Grafiek 2 0Dat de verdeling van de parlementaire zetels onrechtvaardig is kon u reeds lezen in een eerdere bijdrage. Maar is dat ook zo voor de manier waarop men de kieskringen organiseert?

 

In een eerste artikel ‘Een hoogmis voor de particratie’ toonden we aan dat de huidige kieswetgeving het gelijkheidsbeginsel schaadt. Niet elke stem is evenveel waard. Tevens worden de grote partijen bevoordeeld door de recuperatie van stemmen waar ze geen recht op hebben en door de negatie van de blanco stemmen.

Over de kieskringen beperkten we ons tot volgende opmerking: “De overheid dient wel ervoor te zorgen dat elke kieskring op een adequate manier toegang geeft tot het parlement. Mocht dit niet het geval zijn dienen de kiesomschrijvingen aangepast te worden”. Tijd voor een onderzoek hieromtrent én hopelijk een publiek debat.

Gelijkheid van kiezers en gemeenschappen

Bij de omzetting van het stemresultaat naar een parlementaire vertegenwoordiging moet men rekening houden met meerdere niveaus waarop het gelijkheidsprincipe moet worden toegepast en gerespecteerd. Er is de gelijkheid van het individu en tevens de gelijkwaardigheid van de onderscheiden gemeenschappen / deelstaten / gewesten. Maar gelijkwaardigheid betekent nog niet dat een minderheid ook evenveel macht dient te krijgen, laat staan een absoluut vetorecht.

Wanneer men uitgaat van de gelijkheid van de kiezer - elke stem is evenwaardig – dan kan het negeren van dit principe leiden tot het politiek uitschakelen van een minderheid. Zo worden in landen met kiesdrempels – waaronder België - kiezers politiek monddood gemaakt omwille van hun beperkt aantal. Andere scheeftrekkingen die wij blootlegden in het vorig artikel zijn al even duidelijke voorbeelden.

Wanneer men pleit voor een gelijkheid tussen de gemeenschappen daarentegen, kan dat resulteren in een zeer ongelijke deelname aan de parlementaire macht. Dat in de VS de staat Alaska net als het veel bevolkingsrijkere Californië in de ‘Senate’ vertegenwoordigd wordt door twee senatoren, is daar een sprekend voorbeeld van. Maar voor het ‘House of Representatives’ dat 435 vertegenwoordigers telt wordt wel rekening gehouden met de bevolkingscijfers van de staten. De enige afwijking is dat elke staat minstens één vertegenwoordiger heeft.

En hoe zit het met de toepassing van het gelijkheidsprincipe toegepast op de gemeenschappen? Een belangrijke ongelijkheid - die echter niets te maken heeft met de kieswetgeving - is de invoering van grendels, alarmbellen en bijzondere meerderheden. Of de manier waarop de kiesomschrijvingen werden georganiseerd eveneens zorgt voor scheeftrekkingen is het antwoord genuanceerd. Neen, wanneer men de bevolkingscijfers hanteert. Ja, wanneer men de kiesplichtigen als referentie neemt.

Vergelijking inwoners / volksvertegenwoordigers

De verhouding tussen de inwoners van Vlaanderen/Wallonië en Brussel en het aantal afgevaardigden klopt ongeveer. De kiesdeler voor België bedraagt 73.533 (=inwoners: 150). Dat geeft voor Vlaanderen 86 zetels. Wallonië heeft volgens dezelfde norm recht op 48 zetels. Voor het BHG zijn er dus 16 te verdelen zetels waarvan 2 voor Nederlandstalige kandidaten. Dat laatste is na de splitsing van BHV niet meer evident.

Wanneer we de inwonersaantallen van de provincies vergelijken met de toegewezen zetels, dan ziet dat er als volgt uit:

Tabel 1

Tabel 1 :

Opmerking: Het correcte aandeel in de N/F bevolking van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is niet duidelijk.

Tabel 1 toont aan dat voor de verhouding tussen het aantal zetel en inwoners de spreiding in het Vlaams gewest veel kleiner is dan in het Waals gewest. In Wallonië is er een duidelijke scheeftrekking tussen enerzijds Luxemburg, Henegouwen en Luik en anderzijds Namen en Waals Brabant. Waarom dit zo is, konden we niet achterhalen.

Over Brussel is niet duidelijk welk bevolkingsaandeel genomen werd voor de verdeling over de gemeenschappen. Volgens de officiële gegevens waren er 14 Franstalige en 9 Nederlandstalige vertegenwoordigers. Dat is naar bevolkingsaantal, één zetel per 49.521 stemmen. Brussel is dus, naar bevolkingsaantal, duidelijk oververtegenwoordigd.

De conclusie is dat volgens het bevolkingsaantal, alle inwoners, behalve in Brussel, op een redelijk ‘gelijke’ manier vertegenwoordigd zijn door de 150 volksvertegenwoordigers.

Communautaire scheeftrekking

Het gelijkheidsbeginsel wordt echter, net als het geval is voor de individuele kiezer, ook voor de gemeenschappen geschonden door de ongelijke behandeling van de uitgebrachte stemmen. In het kieshokje is de ene gemeenschap de andere niet.

Wanneer men enkel de bevolkingsaantallen in overweging neemt is er geen groot probleem. Maar we mogen niet vergeten dat de overheid zelf oordeelde dat niet alle inwoners hun stem mogen/moeten uitbrengen. Dat bewijst de facto dat de kiezers belangrijker zijn dan de ‘niet-stemgerechtigde burger’. Die laatsten worden vertegenwoordigd door zij die wel mogen kiezen.

Overigens vertegenwoordigen de verkozen parlementsleden niet ‘de bevolking’ of het algemeen belang. Ze zijn er enkel als vertegenwoordigers van hun kiezers, van hun partij en de ermee verbonden zuil. Het is daarom heel relevant dat het gewicht van de vertegenwoordiging overeenstemt met het gewicht van hun kiezers/partij en niet met de bevolkignscijfers. En dat is helemaal niet het geval.

Wanneer daarenboven blijkt dat de Franstalige partijen bevoordeeld worden in het huidig systeem is een communautaire lezing onvermijdelijk. Deze scheeftrekking laat zich gemakkelijk aantonen door onderstaande grafiek die de resultaten weergeeft van de zetelverdeling in 2010 voor de Kamer.

Voor alle duidelijkheid, hier spreken we dus niet meer over de bevolking als referentie maar over de kiezers.

Grafiek 1

Grafiek 1 :

Dat de drie traditionele Franstalige partijen en Ecolo minder stemmen nodig hebben dan alle Nederlandstalige partijen wijst op een scheeftrekking die niet alleen de grote partijen bevoordeelt. Want dan zou N-VA, als grootste partij, het minst aantal stemmen nodig hebben.

Dit voorbeeld toont zonder enige discussie aan dat in België ook op het niveau van de gemeenschappen het gelijkheidsprincipe niet wordt gerespecteerd. Pijnlijk voor de traditionele Vlaamse beleidspartijen die zich (tijdens de voorgaande staatshervormingen) lieten rollen. Want ook hun eigen kiezers zijn minder waard.

Het werkelijk kiezersaandeel

Een eenvoudige berekening (tabel 2) leert ons dat de zetelverhouding 88 N en 62 F niet overeenstemt met de naakte kiesuitslag - zonder recuperatie van stemmen - van de politieke partijen die vertegenwoordigd zijn in het parlement.

Wanneer 150 zetels te verdelen zijn dan is voor elke zetel 0,666 % van de stemmen nodig. Voor de verkiezingen in 2010 voor de Kamer geeft dat volgend vergelijkend resultaat:

Tabel 2

Tabel 2 :

Deze resultaten tonen aan dat vooral de PS en MR bevoordeeld worden door het huidig systeem. Hoewel niet onderzocht zal dat wellicht te wijten zijn aan de combinatie van de scheeftrekking op niveau van de gemeenschappen samen met deze veroorzaakt door de zetelverdeling met de methode D’Hont.

Het verschil met het huidig aantal zetels is miniem voor de Vlaamse partijen, maar enorm groot voor de Franstaligen. Deze tabel bevestigt de communautaire scheeftrekking. Tevens blijkt hieruit dat de huidige samenstelling in het parlementair halfrond niet representatief is voor de werkelijke macht van de partijen.

Een tweederde meerderheid – actueel 100 van de 150 stemmen – verminderd op basis van de 0,666 % regel tot 90 of slechts drie zetels meer dan de Vlaamse vertegenwoordiging. Dat is inderdaad niet aangenaam voor de Franstalige minderheid.

De meerderheid wordt afgezwakt

Dat de Franstaligen minder stemmen nodig hebben om hun parlementaire zetels te bekomen is niet zonder gevolgen. De meerderheid wordt kleiner en daardoor wordt ook de bestuurskracht aangetast. Om duidelijk te maken waartoe deze scheeftrekking leidt volstaat het om volgend taartdiagram te lezen. Hierop ziet men dat de Vlaamse kiezers die voor partijen stemden die in het parlement vertegenwoordigd zijn (diagram links) bijna een tweederde meerderheid vertegenwoordigen. Dank zij de scheeftrekking van de zetelverdeling (diagram rechts) wordt de situatie duidelijk voordeliger voor de Frantaligen.

Op basis van de verdeelsleutel 0,666% (Tabel 2) wordt een tweederde meerderheid bereikt met 91 zetels in plaats van 100. Grafisch ziet dat er zo uit:

Grafiek 2 0

Grafiek 2:

Bovenstaande grafieken werden mij bezorgd door Gerard De Beuckelaer, redactielid De Bron. Hij voegde daar volgende commentaar bij:

“Dat is zo ‘ineengedraaid’ bij de tweede staatshervorming onder de leiding van Wilfried Martens. De reden waarom de Franstaligen dat wilden is heel duidelijk uit bovenstaande grafieken te zien.

Ik heb in 2011 de feiten in een voordracht voor een Vlaamse organisatie van 55-plussrs open op tafel gelegd (bovenstaande grafieken), en dat zonder commentaar. Daar zat een hoge CD&V functionaris in de zaal. Die had al op voorhand geprobeerd met alle middelen mijn lezing te verhinderen, maar het lokaal bestuur had zich blijkbaar koppig doorgezet. De man ontstak in een zelden geziene woede. Ik verspreid zo maar populistische praat zonder de moeilijke achtergronden van die onderhandelingen ook mee in beschouwing te nemen: schande!

Ik heb hem geen antwoord gegeven maar me tot het publiek gewend met: Hier zien jullie het probleem. De feiten worden zelfs niet in vraag gesteld. Maar de prioriteiten zijn heel duidelijk. De vieze afspraakjes in donkere achterkamertjes moeten worden beschermd, desnoods ook tegen de democratie.

Over de reden waarom politologen deze onrechtvaardige situatie niet aanklagen schreef hij: “Ik kan me niet voorstellen dat mensen zoals Devos dit niet weten. Maar niemand met ‘naam’ gaat daaraan zijn vingers verbranden. Daarin roeren betekent oorlog met het systeem. Het verbluft me hoe ze er in slagen ook de N-VA en zelfs het VB op dit gebied tot grote terughoudendheid te bewegen”.

Hoewel ook dit commentaar het mechanisme niet éénduidig blootlegt wordt het resultaat van dit nadelig compromis wel overduidelijk. Na het verkwanselen van de parlementaire meerderheid, de schending van het gelijkheidsprincipe bij de verkiezingen en recentelijk het opgeven van de gelijkwaardigheid van de Vlaamse gemeenschap in Brussel zijn er toch nog Vlaamse politici die fier zijn op dit palmares.

Tenslotte

Terwijl de verhouding tussen het bevolkingsaantal en het aantal vertegenwoordigers op niveau van de federatie, de gewesten en provincies kloppen, worden de Vlaamse kiezers toch benadeeld.

Het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden, de verkozen partijen recupereren stemmen waar ze geen recht op hebben en de blanco stemmen worden ten onrechte als ongeldig bestempeld.

Dat een parlementaire democratie nood heeft aan een Wetgevende Macht die naam waardig, kan niemand in twijfel trekken.

De onterecht oververtegenwoordiging van Franstalige partijen (PS en MR) zorgen ervoor dat het parlement zichzelf reduceert tot een partijpolitiek én communautair strijdtoneel dat niets maar dan ook niets meer te maken heeft met de zorg om het algemeen belang. Dat kan evengoed zonder scheeftrekking van de kiesuitslag en zonder schending van het gelijkheidsbeginsel.

 

Dwarsligger