houd kalm en concentreer me op naief het zijn ronde magneet 5 7 cm rc8bb7a0388b24192ace7413a40597815 x7js9 8byvr 324Reactie op de Brusselnota

Beste Jef,

Ik behoor tot de ‘naïeve’ Vlamingen die menen dat we Brussel VANDAAG volledig moeten afstoten. We mogen er ook geen cent meer voor betalen! Nogal fors zelfbewust van jullie dat als ‘naïef’ te willen afdoen!

Enkele opmerkingen in dit verband.

  • De staatkundige argumentatie snijdt geen hout.

  1. Het is inderdaad zo dat de internationale gemeenschap – volkomen terecht – zeer afwijzend staat tegenover grenscorrecties op basis van taal of volk. Maar Vlaanderen is tot hier toe geen staat! Bij gevolg is de taalgrens geen grens in de zin van het internationaal recht. Streepjes die wij binnen België op de kaart trekken interesseren de internationale gemeenschap geen barst. Een grens die er niet is kan ook niet ‘gewijzigd’ worden. Eigenlijk is dat allemaal maar ‘spelen’. Maar dat kunnen wij Vlamingen niet zien: daarvoor nemen we ons zelf veel te serieus.

  1. Mocht er toch een staat Vlaanderen ontstaan, dan heeft de internationale gemeenschap WEL het probleem de grenzen te definiëren. Ze zal dat – hopelijk – doen op basis van de situatie op het terrein. Dat ze zich daarbij sterk zal laten leiden door frivole begrippen gelijk ‘invloedssfeer’ houd ik voor eerder onwaarschijnlijk. DAN is het wel degelijk van doorslaggevend belang welke taal in Brussel gesproken wordt!

  1. Iets waar de internationale gemeenschap wel aanstoot aan kan en moet nemen, is het feit dat voor een Vlaamse parlementaire zetel méér stemmen nodig zijn dan voor een Franstalige zetel. Bovendien wordt onze parlementaire vertegenwoordiging volledig uitgehold door allerlei grendels en speciale meerderheden. Daardoor is het mogelijk een enorme ‘drain’ van belastinggeld naar het Zuiden ‘legaal’ te handhaven. ‘Taxation without Representation’; daaraan zijn vooral de Angelsaksers gevoelig. Dat begrijpen ze! Daarvoor is de Amerikaanse revolutie uitgebroken! Bovendien zijn deze dingen knalhard kwantitatief bewijsbaar. Maar daarover maken we niet half zo veel lawaai als over Brussel; het is ons waarschijnlijk niet romantisch genoeg! Het is ook te simpel; we kunnen er geen ingewikkelde situaties uit construeren. Dit is één van de vele funeste effecten van ons overdreven bezig zijn met Brussel: we besteden aan de ECHTE problemen nauwelijks aandacht.

  1. Servië als referentiepunt voor het belang van internationale perceptie nemen is een bijzonder sterk stuk. Dat alleen zal al volstaan om de internationale gemeenschap tegen ons in te nemen. De Servische natie heeft een duizendjarige traditie van geweld, verraad en bedrog. Heel die tijd hebben ze een ‘Groot Servië’ nagejaagd. Ze hebben ons daarmee en passant de eerst wereldoorlog, het begin van de ondergang van Europa, bezorgd! Zelfs voor mij volstaat dat voorbeeld om de rest van de tekst met de grootste argwaan te lezen. Hoe moet dat dan werken op een Britse, Franse of Duitse journalist of diplomaat? Opletten: we hebben het hier niet met een flauw plezant postmodern Belgisch jochie te doen! Dat zijn – gemiddeld – mensen met een ernstige eruditie en een ontwikkeld gevoel voor historisch perspectief.

Geen wonder dat de internationale gemeenschap ons niet ernstig neemt! We werken ze met onze onserieuze argumentatie gewoon op hun zenuwen! Denk maar niet dat het een kwestie van ‘communicatie’ is: het is in de substantie dat we te kort schieten!

  • Moest de internationale gemeenschap– verrassend – toch tot het besluit komen Brussel bij Vlaanderen te willen voegen, dan heb ik als Vlaming daar een bezwaar tegen. Er zijn in Brussel gewoon te veel en te grote problemen waarvoor nu geen verstandige oplossing meer bestaat. Ik wil ook geen tweetalig land meer. Het heeft in principe grote voordelen, maar we hebben nu voldoende bewezen dat we daarmee niet kunnen omgaan. Ik bedoel daarmee dat we ons voortdurend laten rollen, of het nu omwille van de mammon is of voor een beetje vermeend prestige. Hoezo zou die verwerpelijke knechtjesmentaliteit plots veranderen in een onafhankelijk Vlaanderen?

  • Binnen de Belgische context is het probleem Brussel niet oplosbaar. De Franstaligen chanteren ons met iets dat eigenlijk geen waarde heeft. Ze lachen zich een breuk! Ze bluffen? Let’s call their bluff!!!

  • En die zogezegde 55.000 plus Vlaamse kiezers in Brussel? Pech gehad! Werk een genereus plan uit voor relocatie, zoals de Duitsers dat na 45 voor hun ‘Vertriebenen’ en ‘Volskdeutsche’ deden. Ik ben eens benieuwd hoeveel er willen komen! De kosten zullen niet uit de band springen.

  • Brussel was NOOIT de hoofdstad van Vlaanderen! (nvdr nu wel hoofdstad van het Vlaams Gewest en de Vlaamse gemeenschap) Wel van de Nederlanden – in zoverre men toen al van een hoofdstad kon spreken; onze eigenlijke ‘hoofdsteden’ waren in die tijd Madrid of Wenen! – , en later van de Zuidelijke Nederlanden natuurlijk.

Brussel was een Brabantse stad, maar is dat nu beslist niet meer. Die verfransing was WEL hoofdzakelijk het werk van Vlamingen. Het waren vooral West-Vlamingen (eerst later Limburgers) die in Brussel hun fortuin als middenstanders zochten. Die bakkers en beenhouwers hebben – naar oude Vlaamse gewoonte – hun taal en cultuur verkocht voor een habbekrats. En dat terrein, dat we zo bereidwillig opgegeven – eigenlijk verkwanseld – hebben willen jullie nu heroveren? Leg dat maar eens uit aan de internationale gemeenschap. Good luck!

  • Het economisch belang van Brussel wordt mateloos overschat. Brussel produceert niets! We hebben daar wel een aantal zetels van grote firma’s, maar die betalen sowieso nauwelijks belastingen. Ook de mensen die voor internationale organisaties (EU, Nato etc.) werken, hebben een statuut dat ze vrijwel belastingvrij maakt. Bovendien hebben we daar een flink stuk van het totaal opgeblazen Belgisch ambtenarenapparaat. De opbrengst van dat alles is minimaal. Als dat anders was kon Brussel – bij alle verspilling – geen geld te kort komen. Er zijn toch gemeentelijke opcentiemen, of niet?

Ja maar, die dienstensector! Geloof me maar: op een niet zo goede dag worden we – met barstende hoofdpijn, maar nuchter – wakker. Nadat we onze ogen uitgewreven hebben zullen we zien dat die ‘dienstensector’ een nog grotere zeepbel was dan de Amerikaanse immobiliënmarkt. Natuurlijk zijn er de administratieve operaties van grote firma’s, maar het internet maakt een dergelijke concentratie daarvan meer en meer overbodig. Wat voor diensten verkoopt Brussel dan nog buiten dwaze TV, radio en kranten? Hoofdzakelijk stompzinnige wetten, en zwakzinnige regeltjes (en, jawel, voornamelijk ‘by appointment to the Flemish Government!). Geen mens wil ze hebben, laat staan er voor betalen. Wij betalen dat natuurlijk toch, maar alleen omdat we voorlopig nog moeten en niet anders kunnen.

`

Buiten de dagelijkse verkeerschaos en irrationele immobilia prijzen levert ons dat allemaal niets op!

We hebben er wel een internationaal proletariaat (vriendelijk uitgedrukt); gedeeltelijk ongeletterd, gedeeltelijk crimineel en/of toenemend geradicaliseerd, en met een bedroevend geringe productiviteit. Het ware gemakkelijk geweest die mensen niet binnen te laten. Ze nu nog terug weg krijgen is vrijwel onmogelijk. Bovendien vermeerderen ze zich, en dat zeer in tegenstelling tot de autochtonen, tamelijk enthousiast; een verdere toevoer van buiten af is niet eens meer nodig om catastrofale en onoplosbare problemen te scheppen. Dat kost bakken geld, en wij Vlamingen zijn zo braaf om die tijdbom ook nog te willen financieren, als we maar ons zegje in Brussel mogen doen. Met een forsheid, die ik anders eerder van Franstaligen verwacht, menen we dat onze inspraak de oplossing van die onoplosbare problemen mogelijk gaat maken. Good luck again!

  • Het cultureel belang van Brussel wordt ook enorm overschat.

Wat we als cultureel erfgoed in Brussel vandaag zien is hoofdzakelijk de erfenis van Franstaligen, ook Franstalige Vlamingen: Maurice Maeterlinck, Jacques Brel etc. Dat is misschien niet oninteressant, maar ik moet het niet perse HEBBEN: ik heb namelijk het gevoel dat het niet echt van mij is!

De Brabantse volkse substantie – en die was dus WEL van ons – is onherstelbaar kapot. Of is er misschien iemand die de Marollen van vandaag nog wil repareren en saneren?

Natuurlijk is het ‘Théatre de la Monnaie’ een stuk beter dan de Vlaamse Opera, wat nog lang niet betekent dat het op wereldniveau zou staan.

Ik moet de Boulevards van Leopold II niet. Bij de gedeeltelijk interessante architectuur (Victor Horta etc.) moet men even bedenken waar het geld vandaan kwam om dat allemaal te financieren. Aan die ‘interessante’ gebouwen hangt het bloed van honderdduizenden Afrikanen. Ik wil die mensen niet hier, ze passen gewoon niet in onze cultuur en ons landschap, maar spul waar het bloed van hun voorouders aan kleeft wil ik evenmin! Ik moet die rommel simpelweg niet hebben.

Eigenlijk zijn alleen de bouwsubstantie op de grote markt en een paar kerken echt waardevol.

  • Om het in zakelijke termen uit te drukken:

Het filiaal Brussel is niet saneerbaar. Daar we het niet kunnen sluiten zullen we het van de hand moeten doen. Niemand gaat er ons een cent voor geven: het is inderdaad ook niets waard. Het is misschien mogelijk dat we het aan de Europese Gemeenschap als hoofdstad kunnen kwijt raken. Die piste moeten we volgen, zelfs als België zou blijven voortbestaan. Dat wordt een moeilijk proces. Op het ogenblik heeft de EG wel andere zorgen en prioriteiten. Als we te lang treuzelen zal Brussel dermate verloederd zijn dat ook de EG het niet meer wil!

Jammer genoeg moet ik tot de conclusie komen dat heel die tekst typisch is voor de manier waarop wij Vlamingen met deze – bloedernstige – problematiek omgaan. Het is een ellenlang gezeur van twijfelachtige intellectuele kwaliteit, met argumenten die er vaak duidelijk met de haren bijgesleept zijn, krampachtige redeneringen en een brokkelig historisch perspectief. Het draait allemaal om een temerig: “wij zijn hier de gefopten, heb medelijden met ons!” We gaan totaal voorbij aan het feit dat wij, door onze plantrekkerij en ons principeloos opportunisme, zeer bereidwillig meegewerkt hebben aan al die dwaze constructies. We vergeten dat er, ook vandaag, in Vlaanderen nog altijd geen meerderheid is die een echte breuk met de zonden van het verleden ondersteunt. De N-VA, die wel een duidelijk en realistisch zicht op de situatie lijkt te hebben, moet voortdurend op eieren lopen, om te beletten dat de bange Vlamingen als schichtige paarden op hol slaan. Het verwondert me niet. Reeds Filips de Stoute schreef voor zijn zoon op: “Vraag van de Vlamingen nooit troepen. Vlaamse troepen zijn niets waard!”. Die man had al als twaalfjarige jongen aan de zijde van zijn vader op het slagveld gestaan. Hij zal geweten hebben waar hij het over had!

Bijzonder kostelijk wordt het als we de zaken Machiavellistisch willen gaan aanpakken. Er zijn veel dingen die we niet of niet goed kunnen. Maar dat is wel nummer één. We zien dat echter niet! We denken dus – in tegendeel – dat we bijzonder ‘leep’ zijn. 183 jaar is blijkbaar te weinig om door ervaring bij te leren! De Franstaligen denken van ons dat we lomp en onbehouwen zijn. Welnu, laat ons dat dan eens werkelijk zijn, door gewoon te zeggen: “we betalen niet!. Als jullie ons van gedacht willen doen veranderen; doe maar voorstellen, maar het zou ons erg verbazen als jullie ons kunnen overtuigen.” Als er dan voorstellen komen zeggen we: “Te weinig”. Als we dat lang genoeg volhouden zien we wel wat gebeuren. Of ook niet! Als we die laatste mogelijkheid zeer gelaten mee incalculeren hoeft ze niet eens gedwongen werkelijkheid te worden.

Om het in de taal van het pamflet te houden: deze kalkoen wil voor het kerstfeestje geen cent betalen. Daardoor hebben ze geen geld voor kalkoen. Ze zullen het dus met kip moeten stellen. Als we ze lang genoeg honger laten lijden gaan ze zich herinneren dat ze kip eigenlijk wel mogen. Noemden we ze in de volksmond niet “kiekenfretters’? Brutaal? Zeker! Onrealistisch? Misschien, maar in ieder geval minder dan de illusie vrienden te kunnen kopen!

Lees jullie eigen tekst, met deze kritiek voor ogen, eens heel aandachtig terug. Dan gaan jullie het zelf zien. Tenzij natuurlijk…

Om samen te vatten:

Ik wil een trots, zelfbewust Vlaanderen dat zijn eigen boontjes kan doppen door serieus werk waarvoor het buitenland bereid is te betalen. Wij moeten niet te veel aandacht besteden aan lobbyen; wij hebben onze handen vol aan opleiden, ontwikkelen, produceren en verkopen! We moeten de marginalen durven vertellen dat ze marginalen zijn en zich gelukkig kunnen prijzen zolang we ze willen voederen. Ik hoef geen dubieuze erfenissen en ik laat me ook niet chanteren. In mijn Vlaanderen is er voor zoiets als Brussel simpelweg geen plaats!

Mijn soort Vlaanderen kunnen we hebben, ALS we bereid zouden zijn er hard voor te werken, er grote offers voor te brengen en er bitter voor te lijden. Dat laatste betekent waarschijnlijk dat we het dus eigenlijk toch niet kunnen hebben.

Over jullie soort Vlaanderen onderhandelen we binnen tweehonderd jaar nog, dan waarschijnlijk van achter de IJzer linie!

Bewaren

Bewaren