dwarsliggers

Dwarsliggers ... noodzakelijk om het rechte spoor te houden
          
lees meer over onze filosofie

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Une carte des communautés religieuses et ethniques de la Syrie et Lebanon 1935De ontwikkelingen in Syrië worden toenemend onoverzichtelijker en bedreigender. Maar misschien bekijken wij, hier in West Europa, de situatie wel te oppervlakkig en te emotioneel. Wagen we eens een nuchtere analyse.

De Europese pers slingert maar een klein beetje trager dan een schip in een storm. Assad is het probleem! Assad is niet het enig probleem. Misschien is Assad wel de oplossing. Poetin is een aartsschurk! Misschien heeft Poetin het in Syrië wel bij het rechte eind. Poetin is onze logische geallieerde tegen IS. Ik bedoel nu wel de Europese pers, maar onze, weinig ter zake doende, Belgische mening wijkt daar niet significant van af.

Het is echt niet mijn bedoeling de verwarring nog groter te maken door zelf ook nog eens een mening te presenteren die van dat alles afwijkt. Maar ik meen dat het debat een beetje rationaliteit kan gebruiken. Ik denk namelijk dat Assad noch het probleem is, noch de oplossing biedt. Ik denk ook dat Poetin noch een aartsschurk noch een wenselijke vriend is. Ze zijn echter beide belangrijke actoren in een proces dat voor Europa zeer gevaarlijk kan worden. Laten we daar dus even een beetje grondiger dan gebruikelijk op ingaan.

Aard en ontstaan van het probleem.

De moderne staat Syrië is een eeuw geleden geboren als Frans mandaatgebied, uit de koloniale koehandel tussen – toen hoofdzakelijk – Engeland en Frankrijk. De grenzen werden getrokken in de veronderstelling dat daar geen mensen woonden. Ontdekkingsreizigers hadden daar wel iets zien rondlopen dat oppervlakkige gelijkenissen met homo sapiens leek te vertonen, maar niemand interesseerde zich voor de mening van die wezens, laat staan dat men er naar zou vragen of rekening mee houden. Wij hebben overal op een dergelijke manier grenzen bepaald, ook in Afrika. Daar liggen nog bommen te tikken die ooit gaan ontploffen, zoals Syrië nu.

In 1946 werd Syrië een onafhankelijke republiek, en oriënteerde zich onmiddellijk sterk naar Sovjet-Unie en China. Dat had denkelijk absoluut niets met communisme te doen, maar veel met de afkeer die de mensen tegenover de westelijke koloniale machten hadden opgebouwd.

Maar Syrië, binnen precies dezelfde grenzen die de Britten en Fransen getrokken hadden, was een etnografisch en confessioneel gedrocht. We zien de volgende etnische groepen: Arabieren (meerderheid), Armeniërs, Arameeërs, Assyriërs, Grieken, Koerden, Druzen, Palestijnen, Turkmenen en Tsjerkessen. Religieus ziet het er nog verwarder uit. Er zijn niet minder dan 11 verschillende christelijke kerken, als we ten minste zo genereus willen zijn de verschillende soorten protestanten allemaal in één denominatie samen te vatten: anders komen we op 23. Verder zijn er: soennieten (meerderheid), sjiieten, alawieten en jezidi’s. Om de zaak nog ingewikkelder te maken: de etnische en confessionele groepen zijn niet in dekking te brengen. Talen zijn er natuurlijk ook genoeg: Arabisch, Koerdisch, Syrisch, Armeens, Aramees, Turks (dialect).

Une carte des communautés religieuses et ethniques de la Syrie et Lebanon 1935

Ethnische groepen in Syrië en Libanon (anno 1935)

Vergelijk dat met België, en ik heb horen zeggen dat ze zelfs daar grote moeite hebben om een beetje overeen te komen. Maar voor onze postmoderne sociologen is dit de wereld zoals ze hoort te zijn: multiculti puur! Alleen schijnt in al die talen en religies een belangrijk woord/begrip te ontbreken: tolerantie. Want inderdaad: de animositeit, de geweldbereidheid en de werkelijk beestachtige gruwelijkheid waarmee de conflicten tussen al die groepen uitgevochten worden zijn voor ons in het knusse Europa totaal onvoorstelbaar. Conflictstof is er massaal, en wij horen daar in Europa weinig over: de Armeniërs, bij voorbeeld, hebben met de Koerden zware bloedige rekeningen open staan. Ook de verschillend moslim denominaties kunnen elkaars bloed drinken. Ik wil niet eens beginnen om me aan een volledige opsomming van al die brandhaarden te wagen.

Het is wel intuïtief duidelijk dat een dergelijk vlooiencircus enkel met een absoluut brutale ijzeren vuist enigermate stabiel en leefbaar te houden is. En precies dat kregen de Syriërs, zoals overigens ook de Irakezen die vergelijkbare problemen hebben, in de vorm van de Arabische Socialistische Ba'ath-partij. Die streefde naar een pan-Arabische socialistische staat. Ze was leninistisch, dus extreem hiërarchisch en autoritair opgebouwd, en bracht uit de tijd vóór ze aan de macht was sterke clandestiene trekjes en structuren mee. In Irak werd ze, na enige tijd, gepersonifieerd door Sadam Housein en in Syrië door Hafez al-Assad. Assad hield Syrië bijeen. Natuurlijk waren er, net zoals in Irak, voortdurend ‘kleine’ verzetshaarden die problemen maakten. Maar die werden – met een voor ons onvoorstelbare brutaliteit – in de kiem gesmoord. Ook met gifgas als dat opportuun leek. Echte vrede was er dus nooit, maar met behulp van een niets ontziende staatsmacht, die dan ook nog op de geheime netwerken van de Ba'ath-partij kon steunen, werd een soort schijnvrede, zij het onder een schrikbewind, mogelijk. De animositeit tussen de verschillende volksgroepen bleef dan wel bestaan, maar konden zich niet gewelddadig uiten. Dit status quo legde geen windeieren: het ging de bevolking relatief goed. Het was natuurlijk ver van een paradijs, maar het was enigermate leefbaar. Dat mag ons maar dunnetjes voorkomen, in die regio is het al heel wat. Maar in de ondergrond bleven subversieve organisaties gelijk de ‘Moslim Broederschap’ stoken. De wahabitische Saoedi’s zagen met lede ogen de heerschappij van de alawiet Assad en financierden clandestiene opstandige krachten.

De Arabische Lente.

Bashar al-Assad volgde in 2000 zijn vader Hafez op, en veranderde, tot grote teleurstelling van de ‘welmenende’ Westerse intellectuelen, … niets. Dynastieën zijn, zoals we ook in Noord Korea zien, nogal berekenbaar. Men moet echter ook incalculeren dat hij misschien niets kon veranderen zonder de boel uiteen te laten spatten. Maar de wereld veranderde wel, en dus kwam, in 2010, de ‘Arabische Lente’. Dat fenomeen werd in het verwende egocentrische Westen grondig verkeerd geïnterpreteerd. Wij beelden ons namelijk in de wereld te begrijpen, en te weten hoe andere mensen denken, oordelen en handelen. Misschien is een van de weinige lichtpuntjes in de hele Syrische ellende dat we nu toch wel twijfels gaan voelen aan onze zekerheid te weten hoe andere volkeren en culturen ‘tikken’. Maar momenteel staat ons rijkelijk ongeïnformeerd oordeel nog altijd gelijk een paal boven water. Wij dachten dus, in onze naïviteit, dat het daar om democratie ging.

Enkel in Syrië zijn er echter al minstens een half dozijn verschillende opstandige bewegingen, die elkaar even enthousiast bevechten als ze Assad bestrijden, allemaal met hun eigen en zeer verschillende agenda. Democratie is daar echter nergens bij, alhoewel dat misschien toch een kleine rol gespeeld heeft voor het, nu ter ziele gegane, vrije Syrische leger. De Koerden willen een eigen staat, al-Nusra wil een islam revival naar Al Qaida model, en wat ISIS wil, weten de meesten van ons. Maar democratie? Kom nou! Democratie betekent voor die mensen – met uitzondering van de occasionele totaal verwesterde bolleboos– minder dan niets, omdat het lijnrecht indruist tegen dat wat in de Koran als bestuursvorm wordt aangeprezen, zelfs voorgeschreven. Dat is een van de heel weinige dingen waarover zelfs sjiieten en soennieten het roerend eens zijn.

De situatie escaleert en wij missen de realiteit.

De afgestudeerde oogarts Assad reageerde op de opstand zoals altijd: met extreem inhumaan geweld. Wij waren, met veel meer emotie dan weten, ontzettend ‘verontwaardigd’ (verontwaardiging is tegenwoordig onze grondtoestand): Assad moest weg! Onze politieke leiders hadden moeten weten dat enig nadenken hier toch wel aan de orde was. Maar onze leiders zijn volgers van de publieke opinie geworden, en brulden gewoon mee met de massa. Assad werd een paria in de internationale gemeenschap, en met allerlei sancties bedacht. Als het daar nu eens bij gebleven was… Maar er werden inderdaad wapens aan de rebellen geleverd, die achteraf natuurlijk grotendeels bij ISIS geland zijn, en de geheime diensten van de grotere Europese landen plus USA draaiden in Syrië op volle toeren. Tel daarbij de zeer aanzienlijke financiële steun van de schatrijke Saoedi’s. Het probleem Syrië liep volledig uit de hand.

De USA, waar de publieke opinie natuurlijk in hetzelfde bedje ziek is als bij ons, draaiden synchroon mee met de waanzin. Ze doorzagen de meer dan dubieuze rol van Turkije in het conflict catastrofaal laat. Hun ‘bondgenoot’ Saoedi-Arabië, op papier lid van de alliantie tegen IS, levert langs slinkse paden een goed deel van de financiering die ISIS laat draaien. Pas op de valreep besloten de Amerikanen dan toch maar Assad’s luchtmacht niet uit de lucht te schieten, wat anders een vreselijke vergissing zou geweest zijn. Dat leidde tot een diepe en luide teleurstelling in de welmenende Europese pers, die zich ongewoon krijgshaftig opstelde. De Amerikanen besloten in de plaats daarvan 12.000 gematigde rebellen op te leiden en te bewapenen. Ze trokken daarvoor een half miljard uit. Ze hebben daarvoor vier of vijf (dat weten we niet precies) ‘strijders voor de democratie’ gekocht. Behoorlijke stukprijs dus! Hopelijk zijn ze hun geld waard. Het personeel heeft zich in lucht opgelost, en het grootste deel van de wapens is – weer eens – bij ISIS terecht gekomen. Met zulke tegenstanders kan ISIS zijn rijke sponsors bijna missen.

Toen kwam de volgende fase: we gingen de oorlog tegen ISIS winnen met de luchtmacht alleen. Dat had Goering al aan Hitler beloofd en ‘bomber’ Harris aan Churchill. Er kwam nooit iets van in huis. Maar iets leren? Nee toch!

De opkomst van ISIS en de aanslag op Charlie Hebdo zorgden voor een brutaal ontwaken, zelfs in het ziekelijk politiek correcte Frankrijk.

Het zou ironisch zijn als het niet zo triest was dat wij, ingebeelde Europeanen, een verschrikkelijk fenomeen zoals ISIS nodig gehad hebben om minstens halfweg en met één been weer op de bodem van de realiteit te geraken. Maar werkelijk geleerd hebben we niets: we hebben enkel de verdeling in ‘goeden’ en ‘slechten’ een beetje bijgesteld. Nu behoren de Koerden plotseling weer tot de goeden. Want de werkelijke les, namelijk dat er conflicten zijn zonder ‘goeden’, die onze steun zouden kunnen verdienen, weigeren we te leren.

Nu zijn er zelfs Belgische politici die menen dat we daar dan maar grondtroepen moeten inzetten. Dat we zoiets noch willen, noch kunnen speelt schijnbaar geen rol. Dat het een fatale vergissing zou zijn is blijkbaar van nog minder belang.

Rusland wordt actief en wij maken ons zorgen.

Poetin heeft, door alles heen, zijn bondgenoot Assad nooit in de steek gelaten. Ik ben er zeker van dat een aantal derde wereldlanden dat minstens met interesse waargenomen heeft. Hij wil zich daar nu sterker gaan engageren, samen met Iran. Iran steunt natuurlijk de alawiet Assad, hoewel alawieten (een sjiietische splintergroep) en sjiieten historisch bittere vijanden zijn. Voor de moellahs is momenteel iedereen die tegen Saoedi-Arabië is een potentiële bondgenoot. Natuurlijk is met de demarche van Poetin geen schijntje filantropie gemoeid. Maar ik zou zeggen: laat hem toch, moedig hem zelfs een beetje aan. Het ‘zwart gat’ Syrië zal mogelijk te groot blijken, ook voor de Russen. Maar eventueel kan hij IS toch indijken. De Amerikanen hebben zich op dat gebied alvast volkomen incompetent getoond. En terwijl hij daar bezig is zal hij geen andere dwaze avonturen beginnen. Misschien zet hij Assad terug vast in het zadel. En dan? Assad was, voor de bevolking, duidelijk veel minder erg dan de huidige situatie, waaraan wij Westerlingen collectief een aanzienlijke schuld dragen, zoals door Poetin in zijn recente rede voor de Verenigde Naties nogal ‘suffisant’ maar terecht werd opgemerkt. Tijdens de tijd dat Assad onbestreden aan de macht was waren er bovendien nauwelijks vluchtelingen uit Syrië die hier kwamen aankloppen. Waarbij natuurlijk de vraag blijft in hoeverre de herstelling van de oorspronkelijke toestand überhaupt nog mogelijk is.

Realpolitik

Een dergelijke cynische benadering, die moraal en emoties volledig buiten beschouwing laat noemden we vroeger ‘Realpolitik’. Het was nooit mooi, nooit edel en zeker nooit populair, maar het werkte. Het staat natuurlijk iedereen vrij voor de heroïsche aanpak te kiezen, in plaats van voor de pragmatische, in zover hij daarvoor ook zelf de rekening betaalt. Maar wij hier, veilig buiten schot, heldhaftig en principieel doen op kosten van de mensen in Syrië, dat lijkt mij toch niet bepaald een ethisch verdedigbare houding.

Het enige wat ik over het conflict in Syrië als besluit kan en wil zeggen is dat ik er niets van snap. En dat terwijl ik zeker ben dat ik de situatie duidelijk grondiger bestudeerd heb dan de meesten van ons. Ik heb echter een oude regel, die zich in de loop van mijn leven als vrij nuttig bewezen heeft: 
“Als je er niets van begrijpt moet je er gewoon af blijven”.

Dat geldt voor:

  • Complexe elektronische schakelingen.

  • Financiële deals.

  • Menselijke relaties

En

  • Conflicten in het Midden Oosten.