Print

cheating noLogoVerkiezingen zijn hét hoogtepunt van een democratie. De manier waarop de Belgische particratie omspringt met de resultaten ervan is niet echt rechtvaardig.

 

Wanneer verkiezingen het hoogtepunt zijn in een democratie, dan is de verdeling van de parlementaire zitjes een hoogmis voor de particratie. Eenmaal het stemhokje buiten, staat de kiezer letterlijk én figuurlijk buitenspel. Rechtvaardigheid en respect voor de kiezers worden vanaf dan ondergeschikt aan het machtsbehoud van een politieke kaste. Vermits de gevestigde macht voordeel heeft bij het huidig systeem zal zij nooit zelf dit onrechtvaardig systeem veranderen. Daarom moet er een publiek debat komen over de manier waarop de parlementaire zetels verdeeld worden.

Bestuurskracht versus gelijkheidsbeginsel

Er zijn grosso modo twee strekkingen in de meningen over de organisatie van verkiezingen. Eén strekking wil vooral de bestuurkracht verhogen terwijl een andere strekking vooral een democratische vertegenwoordiging nastreeft.

In het Britse systeem dat behoort tot de eerste strekking geldt het principe ‘winner takes it all’. Zo kan het zijn dat een verkozene slechts 50% plus één van de kiezers vertegenwoordigt.

Met een zetelverdeling volgens de methode Imperiali of de methode D’Hondt (die in België toegepast wordt) is de bevoordeling van de grootste partijen minder uitgesproken maar nog altijd groot zoals blijkt uit ons summier onderzoek.

Met het voorgestelde alternatief streven we naar een democratischer zetelverdeling, waarbij elke stem evenveel waard is. Het levert niet noodzakelijk minder bestuurskracht op, maar bant wel de huidige ondemocratische scheeftrekkingen. Het aangeboden alternatief kan de geloofwaardigheid van het parlement en de politiek in het algemeen ten goede komen.

Actuele verkiezingsregels

De politieke partijen hebben een reeks regels ontworpen die de zetelverdeling regelen. Niemand die twijfelt aan de noodzaak om deze delicate verdeling van de parlementaire macht goed te regelen. Maar de huidige regels, waaronder de indeling van het land in kiesomschrijvingen, hebben enkele belangrijke nadelen.

In de eerste plaats wordt het gelijkheidsbeginsel geschonden. In 2010 had de PS voor de verkiezingen voor de Kamer slechts 34.405 stemmen nodig voor één zetel, terwijl de Franstalige partijen R.W.F en WALLONIE D’ABORD respectievelijk 35.743 en 36.642 stemmen behaalden, maar toch geen zetel kregen. Zijn de Belgen dan toch niet allemaal gelijk zoals de Grondwet het wil?

Ten tweede, gebruikt men de ‘verloren’ stemmen van partijen die de kiesdrempel niet halen om deze te herverdelen over de partijen die wel vertegenwoordigd zijn. Hoe kan men rechtvaardigen dat men de stem van iemand die kiest voor A en niet voor B, via een herverdeling toch geeft aan B? Daarover werd nooit de mening gevraagd van de kiezers, zodat hier sprake is van een onterechte en zelfs oneerlijke recuperatie.

Ten derde, negeert men de blanco stemmen terwijl ze wel degelijk een betekenis hebben. Voor de kiezer die niet akkoord gaat met de voorgestelde partijen (en kandidaten) is het de enige manier om – conform het verplichte karakter van de verkiezingen – te stemmen voor een ‘lege stoel’. Wanneer de kiezer voor geen enkele partij (of kandidaat) wil stemmen, dan mag ook geen enkele partij aanspraak maken op deze blanco stemmen.

Alternatieve verdeling van parlementaire macht

Een alternatief voor de huidige parlementaire zetelverdeling voorstellen is een heikele zaak. Niet alleen de particratie verzet zich, er is ook geen kritische vierde macht die hierover nadenkt. Maar vanuit de overtuiging dat onrechtvaardigheid moet bestreden worden wagen we ons toch aan een onafhankelijke poging.

Wie het debat over de parlementaire zetelverdeling wil openen krijgt meteen de wind van voren. Wereldvreemd, zo reageerde iemand. En wat zijn de praktische gevolgen van het alternatief, vreesde een ander. Het zal toch niet lukken, schreef de realist. Inderdaad er zijn veel redenen om het onrecht te laten voortduren. Dan maar Don Quichot achterna? Noem het liever een democratische aanval op de particratie.

Basisgegevens

Voor de illustratie van de alternatieve berekening van de parlementaire mandaten baseren we ons op de verkiezingsresultaten voor de federale Kamer van Volksvertegenwoordigers in 2010.

Volgens de officiële gegevens van 2010 waren er toen 7.767.552 ingeschreven kiesplichtigen. Daarvan hebben 6.929.855 (89 %) kiezers een stembiljet ingevuld (of blanco gelaten). Van de ingevulde stembiljetten waren er 6.527.367 (94 %) geldige stemmen en 402.488 (6 %) blanco of ongeldige stemmen.

Zetels: De Kamer telt altijd 150 leden, waarvan 88 Nederlandstaligen en 62 Franstaligen. Van de 150 zetels zijn er 25 die werden toegewezen via de recuperatie van de 17 % niet vertegenwoordigde kiezers.

Kiezers: Alle verkozen Kamerleden samen vertegenwoordigden in 2010 5.524.187 kiezers. Dat is de som van het aantal stemmen die gehaald werd door partijen die minstens één zetel behaalden. Het aantal kiezers die stemden op partijen die géén zetel behaalden, bedraagt 316.108. Samengeteld met de blanco en ongeldige stemmen bedraagt het aantal niet vertegenwoordigde kiezers 718.596 (10 %). Deze ‘verloren’ stemmen worden herverdeeld volgens de methode D’Hondt over de fracties die wel vertegenwoordigd zijn in het parlement. Met respect voor de onderlinge verhoudingen. Hierbij worden de twee taalrollen gerespecteerd, zodat de bijkomende Franstalige/Vlaamse stemmen respectievelijk gaan naar Franstalige/Vlaamse fracties.

De arbitraire manier waarop stemmen gerecupereerd worden is niet gerechtvaardigd want niemand kan immers zeggen dat deze kiezers inderdaad (en in dezelfde verhouding) akkoord gaan om hun stem af te staan aan andere partijen.

Partijen: De zeven Vlaamse partijen die zetelen in het parlement vertegenwoordigen 3.953.606 kiezers (die voor deze partijen stemden). Voor de vijf Franstalige partijen stemden 2.257.653 kiezers. De verhouding voor de vertegenwoordigde kiezers is dus 63,6 % Vlaamse en 36,4 % Franstalige kiezers.

Volksvertegenwoordigers: Er zijn 88 Vlaamse vertegenwoordigers of 58 % van de zetels, tegenover 62 Franstaligen of 42 % van het aantal zetels. Het verschil tussen het aantal kiezers die vertegenwoordigd zijn en het aantal zetels is duidelijk scheefgetrokken: met 63,6 % van de kiezers zijn er maar 58 % Vlaamse volksvertegenwoordigers. Voor de Franstaligen partijen volstaan 36,4 % van de stemmen om 42 % van de zetels te bekomen.

Een democratischer verdeling

Met het alternatief systeem voor de zetelverdeling in het parlement willen we de voornaamste nadelen van de huidige kieswetgeving wegwerken.

Het aantal effectief te verdelen zetels ligt niet meer a priori vast. Voortaan houden we rekening met de verkiezingsresultaten. Er kan eventueel een onder- en bovengrens vastgelegd worden. Bij voorbeeld minimum 100 en maximum 150.

Voor elke partij wordt éénzelfde verdelingsbasis vastgelegd. Elke stem is dan evenveel waard.

De stemmen van de niet-verkozen partijen worden herverdeeld rekening houdend met de wensen van deze niet-vertegenwoordigde partijen.

De blanco stemmen worden erkend als geldige stemmen en krijgen een politieke betekenis: de keuze voor een lege stoel. De praktische uitwerking volgt verder.

Alternatieve berekeningsbasis - Optie 1

Als alternatieve basis voor de berekening wordt het aantal geldige stemmen (zonder blanco stemmen) aangenomen. Voor de kiesresultaten van 2010 is dat 6.527.367.

Uitgaande van een maximum aantal te bekleden zetels (150) zijn er dus voor elke zetel 43.515 stemmen nodig. Deze verdelingsbasis geldt voor alle partijen en ongeacht de kieskring waarin ze verkozen werden. De overheid dient wel ervoor te zorgen dat elke kieskring op een adequate manier toegang geeft tot het parlement. Mocht dit niet het geval zijn dienen de kiesomschrijvingen aangepast te worden.

Onderstaande tabel geeft voor 2010 het resultaat volgens de huidige methode D’Hondt en het resultaat volgens de alternatieve berekening.

Tabel 1
PartijAaNTAL STEMMENaANTAL ZETELS $ nUzETELS * oPTIE 1
Vlaams Belang 506.697 12 11
LDD 150.577 1 3
Open VLD 563.873 13 12
CD&V 707.986 17 16
sp.a 602.867 13 13
N-VA 1.135.617 27 26
Groen 285.989 5 6
PVDA + 52.918 0 1
Tot. Vlaamse partijen 3.953.606 / 4.006.524 (1) 88 88 (2)
PS 894.5430 26 20

MR

605.543 18 13
CDH 360.441 9 8
Ecolo 313.047 8 7
Parti Populaire 84.005 1 1
       
Tot. Franstalige partijen 2.257.653 62 49 (2)
       
Tot. Kamer   150 137 (2)

 

Legende:

(1) volgens de actuele methode is er één partij minder vertegenwoordigd en zijn er dus ook minder kiezers dan in het geval van de alternatieve verdeling.

(2) dit is het voorlopig aantal zetels behaald op basis van de stemmen voor de eigen partij. Het definitieve aantal kan hoger liggen door de verdeling van de ‘verloren’ stemmen.

Alternatieve berekeningsbasis - Optie 2

Als alternatieve basis worden ook de blanco stemmen erkend als geldige stemmen en tellen dus mee voor de berekeningsbasis. Vermits voor de verkiezingen van 2010 de blanco stemmen niet afzonderlijk gekend zijn maar slechts als een deel van de ‘ongeldige en blanco stemmen’ wordt voor de simulatie aangenomen dat het aantal blanco stemmen 200.000 bedroeg. De berekeningsbasis wordt in deze optie 6.727.367 stemmen.

Uitgaande van maximaal 150 beschikbare zetels, zijn er in dit voorbeeld voor elke zetel 44.849 stemmen nodig.

Tabel 2
PartijAaNTAL STEMMENaANTAL ZETELS $ nUzETELS * oPTIE 1
Vlaams Belang 506.697 12 11
LDD 150.577 1 3
Open VLD 563.873 13 12
CD&V 707.986 17 15
sp.a 602.867 13 13
N-VA 1.135.617 27 25
Groen 285.989 5 6
PVDA + 52.918 0 1
Tot. Vlaamse partijen 3.953.606 / 4.006.524 (1) 88 86 (2)
PS 894.5430 26 19

MR

605.543 18 13
CDH 360.441 9 8
Ecolo 313.047 8 6
Parti Populaire 84.005 1 1
       
Tot. Franstalige partijen 2.257.653 62 47 (2)
Blanco zetels 200.000 (geschat) 0 4 onbezette zetels
Tot. Kamer   150 137 (2)

Legende:

(1) volgens de actuele methode is er één partij minder vertegenwoordigd en zijn er dus ook minder kiezers dan in het geval van de alternatieve verdeling.

(2) dit is het voorlopig aantal zetels behaald op basis van de stemmen voor de eigen partij. Het definitieve aantal kan hoger liggen door de verdeling van de ‘verloren’ stemmen.

In beide opties blijkt dat vooral de Franstalige partijen PS en MR veel zetels verliezen wanneer elke stem evenveel waard is. Dat komt vooral omdat er in Wallonië meer ‘verloren stemmen’ zijn die via de methode D’Hondt gerecupereerd worden en vooral de grootste partijen nog groter maken.

Niet-vertegenwoordigde stemmen

Door de huidige kieswetgeving zijn er heel veel kiezers die niet vertegenwoordigd zijn in het parlement. Voor sommigen is er een geldig excuus, voor anderen helemaal niet.

Een eerste categorie zijn de kiezers die niet kwamen opdagen (11%). Vermits de mogelijkheid bestaat om in geval van overmacht toch via volmacht een stem uit te brengen is het logisch dat deze kiezers hun rechten verspelen om vertegenwoordigd te zijn. Dat zijn niet-vertegenwoordigde stemmen waar de democratie geen schuld aan heeft.

Een tweede categorie zijn de ongeldige stemmen. Ook voor deze categorie is er geen geldig excuus (tenzij uitzonderlijk en beperkt) zodat deze kiezers evenmin recht hebben op een vertegenwoordiger.

Een derde categorie zijn de blanco stemmen. Deze kiezers hebben wel degelijk een geldige stem uitgebracht en hun stem dient dus gerespecteerd te worden.

Een vierde categorie zijn de ‘verloren’ stemmen. Stemmen die omwille van de kiesdrempel niet vertegenwoordigd zijn, of stemmen die verloren gaan wegens de arbitraire indeling van de kiesomschrijvingen.

Als men alle stemmen van deze vier categorieën samentelt, betekent dit dat momenteel ongeveer één vierde (25%) van de kiesplichtigen en bij uitbreiding van de bevolking, niet vertegenwoordigd is door de 150 volksvertegenwoordigers.

Blanco stemmen

Een blanco-stem als geldige stem erkennen is in de eerste plaats een kwestie van rechtvaardigheid. De democratische consequentie ervan is dat een blanco-stem een politieke keuze is voor een ‘lege stoel’ in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Zo zijn zij, net als de andere kiezers, ook ‘vertegenwoordigd’. Het betekent ook dat door deze erkenning de arbitraire beslissing om altijd 150 kamerleden te hebben vervalt.

Wie bewust blanco stemt heeft net zoals iemand die voor een partij kiest een geldige stem uitgebracht die moet én kan gerespecteerd worden. Daarom zouden deze stemmen moeten beschouwd worden als een verlies aan democratisch draagvlak en zou het aantal effectief toegewezen zitjes moeten verminderd worden. In onze simulatie (tabel 2) zijn er door het meetellen van de blanco stemmen vier onbezette zetels.

De praktische betekenis van een ‘lege zetel’ is niet beperkt tot een financiële besparing. Deze zetels meetellen beïnvloedt het nodig aantal zetels voor het behalen van een meerderheid. In onze simulatie (tabel 2) is voor een meerderheid 70 zetels nodig (de helft van 138 plus 1), terwijl zonder de lege zetels mee te tellen er al een meerderheid is met 68 zetels. Dus ook deze praktische invulling van de politieke betekenis van een blanco stem vraagt om een publiek debat. Hoewel we in de voorgestelde opties geen keuze maakten, willen we alvast een aanzet geven tot een discussie hierover.

De erkenning van de politieke betekenis van de blanco stemmen zou alvast de politieke partijen aanzetten tot méér inspanningen. vermindert ook het partijpolitiek personeel, verkozenen en medewerkers, én de financiële bijdragen uit belastingen.

‘Verloren’ stemmen

In beide aangehaalde opties blijven er reststemmen over waarvoor een alternatieve meer democratische oplossing nodig is. Voor alle duidelijkheid, door het actueel verdelingssysteem waren er in 2010 liefst 718.596 kiezers, of 10 % van de stemgerechtigden, die in het parlement niet door de partij van hun keuze vertegenwoordigd zijn .

De eventuele reststemmen van partijen met een fractie in de Kamer (het overtal van een veelvoud van het kiesquotiënt) verzameld in de kiesomschrijvingen kunnen samengevoegd worden op gewestelijk of federaal niveau, waardoor geen enkele partij met een vertegenwoordiging in het parlement méér dan de verdelingsbasis ( in onze simulatie 43.515 of 44.848 stemmen) kan verliezen. In werkelijkheid kan het aantal verloren stemmen sterk variëren tussen 0 en de aangegeven maxima. Met het huidig systeem is het mogelijk dat de verliezen veel hoger liggen. De lijst LDD bijvoorbeeld verloor in 2010 méér dan 100.000 stemmen en zou in het alternatief voorstel drie in plaats van één vertegenwoordiger hebben. Hoewel er altijd een beperkt verlies zal blijven is er geen sprake van een schending van het gelijkheidsbeginsel vermits deze regel van toepassing is op de reststemmen van elke partij.

De stemmen van de niet-vertegenwoordigde partijen – die het kiesquotiënt niet haalden - zijn met de huidige methode ‘verloren stemmen’. Maar ze worden wel op een arbitraire manier gerecupereerd.

Daarom zou het eerlijker zijn om deze partijen de kans te geven zelf te kiezen wat er met hun stemmen gebeurt.

Dat kan door deze partijen de mogelijkheid te bieden om tijdens een (korte) periode na de verkiezingen te bepalen wat ze met hun behaalde stemmen willen doen. Ze zouden hun stemmen kunnen geven aan een partij die wel vertegenwoordigd is, of de stemmen met andere niet-verkozen partijen bundelen tot ze één of meer zetels kunnen bezetten. Of ze kunnen hun stemmen samenvoegen en laten registreren als blanco stemmen die ‘recht geven’ op een onbezette zetel.

Minder particratie

Wanneer men toch bereid is om te sleutelen aan de kieswetgeving, dan zou het goed zijn mocht men meteen ook de almacht van de partijhoofdkwartieren beperken zodat de volksvertegenwoordigers minder de ‘slaaf’ zijn van hun broodheren. Dat kan door de lijststemmen wel mee te tellen voor het vastleggen van het aantal zetels die een partij behaalt, maar niet voor de aanduiding van de verkozenen.

Als basis voor de individuele aanduiding neemt men beter het aantal behaalde voorkeurstemmen van de kandidaten. Voor de partijvoorzitters zijn er dan geen strijdplaatsen meer en wordt de toewijzing van de plaatsen minder belangrijk. Dat deze voor de hand liggende oplossing moeilijk ligt heeft enkel te maken met de almacht die de partijtop zo ongaarne opgeeft.

Stel u voor dat een volksvertegenwoordiger over een bepaald onderwerp – zoals euthanasie - een ander mening zou mogen hebben dan wat de partij dicteert. Een ondraaglijke gedachte. Een ‘geheime stemming’ suggereren? Daar durven we zelfs niet aan denken.

Gelijkheid ongeacht de kiesomschrijving

De bepaling van de kiesomschrijvingen was altijd een keuze die partijpolitiek werd bepaald. De dominante ‘Katholieke Partij’ slaagde er in het verleden in om haar lokale macht optimaal te laten doorwerken bij de verkiezingen op hoger niveau. Deze lokale macht van de CVP beperken was de ware reden waarom eerste minister Verhofstadt (Open VLD), in een regering zonder CD&V, de kieswetgeving aanpaste in 2002. Deze wijziging van de kieswetgeving was echter ongrondwettelijk omdat het aantal vertegenwoordigers in de kiesomschrijving Leuven niet vaststond terwijl dat voor de andere (provinciale) kieskringen wel vastlag.

Het verbaasde dan ook niemand toen onder meer CD&V kopstuk Herman Van Rompuy hiertegen klacht neerlegde bij de Raad van State, nu Grondwettelijk Hof. De advocaat en tevens CD&V burgemeester van Liedekerke die het pleit won, Luc Wynant, was zo fier dat hij de uitspraak van de Raad van State liet inkaderen.

Het ergerlijke aan deze wijziging was dat ze helemaal niet ingegeven was door democratische overwegingen maar door partijpolitiek opportunisme. Daarom is het absoluut noodzakelijk dat elke wijziging van de kieswetgeving voorgelegd wordt aan de bevolking zodat het niet langer het exclusieve voorrecht is van een zichzelf regulerende particratie.

Maar om de kiesomschrijvingen democratischer te kunnen indelen moeten we het probleem kaderen in een groter geheel. Waar de bevolking vooral veel moeite mee heeft is dat ons klein land zoveel politieke vertegenwoordigers heeft. Dat heeft vooral te maken met de overlapping van de bevoegdheden op verschillende niveaus waardoor zowel een uitgebreide uitvoerende macht (de regeringen) als een wetgevende macht (de parlementen) op verschillende niveaus nodig zijn. Voor de politieke partijen was dat geen slechte zaak, want zo konden ze evolueren naar heuse bedrijven, inclusief een tewerkstellingsbeleid dat resulteerde in een nomenclatura. Allemaal mensen die op een of andere manier gebonden zijn aan de partij en zo een solide machtsbasis werden.

Mocht de situatie duidelijker zijn, bij voorbeeld een unitair systeem met één regering en één parlement of een confederaal systeem waarbij elke bevoegdheid exclusief aan één enkel niveau wordt toegewezen, dan zou het mogelijk zijn om bij elke verkiezing de territoriale kiesomschrijving te laten samenvallen met de territoriale verdeling van de bevoegdheden.

In een confederaal model waarbij enkel op vrijwillige basis wordt samengewerkt is er geen reden voor de gewesten/gemeenschappen om mekaar te blokkeren. Vrijwillige samenwerking berust immers op een gemeenschappelijk beleidsvisie en dan kan er ook een confederale kiesomschrijving voorzien worden. Net zoals in een unitair land er een unitaire kieskring aangewezen is.

Het pleidooi voor een federale kieskring door drukkingsgroepen zoals de Pavia-groep is niet democratischer want op maat gesneden van de Franstalige minderheid. Het verandert niets aan de onvolkomenheden, waaronder de vergrendeling van de meerderheid. Het voorstel is niet eens ‘federaal’ vermits de taalgemeenschappen géén zetel kunnen verliezen. Daarom is deze oproep zelfs geen pro-Belgisch project maar enkel een anti-Vlaams initiatief.

Voor een duidelijke bevoegdheidsverdeling waarbij er géén overlapping meer is tussen het (con)federale en gewestelijk/gemeenschapsniveau is er alvast in Vlaanderen een sterk groeiend draagvlak. Deze oplossing zou in elk geval een meer democratische indeling van de kiesomschrijvingen mogelijk maken.

Tenslotte

Is een parlement met minder dan 150 parlementsleden ook minder democratisch? Samen met heel veel burgers is mijn antwoord op deze vraag, neen.

Een kleiner parlement is kostenbesparend en onderdeel van een efficiëntere politieke cultuur. In plaats van een gulzige en verlammende particratie is er nood aan meer openheid in het debat en meer kritische reflecties door zelfdenkende vertegenwoordigers. Hen beschermen tegen de ergste excessen van de partijtucht moet een belangrijke doelstelling zijn in elke verandering.

Toegegeven, het zal wennen zijn voor politieke partijen, die steeds minder belang hechten aan een democratisch draagvlak, om hun parlementaire macht opnieuw exclusief ten dienste te stellen van hun gemeenschap. Maar wie het positief wil zien, zal moeten toegeven dat een rechtvaardiger verdelingssysteem het maatschappelijk draagvlak zal versterken.

Een nieuwe politieke cultuur eindigt niet bij het sluiten van de kieslokalen. Integendeel, het begint dan met een eerlijkere verdeling waarbij elke stem evenveel waard is. Dat moet de leidraad zijn voor een publiek debat. Tenslotte heeft iedereen er belang bij: politici, politieke commentatoren en academici, oude en nieuwe media en vooral, de hele bevolking.

Democratie is te belangrijk om ze over te laten aan politieke partijen.

Dwarsligger