Print

MR Jules Destrée 1863 1936Franstaligen beladen confederalisme met alle zonden van de wereld, maar waarom negeren dat Franstaligen dat in 1912 en 1947 zelf al voorstelden?

 

Franstaligen linken de Vlaamse zaak graag met de Duitse bezetters van de twee Wereldoorlogen. Die associatie moet de Vlaamse strijd moreel verwerpelijk maken. Dat gebeurt nu ook geregeld met het pleidooi voor confederalisme. Maar Walen stelden al in 1912 een verregaande vorm van confederalisme voor. De Waalse beweging vroeg toen een administratief separatisme tussen Wallonië en Vlaanderen. In 1947 volgde dan het voorstel voor een confederaal België met twee volwaardige deelstaten en één confederale hoofdstad waar de burgers een subnationaliteit moeten kiezen.

Pierre Havaux schrijft in Le Vif van 7/11/13 dat het confederalisme van Bart De Wever reeds werd uitgetest door de Duitse bezetter tijdens de Eerste Wereldoorlog. Maar was dit plan van de Duitse bezetter wel zo origineel? Alvorens we op deze vraag kunnen antwoorden, moeten we heel even het confederalisme, zoals de N-VA het ziet, uiteenzetten.

Het confederalisme volgens de N-VA

De N-VA wil twee volwaardige deelstaten: Vlaanderen en Wallonië. Deze genieten in praktijk constitutieve autonomie. Beide hebben ze de persoons- en grondgebonden bevoegdheden. Wat ze samen willen doen komt in een grondverdrag, zeg maar een grondwet waarin enkel de samenwerking zal beschreven staan. Al het overige zal iedere deelstaat afzonderlijk bepalen.

Brussel en de Duitstaligen zouden een veel ruimere autonomie op territoriale zaken krijgen dan vandaag. De Duitstaligen krijgen ook autonomie voor bijkomende persoonsgebonden materies. In Brussel kiezen de inwoners voor hun persoonsgebonden materies (onderwijs, cultuur, sociale zaken, …) voor het Vlaamse of het Franstalige stelsel. Brussel krijgt dus zeer grote autonomie, maar valt onder de institutionele voogdij van de twee grote deelstaten. Dit systeem van 'tweeherigheid' is niet nieuw.

Het radicale verschil tussen dit model en de huidige staatsstructuur is dat de deelstaten een quasi totale fiscale en financiële autonomie krijgen. Ze moeten hun eigen uitgaven met eigen belastingen dekken. Deze inkomsten worden aangevuld met een overeen te komen nationale solidariteit en met een overeen te komen tussenkomst van de twee grote deelstaten in de hoofdstedelijke lasten.

Belgisch federalisme zit dimensionaal verkeerd in elkaar

Peter De Roover (chef politiek van Doorbraak) heeft de verschillende federale landen bestudeerd. “België valt helemaal buiten het normale federale model qua verhouding tussen het aantal inwoners van de grootste deelstaat en het land zelf. Vreemd dat daaraan nooit aandacht wordt besteed. Voor de VSA ligt die op 12%, Duitsland komt aan 22%, exact het gemiddelde voor 25 federale staten.” (bron)

De Vlaamse bevolking bedraagt daarentegen 60% van de totale bevolking. “Maar waarom twee overheden op zo’n korte afstand van elkaar als Vlaanderen en België?”, aldus De Roover. “België biedt geen schaalvoordelen, Vlaanderen staat cijfermatig niet dichter bij de bevolking. Ze zijn van nature veroordeeld om concurrent te zijn en koesteren logischerwijze dezelfde ambities omdat ze behoren tot dezelfde gewichtsklasse. Vlaanderen is te groot voor België, België te klein voor Vlaanderen. Ze schaffen wederzijds elkaars bestaansreden af.”

Erger nog voor de werking van de federale staat is dat er confederale mechanismen worden gebruikt zoals paritaire samenstelling en grendelwetten.

Institut Jules Destrée

Institut DestréeDe volgende punten bespreken hoe oorspronkelijk de Wallinganten van niet-confessionele partijen (liberalen en voornamelijk socialisten met als boegbeeld Jules Destrée) een dam wouden opwerpen tegen de katholieke partij die vooral via Vlaanderen (met veel grotere katholieke populatie) aan de macht kon blijven. Het is bijgevolg een subjectieve versie van de feiten.

De strijd was ook niet puur taalpolitiek. De tegenstelling in die tijd was veeleer sociaal en de twee soorten strijd liepen door elkaar heen. Jules Destrée vreesde de katholieke hegemonie vooral omwille van haar antisociale teneur, waarbij we soms kanttekeningen hebben geplaatst.

De bronnen van voornamelijk het Instituut Jules Destrée zijn vrij toegankelijk. Wat toen in het begin van de twintigste eeuw werd verkondigd is nog steeds relevant. Het is dan ook verwonderlijk dat Vlaamse politici niet meer aandacht aan deze bronnen schenken. En als je dan een partijleider hebt die historicus is en hierop wel inspeelt, dan wordt hij en zijn partij afgezonderd. Maar ja, als partijleiders als Wouter Beke al von Clausewitz verkeerdelijk aanhalen, dan moet je niet te veel van hun (politiek-) geschiedkundige capaciteiten verwachten.

Administratief separatisme in 1912

Sire, er zijn geen Belgen, er zijn enkel Walen en Vlamingen”, schreef Jules Destrée in 1912 aan koning Albert I. “Uw land kent eigenlijk twee democratieën, volkeren”.

Deze socialistische wallingant heeft meer gedaan dan brieven geschreven. Hij was de stuwende kracht achter het Assemblée Wallonne. Deze was een reactie op de toenemende invloed van de (overwegend katholieke) Vlamingen in de Belgische politiek.

Het initiële cultuurflamingantisme veranderde ondertussen in een politiek bewuste Vlaamse beweging, gedragen door voormannen uit alle drie de grote politieke families, de socialist Camille Huysmans, de katholiek Frans Van Cauwelaert en de liberaal Louis Franck (de ‘drie kraaiende hanen’). Dat werd een bedreiging voor de Franstalige carrièristen die Nederlandsonkundig waren maar zich omhoog wilden werken via de administratie of het leger, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Daaronder waren vele ‘Flamins’ van de tweede generatie, die volkomen verfranst waren, zich ‘bekeerd’ hadden tot het socialisme en de vrijzinnigheid en met de ‘pastoorstaal’ uit hun dorpen van oorsprong niets meer te maken wilden hebben. Hun hegemonie stond onder druk. De eis van de Belgisch gezinde Vlamingen voor nationale tweetaligheid in België viel niet in goede aarde bij de wallinganten en franskiljons die hun afkomst niet meer wilden kennen.

Om zich tegen het conservatieve katholicisme van de Vlaamse boerendorpen te wapenen ontstond (onder meer) het idee van administratief separatisme bij de Waalse niet-katholieke politici. Eerst was het niet zo fel, maar na de verkiezingen van 2 juni 1912 veranderde dit snel. De Waalse socialisten en liberalen hadden in Wallonië wel gewonnen, maar door het succes van de Katholieke partij in Vlaanderen kwamen ze in het Belgisch parlement in de oppositie.

Het Waals Congres van 7 juli 1912

Gezien de strijd tussen de liberalen en socialisten enerzijds, en katholieken anderzijds, waren er geen vertegenwoordigers van deze laatste in het Congrès Wallon. Om het beoogde administratief separatisme in te voeren waren er vier voorstellen: twee die een grotere autonomie aan de Waalse provincies gaven, twee andere stelden een Waalse regio voor met een eigen parlement boven de Waalse provincies. Een vijfde voorstel wou het confederaal systeem van de Zwitserse kantons overnemen. Maar dat werd niet behandeld.

Een niet mis te verstaan statement van het Waals congres was: “Het congres wil dat Wallonië zich afsplitst van Vlaanderen en zich onafhankelijk opstelt ten aanzien van het centraal gezag zodat het zijn eigen activiteiten kan ontwikkelen.”

Tijdens een constituante vergadering van dezelfde leden in Charleroi werd de Assemblée Wallonne opgericht. Die stelde geen federale staatsvorm voor, maar een klassieke confederatie. België werd dus niet volledig afgeschreven, maar Wallonië wou zelf volstrekt autonoom haar eigen institutionele toekomst kunnen uitkiezen en haar eigen binnenlandse zaken regelen en beheren.

Anti-Vlaamse sfeer in Wallonië

Dat in die periode de stemming grimmig was kon men afleiden uit sommige incidenten in het Belgisch parlement. In 1908 riep Hector Chainage op om een dam op te werpen tegen de Germaanse Vlaamse invasie. Blijkbaar waren er al Waalse politici voor de twee Wereldoorlogen die Vlaanderen aan het Germaanse linkten. Maar Duitsland werd toen nog niet als een vijand van België gezien, er waren uitstekende banden tussen de Kaiser en onze koning.

In 1910 riep Jules Dupont in volle vergadering van de Senaat:”Vive la séparation administrative!” Er volgde geen verontwaardiging. Integendeel, Jules Destrée richtte een anti-Flamingantische parlementaire commissie op. Dit was in zijn ogen heel logisch omdat de Vlamingen onder meer vroegen om de Gentse universiteit te mogen vernederlandsen. Alle universiteiten waren Franstalig omdat een Koninklijk Besluit van 9 december 1849 verplichtte dat al het universitair onderwijs in het Frans diende te geschieden.

Evenwel, zolang het administratief separatisme geen feit was, bleef de eis van de Wallinganten om Vlaanderen tweetalig te houden. Het zou duren tot 1929, met het Compromis des Belges tussen Huysmans en Destrée, vooraleer deze laatste de eis van tweetaligheid van Vlaanderen zou opgeven (Historische autodidacten).

In ieder geval, er ontstond een Franstalige anti-Vlaamse beweging. Die was partij-overschrijdend en omvatte ook de Franstalige katholieken. Die samenhorigheid tegen de Vlaamse belangen bestaat nu nog steeds. Die kent dus oude historische wortels.

Een volledig administratief separatisme lukte niet omdat er geen meerderheid was, maar ze maakten er een missie van om een systeem te ontwikkelen om de Vlaamse meerderheid af te blokken. Dat lukte hen uiteindelijk in 1973 met de implementatie van de Belgische federale staat met confederale blokkeringsmechanismes. Maar dat is dan ook zowat het enige fundamenteel confederale in de huidige Belgische staatsstructuur.

Namen Duitsers Waalse voorstellen in WO I over?

De Duitse bezetter wou, tijdens de Eerste Wereldoorlog, al snel een 'pacificatie' onder haar gezag voorbereiden. De bezetters merkten dat het toenmalig politiek bestel echter niet zo goed werkte. Ze ondervroegen heel wat mensen, vooral politici en industriëlen. Ze kwamen al snel tot hetzelfde besluit als de Assemblée Wallonne en ontdubbelden daarom ook het administratieve beheer (Waals/Vlaams).

Het valt evenwel te betwijfelen of die ontdubbeling wel over meer efficiënt bestuur ging. Zo vermelden bronnen dat de Duitse bezetter verschillende scenario’s had om België aan te hechten en na een schijnbare vervlaamsing te verduitsen. Laten we niet vergeten dat eminente intellectuelen gevankelijk weggevoerd werden, onder andere de geciteerde flamingant Louis Franck, op aangifte in een verklikkerbrief van Borms persoonlijk dan nog.

Zoals hierboven beschreven was er een grote vijandigheid (van nogal wat Waalse politici voor de Vlamingen. Mede daarom werden sommige Vlaams-nationalisten activist en wilden ze zo snel mogelijk onafhankelijkheid voor Vlaanderen, zelfs als ze die uit handen moesten ontvangen van een vijand die de neutraliteit geschonden en het volk tot bittere armoede veroordeeld had.

Ofschoon de Duitsers het administratief separatisme van de Waalse Assemblee wilden implementeren, gingen de Waalse politici hier niet officieel op in en dat was logisch ook: alle echt belangrijke Vlaamse intellectuelen, politici en zakenmensen weigerden even goed mee te stappen in welke administratieve wijziging ook onder vreemde bezetting. Terzijde, het Instituut Jules Destrée vermeldt dat de archieven hierover niet meer bestaan.

Uiteindelijk kwam er de “Unionsakte” van 28 mei 1918, een samenwerkingsverband tussen Wallonië en Vlaanderen, met een voorstel van grondwet voor deze laatste, en mutatis mutandis ook die voor Wallonië. Dit is waar journalist Pierre Havaux naar verwijst. Echter de geschiedenis van voor 1914, en dus zeker voor Unionsakte, bewijst dat Duitsers met dezelfde argumenten tot dezelfde conclusie kwamen als de leden van het Assemblée Wallonne. Maar de doelstellingen waren totaal verschillend. Wallonië wou een dam tegen het katholieke Vlaanderen, terwijl de Duitsers “Divide et impera” als motief hadden.

Het Duitse voorstel - dat bedoeld was om verdeeldheid te zaaien - was bijna een kopie van wat de wallinganten van de Assemblée voor de oorlog hadden verdedigd. Bart De Wever haalde eigenlijk zijn mosterd bij Jules Destrée en niet bij de Duitse bezetter.

Confederalisme, een Waalse uitvinding?

Dit is titel van het artikel van Ben Weyts (N-VA) dat handelt over de Grondwetsherziening. Dit was geen voorstel om een federaal België te maken maar een confederaal België.

Een citaat uit het artikel: “Zo kwam ik uit bij het Waals Congres. Op 20 en 21 oktober 1945 congresseerden 1500 vertegenwoordigers van het Waalse volk in Luik over de toekomst in en van België. Het voorstel tot aansluiting bij Frankrijk kreeg het grootste aantal congressisten achter zich. Maar uiteindelijk werd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers in 1947 een iets gematigder plan tot herziening van de Belgische Grondwet op tafel gelegd. Velen beschouwen het als een federalistisch plan. Nadere lectuur leert dat men het echter bij herhaling heeft over confederalisme. Parbleu! Bepaalde basisideeën zijn bijzonder confederaal en gaan soms heel wat verder dan wat de N-VA 66 jaar later voorstelt. Er is bijvoorbeeld zelfs sprake van subnationaliteit ...”.

Enkele extracten: (p.9) 3) Door aanspraak te maken op het 'zelfbestuur van Wallonië in het kader van België', heeft het Nationaal Waalsch Congres, dat op 20 en 21 October 1945 te Luik werd gehouden, ten bate van Wallonië de toepassing geëischt van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. Die eisch is volstrekt niet zelfzuchtig, want de invoering van een federaal stelsel in België zal aan het Vlaamsche volk een gelijke autonomie schenken. Het is, bovendien, het eenige middel om België te redden, door de twee volkeren weer nader tot elkaar te brengen en aldus een nieuwe stuwkracht aan het land te verzekeren.

p.10 5) Ten einde aan elk van de partijen een ruime autonomie te waarborgen en het Belgisch kader nochtans te behouden, stellen wij voor België om te vormen tot een Confederatie van gewestelijke Staten, Vlaanderen en Wallonië, met een Federale Stad, Brussel.

7) De Federale Stad zal gevormd worden door de 19 gemeenten van de agglomeratie. Haar inwoners zullen individueel de Vlaamsche of Waalsche subnationaliteit dienen te kiezen. Zij zal de cultureele en bestuurlijke zelfstandigheid genieten. De andere haar aanbelangende vraagstukken zullen door de federale overheid worden behandeld.

8) Vlaanderen en Wallonië zullen elk een Wetgevende Kamer hebben, die samengesteld is uit een gelijk aantal leden. De twee vereenigde Kamers zullen de Wetgevende Federale Kamer vormen. Die oplossing geeft aan de Vlaamsche en Waalsche vertegenwoordigers de gelegenheid op het federaal plan samen te werken en zal er aldus toe bijdragen de eenheid van het land te bewaren. Een federale Senaat, waarvan de leden voor de helft door het Vlaamsch en voor de helft door het Waalsch kiezerskorps zullen worden gekozen, op gewestelijke lijsten voorgedragen door de verschillende partijen, zal in 't bijzonder tot taak hebben te zorgen voor de eerbiediging van de belangen van de gewestelijke Staten. Voor de aanneming van de federale wetten zal zijn instemming vereischt zijn.

En dan het voorstel zelf:

Eerste artikel. - België is een Confederatie gevormd door twee gewestelijke Staten, Vlaanderen en Wallonië, en door het Federaal gewest Brussel. (...)

Art. 29.- Afgezien van de Belgische nationaliteit, bestaat er een Vlaamsche en een Waalsche subnationaliteit, welke het recht verleent :

1° van kiesrecht voor en van verkiesbaarheid in de gewestelijks Kamer en den federalen Senaat;

2° Minister te zijn van een gewestelijken Staat;

3° van toegang tot de gewestelijke openbare betrekkingen, behoudens de uitzonderingen vastgesteld door de gewestelijke wet.

Art. 31. - In de gewestelijke Staten, gaan alle machten uit van de Natie; in de Confederatie, gaan ze uit van de gewestelijke Staten. Zij worden uitgeoefend op de door de Grondwet bepaalde wijze.

Art. 55.- De gewestelijke Staten zijn bevoegd om wetten te maken over alles wat deze Grondwet niet uitdrukkelijk toekent aan de Confederatie, o.m. over : …

Ben Weyts (N-VA) vermeldt vervolgens dat de Waalse indieners Marcel Grégoire, Edmond Leclercq, Julien Lahaut, Jules Blavier, Jean Rey en Willy Frère hun tijd dus ver vooruit waren. Vele van de recepten die zij 66 jaar geleden uitkienden, hebben niets aan waarde ingeboet, besluit hij.

Besluit

Het Franstalig establishment had ‘zijn’ België al in 1830 afgescheiden van de Nederlanden. In 1912 ontstond het idee bij vooral de socialisten om die belangen (terug) te verdedigen door een administratief separatisme in te voeren dat grotendeels overeenkomt met het confederalisme dat de N-VA vandaag verdedigt, zij het dat de socialisten uit het verleden dit verdedigden om tegen het conservatieve katholieke establishment in te gaan. Dit heeft dan ook niets te maken met de Vlaamse zaak en de Duitse bezetters, maar met eigen profijt en zelfbeschikkingsrecht, zij het ditmaal vooral van een ‘upstart’-klasse, die via de administratie en het leger een plaats wilde opeisen in het establishment.

Na meer dan 100 jaar zijn de bevindingen en voorstellen van Jules Destrée nog even relevant.

Het federale België heeft in feite geen stabiele federale structuur. Zo zijn er nog steeds geen homogene bevoegdheidspakketten bij de gewesten (deelstaten), noch bij de gemeenschappen. Dat heeft enkel immobilisme tot gevolg. De deelstaten kennen ook nauwelijks financiële verantwoordelijkheid. Na zes staatshervormingen staan we nog nergens, en Vlamingen worden nog steeds op grote schaal gediscrimineerd. Deze staatshervorming verergert dat zelfs. Ook de Franstalige pers geeft nu toe dat Vlaanderen de grootste verliezer is bij deze laatste hervorming (La Libre, 15/11/13, vertaling hier).

Er dient dus naar een andere vorm van samenwerking en samenleving gezocht te worden. Of je nu dit echt federalisme noemt of confederalisme, dat doet er niet toe. Twee democratieën, twee volkeren, kunnen beter samenwerken vanuit hun eigen sterkte en met respect voor elkaar, dan te vechten in een virtueel land.