ethiopiaWaarom verbaast ons dat niet? Uit berichten in de media en persoonlijke getuigenissen wordt duidelijk dat sommige vluchtelingen uit oorlogsgebied naar hier komen maar wel vakantie nemen in hun thuisland.

 

Volgens de Basler Zeitung zouden vanuit Zwitserland dagelijks zo'n 50 asielzoekers op vakantie gaan naar hun 'door oorlog verscheurde' land.  Jaarlijks zouden duizenden Eritreeërs hun uitkering gebruiken om een ticket van ongeveer € 600,- te kopen, waarmee ze via Istanbul naar Khartoum (Soedan) of Addis Abeba (Ethiopië) vliegen. Vanaf daar reizen ze verder met de bus. Blijkbaar volstaat hun uitkering voor het betalen van de reiskosten en hebben ze opeens wel een paspoort om te kunnen reizen.

Ook de werkwilligheid laat wel eens te wensen over. Deze op zijn minst vreemde houding lijkt een deel van onze leiders en media te verbazen. Niet de Dwarsliggers!

Verbazen doet het ons allerminst. Het enige wat aan die dingen altijd weer verbluft is de verwondering zelf die ze meestal uitlokken. Er zijn redenen voor de gedragspatronen die hier beschreven worden, maar om die te kunnen zien moeten we wel een paar hardnekkige vooroordelen bij het groot huisvuil zetten.

1. Mensen zijn niet gelijk. Ze kunnen niet gelijk zijn, en ze mogen ook niet gelijk zijn. Dat spreekt namelijk de evolutionaire logica tegen, en dus zal het nooit gebeuren.

2. Volkeren en stammen hebben een eigen identiteit. Daardoor zijn ook volkeren niet aan elkaar gelijk. Identiteit definiëren we als een verzameling eigenschappen die significant (statistisch gezien) van een gelijkaardige verzameling bij andere volkeren verschilt. Ook hier weer gaat het om voorzichtig en eindeloos traag door de evolutie gevormde eigenschappen. Die moeten op een bepaald moment, in een bepaalde situatie, op welke versluierde manier ook, het overleven van de stam bevorderd hebben; anders waren ze er nu niet meer. Het is volkomen onbelangrijk wat wij daarvan vinden. De evolutie doet wat ze doet, zonder zich voor onze mening te interesseren.

Wij Vlamingen zijn het gewend regels en wetten naast ons neer te leggen. We hebben de methodes om dat straffeloos te doen tot een hoge kunst ontwikkeld. Maar hier ontmoeten we een ‘autoriteit’ die we geen zand in de ogen kunnen strooien. De evolutie negeer je niet zonder gevolgen. Ze reageert even gruwelijk wraakzuchtig als de Jahweh van het Oud Testament. Het zou veel helpen als we minstens dát allemaal konden begrijpen en verinnerlijken.

Het is nogal logisch dat een volk (eigenlijk zijn er verschillende) uit Ethiopië, eigenschappen zal hebben die ons volkomen vreemd zijn. Dit volk, gevormd en gegroeid op een andere bodem, tegen de achtergrond van een ander landschap, in een totaal verschillend klimaat, met een niet vergelijkbare geschiedenis en daaruit volgend een onbegrijpelijk sociaal en politiek systeem, dat ons volkomen vreemd is. Niet verbazend dat die individuen heel andere moraalbegrippen, prioriteiten en waardeschalen zullen hanteren dan wij. Wat we daarvan vinden? Niets! Niemand zit op ons oordeel over de evolutie te wachten, allerlaatst de evolutie zelf. Herinnert u onze bijdrage over de verschillende tijdsgewrichten.

Al die eigenschappen hebben natuurlijk gevolgen voor de manier waarop de maatschappij functioneert. Volgens onze normen en waarden functioneert de Ethiopische maatschappij helemaal niet. Daarbij maken we enkele ernstige fouten.

Niet anders, wel minder

Om te beginnen overschatten we het belang en de geldigheid die onze normen en waarden buiten ons eigen stukje grond hebben. We zijn zo van hun absolute superioriteit overtuigd dat we ze zonder verdere nevengedachten ‘universeel’ noemen en aan heel de wereld willen opdringen, uiteraard voor ‘de goede zaak’. We gaan daarbij losjes voorbij aan het betreurenswaardig feit de een groot deel van de mensheid (1,7 miljard moslims en 1,4 miljard Chinezen) onze ‘mensenrechten’ afwijst, en een even groot deel ze gewoon ignoreert. De enigen die er iets in zien zijn wij, de ‘uitvinders’ zelf. En desondanks noemen en bedoelen we ze universeel en we doen vrolijk alsof iedereen akkoord is, of toch in ieder geval akkoord moet zijn. Een eclatanter voorbeeld van neokolonialistische ‘heersersmentaliteit’ kunnen we moeilijk vinden.

Dat andere volkeren ‘anders’, niet ‘gelijk’ dus, zijn mogen we zelfs niet meer denken, maar dat ze ‘minder’ zijn, en er dus beter aan zouden doen om ons wereldbeeld en onze politieke orde klakkeloos over te nemen, is een algemeen aanvaarde doctrine.

Wat wordt hier eigenlijk gespeeld?

Dat alles zal een Ethiopiër die naar hier komt feestelijk worst wezen, zelfs als hij er ooit van gehoord had. Hij is nu in het ‘beloofde land’ aangekomen en dat is alles wat telt. Hij heeft niet veel kunnen meenemen, maar zijn cultuur, zijn normen en waarden, zijn identiteit dus heeft hij integraal bij. Hij weet niet veel over ons. Maar hij weet dat hij de hier opgebouwde systemen straffeloos kan exploiteren. En dat doet hij ook; op dat gebied is hij een super-Belg. Maar hij ziet dat niet als fout. Anders dan de Vlamingen heeft hij geen ‘uitleg’ nodig om zijn handelen te rechtvaardigen. Hier bieden zich gewoon opportuniteiten, en het zou eerder verkeerd zijn daar geen gebruik van te maken. Vergeet niet dat die mens nog veel dichter bij de jager-verzamelaars staat dan wij. Dat maakt hem niet tot een ‘mindere’ mens, maar wel tot een heel ‘andere’. Dat verliezen we te gemakkelijk uit het oog, ook omdat we elkaar doof schreeuwen met “gelijkheid”.

Hij weet ook dat hij de wetten en regels niet heel ernstig moet nemen. Het is een eindeloze doolhof van sluipwegen en achterpoortjes. Indien hij dat nog niet weet, staan er voldoende drommen ‘activisten’ klaar om hem dat uit te leggen en bij de manipulatie van die chaos te helpen. En iedere maand zonder honger en angst is er één. Wie kan de man ongelijk geven?

Uiteraard is er een kleine minderheid – het artikel suggereert 1% en we vrezen dat de waarheid daar niet ver af ligt – die nog andere kansen en mogelijkheden ziet, en die ook waarneemt. Dat zijn mensen die het hier gaan maken. Ze zullen – op termijn uiteraard – ‘gewone’ medeburgers worden en vormgevend bijdragen aan onze maatschappij. Die mogelijkheid is er altijd geweest. Het meest in het oog springend voorbeeld is wel Leopold Senghor, de Frans Senegalese dichter, filosoof en politicus, lid van de Académie Française, minister onder Charles de Gaulle. Hij staat op ons lijstje ‘bewonderde persoonlijkheden’ heel hoog.

Meer bescheidenheid, minder egoisme

Wat moeten we nu doen? Die 1% opnemen en de 99% terugsturen of nog liever eerst al niet binnen laten? Dat is zeker de ideale oplossing, vanuit ons perspectief. Maar mogen we dat doen? Als je daar op onze manier naar kijkt krijg je grote twijfels. We denken namelijk dat een land als Ethiopië enkel tot een stabiele toestand kan komen doordat de mensen daar, mogelijk in een eindeloos trial-and-errorproces, hun situatie zelf uitsorteren en hun eigen weg vinden. Dat hebben wij ook moeten doen, en het heeft – ook hier – inderdaad lang geduurd en eindeloos lijden gekost. Maar de evolutie schijnt geen andere weg ter beschikking te stellen. Als wij uit die landen de (volgens ons) 1% actiefste, creatiefste mensen gaan ‘stelen’, om daarmee onze eigen demografische problemen op te lossen, vertragen en bemoeilijken wij het ontwikkelingsproces van die volkeren. Daarom doen we dat beter niet.

Bovendien zouden we niet eens durven zeggen dat wij nu in een onaantastbare stabiele situatie zitten die ongelimiteerd als voorbeeld kan dienen. Het siert ons als wij ons geroepen voelen om de weg van andere volkeren te helpen afkorten. Maar van de andere kant moeten we zeggen: “probeer het nu toch weer niet beter te weten dan de evolutie”. Het siert ons niet, alvast niet onze intelligentie, als wij nu nog altijd denken dat wij een echte effectieve methode hebben om daarin ‘systeem veranderend’ in te grijpen. Alles wat we in dat verband tot hier toe geprobeerd hebben; in Afghanistan, Irak, Libië en meer recent in Syrië is niet enkel grandioos mislukt, maar heeft de levensomstandigheden van de plaatselijke bevolking dramatisch verslechterd, onnoemelijk lijden veroorzaakt en de kansen op de ontwikkeling van constructieve processen met jaren teruggeworpen.

Misschien is dat wat we in deze probleemkring het meest en het dringendst nodig hebben een flinke portie bescheidenheid. We weten het… er is dat oude liedje:

't Is moeilijk bescheiden te blijven, wanneer je zo goed bent als ik.
Zo stoer zo charmant en zo aardig, dat zie je in een ogenblik.
Ik denk als ik kijk in de spiegel, daar staat een geweldige vent.
't Is moeilijk bescheiden te blijven, voor een kerel met zoveel talent. Ja ja

Desondanks zouden we durven zeggen, laat het ons nog eens proberen.

Pjotr’s Dwarsliggers

Bewaren