hartvoorBXLDat Brussel ook in de komende verkiezingsstrijd zijn zeg wil hebben is niet ongewoon. Maar te veel liefde voor Brussel vanuit een anti-Vlaams ressentiment kan averechts werken.

 

Brussels nationalisme

In ‘Brusselsnieuws.be’ (08/01) laat Bert Anciaux (SP.A) zijn licht schijnen over de gevaren van het nieuw Brussels nationalisme. Anciaux laat het volgende optekenen: “Tot niet zo lang geleden zwaaiden hautaine francofone Brusselaars de plak over Vlaanderen en Wallonië. De geschiedenis van dit land staat bol van verfoeilijke praktijken van uitbuiting en vernedering. Onze taal en cultuur oogstten vooral misprijzen. In Brussel werd je als Vlaming beschimpt. Kerk, koning en kapitaal vormden de heersende Drievuldigheid, gesmeed op een Franstalig aambeeld”.

Ondanks die voor Vlamingen weinig rooskleurige blik in de achteruitkijkspiegel ziet hij toch kansen voor Brussel als cement voor de Belgische constructie. Maar dan wel op één voorwaarde: dat Brussel geen eigen nationalisme ontwikkelt. Om het met zijn woorden te zeggen: “De zesde staatshervorming geeft de deelgebieden volop kansen op een beter beleid. Brussel kan nu vele uitdagingen aanpakken. Maar deze zegen verwordt tot een vloek, als de eigen pretentie overheerst op de wil om hoofdstad te zijn en de wil om géén concurrent voor Vlaanderen en Wallonië te spelen”.

Ancciaux heeft gelijk om zich zorgen te maken want die ‘Drievuldigheid’ van kerk, koning en kapitaal, is misschien niet meer zo machtig, maar er zijn nog voldoende hardleerse volgelingen. Zij zijn niet geïnteresseerd in de hoofdstedelijke functie die ten dienste staat van alle Belgen. Ze willen wel de eraan verbonden politieke macht verzilveren als een soort van waarborg tegen het aftakelingsproces van de federale staatsstructuur en royale financiële bonussen voor – nog altijd ontbrekend - goed bestuur. Hun nationalisme is als een Berlijnse Muur die bescherming moet bieden tegen een gemeenschappelijke ondergang in een Wallo-Brux federatie én tegen elke vorm van verantwoordelijkheid (lees afhankelijkheid) ten overstaan van buitenstaanders, in casu Vlaanderen.

Zou Bert Anciaux echt denken dat deze ‘hautaine francofone Brusselaars’ wakker liggen van zijn mening? Mochten ze voor rede vatbaar zijn, zouden ze al lang Vlaanderen omarmd hebben in plaats van hun francofonie te exporteren naar Vlaanderen en ondertussen de Vlamingen in Brussel als tweederangsburgers te behandelen.

Een Brusselse gazet

Afgelopen week kreeg ik een boos mailtje. Een lezer had naar aanleiding van een artikel over Brussel in De Morgen een reactie opgestuurd die geweigerd werd. Zijn commentaar: “Vandaag betoogt Douglas De Coninck in een lang opiniestuk in De Morgen (11/01) dat een Vlaming beter geen Nederlands spreekt in Brussel; en dat het tijd wordt dat er een einde komt aan de politieke overbescherming van die Vlaamse minderheid. Ik reageerde daarop met twee postings. In de eerste stelde ik dat ik het prima vond dat er een einde kwam aan die vermeende overbescherming, als in ruil ook de pariteit in de regering wegviel, net als de grendels in de grondwet. In de tweede posting stelde ik dat De Morgen een Nederlandstalige Le Soir is geworden: geen Vlaamse krant maar een Brusselse. Geen van beide postings werd op de site gepubliceerd. Terwijl postings afkomstig van de halvegare Pietje Pluk en scheldpartijen van de psychopaat ‘Frank vee’ (om nog te zwijgen van de linkse fanatici Marc Panaye en Jan Dirix) zonder enig probleem de filter passeren”.

De dag erna kreeg ik over De Morgen een tweede mailtje, ditmaal naar aanleiding van de N-VA-nieuwjaarsreceptie in ‘Flanders Expo’

De lezer citeert uit het artikelvan journalist Tim F. Van der Mensbrugghe: “Voor de N-VA is er geen juistere plek om een feestje te houden. Flanders Expo symboliseert als geen ander het moderne Vlaanderen: een hoop blikken dozen met een Engelse naam waarrond een kluwen van autostrades en steenwegen ligt. Supermarkten en hoerenkoten op vijf minuten rijden: zo heeft de Vlaming het graag. Rakelings langs Flanders Expo scheert de R4, een ringweg waar er praktisch nooit file is, zodat je met gemak 120 kunt rijden, zelfs als je maar 90 mag...”. En zo voegt de gebelgde lezer eraan toe: Dat is nog een van de meer beschaafde tekstfragmenten, het gaat tenminste niet over de jaren dertig, wat verderop wél het geval is.

Laat mij er nog een citaat aan toevoegen:

“Aan één van de togen spot ik Kamerlid Ben Weyts. Vinnig baasje. Weyts zou een prima terrariumdier zijn als je niet houdt van reptielen: klein, neemt dus niet veel plaats in, maar wel levendig. Wel een tikkeltje territoriaal.

Minder vinnig oogt Liesbeth Homans. Wat ziet zij er weer droef uit, die mevrouw, alsof ze liever ergens anders was dan in Gent. Maar ze hoeft slechts iets raars te doen met haar wenkbrauwen en gerespecteerde journalisten volgen haar zeer gedwee naar de dansvloer.
Een grote lomperik strompelt tegen mij aan, ik bedwing mijn neiging hem een vuistslag toe te dienen. Mijn zelfbeheersing kwam weer van pas, want ik geloof dat het Jan Jambon was. Ik heb geen zin om aan zijn vrouw uit te leggen dat een Kamerlid misschien wel parlementair, maar niet fysiek onschendbaar is”.

Bij zoveel objectieve journalistiek kan ik mij volmondig aansluiten bij de conclusie van de lezer: De Morgen is een Brusselse gazet geworden die Vlaanderen en de Vlamingen haat.

Ik geloof niet dat álle journalisten bij DM Vlamingenhaters zijn, maar één alvast wel. Naar aanleiding van een stukje over zijn geliefde Brussel en de volgens hem onvermijdelijke verfransing van Vlaams Brabant, schreef Douglas De Coninck mij het volgende (e-post van 17/12/2008): "Ik ben een paar jaar geleden (even) in Vlaanderen gaan wonen. Ik heb er nog steeds een trauma aan overgehouden: de extreme bekrompenheid, de lelijkheid, de kilheid van de mensen. Doe mij maar Brussel, de mix, de warmte, de drukte, de humor, de laissez-faire. ... Ik weet dat dat zeer persoonlijk en zeer subjectief is, maar ik val nog liever dood dan ooit terug in Vlaanderen te gaan wonen"

Dwarsliggers