MR Paul MagnetteFranstalige meerderheidspartijen omzeilen via de laatste staatshervorming de lastige confederale blokkeringsmechanismes en annexeren Brussel zonder dat de Vlaamse Brusselaars enige keuze hebben.

 

In 'Het confederaal gedachtengoed bestaat al meer dan 100 jaar … bij de Walen' hebben we aangetoond dat voor WO I de Franstaligen reeds het confederale als staatsmodel zagen. De Duitse bezetter volgde hun logica, maar na de oorlog werden de Vlaamse activisten met de vinger gewezen. Sedertdien werd de Vlaamse zaak steeds met de Duitse bezetters vereenzelvigd. Om in de Duitse bezettingssfeer te blijven: de Anschluss van Brüssel, maar nu door de Franstaligen.

L'Accord de la Sainte Emilie

Professor Maddens stelde dat in 2011 de Vlaamsgezinden niet ten onrechte aan de alarmbel trokken toen in Brussel een aantal belangrijke gemeenschapsbevoegdheden (kinderbijslagen en het grootste deel van de overgehevelde bevoegdheden inzake gezondheidszorg en bijstand aan personen) werden toegekend aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) en niet aan respectievelijk de Vlaamse of Franse Gemeenschap.

Enigszins voorspelbaar voor diegenen die de Franstalige politici (willen) kennen, sloten op 19 september de vier Franstalige partijen het ‘Accord de la Sainte Emilie’: de Franstaligen willen zoveel mogelijk het beleid inzake de naar de GGC overgehevelde gemeenschapsbevoegdheden afstemmen op dat van het Waals Gewest. Met de woorden van Paul Magnette 'une convergence maximale' wordt gecreëerd tussen het Waalse Gewest en de GGC. De Brusselse Vlamingen - Vanhengel, Grouwels & Co. - waren niet happy, want ze zaten er zelfs niet voor spek en bonen bij.

Paul Magnette

De strategie is heel simpel, door de zesde staatshervorming wordt de band tussen de Brusselse Vlamingen en Vlaanderen grotendeels doorgeknipt. De Vlaamse overheid zal in Brussel niets meer te zeggen hebben inzake de naar de GGC overgehevelde bevoegdheden. Ze zal er ook niet kunnen optreden ter verdediging van de legitieme belangen van de Brusselse Vlamingen, en ze krijgt al evenmin reële inspraak in de besteding van de middelen voor de 'hoofdstedelijke functies'. Dat slaat straks nochtans op zo'n kleine 1,5 miljard. Dat wordt voor twee derde door Vlaamse belastingbetalers gefinancierd. Vervolgens worden die Brusselse Vlamingen ingelijfd bij de Fédération Wallonie-Bruxelles. Brussel en Wallonië moeten immers hun beleid voor de persoonsgebonden materies op elkaar afstemmen en maximaal gelijkschakelen.

Rekenen op de vrees voor N-VA

De Franstaligen rekenen erop dat de zogenaamde Vlaamse politici die de zesde staatshervorming ondertekend hebben nog steeds hun behoudsgezinde reflex zullen hebben om dit alles door de vingers te zien. In sé hebben de Vlaamse onderhandelaars de Vlamingen in Brussel in de steek gelaten. Het zijn dus niet de Vlamingen die de Anschluss bedachten, maar wel de Franstalige politici.

In een confederaal systeem zal deze onrechtvaardigheid rechtgezet worden, maar dat zullen de Franstalig-Waalse en Franstalig-Brusselse politici niet willen. Ze hebben de voordelen van een federaal bestel met de voor hen voordelige confederale blokkeringsmechanismes, terwijl ze de facto de baas zijn in Brussel en de voor hen nadelige confederale blokkeringsmechanismes gedeeltelijk via institutionele hervormingen hebben kunnen wegwerken. Moet er nog zand zijn?

Marc Rabaey, socioloog, bedrijfseconoom, lid kernredactie Bron, lokaal N-VA voorzitter, Secretaris Charta Vlaanderen

Lees ook: Het confederaal gedachtengoed bestaat al meer dan 100 jaar … bij de Walen