TweeherigEnkele feiten uit het verleden bij de N-VA-voorstellen voor de toekomst van Brussel en België. Of hoe de feodaliteit ons nog wat leert.

 

Bepaalde politici waren er snel bij om de voorstellingen die N-VA over de toekomst van ons land ontwikkelt onmiddellijk af te schieten. Dat is natuurlijk hun goed recht. Ik zou echter alsnog willen aanbevelen de tekst ook eens aandachtig te lezen. Dat kan soms verhelderend werken.

Je kan kiezen welke heer te dienen

Het voorstel voor Brussel mag origineel lijken, maar het is ver van nieuw. Het heeft eerder al goed gewerkt, onder meer in Maastricht van 1204 tot 1632 (en eigenlijk tot de Franse revolutie). Heel die tijd was een Maastrichtenaar ofwel Luiks ofwel Brabants onderdaan. Een keuze was er niet; het lidmaatschap van de groep (‘die van Lambertus’ of ‘die van Servaas’) werd van de moeder geërfd. Men kon echter wel één keer met iemand anders ruilen. De Maastrichtenaars noemden dit systeem ‘tweeherigheid’.

Het heeft ook na 1632 tot aan de Franse Revolutie nog verder bestaan, maar toen waren de Brabantse ‘aandelen’ al bijna anderhalve eeuw in handen van de Habsburgers - de Spaanse tak. En daarna van de Staten-Generaal van de Zeven Provinciën, die de Spanjaarden wisten te verdrijven. Het moet goed gewerkt hebben, want nog in 1831 heeft de conferentie van Londen met de gedachte gespeeld het stelsel terug in te voeren, nu met Engeland en Pruisen als voogdijmachten.

Het gaat hier dus duidelijk niet om een avontuurlijke improvisatie, maar om een beproefd systeem dat gedurende een half millennium getest is. Er bestaan twee constitutionele verdragen over, die we zeker moeten raadplegen: de Alde Caerte en de Doghter Caerte.

Tweeherig

Een zwak punt in het N-VA-voorstel dat me onmiddellijk opvalt is de mogelijkheid om te wisselen. Er wordt hier wel een wachttijd (bij voorbeeld drie jaar) voorgesteld. Ik houd dat voor gevaarlijk; hier openen we mogelijkheden voor misbruik. Vooral zolang we in een woeste demografische tobogan of roetsjbaan zitten, en dat duurt nog wel even, is het beter als iedereen in principe voor zijn eigen oude dag werkt.

Zonder Zilverfonds overleven

Natuurlijk moet dat gebeuren via systemen die door de overheid worden aangeboden en beheerd. Natuurlijk kunnen we nu niet plots de ‘solidariteit’ opzeggen omdat we geen Zilverfonds blijken te hebben. Maar we mogen er de ogen niet voor sluiten dat het Generatiepact in der tijd niet meer dan een goed klinkende naam was die moest toelaten de aanzienlijke kapitalen in de pensioenfondsen te plunderen en te vermorsen.

Dat is gebeurd; gaan we over tot de dagorde. De volgende regeling zou dus beter zijn: iedereen moet kiezen bij het bereiken van de kiesgerechtigde leeftijd, en mag die keuze één keer herzien tot de leeftijd van 30 jaar.

Dwarsligger