Print

Louis IdeBeste lezers uit het buitenland,

U hebt wellicht nogal problemen om het politieke reilen en zeilen in België te kunnen volgen. Met zo veel regeringen en instellingen die vanzelfsprekend allemaal wel iets willen te zeggen hebben wordt zelfs eenvoudige rekenkunde aartsmoeilijk.

Zopas kreeg ik volgend bericht binnen: ‘In de voorbije jaren zijn er ongeveer zevenhonderdvijftienduizend Vlamingen verdwenen. Of ze schielijk overleden zijn dan wel administratief vermoord of gewoon naar (fiscaal) aantrekkelijker landen uitweken, is niet geweten.’ Er zouden dus in plaats van 6,6 miljoen nog maar 5,885 miljoen Vlamingen zijn. Navraag bij officiële instanties leverde geen enkel informatie op. Voor wie België van binnen kent weet dat dit heel verdacht is. Meestal gaat het dan over informatie die zou kunnen wijzen op communautaire scheeftrekkingen. De klokkenluider van dienst voor dit dossier was Louis Ide, arts en gezondheidsspecialist voor N-VA en Valerie Van Peel

valerie van peel 2

Hoe zit dat met die Belgische rekenkunde?

Wel het is eenvoudig, in 1989 werd het onderwijs geregionaliseerd (maar de centen bleven wel federaal) en dus beslissen Vlaanderen en Wallonië sindsdien zelfstandig over hun onderwijssysteem. Zo heeft Vlaanderen beslist om het Frans als verplichte tweede taal op te nemen in het onderwijsprogramma, terwijl Wallonië de leerlingen de vrije keuze laat. Meestal wordt dan ook gekozen voor het Engels, maar wel met het grote nadeel dat veel Franstaligen niet in aanmerking komen voor jobs die tweetaligheid vereisen. Ten minste als ook die regel niet omzeild wordt zoals de dagdagelijkse realiteit in Brussel bewijst.

Een andere beslissing betreft de opleiding van artsen en tandartsen en de uitoefening van hun beroep. Voor de beoefening moeten de artsen federaal geaccrediteerd worden om vanuit de federale begroting te kunnen terugbetaald worden voor hun prestaties.

Om overconsumptie te voorkomen besliste de federale regering (met Franstaligen) om het aantal artsen te beperken. Vlaanderen aanvaardde deze beperking en voerde vanaf 1997 een toelatingsexamen in voor kandidaat-artsen. Wallonië daarentegen weigerde deze oplossing met de belofte om later een selectie te maken. Nu echter deze studenten afgestudeerd zijn blijkt dat Wallonië zijn belofte niet hield en er zo’n duizendtal Franstalige artsen te veel zijn en dus normaliter hun beroep niet zouden kunnen uitoefenen. Voor alle duidelijkheid: de verhouding tussen Vlaamse en Franstalige artsen is gebaseerd op de verhouding van de bevolking, ongeveer 60 % Nederlandstaligen (NL) en 40 % Franstaligen (FR)

Nu zullen veel buitenstaanders denken dat de oplossing eenvoudig is en Wallonië dan maar zelf voor de meeruitgave moet opdraaien. Niks is echter minder waar. Men heeft integendeel voor deze gelegenheid de Belgische rekenkunde toegepast: niet het aantal Franstalige artsen is fout maar de verhouding tussen de NL en FR bevolking. Het volstaat dus om ook rekenkundig te kloppen dat de verdeelsleutel wordt aangepast. Zo zullen er voortaan slechts 53,5 % Vlamingen wonen in België en verheugt de Franstalige bevolking zich met zeshonderdtweeëntachtigduizend pasgeborenen. Dit voorstel van de adviescommissie bestaande uit twaalf leden, werd door tien leden (waaronder dus ook Vlaamse politici) goedgekeurd en slecht twee leden waren niet akkoord!

Helaas beste buitenlandse lezers, denk nu niet dat deze nieuwe verdeelsleutel geldig is voor elke materie. Dat zou al te eenvoudig zijn. Er is wel één constante in de communautaire discussies: de meerderheid van de Vlamingen vinden dat ze te veel betalen en alle Franstaligen vinden dat ze te weinig krijgen.

Wat denken de politieke partijen?

We verbeelden het ons, maar om onze buitenlandse lezers toch een idee te geven, ziehier enkele antwoorden die we mogen verwachten:

Wouter Beke, voorzitter van de Vlaamse christendemocraten die ook de onderwijsminister levert in de Vlaamse regering, zit verveeld met deze communautaire scheeftrekking. Een deel van zijn troepen vindt dit niet kunnen maar de vakbondsvleugel houdt vast aan het federale niveau en weigert elke regionalisering van de ziekteverzekering. Beke wijst er op dat de Vlaamse autonomie inzake onderwijs toch al een hele vooruitgang is.

Bart De Wever, voorzitter van de grootste politieke partij, de Vlaams-nationalistische N-VA, ziet in deze materie nog maar eens het falen van de Belgische democratie maar heeft om deel te kunnen nemen aan de federale regering moeten beloven om gedurende vijf jaar geen communautaire brand te stoken. Zijn medestanders zijn echter niet van plan om dit schandalig misbruik te dulden. Wordt vervolgd. Hij laat ons weten dat Hendrik Vuye - die voor de verkiezingen van 2019 al die communautaire problemen moet in kaart brengen – voor dit probleem een oplossing zal voorstellen. Lees: regionalisering van de terugbetaling van de gezondheidszorg.

Gwendolyn Rutten, voorzitter Open Vld (liberalen) ziet deze scheeftrekking als een gevolg van de politieke versnippering, maar beseft tegelijk heel goed dat het opnieuw federaliseren van onderwijs totaal onbespreekbaar is. Haar populaire partijgenote, Maggie De Block, federaal minister voor Sociale zaken en Volksgezondheid, mag het oplossen.

John Crombez, voorzitter van de socialistische partij, vindt dat er belangrijker problemen zijn en communautaire opstootjes tot niets dienen. Voor zijn partij zijn de grote boosdoeners de rijken die veel te weinig belastingen betalen waardoor de staat veel geld misloopt.

Meyrem Almaci, voorzitter van de Groene partij ziet het probleem niet. Tenzij er allochtonen zouden benadeeld zijn. Mocht daardoor een Vlaamse jongen of meisje van Turkse afkomst benadeeld worden zou er sprake zijn van racisme en zou de regering stante pede ter orde geroepen worden. Aan communautaire gekrakeel weigert Groen (dat als enige unitaire partij samen met de Waalse groene partij een fractie vormt) mee te doen.

Tom Van Grieken, voorzitter van Vlaams Belang, die toevallig de verklaring van Meyrem Almaci hoorde stikte bijna in zijn woorden: dat Vlaamse jongeren minder kansen krijgen dan Waalse is duidelijk geen probleem voor de Turkse Meyrem, sneert hij. Zo lang het maar geen allochtonen zijn, is er in België niets aan de hand. Ik stap naar het Unia, het Interfederaal Gelijkekansencentrum. (nvdr: Unia is een onafhankelijke openbare instelling die discriminatie bestrijdt en gelijke kansen bevordert. Volgens de webstek doet ze dat ‘in een geest van dialoog, samenwerking en respect’). Wanneer N-VA de regering niet opblaast, bewijst ze hoezeer ze al vervelt is tot een Belgicistische partij dievooral aan de postjes vasthoudt.

De Waalse regering bij monde van haar minister-president Paul Magnette, socialist, laat weten dat het hier niet gaat om een communautaire scheeftrekking maar om het zorgen voor optimale kansen voor Waalse jongeren. Hij vindt dat De Wever en de racisten van het Vlaams Belang de Walen geen lessen te spellen hebben. Dat vooral de rijke Vlamingen eerst maar eens belastingen betalen zoals iedereen. En verder kan er volgens hem géén sprake zijn om ook de financiële middelen van de sociale zekerheid te regionaliseren. Als het dat is wat de Vlamingen willen is zijn antwoord duidelijk: NON.

En in België betekent een Franstalig ‘NON’ dat elke oplossing grondwettelijk onmogelijk is gezien de grendels die ingebouwd werden om de minderheid (in casu de Franstaligen) te beschermen tegen de (Vlaamse) meerderheid.

Wat denken buitenlanders in België hiervan?

Onze Noorderburen zullen ongetwijfeld gniffelen bij zoveel surrealisme. Terwijl sommige Nederlanders die in België wonen en werken heel veel begrip hebben voor de Vlaamse verzuchtingen, zijn er ook in Wallonië en Brussel die al in zoverre geïntegreerd zijn dat ze zelfs het probleem niet zien of daar net zoals hun buren geen punt van maken. Het valt blijkbaar Nederlanders evenmin zwaar om in Brussel ingeschreven te worden in het woonregister als Franstalig, nochtans een andere manier om de taal en cultuur van de Vlaamse minderheid in de hoofdstad nog verder te minimaliseren en te discrimineren. Gelukkig hoeven deze nieuwe inwoners geen examen Frans af te leggen.

Zoals u ziet beste buitenlander, is België een heel opmerkelijk land: voor de enen een voorbeeld voor het cultureel diverse Europa, voor de anderen een ‘Failed State’. Wat in elk geval waar is: in geen enkel ander land is men in staat om ondanks zo veel meningsverschillen en openlijke misbruiken samen te leven zonder dat er ‘ruiten ingeslagen worden’,behalve bij stakingen. En met een staatsschuld van omtrent 105 % van het BBP bewijzen de Belgen elk jaar opnieuw dat geld nooit een probleem hoeft te zijn. Of, zoals de Waalse socialistische minister Guy Mathot ooit verklaarde: ‘de staatsschuld is er vanzelf gekomen en zal ook vanzelf verdwijnen.’

En de media?

Wel daar is alles peis en vree. Het is een uitgemaakte zaak voor de hoofdredacteur van de Nieuwsdienst van de Vlaamse Radio en Televisie (VRT) dat nieuws niet mag leiden tot polarisatie en dus is elk onnodig dispuut er één te veel. Of het nu gaat over communautaire discussies of over migrantenproblemen, de klimaatzaak, …, wat niet past in zijn politiek-correcte visie is géén nieuws. Hij pleit voor ‘constructieve journalistiek’ waarbij de redactie zich het recht voorbehoud om zelf te kiezen wat de kijkers mogen zien of niet en welke (verzoenende, minimaliserende, …) duiding daar bij nodig is.

Voor de krant De Standaard is het al even duidelijk. Toen ik de ombudsman vroeg waarom niet alle invalshoeken over bepaalde problemen (communautair maar ook over de migranten, de islam of het klimaatdebat) aan bod komen kreeg ik als antwoord: de redactie beslist zelf waarover ze publiceert en waarover niet. Punt!

Gelukkig hoeven wij Vlamingen ons niet alleen ongelukkig te voelen wanneer het gaat over de prestaties van de media. Ik kocht zopas het boek over de Nederlandse media en zelfs vooraleer het gelezen te hebben, voel ik nu al mee met de Nederlandse mediaconsumenten en in het bijzonder met U, Nederlandse lezers van 'Dwarsliggers'.

“Journalist te koop: Hoe corrupt zijn onze media?”

Auteur Arnold Karskens, Singel Uitgeverijen 2016

ISBN 9789021402253

Tenslotte, wat denken Dwarsliggers?

We begrijpen de opwinding niet. Het komt allemaal doordat wij – en niet de politici – geestelijk verward zijn en de oorzakelijke verbanden door elkaar halen. Wij weten niet meer wat primair en secundair is.

Enige tijd geleden hebben we heldhaftige pogingen gelanceerd om het mathematisch verband te vinden tussen de samenstelling van de Belgische bevolking en de zetelverdeling in het parlement. We hebben gefaald over heel de lijn. Sinds een jaar horen we van die expeditie niets meer. Misschien zullen onze nakomelingen in een verre toekomst de lijken in het oerwoud vinden en zich afvragen wat die daar wel gezocht hebben.

We hebben daar blijkbaar niets uit geleerd, want kijk: nu doet zich een vergelijkbaar geval voor en we trachten het toch weer te begrijpen. Het is verstaanbaar dat wij in die val trappen. Wij zijn namelijk in onze jeugd geïnfecteerd geraakt door iets dat ze democratie noemden.

Het Evangelie van de democratie begint met de woorden “In den beginne was het volk. En het volk was de norm. En al het andere kwam uit het volk”. Bovendien werd ons hardnekkig wijsgemaakt dat wij – en wij alleen – ze inderdaad hebben: die omineuze democratie, zonder dat iemand zich geroepen voelde om eens heel precies uit te leggen wat daarmee bedoeld was.

En nu denken wij dus dat alles, hier in ons gezegend landje, van het volk komt, of toch van het volk hoort te komen. Wij denken dat, bij voorbeeld, de samenstelling van het parlement een getrouwe spiegel van de samenstelling van het volk moet zijn. En voor het aantal toegelaten artsen idem dito. Maar waar halen we eigenlijk die zekerheid?

Er bestaat inderdaad ook een iets andere opvatting: die van de postmoderne anarcho-marxisten. Ook zij beweren de democratie boven alles te willen omhelzen. Ook zij denken dat alles rond het volk draait. Maar er is een probleem. Het arme, nog niet geëmancipeerd, volk heeft onvoldoende inzicht om te begrijpen wat goed voor ze is. Bovendien kan het gemakkelijk worden verleid. Daarom moet het volk in zijn belangen vertegenwoordigd worden door een politieke klasse. Het kan misschien interessant zijn te bedenken dat we precies diezelfde argumenten gebruikt hebben om vele eeuwen lang de onderdrukking van vrouwen te rechtvaardigen. Nog interessanter is wellicht het feit dat geen enkele feministe dat vandaag nog schijnt te merken of in vraag te stellen.

De anarcho-marxisten hebben ook met het begrip ‘volk’ veel grotere problemen dan wij vroeger hadden. Ze twijfelen eraan of zoiets als een volk – in de klassieke betekenis – wel echt bestaat. Het ‘discours’ is heel gecompliceerd. Maar een identiteit, natuurlijk het voornaamste attribuut om een volk te kunnen ‘identificeren’, dus van andere te onderscheiden, mag niet bestaan (racisme!) en kan dus ook niet bestaan. Als zij ‘volk’ zeggen bedoelen ze bij gevolg iets heel anders dan wij denken. Dat noem ik altijd het ‘Gramsci effect’.

De anarcho-marxisten, ontstaan rond 1968, hebben het vandaag bij ons voor het zeggen, hoewel ze maar een kleine minderheid vormen. Maar de Bolsjewieken waren in het Rusland van 1917 ook niet meer dan een kleine minderheid…

Het is nu wel duidelijk dat hierdoor causale samenhangen omgekeerd worden. Aan de basis van alle structuren liggen nu de afspraken die de politieke klasse – natuurlijk om ons aller bestwil – in duistere achterkamertjes maakt. Het is niet nodig, zelfs niet opportuun, het volk daarover te informeren: ze zouden zich maar nodeloos ongerust maken en mogelijk zelfs de goede gang van zaken storen. Verantwoordelijke 'intellectuelen' zoals Björn Soenens (hoofdredacteur VRT Nieuws) begrijpen dat heel goed, en nemen de ondankbare taak op zich om deze situatie onder controle te houden, daarvoor doorlopend verguisd door ultrarechtse extremisten, zoals onder meer de Dwarsliggers.

Uit deze afspraken volgen dan praktische regelingen zoals de verdeling van parlementszetels of approbaties van artsen. Daaruit kan dan weer de samenstelling van het volk worden afgeleid. Precies dat zien we in onze voorbeelden gebeuren.

De conservatieven kunnen deze gedachtegangen nooit begrijpen. Ze zijn in het moderne denken, met zijn heilige eerbied voor empirie, blijven steken, en menen dus dat een volk een primaire realiteit ‘an sich’ is, en meetbare extensieve eigenschappen heeft. De postmoderne denker weet dat de ware realiteit niet het volk is, maar ons discours over het volk. Het is aan ons allemaal samen om te beslissen wat het volk is en welke eigenschappen (b.v. samenstelling) het heeft. Hier zien we natuurlijk een onoverbrugbare kloof tussen twee denkwerelden. Dat conflict kan enkel opgelost worden door het – nu wel spoedig te verwachten – uitsterven van het moderne denken. Minstens de redactie van ‘De Standaard’ heeft dat laatste duidelijk begrepen.

In de hoop U bij het verergeren en verdiepen van uw begripsverwarring behulpzaam geweest te zijn,

Uw Dwarsliggers