donotunderstandUSAVoor de gemiddelde Europeaan was Amerika altijd al iets vreemds. De oorzaak was slechts gedeeltelijk te zoeken in ons beeld van de USA, opgehangen door de verhalen van onze media, de Amerikaanse films, de Amerikaanse muziek en de Amerikaanse modetrends (van Coca Cola tot TikTok [1]). Met de Amerikaanse realiteit heeft dat bijzonder weinig te maken.

Onze houding tegenover Amerika is en was ook sterk emotioneel gekleurd. We hebben te maken met een nogal ondoorzichtige complexe mengeling van haat, liefde, bewondering en afgunst. Twee keer zijn de Amerikanen, ten koste van aanzienlijke offers, onze Europese problemen komen oplossen toen wij dat duidelijk niet zelf meer konden. En daarna hebben ze Europa nog tientallen jaren beschermd tegen een overval die de Sovjets, zeker onder Stalin ondernomen zouden hebben. Lenin had het tenslotte in 1920 al geprobeerd, maar werd toen door de Polen tegen iedere redelijke verwachting in gestopt.

Ik besef uiteraard dat hier ook enig eigenbelang zal meegespeeld hebben, maar een beetje dankbaarheid zou men toch mogen verwachten. Niets daarvan! We wantrouwen en misprijzen Amerika en ook daarvoor zijn er zeker redenen. Tegelijkertijd apen we alles wat uit Amerika komt even gedachte- als ademloos na. Het maakt niet uit of het om de hulahoop, de scoubidou, de frisbeeschijf, rock, heavy metal, break dance of rap gaat: als er in Amerika een rage uitbreekt, hoe zot ze ook mag zijn, dan moeten wij die hier herhalen en indien mogelijk overtreffen. Dat is ook het geval met de mode van de dag: drugmisbruik, “gender speech”, “cancelculture” of beeldenstorm. Door het invoeren van alle mogelijke Amerikaanse neologismen verloederen we onze taal – alle Europese talen – aan een hoog tempo. De koplopers in deze dwaze race zijn de Fransen: zowel met hun giftige kritiek, als met hun enthousiaste opname van alles wat uit Amerika komt, zijn ze alle anderen ver voor.

Van echte Amerikaanse waarden en toestanden snappen we niets. Het Amerikaanse politieke systeem toont ook vandaag nog het handschrift van de “founding fathers”, een groep uitzonderlijk wijze mensen die de grote documenten uit de Amerikaanse geschiedenis – de Declaration of Independence, de Constitution en de amendementen van die grondwet – nog in de 18de eeuw schreven. Een belangrijk motief voor hun handelen was hun wantrouwen tegenover de overheid, tegenover iedere overheid, ook tegenover een die ze zelf gevormd hadden. Is er vandaag iemand van u bereid op te staan om te zeggen dat dit wantrouwen ook hier bij ons onterecht is? Uit dat wantrouwen ontstonden twee dingen die wij Europeanen niet begrijpen.

De Amerikaanse grondwet lijkt eerder de bedoeling te hebben de werking van de overheid te bemoeilijken dan te ondersteunen. Dat is ook inderdaad zo. De “founding fathers” hebben al die “checks and balances” ingebouwd om te voorkomen dat de overheid te veel speelruimte zou krijgen en tegen het volk in kan gaan regeren. Een tijd lang heeft dat ook enigermate gewerkt. Maar we zijn nu goed twee eeuwen verder en er zijn allerlei achterpoortjes gevonden. De enorme invloed van het militair-industrieële complex is daar een – zeer schadelijk – voorbeeld van.

Op bijzonder hardnekkig Europees onbegrip stoot het grondwettelijke recht van de Amerikaanse burgers om wapens te dragen. Dat was meer dan een pragmatische reactie op het feit dat recht en orde zich in dat gigantisch land maar heel langzaam lieten doorzetten. De founding fathers wilden het volk in ieder geval ook de optie laten behouden om tegen de overheid op te staan als het zich niet meer goed vertegenwoordigd zou voelen. Dat ligt volledig in de lijn van de maatschappelijke voorstellingen van John Locke: de overheid moet het volk, dat ze te allen tijde kan ontslaan, vrezen. Continentaal Europa echter heeft niet Locke maar Rousseau gevolgd. Hier vreest het volk de wijze overheid, die met harde hand de “volonté générale” doorzet. Velen gaan het niet graag lezen, maar eigenlijk hebben wij – mentaal – de feodaliteit nog altijd niet helemaal kunnen afwerpen. Het zou ons hier te ver voeren deze gedachte volledig uit te werken, maar ook de consensuscultuur en politieke correctheid die waarschijnlijk fataal zullen blijken voor onze beschaving, kunnen van “Du contrat social” afgeleid worden, en wel van de interpretatie die Robespierre eraan gaf. Uiteraard brengt een tot de tanden bewapende bevolking – want dat is het geval in Amerika – ernstige problemen mee. Bijvoorbeeld het gebruik van vuurwapens bij misdrijven richt in de USA een permanente slachting aan. Anderzijds lijkt onze zeer strikte wapenwetgeving de misdadigers van alle soorten ook niet ernstig te hinderen bij het verkrijgen van het nodige werktuig.

Een fenomeen dat wij Europeanen algemeen helemaal verkeerd interpreteren is de zogenaamde Amerikaanse smeltkroes [3]. Wij geloven dat in die miraculeuze machine alle mogelijke verschillende volkeren in de kortste keren tot een homogeen Amerikaans mengsel gefuseerd worden. Niets is minder waar: ook in Amerika vergt integratie tijd. Rond Boston waren er tot ver in de twintigste eeuw nog altijd authentieke Italiaanse dorpen, met de was op straat, vino, la mamma en alle bijbehorende commotie. Dat is goed gedocumenteerd omdat het gebruikt werd om de zogenaamde Framingham studie op te zetten. Hoboken, tegenover Manhattan aan de andere kant van de Hudson rivier was berucht omdat daar grote homogene Italiaanse en Ierse wijken waren die voortdurend oorlog met elkaar voerden. Ik kende in New Jersey een bejaarde Griekse dame. Ze was al 67 jaar in de USA en sprak geen woord Engels. Ze had dat niet nodig: ze woonde knus in de Griekse gemeenschap met Griekse winkels en zelfs een Grieks orthodoxe Kerk. Als we in het stadje Dover naar de supermarkt gingen, moest dat wel in het Spaans. En als je de pech hebt in het nobelziekenhuis Columbia Presbytherian op Manhattan terecht te komen is een mondje Spaans ook handig om met de nachtzuster te kunnen praten. De Aziaten passen zich nog het gemakkelijkst aan. Ze zijn gemiddeld zelfs succesvoller, beter opgeleid en hebben hogere gemiddelde inkomens dan de blanken. Ook zij hebben hun eigen eng verweven ‘community’: in grote steden is er een soms zeer omvangrijk Chinatown. In San Francisco wonen daar een miljoen Chinezen. Ze hebben er hun eigen markten en winkels. En toch slagen ze erin bijna geruisloos in de Amerikaanse maatschappij te verdwijnen. Ze hebben geen eisen en de laagste misdaadcijfers.

De moeilijkste integratieoefening is echter die van de “zwarten”. Die is, met de slavernij, uiteraard al op het verkeerd been gestart. Het is iedere dag zichtbaar dat ze eigenlijk kan lukken. Er zijn veel zwarten die “het maken”, in de industrie, de zakenwereld, universiteiten, administratie en politiek. Maar toch heb ik het gevoel dat ze de laatste halve eeuw achteruitgaan. De zwarte gemeenschappen zijn totaal kapot. Het openbaar onderwijs is er nog slechter dan het algemeen al is. Het schoolverzuim is enorm. Drugsgebruik neemt alsmaar toe. De geweldmisdrijven binnen de zwarte gemeenschap liggen ook bijna een grootteorde boven het gemiddelde. Vooral de familiesamenhang is er onherstelbaar verwoest. Er zijn nogal wat zwarte mannen die, bij voorbeeld, 14 kinderen hebben bij 8 vrouwen. De meeste zwarte kinderen groeien op zonder vader. Heel veel van die mensen hebben helemaal geen opleiding en zijn dus het slachtoffer van de globalisatie. Het racisme dat er natuurlijk was en ook is, speelt een rol, maar anders dan u misschien denkt: het dient voor de zwarten als alibi om geen enkele inspanning te doen.

De overheid doet inderdaad enorme inspanningen om deze situatie het hoofd te bieden. Buurtwerking, studiebeurzen, programma’s voor moeders… alle registers worden opengetrokken. Maar al die inspanningen weigeren hardnekkig vruchten af te werpen. Positieve discriminatie in al haar vormen heeft bovendien een zeer negatief effect op de blanke ongeschoolde arbeiders, die ook onder de globalisering lijden, het economisch zeer moeilijk hebben en daardoor meer ontvankelijk worden voor rechtse racistische stromingen.

Soms heb ik het gevoel dat de zwarten niet werkelijk willen veranderen. Ze beginnen zich comfortabel te voelen in hun rol van eeuwige underdog, klagen verontwaardigd de meest banale dingen aan, leven van de “social security” en de “food stamps”, schoppen af en toe wat herrie, steken een paar afvalcontainers en een auto in brand en gaan op een straathoek rappen. En daarmee is hun dag gevuld.

Er zijn genoeg zwarte intellectuelen die het hele systeem glashelder doorzien. Bij voorbeeld Thomas Sowell. Maar de zwarte gemeenschap is voor hen even onbereikbaar als voor hun blanke collegae. Ze worden door hun rasgenoten gewoon bij “de witten” geteld.

Maar het Amerikaanse probleem zit natuurlijk niet enkel – en zelfs niet hoofdzakelijk – bij het zwarte deel van de bevolking. Ook de blanken van alle sociale lagen tonen alarmerende tekenen van toenemende verwildering en anarchie. In ons artikel “Amerikanen” hebben we dat fenomeen aangekaart. Ook bij de blanke bevolking is de familie, het betonijzer van de maatschappij, zo goed als volledig gesloopt.

De afbraak van de Amerikaanse maatschappij escaleert nu snel, en ook de Amerikanen zelf begrijpen hun land niet meer. De massamedia zien de problemen enkel in racisme, discriminatie, gendersituaties, het kapitalisme, vlaggen en standbeelden van leiders uit een oorlog die 150 jaar geleden eindigde en natuurlijk... Trump.

Er zijn echter nog wel enkele publicaties die een meer ernstig zicht op de situatie proberen te hebben en weer te geven. De “Strategic Culture Foundation”, bijvoorbeeld, is een denktank die zich met globale problemen bezighoudt. In hun online journaal publiceerde Martin SIEFF, een ervaren internationale journalist die gedurende 24 jaar voor verschillende grote Amerikaanse kranten (b.v. The Washington Times) het buitenland (vanuit 70 landen en 12 oorlogen) versloeg, een opmerkenswaardige analyse. Hier de vertaling:

Hoe Amerika’s kinderen wel opgroeiden maar nooit volwassen werden en tot de “demonen” van Dostoyevsky muteerden.

Veel bijdragen op dit platform hebben al gewezen op de twee meest verbluffende ontwikkelingen van deze eeuw binnen de Verenigde Staten die werkelijk beangstigende implicaties voor de vrede en stabiliteit van heel de wereld meebrengen.

De eerste is de maniakale Amerikaanse obsessie met het beleren van naties in heel de wereld om dan vervolgens roekeloos en zonder einde tussen te komen met pogingen om regeringen omver te werpen en nieuwe maatschappijen te vormen. Gedurende de laatste halve eeuw zijn al die eindeloze “kromme” (crooked) avonturen van zogenaamde “nation building” (in werkelijkheid gaat het om het exacte tegendeel: de vernietiging van naties) catastrofaal mislukt, telkens als het geprobeerd werd opnieuw.

De tweede is de dreigende desintegratie van de Verenigde Staten zelf, uiteengerukt door een bizar achttiende-eeuws federalisme dat in werkelijkheid al verouderd was sinds de uitvinding van de stoomlocomotief, nu tweehonderd jaar geleden.

En alsof dat nog niet zou volstaan zien we nu de Amerikaanse maatschappij uiteenscheuren in twee vijandige groeperingen: ultra-liberalen en karikaturale conservatieven die elkaar haten als de pest en absoluut geen moeite doen om punten van overeenkomst te vinden.

Maar onder die klaarblijkelijke desintegratie factoren ontwaar ik een enkele, diepere destructieve kracht. Ik bedoel de verkleutering van meer dan 200 miljoen Amerikanen. Om de woorden van Sint-Paulus in de zijn tweede brief aan de Christenen van Thessaloniki te gebruiken: God heeft ze met waanzin geslagen, zodat ze leugens kunnen geloven. De vergelijking loopt enkel mank omdat de leugens zich buiten iedere proportie vermenigvuldigd hebben.

Onder dat alles zit hetzelfde angstaanjagend fenomeen. Gedurende meer dan een halve eeuw zijn er in de Verenigde Staten meer kapotte families geweest en meer kinderen opgevoed door alleenstaande ouders of in door drugs en alcohol geteisterde gezinnen dan in enig ander land op de wereld.

Als resultaat daarvan zijn er nu al generaties menselijke wezens in een maatschappij van meer dan 330 miljoen zielen, die bovendien ook nog nucleair bewapend is, die we als emotioneel simplistisch moeten zien, hoe goed gevoed, opgeleid en geïnformeerd (wat in de realiteit uiteraard niet het geval is) ze ook mogen zijn.

Mijn vrouw heeft een onverzadigbare appetijt voor klassieke Amerikaanse films uit de jaren 30 en 40. Ik beken mijn eigen verslaving aan misdaadfilms uit de jaren 50 zoals “Perry Mason”, “The Untouchables” en “M Squad.” De aantrekkingskracht van deze oude producties is voor ons allebei de tijdsgeest waarin ze zich afspelen. Toen waren mannen nog mannen en vrouwen waren vrouwen. Toen handelden volwassenen zoals volwassenen – of ze probeerden dat minstens. Dat was een tijd waar volwassenen niet bespottelijk op hun buik gingen om de verantwoordelijkheid op te nemen voor echte en ingebeelde misdaden die plaats hadden generaties voor ze zelf geboren waren.

Wat voor een jeugd kunnen we dan verwachten van een generatie zich “mea culpa” op de borst kloppende snikkende emmers lillende menselijke blubber? Ze zijn zelfzuchtig, narcistisch en arrogant: ze menen het recht, de macht en zelfs de plicht te hebben de wereld volgens hun eigen inzichten opnieuw te ordenen. “Ze lijken godvrezend, maar ze wijzen de kracht die ze godvrezend zou kunnen maken af: blijf weg van zulke mensen”. Sint Paulus nog eens, tweede brief aan Timotheus 3:5.

Deze waanzin is veel gevaarlijker dan die welke enkel brutale zwakke kleine jongetjes bevalt als ze ervan dromen grote, boosaardige simplistische supermacho’s te worden. Fjodor Dostojewski heeft ze gezien, de verschrikkelijke arrogante schepselen van grenzeloze nihilistische vernieling die gedwongen uit een dergelijke maatschappij moeten voortkomen. Hij heeft ze beschreven in zijn spookachtig angstaanjagend meesterwerk: Demonen [2].

demonen

De zogenaamde progressieven van de (ook zogenoemde) linkervleugel van de Amerikaanse maatschappij zijn nog erger aangetast. Ze zijn vastbesloten om aan iedereen hun simplistische, ongeïnformeerde en belachelijk ignorante standpunten op te dringen: de verschrikkingen van broeikasgassen en de gevaren van DDT – nog altijd het beste en krachtigste insecticide voor de onderdrukking van muskieten die ieder jaar ongeveer twee miljoen mensen doden (haaien verscheuren per jaar ongeveer een dozijn pechvogels).

Als we er ons van bewust zijn dat we te maken hebben met een complete, enorme maatschappij van onwetende, arrogante verwende snotneuzen (mannelijk en vrouwelijk) die nooit volwassen werden, krijgen de diepere verklaringen voor absurde gedragspatronen en politieke obsessies duidelijker contouren.

Waarom dan die idiote, werkelijk suïcidale behoefte om eindeloos druk uit te oefenen, te bestraffen, te beleren en af te wijzen tegenover grote nucleaire machten zoals Rusland en China? Waarom de voortdurende, al van het prille begin belachelijke obsessie om Afghanistan en Irak – en ondertussen ook Oekraïne en Georgië – om te vormen tot exacte kopieën van de sociale en morele volmaaktheid die de Verenigde Staten zichzelf inbeelden te belichamen?

Vanwaar het oprecht algemeen gekoesterd vertrouwen dat de Verenigde Staten de meest welvarende, fairste, minst gewelddadige, veiligste en gewoonweg gelukkigste maatschappij van de wereld zijn, een opvatting algemeen gedeeld door mensen die nooit ergens anders geweest zijn?

Vanwaar die charmante maar bizarre weerstand tegen het verwerven van kennis over het dagelijks leven in andere landen bij al diegenen die nooit een ander land bezocht hebben en ook niet de bedoeling hebben dat te doen?

Waarom bundelen Republikeinen en Democraten hun krachten in het Congres om speciaal Rusland als de belichaming van het kwade te verwensen terwijl Rusland toch nog nooit in zijn lange geschiedenis toleranter, opener en welvarender was?

Het komt doordat generaties Amerikanen, opgevoed met simplistische sprookjes, die blijven omarmen en slikken, ook lang nadat ze opgegroeid zijn. En daar ze discipline, terughoudendheid en wijsheid missen, allemaal dingen die vaders – min of meer – proberen hun kinderen, jongens zowel als meisjes, bij te brengen, is het logisch dat opeenvolgende zonder vader opgroeiende generaties de psychologische symptomen van steeds verder aftakelende zielen vertonen.

Net zoals een cyclotron subatomaire deeltjes in altijd maar kleinere spatjes materie en/of energie breekt hoe sneller de draaiing hoe meer – zo produceert ook de knettergekke altijd maar versnellende desintegratie van de Amerikaanse maatschappij meer absurde en extreme ziekteverschijnselen van generatie tot generatie – en tegenwoordig van jaar tot jaar.

Dat is de reden waarom de voorzichtige terughoudendheid, die door de leiders van Rusland en China getoond wordt, een zo geweldige gloeiende woede bij het Amerikaanse volk en zijn leiders veroorzaakt. En dit verklaart waarom de ignorante hysterische meute die vandaag de hallen van het Congres van muur tot muur vult, schreeuwt gelijk verwende snotneuzen en schril altijd maar strengere sancties afkondigt over een toenemend aantal naties dat hun fratsen beu is.

Hoelang nog kan een dergelijke situatie, zulk een onevenwicht in de wereldorde blijven bestaan?

Helemaal niet lang!

Nawoord

Hiermee zijn we aan het einde van het verhaal van Martin Sieff gekomen. Wat moeten we daar nu van denken? Bij alle rationaliteit klinkt uiteraard ook een emotionele schreeuw door. Ik voel zoiets als angst, beklemming, zelfs paniek. Hier ziet een ervaren waarnemer hoe de machtigste natie van de wereld, en bovendien zijn natie, zichzelf aan een hoog tempo demonteert. Hij durft dat niet te plaatsen, hoewel zijn ervaring en eruditie hem duidelijk moeten zeggen: dit is het einde van een tijdperk: Pax Americana is verleden tijd.

Ook voor ons Europeanen is er een les, die we uiteraard niet zullen leren: Niets kan in Amerika zo gek zijn of enige tijd later is het hier in ergere vorm.

Uw Dwarsligger

[1] TikTok mag dan door een Chinese firma ontwikkeld zijn; het is in China niet beschikbaar. Het ligt perfect synchroon met de Amerikaanse tijdsgeest en heeft dan ook in Amerika zijn hoge vlucht genomen en van daaruit de wereld veroverd.

[2] Demonen, Fjodor Dostojevski Van Holkema & Warendorf ISBN-10: 9031505331

[3] " ..the most important point to be made about the American melting-pot is that it never occurred." Glazer and Moynihan (1963). In Thomas Hylland Eriksen, Ethnicity and Nationalism. 3e ed. blz 12.