dwarsliggers

Dwarsliggers ... noodzakelijk om het rechte spoor te houden
          
lees meer over onze filosofie

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

medo persisch rijkPlots is er weer commotie over Iran, en over de mogelijkheid van een Iraanse kernbom. Het lijkt allemaal zo surrealistisch dat men zich gaat afvragen: “Gebeurt dat nu echt?”

Problemen met ons wereldbeeld

We verstaan de wereld niet meer. Wij leven tegenwoordig in een soort droom. Het is geen serene, mooie droom, maar eerder een soort bizarre griezelfilm. Het script is van Kafka, de enscenering van Jeroen Bosch en de muziek van Stockhausen. Als we halfweg ontwaken voelen we ons angstig, moe en geïrriteerd: we kunnen het geringste niet meer verdragen. Tevergeefs zoeken we naar raakpunten tussen die gigantische hallucinante vertoning en de realiteit.

Nu speelt dat drama wel zich hoofdzakelijk in de media af, maar de media hebben, sluipend langzaam, een groot deel van ons leven in beslag genomen. De ersatzrealiteit die ze ons voorschotelen wordt meer en meer de omgeving waar we werkelijk in zijn gaan leven. Voor velen van ons is de echte, de reële wereld een ver, vreemd oord dat we niet meer begrijpen, waarvan we zelfs nauwelijks iets weten.

De machtigen zijn niet echt beter af

Hoe kon het zover komen? De optimisten onder ons zien hier een gigantische samenzwering. De machtigen van de wereld hebben het zo geregeld om ons onwetend, machteloos en horig te maken en te houden. Ik zou graag willen dat ik het kon geloven, want dan was er een uitweg, zij het ook een problematische: revolutie. Ik meen echter te zien dat de mensen die ons regeren grosso modo net hetzelfde beleven als wij. Ze zien en weten misschien iets meer dan wij, maar ze zitten in dezelfde hallucinante vertoning. Het beeld dat zij zien verschilt niet veel van dat wat wij voorgeschoteld krijgen. Ze zijn evenzeer door de tijdsgeest gegijzeld als wij. Alles is perceptie, alles is emotie. Anders zijn de uitspraken van bij voorbeeld een Jean-Claude Juncker niet te begrijpen.

Maar die mensen zitten, met slechts een beetje meer realistische informatie dan wij, wel aan het controlepaneel van de grote machtige wereldmachine. Door hun wijze of minder wijze ingrepen kunnen ze ons maken en breken. Dat is geen bijzonder geruststellende gedachte.

Wat wij kunnen proberen is af en toe eens een probleem uit de gillende chaos van de tijdsgeest te isoleren, en het volkomen nuchter zakelijk te analyseren, met alles wat we kunnen weten – en dat is al niet heel veel. We kunnen trachten daarbij iedere vorm van ideologie of emotie te mijden. Dat gaan we in dit geval met het Iraans streven naar een kernbom doen.

De trots van een oude cultuur

Iran is een zeer oude natie en draagt een van de oudste culturen van de wereld. De Iraanse revolutie van Khomeini heeft een einde gemaakt aan 2.500 jaar monarchie. We moeten ons dat niet voorstellen als een continue dynastie: heel vaak kwam er door oorlog of opstand een totaal vreemde koning, maar wel altijd op dezelfde troon. We zien hier dus een opeenvolging van vele dynastieën.

Cyrus de Grote heerste over een rijk met meer dan 40% van de toenmalige (~ 550 v.C.) wereldbevolking. We kunnen dus Perzië het grootste imperium noemen dat er ooit was. Niemand heeft tot hiertoe die prestatie kunnen herhalen.

Iran bleef gedurende een aanzienlijk deel van zijn zeer woelige geschiedenis een grootmacht en heeft zich, met wisselende kansen, staande kunnen houden tegen het Romeinse, het Byzantijnse en het Ottomaanse rijk. Niet tegen de Macedoniërs en de Mongolen, maar die werden vrij snel en gemakkelijk geassimileerd. Perzië heeft ook een zeer rijke culturele erfenis. Dat machtsbewustzijn en de bijbehorende trots leven er nog steeds in het volk.

Vooral in de 20ste eeuw leed Perzië sterk onder de interventies van de Europese machten. Door de Britten raakte het betrokken in de Russische revolutie en het heeft daar zwaar onder geleden. Bovendien zijn er in Iran – nog altijd – vrij aanzienlijke hoeveelheden aardolie. Wat daarvan komt heeft ondertussen wel iedereen gezien.

Grote verschillen

We zien vandaag in de moslimwereld twee grote concurrerende machtscentra: Saudi-Arabië en Iran. We mogen in geen geval de fout maken die twee over dezelfde kam te scheren. In Perzië bloeide sinds Cyrus een beschaving met georganiseerde landbouw, wetten en een rechtssysteem, handel, een wegennet, wetenschap en kunst terwijl het Arabisch schiereiland hoofdzakelijk bevolkt werd door kameeldrijvers, geitenhoeders en struikrovers – al dan niet als kooplui vermomd –, met hier en daar enkele steden. Dat zootje werd de voorbije duizend jaar nogal losjes bijeengehouden door de Islam. De ‘kwaliteit’ van de mensen in die twee streken was en is eenvoudig zeer verschillend. Dat heeft ook voor ons thema belang. Er zijn nogal wat Iraanse fysici, ook op wereldniveau, ook op leerstoelen in de beste Amerikaanse en Britse universiteiten. Iets dergelijks heeft de Arabische wereld niet, en ze zal het in afzienbare tijd ook niet hebben.

Religie

Sinds 1501 is de sjia Islam de officiële religie in Perzië. Saudi-Arabië daarentegen is de pool van de soenni stroming. Soennisme en sjiisme zijn de twee hoofdstrekkingen die uit het grote schisma in de Islam voortgekomen zijn, al direct na Mohammeds dood. Ook wij christenen 1 hebben met schisma’s meer dan voldoende uiterst pijnlijke ervaringen. Maar zelfs de bitterste, mensonterendste wederzijdse gruweldaden tussen katholieken en protestanten kunnen met de felheid en wreedheid van het conflict tussen soenna en sjia niet wedijveren. Ze zien elkaar als afvalligen, wat in hun wereldbeeld en waardensysteem nog veel erger is dan ongelovigen!

Dan moet men ook even voor ogen houden waarover hier eigenlijk gestreden wordt. Het begon met de dood van de profeet. Mohammed had geen directe mannelijke nakomelingen, en had dus zijn neef en schoonzoon Ali als opvolger op het oog. De soera 2 duidde echter een zekere Abu Bakr 3 aan. De sjiieten menen dat enkel Allah de kalief 4 kan aanduiden en dat die dus uit de familie van de profeet, die door Allah uitverkoren werd, moet komen. Ze noemen zich nog altijd “de partij van Ali”. De soennieten menen dat de heerser door de soera moet verkozen worden.

Uiteraard zijn gedurende de vele eeuwen van schisma de twee gemeenschappen ook in details van hun religieuze beleving uiteen gegroeid, echter merkwaardig weinig. Het is wel duidelijk dat de sjia positie door de nadruk op familiebanden eerder tot de vorming van een ‘theocratie’ neigt.

Nu, 1.400 jaar of 70 generaties later, is zowat iedereen familie/afstammeling van de profeet. De talrijke voorname moslimfamilies tonen dat allemaal met grote zorg. Het is dus eigenlijk een strijd om des keizers baard geworden, en dat is voor iedereen duidelijk zichtbaar. Desondanks moeten hiervoor nog iedere dag mensen sterven, voorlopig in Jemen, Syrië en Irak… De centra van waaruit die permanente oorlog binnen de Islam aangestookt en gevoerd wordt zijn Iran (sjia) en Saudi-Arabië (soenna). De sjiieten vormen met ongeveer 15% de minderheid van de moslims. 85% zijn soennieten.

Te snel te veel

De laatste sjah, Mohammed Reza Pahlavi en zijn vader, Reza Sjah, wilden te veel te snel. Ze hadden een modernisering van Iran tot een seculiere staat naar westers model voor ogen. Ze oriënteerden zich daarbij aan dat wat Atatürk met Turkije gedaan had. Daardoor moesten ze onvermijdelijk in botsing komen met de clerus. Dat was ook het geval met Atatürk. De Iraanse clerus had echter de zeer talrijke arme ongeletterde landelijke bevolking via de lokale moellahs vast in zijn greep. Mohammed Reza Pahlavi maakte de fout dit probleem te ‘bypassen’ door vooral met de urbane, meer progressieve bevolking te werken in richting van een modern, geïndustrialiseerd Iran. Hij dacht met behulp van zijn gevreesde geheime dienst, de Savak, en het leger de situatie onder controle te kunnen houden. Bovendien geloofde hij te rekenen op de ongelimiteerde steun van de Amerikanen. De USA op hun beurt zagen Iran als hun onkwetsbaar bruggenhoofd in het Midden-Oosten.

Die alliantie had al eens haar effectiviteit bewezen toen in 1952 eerste minister Mohammad Mosaddegh, een man met duidelijk democratische neigingen, probeerde de Iraanse aardolie te nationaliseren en bevoegdheden (zoals het benoemen van de minister van landsverdediging) van de sjah naar zich toe te trekken. Hij rekende het volk voor dat met de inkomsten uit de aardolie de modernisering van Iran gemakkelijk gefinancierd kon worden. Daar waren de Amerikaanse en ook Britse oliereuzen uiteraard niet blij mee. Bijgevolg organiseerde de CIA een coup die Mossaddegh ten val bracht. De koningsgetrouwe elite plooide zelfgenoegzaam op zichzelf terug zonder te zien dat de ressentimenten over deze episode in het volk bleven gisten en de reeds grommende plattelandsbevolking nog meer redenen tot ontevredenheid gaven. Er formeerde zich sterkte oppositie die echter vooral vanuit het buitenland moest ageren. Bovendien werd hierdoor het beeld van de USA als vijand van Iran in de geesten en harten van de mensen verankerd. Tot overmaat van ramp waren die USA dan ook nog eens de grote ondersteuner van de Joodse staat. Met de Joden heeft de Islam al sinds Mohammed grote animositeiten.

Het veld voor Ayatollah Ruhollah Khomeini was gezaaid.

Revolutie van 1979

In 1977 begonnen de Iraniërs in toenemende mate hun ontevredenheid in massale demonstraties en stakingen te uiten. Het regime reageerde met ongekende terughoudendheid Het feit dat ze niet meer echt zeker konden zijn van een gegarandeerde Amerikaanse steun kan hier ook mee te maken hebben. Amerika rilde nog na van het trauma dat door de verloren Vietnamoorlog en alles wat daarmee samenhing veroorzaakt was. Carter was een zwakke president die tot twijfelen neigde. Het moreel van de Amerikaanse strijdkrachten was op een dieptepunt. De steun van de natie voor het leger was dat eveneens.

De situatie escaleerde dus, eigenlijk vrij langzaam maar onstuitbaar. De regering probeerde zo weinig mogelijk geweld te gebruiken. Helemaal lukte dat niet en er vielen wel een honderdtal doden.

Het boegbeeld van de oppositie, Ayatollah Khomeini, die al jaren in het Iraakse Najaf in ballingschap leefde, werd op vraag van de sjah door de Iraakse regering uitgewezen en vertrok naar Frankrijk, waar hij door de westerse journalisten prompt heilig werd verklaard. Nu kan Khomeini veel geweest zijn, maar heilig? Neen, dat vast niet! Najaf is een van de grote pelgrimsoorden van de sjiieten. De opruiende preken die Khomeini daar hield drongen gemakkelijk tot Iran door. De sjah had gehoopt dat de Ayatollah vanuit Frankrijk minder invloed zou hebben. Het omgekeerde gebeurde.

De discipline en vastberadenheid van het leger verkruimelden. Toen de opstand op Teherans universiteit oversloeg was het hek helemaal van de dam. De ‘studenten’ hadden zich van wapens voorzien en hun demonstraties werden extreem gewelddadig. Alles wat in Teheran ook maar aan het Westen en zijn cultuur herinnerde, bij voorbeeld cinemazalen, werd kapotgeslagen en afgebrand. Uit die fanatieke groep ontstond de ‘Pasdaran’, de ‘revolutionaire wacht’ als gewapende elite-eenheid, die enkel aan Khomeini zelf verantwoording verschuldigd was.

Kort daarop verliet de sjah Iran, ‘voor een vakantie’ (eigenlijk kankertherapie) en Khomeini kwam terug, met een Air France vliegtuig. Tja, die aardolie doet wonderen! Van toen af was Khomeini aan de macht. De burgerlijke oppositie met als boegbeeld premier Bakhtiar dacht dat ze een akkoord met Khomeini had. Die schoof de ‘nuttige idioten’ opzij met een achteloosheid die hij van Lenin geleerd kon hebben. Om de analogie nog verder te drijven werd Bakhtiar later zelfs in ballingschap vermoord.

Een belangrijk incident met blijvende werking was de bezetting van de Amerikaanse ambassade en gijzeling van 52 Amerikanen door de ‘studenten’. Dat betekende een totale breuk met alle conventies die de mensheid ooit opgebouwd had om ook in conflictgevallen toch nog communicatie en dialoog mogelijk te maken. Ambassades en diplomaten zijn sacrosanct. Daaraan hadden zich zelfs Hitler en Stalin gehouden. Dit betekende niets minder dan: “Wij wijzen jullie en heel jullie beschaving volledig af. We verwerpen, misprijzen zelfs, alle conventies en afspraken die jullie denken te hebben. Wij houden ons aan helemaal niets. We laten ons door niets beperken tenzij door de Islam”. Ik weet niet of ze dat signaal bewust wilden uitzenden, maar ze deden het wel luid en duidelijk. Die heel duidelijke boodschap kwam echter niet aan, of ze werd toch minstens niet begrepen. Ook vandaag nog is er in het Westen ook onder gezaghebbenden een meerderheid die meent in Iran partners te zien waarmee men bindende afspraken kan en moet maken! Dat zijn de gevaren van de ‘dromen’ waarmee we dit stukje begonnen.

Ik was in Detroit, in november 1979 toen het gebeurde en kon dus observeren hoe de Amerikanen reageerden. Ik had niet naar de nieuwsberichten gekeken en wist van geen kwaad. Toen ik op maandag 5 november netjes op tijd op mijn werk verscheen kon de vergadering niet beginnen: twee ingenieurs die we nodig hadden waren er niet. Ze waren gevechtspiloten bij de National Guard en gedurende de nacht gemobiliseerd. Er werd uiteraard over de gebeurtenissen gediscussieerd. Er heerste verslagenheid: de mensen waren echt totaal uit hun evenwicht gebracht. Er was slechts één iemand die een oplossing voorstelde: “Bomb an oilfield. Hit them in their wallet” 7. Alsof dat ook maar de minste indruk zou gemaakt hebben op die razende horde in Teheran. De betreffende was iemand die ik tot dan toe als een scherpzinnige chemicus kende. Toen werd me duidelijk dat de modale Amerikaan absoluut niets van de wereld begrijpt. Hij denkt dat iedereen precies ‘tikt’ zoals hij: “money makes the world go round” 8. Dat maakt een rationele omgang met de wereld zoals ze is uiteraard totaal onmogelijk.

Bij de onderhandelingen die daarop volgden zagen we voor het eerst heel duidelijk een fenomeen dat vrij algemeen optreedt in de contacten tussen fanatieke moslims en de wereld: ze werken met twee gezichten, met een ‘Janus’ 5 systeem. Tegenover de buitenwereld schuiven ze gecultiveerde ‘gematigden’ naar voor. Maar die hebben, hun ronkende titels ten spijt, in werkelijkheid niets te zeggen. Ze zijn er enkel om onze sympathie op te wekken en ons tot toegevingen te bewegen. Als die toegevingen volgens de harde kern niet volstaan worden ze nonchalant van de tafel geveegd. Eerste minister Bazargan diende zo als uithangbord voor Khomeini, president Rouhani voor Khamenei, de PLO voor Hamas en zo verder. Wij zien dat misschien wel enigszins, maar we begrijpen het niet en trekken er zeker geen conclusies uit.

Dat de stuntelige bevrijdingspogingen van de Amerikanen op een bijna belachelijke manier faalden deed ook geen goed aan het prestige van hun strijdkrachten, in de USA evenmin als in de rest van de wereld. Khomeini verklaarde later dat Allah hier duidelijk aan zijn zijde tussengekomen was. Khomeini had echter helemaal geen goddelijke hulp nodig: de incompetentie van de Amerikanen volstond ruimschoots, maar zijn eigen reputatie steeg als een raket. De gijzelaars werden uiteindelijk vrijgelaten, maar niet voordat het presidentschap van de arme ongelukkige Jimmy Carter voorbij was.

Khomeini heeft de hele tijd tot 1982 nodig gehad om zijn theocratie volledig te vestigen. De repressie van de moellahs tegen aanhangers van het vroegere regime maakte veel meer slachtoffers dan de gevechten tijdens de revolutie. De Iraanse economie werd daarbij ernstig ontwricht. De burgerlijke oppositie en de linkse opstandige groepen die de revolutie begonnen waren, waren eraan voor hun moeite. Eigenlijk was in Iran alles hetzelfde gebleven: de armoede en ongeletterdheid van de plattelandsbevolking zowel als de ontzettende druk van onvrijheid en terreur van de geheime politie. De instituties die het volk kwelden hadden nu enkel andere gezichten en een andere naam. Ziedaar de ‘voordelen’ van ‘regime change’.

Niet dat het iets uitmaakte, maar ook in de grote Europese steden hadden progressieven tegen de sjah en voor Khomeini gemanifesteerd. Waar dachten die eigenlijk dat ze mee bezig waren?

Iran-Irak oorlog

Kort na de machtsovername, in 1980, viel Irak onder Sadam Hoessein Iran binnen. Hij werd daarbij door de USA zeker aangemoedigd en ondersteund. De Amerikanen vonden het zelfs niet nodig dat bijzonder discreet te doen. Wat bewapening betreft had Irak een verpletterend overwicht. Iran had enkel meer mensen en zette die zonder enige scrupule fanatiek in, zonder enig menselijk gevoel voor de verschrikkelijke verliezen. Nadat Irak aanvankelijk vooruitgang boekte kon Iran het tij keren en Sadam zelfs zodanig onder druk zetten dat hij vanaf 1986 chemische wapens gebruikte. Daarbij kwamen duizenden Iraniërs, ook veel burgers, op een gruwelijke manier om het leven.

Iran wil kernwapens

Dat was een schok voor Iran, en niet enkel voor de moellahs. Zoiets mocht nooit meer gebeuren. Volledig logisch kwamen de ayatollahs tot de slotsom dat de enige manier om een herhaling te verhinderen eruit bestond zelf iets nog verschrikkelijkers dan giftgas te hebben: een kernbom.

Voor de revolutie had Iran een nucleair programma voor vreedzame doeleinden. Khomeini zag daar geen nut in en had het gestopt. Nu werd het heropgestart met slechts één doel: een kernbom. Dat is niet zomaar iets dat door de moellahs gewild werd. Daar stond – en staat – heel Iran achter.

Bovendien heeft Iran het nodige talent in huis om een kernwapen te bouwen. Het kan zijn dat ze zich laten helpen. Daarvoor waren en zijn allerlei min of meer obscure partners beschikbaar. Maar de hoofdzaak is dat ze de mensen hebben om zoiets in eigen regie klaar te krijgen.

En dan?

Uiteraard hebben de USA daar een probleem mee. Ondanks alle illegale Pasdaranacties kunnen ze het zich permitteren met vliegdekschepen in de Perzische Golf rond te varen. Ze doen dat ook om de voor de wereldeconomie levensbelangrijke oliestroom uit het Midden-Oosten te beveiligen. Als Iran over kernwapens zou beschikken zou dat dat wel erg riskant zijn.

Helemaal benauwd daarvan wordt uiteraard Israël. Die hebben zelf kernwapens, ook al hebben ze dat nooit toegegeven. Ze hebben ze praktisch als een soort ‘levensverzekering’ voor het geval een conventionele oorlog eens ooit echt helemaal verkeerd zou lopen. Ze kunnen daarmee ook hun tegenstanders afschrikken zodat die geen gifgas gaan gebruiken. Uiteraard willen ze hun plaatselijk machtsmonopolie behouden. Daarom ook hebben ze tot hiertoe elk object dat van verre of dichtbij iets met kernwapens te maken kon hebben door hun uitstekende luchtmacht aan diggelen laten gooien.

De Iraniërs weten dat en hebben dus hun voorzorgen genomen. Ze bouwen hun belangrijkste installaties ondergronds (10 meter diep met 2,5 meter beton erop) en verspreiden ze bovendien zo veel mogelijk over meerdere sites. Verder is de afstand naar de Iraanse installaties vanuit Israël een probleem.

Ook voor Saudi-Arabië en Egypte is een Iraanse atoombom geen aantrekkelijk vooruitzicht.

De macht van retoriek en grootspraak.

Iran concurreert met Saudi-Arabië om de hoofden en harten van een 1,8 miljard moslims. De mensen in het Midden-Oosten ‘tikken’ heel anders dan wij. Ze zijn nog veel meer gevoelig voor felle emoties en sterke taal. Dus gebeuren er twee dingen. Ten eerste is er een opbod over de vraag wie de betere moslims zijn. Ten tweede wordt de vraag naar voren geschoven wie het meest doet om Israël te bestrijden. Hoewel de Islam al sinds Mohammed grote problemen heeft met Joden is door de oprichting van de staat Israël dat antagonisme nog eens een extra maat gegroeid. De trieste realiteit is dat niemand het leiderschap van de islam kan ambiëren zonder de vernietiging van Israël vooraan in zijn programma te hebben.

Die grootspraak mag dan voor ons kinderachtig, zelfs futiel lijken. Maar als dergelijke dingen iedere vrijdag in tienduizenden moskeeën aan miljoenen gelovigen verteld worden krijgt dat een eigen kwaliteit, een eigen leven en ook een eigen werkelijkheidswaarde. Het wordt een idee-fixe. Met een kernbom in handen kan Iran natuurlijk niet enkel zichzelf verdedigen, maar ook proberen Israël te vernietigen.

Nucleaire explosie: hoe werkt dat?

Het is van belang de techniek enigszins te verstaan omdat het anders zeer moeilijk wordt het handelen van de verschillende partijen te begrijpen.

Zeer vereenvoudigd gaat het zo:

Iran nucleair

Een splijtbare atoomkern, bij voorbeeld 235U wordt getroffen door een neutron (dat moet nog aan bepaalde condities voldoen, maar die laten we hier buiten beschouwing). Dat neutron kan ontstaan door spontane splitsing van uranium. Het neutron wordt geabsorbeerd. Daardoor ontstaat een tussenproduct dat zeer instabiel is en vrijwel ogenblikkelijk uiteenvalt. Daarbij worden kleinere brokstukken en – in dit geval – ook drie neutronen gevormd.

Stel dat die neutronen alle drie op hun beurt een verdere 235U kern tot splijting brengen. Dan ontstaan er in de volgende ‘generatie’ negen neutronen. In de derde zevenentwintig. En zo verder.

Dat is de zogenaamde kettingreactie die in dit geval ‘uit de hand loopt’ en tot een nucleaire explosie leidt. Ze verloopt razend snel en geeft immense hoeveelheden energie in verschillende vormen vrij.

Maar… in ons scenario moeten alle vrijkomende neutronen ook weer tot een splijting leiden. Dat is in de praktijk niet het geval. Het is ook niet nodig: het moeten er maar een beetje meer dan één op de drie zijn. Dat is echter ook niet altijd gegarandeerd. Wat nu volgt is een nogal schaamteloze vereenvoudiging van een heel complex verloop, maar het helpt intuïtief te begrijpen.

Er kunnen ook neutronen naar de buitenwereld ontsnappen zonder een kern te raken. Stel dat het splijtbaar product in bolvorm wordt aangeboden. We kunnen dan stellen dat het aantal vrije neutronen dat per tijdseenheid ontstaat recht evenredig zal zijn met het volume van de bol: 4 ∏ R3 / 3

 

Het aantal neutronen dat per tijdseenheid kan ontsnappen naar de buitenwereld zal recht evenredig zijn met de oppervlakte van de bol: 4π.R2

Dus zal de verhouding ontsnappers/geproduceerde evenredig zijn met 3 / R

Als R zeer klein is gaan er relatief te veel ontsnappers zijn en kan geen kettingreactie tot stand komen. Het is gemakkelijk in te zien dat, als R toeneemt, er een punt komt waarop een evenwicht ontstaat en de reactie net op gang blijft. De massa die de bol dan heeft noemen we de kritische massa. Dat is dus de minimale hoeveelheid materiaal die men nodig heeft om een fissiebom te maken.

Over welke hoeveelheid hebben we het hier?

Er zijn meerdere mogelijkheden. Men kan met 235U werken. In dat geval is de kritische massa 60 kg. Dat is kleiner dan u denkt, want het soortelijk gewicht is 18,95 en dus is de kritische massa kleiner dan een voetbal. Het gaat ook met plutonium (Pu). In dat geval is de kritische massa 11 kg, wat met een soortelijk gewicht van 19,84 iets ter grootte van een tennisbal oplevert. Er zijn nog meer mogelijkheden (o.a. neptunium met 7 kg), maar praktisch worden enkel de hierboven aangehaalde voorbeelden gebruikt.

Wat is er nodig voor een bom en hoe ver is Iran daarmee?

Om een effectief kernwapen te kunnen maken zijn meerdere dingen nodig: een voldoende hoeveelheid splijtbaar materiaal, een gevechtskop om het materiaal tot detonatie te brengen en een vehikel waarmee het wapen op een doel afgeleverd kan worden.

Splijtbaar materiaal.

Alles wijst erop dat Iran voor de uraniumweg gekozen heeft. Iran heeft echter een Russische lichtwaterreactor in Busher. Bovendien hebben ze een zwaarwater-researchreactor in Arrak. In dergelijke reactoren wordt uit 238U door neutronenbestraling plutonium gevormd. Daardoor ligt theoretisch ook de plutoniumweg voor Iran open. Of ze hem ernstig bewandeld hebben weten we niet.

Uranium komt in de natuur voor als een isotopenmengsel: 0,7% 235U en de rest, 99,3% 238U. 238U is niet splijtbaar, en is dus ‘ballast’. Met natuurlijk voorkomend uranium kan men wel een speciaal type kernreactor doen werken maar geen bom construeren. Daarvoor moet het verrijkt worden, hoe hoger hoe beter. Het minimum 235U gehalte voor een bom is 20%, en tot 85% komt in de praktijk voor. Voor de brandstof van lichtwaterreactoren hebben we minstens 5% nodig. Maar let wel: dat is dezelfde technologie. Beide verrijkingen kunnen in dezelfde installatie gebeuren.

Voor dat verrijken zijn er meerdere mogelijke technieken. Chemie is hier nutteloos want 235U en 238U hebben dezelfde elektronenbezettingen en gedragen zich daardoor chemisch volkomen identiek. We kunnen dus enkel het klein verschil in massa gebruiken. Ook daarvoor bestaan weer meerdere mogelijkheden, maar Iran heeft blijkbaar voor centrifuges gekozen.

Dat werkt zo: men maakt UF6 (uranium hexafluoride). Dat is een nogal bizar product: het smeltpunt (64 ºC) ligt boven het kookpunt (56,5 ºC). We willen het product absoluut gasvormig houden. De temperatuur moet dus te allen tijde boven 64 ºC blijven en wordt op ongeveer 100 ºC gehouden. In zeer snelle (>50.000 omwentelingen per minuut) centrifuges zal het fluoride van het zwaardere 238UF6 aan de buitenkant een iets hogere concentratie hebben. De verrijkingsgraad is miniem en daardoor is het nodig heel veel centrifuges in een cascade op te stellen. Iran werkt daar nu al ongeveer twintig jaar aan en het is zeker dat ze deze technologie onder de knie hebben. Gedurende al die jaren heeft Iran steevast beweerd dat hun bedoelingen uitsluitend vredelievend waren. Het westen heeft minstens gedeeltelijk voorgewend dat het dat geloofde.

Ik kan me voorstellen dat het voor de meesten van ons een beetje moeilijk is te begrijpen is hoe hackers van buitenaf met de beruchte Styxvirus de Iraanse centrifuges zwaar konden beschadigen, maar het is simpel. In vaste toestand is UF6 kristallijn, te vergelijken met steenzout. Men moet gewoon in de software die het bedrijf van de centrifuges regelt ingrijpen en twee dingen doen: de alarmen en automatische afschakelingen, die onder andere bij te lage temperatuur aanslaan, overbruggen en daarna de temperatuur omlaag brengen. Dat alles gebeurt zonder dat op de controleschermen iets te zien is. Het ‘steenzout’ zorgt dan in de extreem snel roterende apparatuur voor de rest.

Deze technologie is allesbehalve triviaal. Zeer snel roterende machines met heel kleine toleranties bieden interessante problemen. Alleen al het heelhuids doorstaan van de kritische toerentallen, waarbij de installatie heftig gaat schokken, is al een zware opgave. Het is desondanks zeker dat de Iraniërs de techniek beheersen. Hoeveel verrijkte splijtstof van welke concentratie ze ondertussen al hebben weten we niet.

Een gevechtskop

Dit is waarschijnlijk het moeilijkste en technologisch meest veeleisend stuk van heel de oefening. Men heeft een machine nodig die een subkritische opstelling van splijtstof immens snel in een superkritische configuratie omvormt, waarna een nucleaire detonatie plaats vindt. Om de gedachten te vestigen kijken we best naar het volgend schema, dat geen fantasie is want door de Amerikanen echt gebruikt: het zogenaamde ‘kanon’ model.

 

Voor publicatie iranendebom 01

Die twee halve bollen splijtstof zijn ieder voor zich subkritisch. Maar samengevoegd overschrijden ze de kritische massa. Dat samenvoegen moet echter zeer snel gaan, want de beginnende reactie drijft de componenten terug uit elkaar. Daarvoor heeft men zeer speciale springstoffen nodig die een zeer scherpe en zeer snelle schokgolf 6 produceren. De efficiëntie van dit proces is bepalend voor het ‘rendement’ en dus de kracht van de explosie.

Er zijn vele variaties op dit thema mogelijk. Men kan bij voorbeeld ook de splijtstof in vorm van een holle sfeer opstellen, die door een springstofmantel tot implosie gebracht wordt. Moderne Amerikaanse kernbommen gebruiken een soort stempelsysteem:

Voor publicatie iranendebom 02

Er zijn nog bijkomende designcondities. Het apparaat moet klein en licht genoeg zijn om het in een raket of vliegtuigbom te kunnen monteren. Ook dat is allerminst eenvoudig.

Waarschijnlijk zijn er van geen enkel object ooit zo’n uitvoerige mathematische modellen gemaakt als van die gevechtskop. Die modellen zijn ondertussen dermate goed dan de USA en Rusland ‘grootmoedig’ konden instemmen met een verbod op nucleaire testexplosies: ze hebben die gewoon niet meer nodig! Het spaarde overigens ook nog eens massief kosten. Zo wordt de ‘publieke opinie’ telkens weer gelukkig gemaakt met een lege doos.

Het is ook mogelijk om de gevechtskop zonder splijtstof te testen om de kinematica van de primaire explosie precies op te meten. Dat noemt men een ‘cold test’. We hebben goede informatie die ons doet aannemen dat Iran deze ‘cold test’ reeds in 2005 succesvol heeft uitgevoerd. Dus Iran weet dat ze een werkende gevechtskop kunnen maken en heeft daarmee de grootste hindernis naar de bom al genomen.

Een vervoermiddel

Een kernwapen heeft uiteraard enkel zin als men het ook op een doelwit kan afleveren. Om vele redenen is voor Iran een raket het aangewezen vehikel. Ze hebben dan ook een raketprogramma dat al tamelijk ver gevorderd is. Ook daarvoor hebben ze voldoende eigen knowhow. Ze hebben heel zeker al operationele raketten voor de middellange afstand die voldoende last kunnen transporteren.

Samenvattend

  • Iran wil een kernbom bouwen.

  • Iran kan een kernbom bouwen.

  • Iran is daar bijna (of al helemaal?) mee klaar.

Dat hier een uitermate brisante situatie is ontstaan hoef ik niemand te vertellen.

Wat nu?

Om te beginnen is onze morele verontwaardiging enkel voor onszelf (in onze huidige verdwaasde toestand) geloofwaardig. De USA hebben kernwapens, waarom mogen anderen er dan geen hebben? Ja maar, wij – in België – hebben er toch geen; wij hebben toch recht van spreken! Zozo, en wat ligt er dan in Kleine Brogel? En staan wij niet op het punt gevechtsvliegtuigen aan te kopen met uiteindelijk geen beter argument dan dat ze die Amerikaanse gemoderniseerde B61 bom kunnen transporteren?

Let op, ik ben vast geen wild geworden antikernbomactivist, maar ik tracht de discussie realistisch te houden.

Vervolgens komt het argument dat de moellahs van het theocratische Iran niet de morele kwaliteit hebben om met dergelijke gevaarlijke tuigen op een verantwoorde manier om te gaan. We houden ze voor achterlijk, brutaal en onbetrouwbaar. Vanuit onze gedachtewereld zijn ze dat ook. Maar… Er al eens aan gedacht hoe zij ons zien? Ze zien ons als hedonistisch, pervers, zwak, vals en onbetrouwbaar. Ze hebben daarvoor – denk ik – minstens even goede redenen als wij voor onze afwijzing. Maar wij geloven rotsvast dat onze waarheden ‘meer waar’ zijn dan hun waarheden. Hoezo?

We kunnen deze positie eigenlijk enkel volhouden indien we de postmoderne dogma’s rotsvast geloven: wij zijn allemaal gelijk en de waarheid die wij hier in het Westen ‘ontdekt‘ hebben is dus onbeperkt geldig, overal en voor iedereen. We moeten onze levensvisie met alle kracht uitdragen omdat ze eenvoudig beter is voor ‘de mensen’. Ik vind het merkwaardig dat onze progressieve medemensen niet schijnen te merken hoezeer we hier precies dezelfde gedachtewereld zien die ooit het kolonialisme rechtvaardigde. Men zou eveneens kunnen stellen dat hier dezelfde missionaire ijver te zien is die ook de virulente islam tot zijn brutale veroveringsdrang aanspoort.

Maar de wereld lapt haar laars aan onze gekoesterde ‘zekerheden’. Onze zaligmakende ‘democratie’ en zelfs onze duurbare ‘mensenrechten’ worden door het grootste deel van de wereldbevolking met een flets glimlachje afgewezen, zonder dat wij daarvan merkbaar onder de indruk geraken.

Op typisch postmoderne manier is geprobeerd het probleem Iran door diplomatie op te lossen en afspraken met het regime te maken. Alsof het ambassade-incident in Teheran nooit gebeurd ware. Alsof die mensen zich ook maar een moment aan de letter, laat staan aan de geest van een overeenkomst zouden houden. Let wel: vanuit hun standpunt is iedere list gerechtvaardigd.

Het ‘verdrag’ met Iran waarover na het doorprikken van de ballon door Trump zulke herrie gemaakt wordt was niet enkel waardeloos maar zelfs schadelijk. De controles die voorzien waren hadden zo lange waarschuwingstermijnen dat de Iraniërs alle verdachte voorwerpen zonder meer konden verbergen of verwijderen. Ook mochten de installaties van de revolutionaire garde, waar zich waarschijnlijk het ‘echte spul’ bevindt niet bezocht worden.

Daar stond tegenover dat de mogelijkheden voor Iran om terug cashflow te genereren wagenwijd geopend werden, onder meer door hun geblokkeerde tegoeden vrij te maken. Ze hebben die zeer aanzienlijke fondsen blijkbaar gebruikt om militair materiaal aan te kopen en hun heroplevende grootmachtambities door het stoken van onrust in Jemen, Syrie, Libanon… kracht bij te zetten. Dat was dus echt geen oplossing.

Wat Trump nu doet, namelijk de sancties weer aantrekken, is ook geen permanente oplossing. Dat kan hoogstens de loop der dingen vertragen. Men kan denken: dan toch minstens dat…

Ik denk dat we voor een meer constructieve aanpak best naar China en India kijken; het gebeurt tenslotte in hun achtertuin.

De Israëli’s zijn best in staat hun eigen boontjes te doppen, als wij ze niet al te zeer in de weg gaan staan.

De wereld is vandaag geen knusse veilige plek. Ze was dat nooit en zal het ook niet worden.

Conclusies

Ik hoop dat u niet al te zeer teleurgesteld bent omdat ik geen oplossing aangereikt heb. Ik kan dat helemaal niet en ik heb het dan ook niet geprobeerd. Wat ik wel wilde doen was u een enige achtergrondinformatie brengen om u te helpen de zich ontwikkelende situatie met uw eigen verstand en oordeelskracht te evalueren. Ik hoop minstens daarin een beetje geslaagd te zijn.

Uw Dwarsligger

1 Wij zijn geen christenen meer, toch niet met onze mond. Ook ons hoofd wil het niet meer. Maar ons buikgevoel en onze waarden zijn nog volledig van het Christendom doordrenkt.

2 Soera: de grote raad.

3 Abu Bakr was ook de naam die Al Baghdadi, de leider van ISIS aannam. Het zal wel geen toeval geweest zijn.

4 Kalief: de opperste geestelijke en wereldlijke leider. Hij belichaamt de eenheid van religie en staat.

5 De Romeinse God Janus had twee gezichten: een van voor en een langs achter. Volgens de overlevering keken die respectievelijk naar verleden en toekomst.

6 De dieper geïnteresseerden kunnen hier best naar de Rankine-Hugoniot condities kijken.

7 “Bomb an oilfield. Hit them in their wallet”: Bombardeer een aardolievel. Raak ze in hun portefeuille.

8 “money makes the world go round”: de wereld draait op geld.