dwarsliggers

Dwarsliggers ... noodzakelijk om het rechte spoor te houden
          
lees meer over onze filosofie

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Willem de ZwijgerWaar is de tijd van die goeie Belgenmoppen! Nu is het zelfs groot nieuws wanneer uit officieel Nederland kritiek te horen is. Dan staat de helft van ‘de Wetstraat’, het Belgisch politiek centrum, in rep en roer. Gespeelde of terechte verontwaardiging?

Nederland & Vlaanderen,een kwestie van zelfbewustzijn en gezond verstand

Mark Rutte schamper over België

Recent wees regeringsleider Marc Rutte met opgeheven vingertje naar België. Aanleiding was zijn voorstel om in Nederland de dividendenbelasting af te schaffen: “We zien in België wat er gebeurt wanneer je de bakens niet op tijd verzet. België heeft nog maar één internationaal bedrijf over: InBev (bierbrouwerij).”

Welja, zijn opmerking, hoe onvolledig ook, klopt. Alleen was zijn verwijt bedoeld voor binnenlands gebruik. Met name, om de kritiek van de oppositie op deze gunstmaatregel te pareren. Hoewel vanuit Vlaanderen nogal scherp werd gereageerd, overleefde dit banaal incidentje de waan van de dag niet.

Bovenste beste buren of valse vrienden?

Eind oktober was ik aanwezig op een colloquium over “De Nederlanden, een confederatie maar met wie?” Een van de sprekers was Axel Buyse, de officiële vertegenwoordiger van de Vlaamse regering in Den Haag. Er werd gepeild naar de mogelijkheid om samen met Nederland een confederatie te vormen. Hoewel de conclusie duidelijk liet uitschijnen dat een confederatie niet realistisch is, deed de voorzichtige Buyse toch één opmerkelijke uitspraak. Volgens hem zou

de Nederlandse bevolking ‘ja’ stemmen, mocht morgen een referendum plaatsvinden over een confederatie Nederland-Vlaanderen.

Zou het kunnen dat de Nederlandse bevolking anders denkt dan Rutte? Volgens Evert Van Wijk (die mediatraining geeft in België en Nederland) is dat helemaal niet het geval.

Zijn  nogal provocerend boek[1] met de suggestieve titel “Valse vrienden” zal vooral gelezen worden door zij die daarmee hun eigen gelijk nog eens bevestigd weten.

In een recensie over het boek lezen we: “Vlaamse bescheidenheid versus Hollandse zelfbewustheid. De Bourgondische Vlaming versus de zuinige calvinistische Nederlander. En de formele, gereserveerde Belg versus zijn luidruchtige noorderbuur. Een groter contrast tussen twee buurlanden is nauwelijks denkbaar.” En verder “Volgens de auteur zijn we zeker geen beste buren, maar valse vrienden, die schijnbaar dezelfde taal spreken, maar elkaar niet begrijpen. Een boeiend en kritisch boek voor Belgen en Nederlanders die zich in elkaars volksaard willen verdiepen.”

Uit mijn persoonlijke ervaringen, zowel professioneel als binnen een Vlaams-Nederlandse cultuurvereniging, blijkt dat veel Nederlanders het inderdaad moeilijk hebben om Vlamingen die een samenwerking genegen zijn te begrijpen. Ook de Vlaamse politieke verzuchtingen vallen op een koude steen. Toch deel ik het pessimisme van van Wijk niet, integendeel. Een woordje uitleg.

Ik heb de indruk dat de Nederlandse zelfgenoegzaamheid zoals van Wijk die etaleert, niet getuigt van kennis maar vooral berust op emoties. En dat Vlamingen zich al te graag wentelen in een underdog rol, klopt ook. Daarom passen deze theatrale rolletjes goed bij mekaar. Alleen is dat de werkelijkheid niet. Er zijn ook zelfbewuste Vlamingen en die kunnen het goed stellen met hun bovenste beste buren. Dan blijkt meteen ook dat er heel wat Nederlanders sympathie hebben voor een Vlaming die zich niet laat doen.

Een anekdote. Ooit moest ik onderhandelen met Nederland over een uitwisseling van trainingscapaciteiten voor militairen. Bij de aanvang van ons gesprek vroeg men om mij even voor te stellen. Dat deed ik en voegde er ongevraagd aan toe dat ik goed over de baan kon met Nederlanders, want zo zei ik, “we hebben nogal wat gemeen, behalve dat jullie aardgas hebben en wij niet. Maar daar hebben jullie schuld noch verdienste aan.” Het werd een zeer vruchtbaar gesprek en achteraf had ik een heel gezellige babbel met de Nederlandse collega’s die hun sympathie voor een assertief Vlaanderen niet onder stoelen of banken staken.

Waarom zouden afwijkende eigenschappen in de weg staan van een vruchtbare samenwerking? En voor alle duidelijkheid: een ‘staatkundig’ confederaal verband is noch min noch meer dan een samenwerkingsverband op vrijwillige basis. Maar die formele bevestiging is voor de pragmatische Vlaming niet zo belangrijk, maar op de langere termijn de bekroning van een goed functionerende samenwerking. Wat alvast nu een troef is in onze samenwerking is de complementariteit, om de Nederlandse plannenmakerij aan te vullen met Vlaamse plantrekkerij. Om ook het onvoorziene op te lossen … Militairen in operaties weten waarover ik spreek. 

Het Defensieteam van Pjotr’s Dwarsliggers, bestaande uit Vlamingen én Nederlanders, overstijgt dagelijks de verschillen waarover oppervlakkige luitjes telkens opnieuw struikelen. Niet naambekendheid, laat staan nationaliteit is voor ons belangrijk, wel een gemeenschappelijke filosofie: gebeten om te weten. Dwarsliggers als onafhankelijke lobbyisten voor goed bestuur.

Buren zullen we altijd zijn

De werkelijkheid is dat Nederland en Vlaanderen deel zijn van eenzelfde geografische en economische ruimte. Nederland zal altijd onze buur blijven en Rotterdam zal altijd die concurrerende wereldhaven zijn van Antwerpen. Vlaanderen doet het goed bij de Nederlanders. Getuige daarvan zijn onder meer de talrijke Nederlandse studenten die kiezen voor onderwijs in Vlaanderen. Getuige ook de vele Nederlanders die onze ziekenzorg waarderen en genieten van onze bourgondische trekjes. Waarbij meteen ook mag gezegd worden dat Nederlanders niet zo zuinig zijn. En in Vlaanderen zijn er veel Vlamingen die opkijken naar de veel efficiënter staatsorganisatie van Nederland: een beleid dat de tering naar de nering zet en daardoor zo veel meer ruimte heeft om te investeren in de toekomst. 

Ten slotte wat we ook gemeen hebben: onze afkeer van gezag. Jawel, alleen tonen de Nederlanders dat vooral verbaal terwijl de Vlamingen in de portemonnee zitten van de overheid; onze nationale sport, belastingontwijking/ontduiking. Niet dat Nederlanders in dat domein doetjes zijn, maar het grote verschil is dat jullie vooral gespecialiseerd zijn in het bedotten van het buitenland en minder de eigen staatsfinanciën viseren. Was het indertijd niet omdat de Nederlanders probeerden de Zuidelijke Nederlanden te veel geld af te troggelen dat er een opstand uitbrak?  

Zelfbewust omgaan met mekaar

Waar wringt het schoentje in deze relatie? Het zelfbewustzijn van de Nederlanders vindt zijn gelijke niet in Vlaanderen. Dat zorgt voor heel wat frustraties. Elk Hollands opgestoken vingertje wordt in Vlaanderen al te snel ervaren als kleinerend, terwijl het niet meer is dan een manier om stoom af te laten.

Volgende reactie (op het hiervoor vermelde colloquium) van van Wijk is zo’n voorbeeld: “Niemand, helemaal niemand in Nederland, zit te wachten op een confederatie met Vlaanderen.” Wel mijn beste Evert, dat is ook het geval in Vlaanderen hoor! Wij zitten evenmin te wachten op een confederatie. Wij zien echter wel de voordelen van een samenwerking en wees gerust, nu jullie royale inkomsten uit aardgas opgesoupeerd zijn, zal je merken dat samenwerken ook een kwestie is van goed bestuur (of lees gezond verstand).

Een voorbeeldje? Jullie zouden 85 gevechtsvliegtuigen kopen en zopas las ik een bericht aan de Tweede Kamer dat jullie niet eens voldoende geld hebben om er 37 te betalen, niet eens de helft dus. En kijk, jullie hoogste militaire autoriteit komt in ons federaal parlement smeken om jullie te helpen en ook een fregat te kopen en of we a.u.b. willen kiezen voor hetzelfde peperdure vliegtuig dat nog niet eens operationeel is? Zouden jullie óók eens in de Tweede Kamer een Belgische generaal willen uitnodigen die jullie komt uitleggen dat we geen kat in een zak[2] willen kopen en dus zullen wachten tot de vliegtuigbouwer (Lockheed Martin) een operationeel vliegtuig in aanbod heeft. Intussen zijn we wel zo vriendelijk om met onze Luchtnacht jullie beurtrol in het Midden-Oosten over te nemen.

Het kan verkeren zei Bredero …

Beste lezers,

Voor alle duidelijkheid, met bovenstaande tekst wilde ik aantonen dat een grote mond opzetten géén alleenrecht is van ‘Hollanders’. Wordt het geen tijd om al die ballast overboord te gooien en om in wederzijds respect een rationele samenwerking te steunen, die onze beide gemeenschappen ten goede komt?

Met een oprecht vriendelijke groet van een Vlaamse Prince-vriend!

“De Prince is een orde, die tot doel heeft, de studie, de beleving en de uitbouw van de Nederlandse aard in het persoons-, gezins- en gemeenschapsleven. – Geloof in de eenheid en de zending van de cultuur der Nederlanden. Voornaam optreden in bewuste verbondenheid met de gemeenschap. Hechte kameraadschap die geeft en eist. Trouw en tolerantie naar Oranje’s geest.”

 

, [1] Valse vrienden; Auteur: Evert van Wijk, Uitgever: Scriptum Books

[2] Carolus Tuinman (1726) schrijft in zijn spreekwoordenboek: "Men moet geen kat in een zak koopen. De kooper zoude daar door lichtelyk konnen bedrogen worden, als ware de kat een haas." Tuinman formuleert de uitdrukking dus vooral als waarschuwing: geloof de koopman niet op zijn woord dat er een haas in de zak zit, maar controleer vóór de aankoop of hij er niet stiekem een kat in heeft gestopt.