bij TooneDeze brief gaat in essentie over het niet-functioneren van onze parlementaire democratie.
Waarom sturen we deze brief naar de Eerste Minister, en niet naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers? Het is toch hun voornaamste opdracht om naast het goedkeuren van wetten, de 'Uitvoerende Macht' te controleren?

De reden is gekend maar daarom niet minder pijnlijk: België is géén parlementaire democratie. Wij hebben wél een Kamer van Partijvertegenwoordigers. Verkozenen bij de gratie van de partijhoofdkwartieren, met de verplichting om de partijstandpunten te verdedigen, en god beware de afvallige die dat niet doet!

Dat heeft twee gevolgen: (1) de regering die beschikt over een meerderheid in de Kamer kan nooit in verlegenheid gebracht worden tenzij er sprake is van dissidentie - helaas zijn kamikazepiloten uiterst zeldzaam in de rode pluchen zetels van de democratie; en (2) waarom zouden ministers wanneer hen kritische parlementaire vragen gesteld worden deze op een ernstige manier beantwoorden, goed wetende dat ze toch niet in verlegenheid kunnen gebracht worden?

Journalist Walter Pauli, merkte recent op, 'Niet alleen de Amerikaanse president Donald Trump, maar ook politici in Europa komen weg met uitspraken die tot voort kort ongehoord waren'. Hij heeft het uiteraard over uitspraken in de media, want die zijn blijkbaar belangrijker dan het parlement. Het kan in België perfect dat een ministerieel antwoord op een parlementaire vraag totaal naast de kwestie is én dat geen enkele partijvertegenwoordiger, meestal uit onwetendheid of onverschilligheid, hierop reageert. We kregen nochtans reacties van partijvertegenwoordigers van de meerderheid die niet akkoord waren met het antwoord van 'hun minister' maar hun stem toch niet lieten horen ... want zo zouden ze alleen maar tonen hoe hypochriet het systeem is, wanneer ze aansluitend toch op het juiste knopje drukken. Hooguit een kritische bemerking zonder gevolgen kan nog net. Dwarsliggen, niet!

Wanneer partijvertegenwoordigers hun werk niet doen zijn Dwarsliggers onontbeerlijk om het rechte spoor te houden. Zo lang de macht van de partijhoofdkwartieren niet wordt ingeperkt of de parlementaire stemmingen niet geheim zijn, kan er nooit iets veranderen!

Tenzij het volk eindelijk beseft hoezeer ons democratisch systeem faalt in haar controletaak.

 

Open brief aan de Eerste Minister

Geachte heer Michel,

Met onze mail van 8 juni maakten we u attent op het strenge rapport van het Amerikaanse controleorgaan (US GAO) over de situatie van het programma JSF/F-35.

De conclusie van dit rapport is duidelijk: Het is onmogelijk om een offerte voor een vliegtuig dat nog niet operationeel is en heel veel onopgeloste problemen kent, financieel maar ook militair-technisch correct te evalueren”.

Nu u terecht besliste om de nodige tijd te nemen vooraleer een beslissing te nemen, denken we dat ook de huidige procedure in vraag moet gesteld worden.

Daarom de volgende oproep:

"We nodigen U en de federale regering evenals de volksvertegenwoordigers uit om deze evaluatie ernstig te nemen. U heeft de macht om het Rekenhof de opdracht te geven om een audit uit te voeren:

(1) om de impact van het rapport van de US GAO op de financiële betrouwbaarheid van de uitgebrachte offerte voor de F-35 te toetsen, teneinde later niet geconfronteerd te worden met bijkomende kosten die bij gebrek aan een maximumprijs (not to exceed price), niet kunnen betwist worden;

(2) om duidelijkheid te brengen over de eventuele ongelijke concurrentiestrijd tussen de F-35A en de andere kandidaten waarvan er drie voortijdig afhaakten. 

Drie argumenten rechtvaardigen deze audit

Daar de Amerikaanse wetgeving niet toelaat dat buitenlandse klanten minder moeten betalen dat de Amerikaanse, in casu de USAF, stellen we vast dat de USAF momenteel méér betaalt dan de prijs van de Belgische offerte die naar verluidt maximaal honderd miljoen US $ per vliegtuig (inclusief een basispakket) zou bedragen. Dat zou erop kunnen wijzen dat de Belgische aankoopprijs niet het volledige basispakket omvat en men - zoals in het verleden ook al gebeurde - opnieuw bepaalde aankopen die niet vanaf de eerste dag nodig zijn uit het pakket haalde en de rekening ervan zo wordt doorgeschoven naar 'later'. We verwijzen ook naar de Nederlandse overeenkomst waaruit blijkt dat zij als partner in het project een duurdere prijs betalen en geconfronteerd worden met ‘onvoorziene’ kosten wegens verouderde operationele onderdelen (o.a. sensoren).

De implementatie van het IT-concept van de F-35A is nog lang niet volledig voltooid, en zal pas ten vroegste in 2023 kunnen worden beoordeeld (volgens de planning van Lockheed Martin). De gekozen IT-architectuur is nu al voorbijgestreefd waardoor er na 2023 talrijke én onvermijdelijke updates noodzakelijk zullen zijn. Daardoor is elke schatting vanuit het huidig zicht op de volledige ‘life cycle cost’ door een evaluatieteam onbetrouwbaar.

Er dient ook te worden nagegaan hoe het mogelijk is dat een vliegtuig dat deels uit beloften bestaat (onder andere op gebied van de IT), en worstelt met ernstige tekortkomingen waarvoor nog géén oplossing gevonden werd, bij een objectieve procedure toch kan geklasseerd worden als een valabele of zelfs als de beste kandidaat? Dit onderzoek is noodzakelijk omdat er aanwijzingen zijn van een mogelijke manipulatie van het lastenboek (RfGP) ten gunste van de F-35A. Onze vaststellingen en vragen daaromtrent bleven tot nog toe onbeantwoord. Meer informatie kan u hier en  hier lezen (“Vervanging F-16: een pak op Amerikaanse maat geschreven, deel 2 en 3).

Hoogachtend,

Pierre Therie, kolonel o.r., gewezen defensieattaché

Namens Pjotrs Defensieteam

Toelichting bij de Open Brief aan de Eerste Minister

Het dossier vervanging van de F-16’s heeft heel wat deining veroorzaakt. Politiek was er vooral de rel over het al dan niet correct informeren van de Kamerleden door de Defensieminister over de mogelijkheden tot verlenging van de levensduur van de F-16’s.

Dat is echter niet de reden waarom wij ons richten tot de Eerste Minister met de vraag om de volledige procedure te laten onderzoeken. Ziehier onze argumenten.

In 2002 is Nederland toegetreden tot het JSF/F-35 programma. België heeft toen beslist om niet deel te nemen, maar dat belet niet dat vanaf dat moment ook onze luchtcomponent zich heeft voorbereid op de vervanging van de F-16. In al die jaren hebben ze zich kunnen informeren over de mogelijke kandidaten. De goede contacten met Nederland zullen zeker ook bijgedragen hebben tot het bekomen van (correcte?) informatie over het JSF-programma. Dit vraagteken is terecht gezien Nederland zelf het grootste voordeel heeft bij de keuze van België voor hetzelfde vliegtuig.

Wanneer voormalig Defensieminister Pieter De Crem (CD&V) zich publiek uitspreekt ten gunste van de F-35, was dat voor de toenmalige CHOD, generaal piloot Van Caelenberge het moment om concrete maatregelen te nemen die in overeenstemming waren met de wensen van de minister.

In een interne nota van 2012 was er slechts sprake van drie kandidaten: de F35A, de Eurofighter en de Rafale. Dat wijst erop dat binnen Defensie zowel de Gripen van Saab als de F-18 SH van Boeing nooit echt kandidaten waren. Het is dan ook niet abnormaal dat net die twee kandidaten als eersten voortijdig afhaakten. De oorzaak van dit afhaken ligt in de gekozen procedure (van staat tot staat) en de onmogelijke (hoewel onnodige) eisen die gesteld werden aan Zweden, waarvan men a priori wist dat het land daar niet kon aan voldoen.

Bij het aantreden van Defensieminister Vandeput had de luchtcomponent dus al een zéér goede kennis over élke mogelijke kandidaat. Deze lange voorbereidende informatieperiode, tot en met de formele vraag om informatie (RFI, Request for Information), resulteerde in één onweerlegbare vaststelling: dat de luchtcomponent beschikte over alle informatie die nodig was om het dossier in de gewenste richting, een keuze voor de F-35A, te kunnen sturen. Insiders weten dat zowel bij de keuze van de procedure als het opstellen van de RfGP, het geen probleem is wanneer men vooraf de kandidaten zeer goed kent, en zelf al een voorkeur heeft zoals de top van de luchtmacht ooit publiekelijk verkondigde en daarvoor door de minister teruggefloten werd, maar toch kon aanblijven. In Duitsland werd de luchtmachtgeneraal ontslagen uit zijn functie! 

Naar aanleiding van een parlementaire vraag (Schriftelijke vraag en antwoord nr. : 0165 - Zittingsperiode : 54- 07/04/2015) over de situatie van de vloot F-16 staat er een onopvallende maar zéér belangrijke zin in het antwoord van de minister, namelijk “de actuele maturiteit van de vervangingsmarkt”. Vermits de andere kandidaten die er wel toe deden, de Rafale en de Eurofighter al operationeel zijn, kan deze opmerking enkel slaan op de F-35A die nog in ontwikkeling was en vandaag nog altijd is.

Naast een grondige kennis van de kandidaten dacht de luchtcomponent in 2015 dus dat de vorderingen van het JSF-programma voldoende waren om dit toestel te laten deelnemen aan de competitie. Het grote probleem voor deze verantwoordelijken werd dus veroorzaakt door Lockheed Martin dat er niet in slaagde om de F-35A vandaag tot een status van maturiteit te brengen. Sindsdien hebben de autoriteiten van de luchtcomponent de problemen met de F-35A altijd geminimaliseerd als ‘kinderziektes’, en gefundeerde kritiek werd nooit met verifieerbare argumenten beantwoord.

Dat ze ondanks de officiële informatie over de ernstige problemen - zie vooral de bevindingen van het Amerikaanse controleorgaan (US GAO) - toch doorgegaan zijn en deze kritische verslagen en alle andere alarmerende berichten naast zich hebben neergelegd/genegeerd, is op zich een bewijs van hun duidelijke voorkeur voor de F-35. Hier hoort een belangrijke vraag bij: “Hebben de verantwoordelijke militaire autoriteiten voor dit dossier de minister voldoende duidelijk gemaakt dat ze zich vergist hadden en de F-35A nog niet voldoende matuur is om hem te kunnen weerhouden als kandidaat?” Deden ze dat wel, dan rijst de vraag waarom de minister hier geen rekening mee hield en de F-35A toch liet meedoen aan de competitie.

Zelfs wanneer alle formele voorwaarden in de procedure en de RfGP gerespecteerd werden is het duidelijk dat op basis van de hiervoor vermelde argumenten, een keuze voor de F-35A dit jaar prematuur is. Elke verwijzing naar landen die vanaf het begin in dit project stapten en nu dit risico moeten dragen is géén excuus. Het is derhalve ook duidelijk dat ze zich, alleen al door de weerhouding als potentiële kandidaat, schuldig maakten aan de bevoordeling van  de F-35. Wanneer ze de minister wél informeerden over de risico’s is het al even duidelijk dat Defensieminister Vandeput eveneens schuldig is aan de bevoordeling van de F-35.  

Pjotrs defensieteam