uniaUnia ligt weer eens onder vuur en echt niet alleen vanuit politieke hoek.

Wie met mensen praat die het nieuws volgen, weet meteen wat ‘de bevolking’ over het genaamde Unia denkt: eenzijdigheid. De beleving is dat etnische Vlamingen achtergesteld worden en allochtonen en hun geklaag voorgetrokken.

Ik heb ooit zelf die discussie gevoerd met een medewerker van wat toen nog het Centrum tegen Racisme en voor Gelijke Kansen heette: dat centrum was volgens hem inderdaad opgericht om de discriminatie en benadeling van allochtonen te bestrijden en niet – ik herhaal: niet – om dezelfde euvels tegenover autochtonen aan te pakken.

Wat bovendien velen aanvoelen is dat deze houding van Unia niet zomaar vanuit reglementaire bepalingen ontstaat, doch haar oorsprong vindt in een duidelijke autochtoon-onvriendelijke ideologie.

Die ideologie komt er, kort gezegd, op neer dat autochtonen geacht worden geneigd te zijn instromende vreemdelingen met achterdocht te bejegenen en eventueel hun verwijdering te wensen. Zulke houding is in een wereld van allemaal gelijke mensen die zich overal vrij zouden mogen vestigen – de ideale wereld van sommige kosmopolitische utopisten – uiteraard verwerpelijk. Wie zich met de utopische ‘idealen’ niet identificeert is dus tenminste verdacht, hoort in ’t oog te worden gehouden en moet desnoods de mond worden gesnoerd of gestraft.

Het heeft er alle schijn van dat dit aanvoelen correct is.

Het is mijn standpunt dat een argwanende houding van etnische Vlamingen helemaal niet verkeerd is, de kosmopolitische utopie die de ideologie van

Unia kennelijk schraagt echter wel.

Daar vallen vele argumenten voor aan te voeren. Ik geef er enkele.

Het is een natuurwet dat wat vreemd is, altijd voorwerp van bijzonder onderzoek is. Vraag het maar aan biologen en antropologen. Sinds wanneer mogen autochtonen zich niet langer als natuurlijke wezens gedragen?

Paul Collier heeft overtuigend en met héél veel feitenmateriaal laten zien dat felle immigratie vanuit arme en anders-culturele gebieden bijzonder schadelijk is. Waarom mag een autochtone bevolking haar welvaart en welzijn – opgebouwd door generaties keihard werken – niet beschermen?

Etnische Vlamingen hebben na lange sociale strijd hun eigen cultuur tegen de verfransing kunnen handhaven. Waarom zouden zij moeten toestaan dat hun kleine land gefragmenteerd wordt in talloze, vaak onderling vijandige etnische eilandjes, als gevolg van de instroom van lieden waarvan de aanwezigheid alvast door de massa van de autochtonen nooit werd gevraagd?

Waarom zouden autochtonen niet tenminste voorzichtig mogen zijn, na de bomaanslagen en na de brutaliteiten tegen vrouwen?

Dat zijn scherpe vragen en het antwoord van Unia daarop is steevast als een automatisme hetzelfde: wie zich tegen deze instroom verzet of afweer toont gaat zich te buiten aan racisme of is discriminatoir. Dat is strafbaar.

Dat is natuurlijk geen antwoord op de vragen van autochtonen, waarmee Unia zich nogmaals de verdenking van etnische vooringenomenheid op de hals haalt.

De ‘redenering’ van Unia is volkomen verkeerd: ze berust immers op een wel héél ruime definitie van racisme. Volgens Steve Fenton moet racisme tenminste deze elementen bevatten: het geloof in het bestaan van genotypische menselijke rassen, de overtuiging dat deze rassen onderling in kwaliteit gerangschikt kunnen worden en, ten derde, dat op grond van deze rangschikking het hoogst geklasseerde ras het recht heeft om de anderen te overheersen.

Kan iemand me aantonen dat deze overtuigingen massaal leven onder de etnische Vlamingen?

Ikzelf, daarentegen, hoor echt wat anders. Ik hoef geen onderzoek – al heb ik zulk onderzoek wel gedaan! – als ik hoor: “Ze spreekt Nederlands en ze werkt en dan heb ik er geen probleem mee” – het gaat over een Keniaanse die voor de Islam uit haar land is gevlucht- waar zit dan dat racisme dat volgens Unia en aanhorigheden overal zou rondwaren?

Er is iets dat veel fundamenteler is en velen niet in de gaten schijnen te hebben.

Als ik Hannah Arendt begrepen heb dan vertelt zij ons in haar Totalitarisme – in het hoofdstuk Ideologie en terreur – dat politieke terreur niet op willekeur berust, maar binnen legaal gedefinieerde lijnen functioneert. Die legaliteit is evenwel een schijnlegaliteit, omdat ze berust op een ideologische wereld en niet op een wereldbeeld dat aansluit bij de concrete mensen van vlees en bloed. Historische voorbeelden zijn het Naziregime en het regime van de Sovjets. Bij deze laatsten, die zich volksdemocratieën noemden, vonden regelmatig verkiezingen plaats. Alleen was er in het westen vrijwel niemand die deze verkiezingen ernstig nam: ze waren alleen legaal binnen de sovjet-ideologie, doch niet voor wie vanuit de ware wereld keek.

Nu daag ik iedereen uit naar de ideologische wereld van Unia te kijken en te vergelijken met het werkelijke leven van autochtonen. Het verschil zal zich opdringen.

Daarmee lijkt de feitelijke opstelling van Unia verdacht veel overeen te komen met de basisstructuur van het Nazi- of Sovjetregime: gebouwd op ideologie in plaats van op de feitelijke wereld van concrete, in dit geval Vlaamse mensen. Precies dus datgene waarvoor Hannah Arendt waarschuwde. En ook rondom de ideologische wereld van Unia ontwikkelt zich een heus web van regels, zogeheten correcte ideeën en zelfs strafbepalingen, alles overeenstemmend met een door haar eigen ideologie gedefinieerde legaliteit.

Het nazisme en de Sovjet-wereld zijn beide dood. Hun manier van denken jammer genoeg niet.

Jaak Peeters

Maart 2017

Bewaren