voor het kidnappen van Israëli‘s.

Waarom begon Hamas deze oorlog?

Nog in juni van dit jaar zat Hamas aan de grond. In Egypte waren de Moslimbroeders verjaagd en de grens met Egypte ging weer dicht. In Syrië zette Assad de politieke leider van Hamas, Khaled Meshal, het land uit. De Saoedi’s en de Jordaniërs gingen op afstand staan. Als enige bondgenoten bleven over: Turkije, waar president Erdogan de islamistische kiezers tracht te verwerven, en Qatar, dat geen staat is, maar een familie met heel veel geld.

In Gaza zelf verloor Hamas aan steun bij de bevolking. In die omstandigheden stemden de Hamas-leiders ermee in om met de Palestijnse Autoriteit van president Abbas een coalitie te vormen. Voor Hamas een vernederende stap waarmee ze tenminste hoopte dat Abbas de salarissen van de 40.000 ambtenaren in Gaza zou betalen. Wat dan toch niet gebeurde.

Zonder geld, zonder bondgenoten, weinig steun bij het volk. Dan is er in de Arabische wereld altijd nog een middel: Israël aanvallen. Dat deed Saddam Hussein in 1991 tijdens de eerste Golfoorlog met raketten op Tel Aviv en dat dreigde hij opnieuw te doen in 1998. Telkens steeg Saddams populariteit in de Arabische straat. Dat deed Hamas nu ook, met Iraanse raketten op Israelische bevolkingscentra.

Israël had in zijn reactie de doeleinden van de operatie bewust restrictief opgesteld. Het beoogde niet de vernietiging van Hamas, wat een nieuwe bezetting van Gaza zou inhouden, maar de eliminatie van de terroristische infrastructuur. Dat hield echter de vernietiging in van woonwijken van waaruit de raketten werden afgevuurd en van waaruit de tunnels startten die aanvalscommando’s ondergronds tot in Israël brachten. Die vernietiging gebeurde ten koste van doden en gewonden. In de loop van de operatie zou blijken hoe uitgebreid en hoe complex het systeem van aanvalstunnels wel was, waar de geïmporteerde cement voor huizenbouw, naartoe gegaan was en voor welke doeleinden de leiders in Gaza hun inventiviteit en vernuft hadden aangewend.

Een uitweg uit de cyclus van geweld

Is er dan geen uitweg uit de zich steeds herhalende cyclus van moordende raketten en harde tegenaanvallen, zoals die in al zijn meedogenloosheid doordraait sinds Israël in 2005 de Gaza-strip ontruimde?

Arabische regeringen en Israël zelf weten dat een politieke uitweg uit deze infernale cyclus enkel kan bestaan uit een opheffen van de blokkade, uit economische groei en uit het verzwakken van Hamas.

Er bestaan al talrijke scenario’s, blauwdrukken en routeplannen in die richting. Zij eisen alle dat Hamas de raketaanvallen op Israël stopt, de aanvalstunnels vernietigt en ontwapent. In ruil daarvoor zouden Israël en Egypte hun blokkade afbouwen en de grensovergangen gradueel openen. De internationale gemeenschap zou dan steun leveren voor de wederopbouw. Die blauwdrukken circuleren al jaren tussen Jerusalem, Washington, Caïro, de Palestijnse Autoriteit, Gaza en de EU-landen.

Het probleem is dat Hamas niet denkt in termen van groei en welvaart en politiek compromis. Hamas is geen NGO, ook al doet zij aan goede werken onder de armen van Gaza. Hamas is een terreurorganisatie die de vernietiging van Israël wil.

Wat is dan mogelijk na deze oorlog?

We hoeven geen grote vredesinitiatieven te verwachten. Na de raketaanvallen op Tel Aviv, na de bedreiging van het luchtverkeer boven Israël en na de raketinslag dichtbij Dimona, blijven de initiatieven voor een partiële ontruiming van de Westoever door het Israëlisch leger voorlopig in de koelkast. Het verloop van de burgeroorlog in Syrië, de evolutie in Irak en mogelijke omwentelingen in Jordanië vragen prioritaire aandacht.

Alleen zeer praktische maatregelen zal Israël opnieuw willen overwegen, en daarvoor kijkt het in de eerste plaats uit naar samenwerking met Egypte. Met Hamas zal het niet onderhandelen, want dat zou na dit conflict een erkenning voor die groep betekenen.

VS-staatssecretaris Kerry had Caïro en Israël vernederd door na het Egyptisch voorstel van wapenbestand, dat Hamas weigerde, te gaan onderhandelen met de Hamas-bondgenoten Qatar en Turkije. Daarmee zette hij een stap in de richting van de erkenning van Hamas. Zo verscherpte hij de breuk tussen Caïro en Ankara. Iets wat Washington in 2009 en 2012 had vermeden.

Wat tot de mogelijkheden behoort, in de mate dat Israël aanvoelt dat de aanvalsinfrastructuur van Hamas voldoende is vernietigd, zijn graduele stappen om de grensovergangen selectief open te stellen, onder strikte controle van Egypte en Israël. Ook zullen die landen proberen de Palestijnse Autoriteit (‘PA’) van president Abbas erbij te betrekken. Zo helpen ze de PA om het gezag over Gaza weer op te nemen.

Zo’n stappenplan uitvoeren is technisch complex en politiek moeilijk. Zonder daarbij te vergeten dat het zogenaamde vredesproces tussen Israël en de Palestijnen slechts een zijtoneel is binnen de gigantische strijd om de macht in de Arabische wereld. Daar brokkelen de grenslijnen af die de Europese koloniale machten in 1916 getrokken hebben. Daar wordt een machtstrijd uitgevochten tussen sunni en shia, tussen extremisten en modernisten, tussen bezittenden en havelozen.

En Europa in dit alles?

Ongebruikelijk is de relatieve kordaatheid waarmee de Europese leiders de agressie van Hamas veroordeeld hebben, ook al dringen zij aan op “proportionaliteit” in de oorlogvoering van Israël en op het respecteren van het oorlogsrecht.

Wel zijn er, zoals gebruikelijk, in vele Europese steden betogingen ter ondersteuning van de Palestijnse zaak. Dat is hun goed recht.

Maar de meeste van die betogingen, of het nu om Arabische jongeren gaat of om autochtone intellectuelen en lobbyisten, blijken telkens weer te ontaarden in selectieve manifestaties tegen Israël, tegen het zionisme en tegen joden. Diezelfde protestanten lieten geen piep tijdens de gevechten in Libië, waar in de voorbije twee jaar 30.000 mensen omkwamen. Komt er een VN-enquete over die wreedheden? En waar waren de betogingen tegen de 100.000-den doden in Syrië?

Ik hoor evenmin van betogingen, zelfs van geen editorialen tegen de mishandeling en de uitdrijving van 10.000 christenen uit Mossoel in Irak, na de machtsovername door de islamistische ISIS in juni dit jaar.

Waarom voelt de Belgische minister van economie zich precies nu geroepen om een boycot van Israelische producten uit de Westoever af te kondigen? Een vrijblijvende boycot weliswaar, bij gebrek aan juridische onderbouw, maar de verontwaardiging van de minister is alvast meegegeven.

Is er dan toch steeds het vijandbeeld Israël nodig om verontwaardiging tegen vermeend onrecht in de wereld op te wekken?

Dit artikel is een licht gewijzigde versie van een artikel dat eerder op deredactie.be gepubliceerd werd.

Mark Geleyn, gewezen directeur generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken en ambassadeur in Israël en Duitsland.