Print

vakbondenVWWe hebben vakbonden nodig, maar niet zo! Ze zijn van hun kernopdracht afgedwaald en veroorzaken daardoor onnoemelijke schade aan ons sociaal weefsel. Alleen het volk kan dat terug recht zetten, maar de regering moet helpen.

 

Waarom we vakbonden nodig hebben

Laat er geen twijfel over bestaan: we hebben – nog altijd – vakbonden nodig. Ik zou het ook liever anders zien, maar het is niet anders. Ik heb voldoende voorbeelden geobserveerd van de excessen waartoe de werkgeverskant (wereldwijd) bereid is, indien ze zelfs maar denken dat het tegengewicht verzwakt, om daar zeker van te zijn. Natuurlijk zou ik me een wereld wensen waarin iedereen rechtvaardig deelt en verstandig handelt. Daar zouden vakbonden dan inderdaad overbodig zijn. Tja, dromen moet natuurlijk kunnen, maar dromen zijn wel bedrog.

Het schijnt voor velen moeilijk te begrijpen, maar noch ‘links’ noch ‘rechts’ is het probleem: de onvolmaakte natuur van de individuele mens zelf is het die alle utopieën naar de prullenmand verwijst. Over deze problematiek hebben legioenen filosofen, juristen, economen en sociologen bibliotheken volgeschreven. Er waren – en zijn – er, die menen dat het zo niet hoeft te blijven: we kunnen het ‘kwade’ uitdrijven, de ‘nieuwe mens’ maken. Ze gaan daarbij allemaal aan dezelfde kleinigheid voorbij. Het zogenaamde ‘boze’ is een integraal deel van het ontzagwekkend mechanisme van de evolutie.

Konrad Lorenz verstond van gedrag ruim genoeg om meer dan die ene Nobelprijs te krijgen, wat hem overigens tot grote bescheidenheid noopte. Die man schreef een boek: ‘Das sogenannte Böse’ (het zogenaamde kwaad). Daarin legt hij deze samenhangen uit: zonder het ‘kwaad’ in de wereld gaat het gewoon niet! Jammer…

Er zijn er desondanks onder ons die denken dat we dan maar even de evolutie moeten ‘repareren’. Die evolutie is een zo ongelofelijk complex gegeven dat het mateloos pretentieus zou zijn te denken dat we er ook maar iets van beginnen te begrijpen. Vroeger hadden we zo iets ‘Godslastering’ genoemd, maar de tijd voor het begrip dat we daarmee precies hetzelfde bedoelden is nog niet gekomen. Natuurlijk vinden we desondanks in onze huidige maatschappij voldoende kandidaten die het toch wel eens willen proberen. Ze hebben ongeveer even veel kans op slagen als een gorilla die een polshorloge zou willen repareren. Ze weten dat natuurlijk even min als die gorilla: immense nevenschade verzekerd!

We zullen het dus – minstens voorlopig – moeten doen met de mens waar de evolutie ons mee opgezadeld heeft, en onze mening daarover is volkomen irrelevant. Dus zullen concurrentie en mateloze hebzucht blijven bestaan.

Dus hebben we vakbonden nodig. Maar: we hebben er geen!

Hoe kan ik nu zoiets beweren? Wie is er dan nu aan het staken? Wel de verwarring is te begrijpen want er zijn wel organisaties die zichzelf 'vakbonden' noemen en de media nemen dat kritiekloos over. Ook de meerderheid van de bevolking stemt daarmee blijkbaar in. Maar is dat dan ook wel realiteit?

De ‘core business’ van een vakbond

Een vakbond hoort de belangen van zijn leden in de discussie of conflicten met de werkgever te vertegenwoordigen. Hij moet de kracht van zijn leden, die individueel een gemakkelijke prooi voor de hebzucht van de ondernemers zouden zijn, bundelen om zo een rechtvaardige verdeling van de in het arbeidsproces geschapen meerwaarde te verkrijgen.

In het belang van zijn leden moet een vakbond er zich echter ook voortdurend van bewust zijn dat welstand al eens eerst geschapen moet worden – en dat kan uiteindelijk enkel door arbeid – alvorens men zelfs maar kan beginnen over de verdeling zinvol na te denken.

Natuurlijk is het mogelijk intellectuele constructies te bedenken die deze kernopdracht in alle richtingen tot in het oneindige verlengen, en dat is ook zo gebeurd. Maar dat komt op verdunning neer die de kernopdracht schaadt, overschaduwt en op de duur zelfs doet verdwijnen.

Degeneratie

Als ik vandaag ‘vakbond’ hoor of lees, dan denk ik ook nauwelijks aan die kernopdracht. Ik zie heel andere dingen. Ik zie eerst al eens een enorm machtig financieel imperium, bestuurd door een ondoorzichtige verkalkte en corrupte oligarchie. Maar ik zou natuurlijk ook banken kunnen zien: door de verdeling van sociale toelagen vervullen de ‘vakbonden’ inderdaad ook de functie van geldinstituten en het zou nogal optimistisch zijn te geloven dat ze daarbij meer ethische scrupules aan de dag leggen dan hun collega’s van KBC en Fortis. Nu is het heel zeker waar dat we de banken in het algemeen veel te weinig op hun vingers kijken. Maar op de financiële machinaties van onze zogenaamde vakbonden ontbreekt gewoon iedere vorm van controle.

Of ik kan een politieke beweging zien, die zich de luxe veroorlooft de bij verkiezingen democratisch uitgedrukte volkswil niet enkel naast zich neer te leggen maar zelfs te gaan bestrijden.

Ik zie organisaties die dure privileges voor hun leden gerealiseerd hebben, niet op de kosten van een ondernemer maar van het volk dat staatsondernemingen – bij voorbeeld de NMBS – met miljarden per jaar moet ondersteunen en dus die privileges betalen.

Ik zie desondanks een bijna frivole bereidheid om datzelfde volk om ieder schijntje van een reden een primaire dienstverlening te ontzeggen. Momenteel zie ik hoe ze het volk – dat hun levensonderhoud betaalt – ervoor straffen dat het niet ‘juist’ gekozen heeft. Het land lag plat. De bonzen hebben alle reden om daar trots op te zijn. Zou er nu niemand merken dat de miljarden die daarmee verspeeld worden de duizelingwekkende put waar we allemaal tegenaan kijken weer een beetje dieper maken? Snappen ze nu echt niet dat we daardoor uiteindelijk de broeksriem nóg meer gaan moeten aanhalen?

Ik zie privé milities die blokkades op verkeerswegen opwerpen en soeverein bepalen wie wel en niet door mag. Ik zie een ‘management’ dat nog minder democratische legitimatie heeft dan de partijvoorzitters, en tegenover zijn leden ongeveer even ‘gewetensvol’ verantwoording aflegt als de beheerders van grote maatschappijen het met hun kleine aandeelhouders doen. Ik zie een staat in de staat, oppermachtig, beschikkend over immense financiële middelen, met geringe democratische legitimatie en nog minder controle. Ik zie een organisatie die kan doen wat ze wil, nauwelijks aan regels gebonden is en aan niemand verantwoording moet afleggen. Ik zie een organisatie die buiten en boven de democratie staat, en er, behalve regelmatig luid “democratie” schreeuwen, ook niets toe bijdraagt.

En die kernopdracht? Zeker houdt links en rechts een lokale ‘délégé’ zich daarmee bezig, als hij het er niet te druk mee heeft een collega tot aan de rand van de zelfmoord te pesten.

Misschien begrijpen jullie nu waarom ik zeg dat we geen vakbonden hebben.

Wegen uit de impasse

Alle voorwaarden zijn aanwezig om verontwaardigd “Ecrasez l'Infâme!” te roepen. Maar dat kunnen we niet zolang we geen alternatief hebben! Ze hebben ons in de klem: we hebben vakbonden nodig!

We kunnen dus enkel hopen dat de werkende mensen dat gaan zien, en van de grond af iets anders en beters opbouwen. Het zal heel moeilijk zijn. Het vakbonds-establishment heeft zijn tentakels tot in de verste uithoeken van onze maatschappij. Ze zijn ook bereid hun bijna grenzeloze macht zonder scrupules te gebruiken. We kunnen hier ‘Daens’ nog eens beleven, deze keer zonder kapitalisten.

Een regering kan – zelfs al zou ze dat echt willen – deze problemen niet oplossen: dat kan alleen het volk. Maar de regering kan en moet wel een aantal flankerende maatregelen nemen.

Vakbonden moeten – dringend – een rechtspersoonlijkheid krijgen. Ze moeten – zoals iedereen – voor hun doen en laten verantwoordelijk gesteld kunnen worden. De gewoonte vakbonden sociale uitkeringen te laten uitbetalen moet verdwijnen. Het geld komt van de overheid, en dus van het volk, en de indruk moet niet gewekt worden dat het van de vakbondsbonzen komt. De financies van de vakbonden zijn aan dezelfde controle te onderwerpen als de financies van iedere vennootschap.

Beste overheid: waarop wachten jullie nog? Ze zijn nu toch in stakingsstemming: misschien kan het wel in één moeite doorgaan.

Dwarsligger