Print

book glasses







Een bijdrage uit de reeks "Onder Dwarsliggers": Houden politici van kennis of willen ze alleen maar gelijk krijgen?

Overigens wil ik gebruik maken van deze publicatie om te bevestigen dat onze bijdragen een collectieve zoektocht zijn en onze bijdragen daarom niet één naam dragen. Anoniem zijn we echter niet, onze namen staan onderaan onze filosofie vermeld en ook al betreurden we eind vorig jaar het overlijden van Gerard De Beuckelaer, zijn archief zal ons nog wel een tijdje blijven begeleiden als het over wetenschappelijke of filosofische onderwerpen gaat.

 

Politici houden niet van kennis …

Tenzij om hun eigen ideologie te bevestigen

Aanleiding voor deze discussie ‘Onder Dwarsliggers’ was een artikel in Knack (12/11/2020) met als titel: ‘Kleine revolutie in politiek? Vandenbroucke gaat rekenmodellen centrale plaats geven in beleid.’

Minister-academicus Vandenbroucke wil de beschikbare data waarover de verschillende administraties (Federaal Planbureau, FOD Sociale Zekerheid, …) beschikken, gebruiken om de financiële en sociale impact van maatregelen te kennen.

Onderaan het artikel lezen we meteen ook een eerste reactie:

Hoe vernieuwend is het voorstel van de professor-minister? Volgens professor Bestuurskunde Wouter Van Dooren (UA) staat er een kleine revolutie op til in de Wetstraat. 'In België en in Vlaanderen hebben we geen bestuurscultuur die onderzoek en kennis waardeert. Als we dat wel zouden doen, zouden we heel wat betere beslissingen kunnen nemen.'

Maar net eronder staat ook:

‘Van Dooren maakt een duidelijk onderscheid tussen die eerste oefening en het voornemen van Vandenbroucke. 'Ik ben niet zo'n fan van het doorrekenen van programma's. Dat zijn visies. Daar kan je zelden bedragen op plakken', zegt hij. (…) Kennis en onderzoek kunnen immers niet voorschrijven wat politiek moet doen, maar kunnen wel een stukje van de onzekerheid wegnemen en de politieke besluitvorming informeren', aldus Van Dooren. 'Politici mogen zich niet wegsteken achter onderzoek.'

Een klein detail: deze uitspraak deed Vandenbroucke in volle coronastrijd, waarbij de medische (niet wetenschappelijke maar wel concrete (?) data van de besmettingen, de ziekhuisopnames, de bezetting IC-bedden, de overlijdens én de voorspellingsmodellen als énige maatstaf werden genomen. Het beleid beperkte zich tot het vertalen van deze medische gegevens in praktische soms pietluttige en contradictorische verbodsbepalingen, die niet getuigden van gezond verstand.

 

De eerste Dwarsligger reageerde op dit artikel met volgende bedenkingen:

‘Ik zou maar opletten met het opblazen van de rol van experts’.

Gabriël van den Brink, gaf in 1996 een boek uit onder de titel "Onbehagen in de politiek". In de bijlage bij dat boek(je) gaat hij in op de fragmentatie van de samenleving, die haar centraal beslissingscentrum dreigt te verliezen en een archipel wordt van belangengroepen, experten en elkaar beconcurrerende bureaucratieën, waarin de onderlinge machtsverhoudingen centraal staan en niet de dienst aan de gemeenschap. We verliezen op die manier het oog op de kerntaak van een verzorgingsmaatschappij en die hebben we nodig in een geglobaliseerde wereld, waarin intellectuelen en de pers het laten afweten.

Soms hoort men dat de taak van de overheid erin bestaat toe te zien dat alles binnen de samenleving fatsoenlijk verloopt. Dat doet denken aan de nachtwakersstaat en dat doet de haren rijzen bij de sociaal-georiënteerde linkerzijde. ( dus niet de postmodernistische). Zelf ben ik daar ook niet mee klaar, want zo schep je een maatschappij waarin iedereen altijd weer de concurrent is van een aantal anderen. Dat geeft een explosieve groei van belangenclubs. De hardste roepers halen dan gelijk. Met een onbetrouwbare pers is zoiets gevaarlijk. Daarom denk ik dat de rol van de politiek herbekeken moet worden in het licht van de ontwikkelingen van de laatste 30 jaar.

Wat voor mij zeer duidelijk is: we kunnen het niet hebben van hopen rapporten van eindeloze comités van experts. Zo verliezen we onze democratische zelfbeschikkingsmacht.  Die moet volgens mij bovenaan staan: als we trouw blijven aan onze natuur als mens, moeten we ondanks alle beperkingen die eigen zijn aan onze natuur, daar uit halen wat er in zit. Dat betekent: zoveel mogelijk verantwoordelijk zijn voor ons eigen lot, hetgeen niet betekent: erop los dromen. Dan kan een nachtwakerstaat die alleen maar toeziet hoe al die eilanden in de maatschappelijke archipel niet volstaan, want die staat kán die ontwikkelingen gewoon nooit volgen. Daardoor loopt de politiek altijd achterop en dat veroorzaakt dan weer een eeuwig onbehagen in die politiek, waardoor sommigen voor andere, radicale "oplossingen" gaan pleiten.

We moeten misschien toch eens naar iemand als van den Brink luisteren...

Een andere Dwarsligger reageerde hierop:

Ik zou eerst die Nachtwachterfunctie al eens willen zien werken. Misschien – waarschijnlijk – is dat niet genoeg, maar het is wel het minimum minimorum en we krijgen het niet …

Misschien is dat inderdaad onvoldoende, en moet de staat ook “vormend” ingrijpen. Maar kijk toch eens wat er gebeurt als ze het proberen: van het gas af, biomassa, landbouw en stikstofproblematiek, wind, kernenergie…: niets maar dan ook niets krijgen ze op de sporen en ieder probleem maken ze erger.

Ik denk dat het er ook aan ligt dat dwarsliggers niet geduld worden.

Ik wil niet beweren dat het onmogelijk is: Singapore en China lijken het tegendeel te demonstreren. Maar dat zijn systemen die wij totaal en emotioneel fanatiek afwijzen.

Hier in Europa zou ik als burger zeggen:

Beste overheid, je gaat wel eerst iets moeten presteren met de macht die je al hebt, alvorens ik eraan kan denken je nog meer macht te geven.

Het is triest, maar het is niet anders.

Deze reactie volgde op beide voorgaande:

Nee, de overheid is inderdaad geen fatsoenlijk werkend geheel, zoals je droogjes opmerkt (ik vermoed met een brede grijns erachter). 

Uit mijn tijd als ambtenaar herinner ik mij dat mijn collega's en ik gek werden van de vele nutteloze regeltjes en een corpus aan wetgeving, waar zelfs onze gespecialiseerde juristen gek van werden. Het probleem zat echter zelden bij de ambtenarij, eerder bij politici die enerzijds elke eventualiteit wilden dichttimmeren en impliciet daardoor  zoveel mogelijk verantwoordelijkheid wilden afschuiven en anderzijds toch zoveel mogelijk controle wilden houden.

Dat noemden we onderling de legalistische incontinentie van Den Haag.

Overigens schijnen veel mensen te denken dat die regelbrij vanuit Brussel komt, maar dat is om te beginnen maar een kleine portie, die bovendien vaak wél goed uitgewerkt en uitvoerbaar is, maar niet altijd zinnig. Wat er vanuit Den Haag kwam, was meestal een vat vol politieke tegenstrijdigheden waarbij de uitvoerbaarheid niet eens was in acht genomen, de dringende adviezen van de Raad van State en de Eerste Kamer (senaat) ten spijt. En dan ging men er maar naar eigen inzicht mee aan de slag om vervolgens regelmatig voor de rechter te moeten verschijnen (administratief beroep), waarbij de rechter zelfs regelmatig de handen ten hemel hief. En politici maar klagen over 'de juridisering' van de samenleving!

Wie gebrekkige wetgeving produceert met als enig excuus dat zulks veroorzaakt wordt door compromissen na moeizame onderhandelingen eigen aan het politieke meerstromenland, moet niet raar opkijken als het resultaat onzinnig is en burgers de rechter vragen om genoegdoening. 

Niet dat ambtenaren feilloos zijn, verre van. Ik heb figuren gezien die hun publieke functie beschouwden als een middel om buiten de politiek om een standbeeld voor zichzelf op te richten en daar een hele organisatie aan opofferden of mensen wier incompetentie zo evident was, dat ze alleen konden blijven zitten door politieke zetbazen die juist zo'n figuur als loopjongen wilden.

Ambtenaren kennen twee zaken die politici niet kennen: 1. Zij moeten over inhoudelijke kwalificaties beschikken en hun beleidsterrein kunnen doorgronden, 2. Bij laakbaar handelen staan zij bloot aan disciplinair ambtenarenrecht. Een beetje over de schreef gaan was zoiets als een beetje zwanger zijn, daarin was geen tussenweg. En de sancties waren niet mals: degradatie was wel de minste straf. Iets dat ik overigens zelden heb gezien omdat de collega's met wie ik werkte over het algemeen gewoon goed in hun vak waren. 

Politici kennen dat in veel mindere mate; zij zijn verantwoording schuldig aan partijfunctionarissen en fractiediscipline, maar het betreft daarbij steeds politiek functioneren, niet de vraag of men inhoudelijk competent is. Men moet goed zijn in koehandel en publiek optreden (imago-management), de rest is feitelijk bijzaak. Men moet stemmen winnen en een achterban bedienen, niet inhoudelijk het juiste doen.

En sancties? Men kan in het ergste geval uit de partij worden gezet, waarna men nog als eenmansfractie kan doorgaan of direct voor een royale wachtgeldregeling tekenen, die onbeperkt is in hoogte en duur. Een D'66 kamerlid dat daar gretig gebruik van en maakte jarenlang de ene wereldreis na de andere na maar liefst 3 weken in functie geweest te zijn. Op die manier kan men onzinnige beloften maken om de volksgunst te winnen en ambtenaren met onuitvoerbaar beleid opzadelen zonder daar ooit de gevolgen van te ondervinden. Je ziet dan meteen waarom Baudet - in dit opzicht terecht - van een politiek kartel spreekt; want van wezenlijke concurrentie kan geen sprake zijn als consequenties van falen niet voelbaar zijn. 

En ja, dan is beleidsevaluatie ook een belachelijke oefening. Waarom zou je, als je er geen consequenties aan hoeft te verbinden. Men kan het gehele onderwijs, de gezondheidszorg, defensie, justitie en rechtspraak straffeloos in de problemen draaien en de puinhopen achterlaten voor opvolgers en ambtenaren.

Dat zien we heel goed momenteel bij onze Belastingdienst: stuk bezuinigd, geïnfiltreerd met politieke vertrouwelingen/jaknikkers en overladen met politieke oekazes dat het frauderende tuig moest worden opgepakt - ook al bleek het overgrote deel te goeder trouw te zijn -  en nu schreeuwt de Tweede Kamer moord en brand en doet een Pontius-Pilatus-gebaar. Die nare, luie ambtenaren! En heel het volk zegt ja en amen, want iedereen 'weet' dat een ambtenaar lui is. Beleidsevaluatie is niets anders dan een goocheltruc om ambtenaren - die zich ook nog eens niet in het politieke debat mogen verdedigen, er geldt zwijgplicht! - met schuld en stereotypen te overladen. 

Dan de ministaat. De VS zijn in feite een Nachtwakersstaat die bovendien ook nog corrupt is. Men denkt vaak dat een kleine overheid efficiëntie in de hand werkt. Nee. Wat er steeds gebeurt is dit: het aantal mensen dat de kerntaken uitvoert wordt uitgedund en het steeds politieker opererende management dijt uit als een zwam. Die delegeren steeds meer nonsens op de bordjes van steeds minder en steeds vaker overwerkte, inhoudelijk competente functionarissen. En de boel draait in de soep.

Het werkt corruptie in de hand, want een dergelijk systeem van veel generaals en weinig soldaten gedijt alleen bij een schrikbewind in de organisatie. Wie zijn mond opentrekt, vliegt eruit. Klokkenluiders worden uitgeschakeld, want zij vinden een goed geoliede politieke campagneorganisatie tegenover zich, die enkel tot doel heeft iemands reputatie dubieus te maken. Dwarsliggers/klokkenluiders kunnen zodoende ook geen bondgenoten vinden om zich heen, iedere collega deelt het standpunt, maar niemand durft uit de school te klappen. Dat is wat ik uit eigen ervaring en van oud-collega's meekrijg uit alle lagen van de overheid in Nederland. De ministaat is een feestje voor incompetente zakkenvullers met politieke aspiraties en de plichtsgetrouwe ambtenaren betalen de prijs. 

Het klopt dus wel dat het systeem corrupt is. Maar we moeten erbij vaststellen dat 'wij' als collectief dat hebben toegestaan. Ons werden gouden bergen beloofd bij elke stap naar beneden; nu even slikken, maar daarna ligt de voorspoed voor het oprapen. Zo hebben we ons de EU in laten aan praten, de euro, elk willekeurig handelsverdrag, de globalisering, de privatisering van staatsbedrijven (de kip die de gouden eieren legde moest nu eenmaal geslacht worden omwille de marktwerking), de liberalisering en deregulering. En de overheid moest klein en incompetent worden, om de 'onzichtbare hand' vrij spel te geven. In feite schreven we een blanco cheque uit en vergaten na te denken. Want de beloften van het marktliberalisme waren even onzinnig als die van het communisme. En we hebben toegelaten dat economen zich konden voordoen als wetenschappers. Terwijl echte econometristen al decennia weten dat modellen bewierookte astrologie is, waarvoor men evengoed een stel waarzeggers had kunnen inhuren. Dat de modellen niet werken (zou men nog kunnen opwerpen), is omdat het de factor machtsconcentratie en de perverse werking daarvan niet incalculeert (of mag incalculeren) en ideologische vooroordelen - hoe absurd ook - er juist wel in verwerkt moeten zijn. 

Maar goed, hoe bestrijd je corrumperende factoren? Het stemvee wakker schudden? Ik heb de indruk dat de gemiddelde leeftijd van ons lezerspubliek boven de vijftig ligt en dat wij met hen behoren tot generaties, die nog een fatsoenlijke opleiding hebben genoten en die een bovengemiddelde belangstelling hadden en hebben voor alles wat er in de wereld gebeurt. Twee elementen die zeldzaam worden. De meesten hebben het druk om het hoofd boven water te houden of met postmodern 'kijk-mij-eens-vermaak.' Van het socialistische verheffingsideaal is geen spaander meer heel, evenmin van de notie dat werknemers 'human capital' vormen. Men wil burgers/consumenten/belastingbetalers die intelligent genoeg zijn om basale werkzaamheden uit te voeren en om braaf te doen wat hen wordt opgedragen, maar te stom om te beseffen dat ze ‘in het pak worden genaaid’. Elke intellectuele nieuwsgierigheid en kritische opstandigheid wordt eruit gefokt. Is het een wonder dat steeds meer mensen de nonsens geloven dat de aarde plat is? Nog even en ze denken dat koeien vleugels hebben. 

Een goede overheid kost geld en is groot genoeg om continuïteit en integriteit te bewaken, de politieke waan van de dag weerwerk te bieden en deugdelijk (en dat is dan aan de politiek) beleid te maken, uit te voeren en te evalueren. Maar weer niet zo groot, dat er een regeltjesfabriek ontstaat die burgers en bedrijven krankzinnig maakt en enkel geld kost. Een oud minister zei eens, dat wie de trap wil schoonvegen bovenaan moet beginnen.

De bal ligt bij de politiek. En bij ons als kiezer. Stemmen wij bij gebrek aan beter voor paljassen, dan verandert er niets. Dan nemen wij genoegen met de onveranderde praktijk binnen politieke partijen.

Let wel, politiek is en blijft een corrumperende zaak. Ik heb de praktijk binnen de VVD meegemaakt in de jaren '90 en ik werd er onwel van. Een sterk gestel, een ‘olifantenvel’ en onverbeterlijk optimisme zijn vereist. 

Daarop volgde een laatste reactie:

Ambtenaren zouden inderdaad de kennis moeten hebben waarmee de ‘volksvertegenwoordigers’ aan de slag kunnen gaan. Hoe waar ook, dat is wel heel optimistisch. Net zo min als ministers in hun kabinet plaats bieden aan Dwarsliggers, gruwen de ‘Administraties’ van klokkenluiders. Ze zijn hiërarchisch opgebouwd en vanaf de top gepolitiseerd. Kennis wordt dan binnenkamers gehouden, studies verdwijnen in diepe laden … om niemand voor het hoofd te stoten.

Defensie is wellicht het departement waar dit fenomeen nog beperkt is. Omdat de politieke partijen er minder invloed op hebben, de ‘electorale waarde’ minder belangrijk is en politici er veel minder over weten. Al belette dat laatste nog geen enkele minister om zichzelf uit te roepen tot een ‘kenner’ die in staat is om de juiste beslissingen te nemen.

In België mislukten alle pogingen om een efficiënte administratie op poten te zetten. De traditionele politieke partijen samen met het middenveld (vakbonden, patronale en andere lobbygroepen) hebben nooit hun macht willen afstaan.

Het resultaat is een wederzijdse onderhuidse afkeer, het uitbesteden van studies aan consultantbureaus die bereid zijn om de juiste conclusie te formaliseren.

Niemand hield het tot voor kort voor mogelijk maar in België is het zelfs mogelijk dat een consultant/lobbyist een studie betaalt die de gewenste politieke conclusie een ‘wetenschappelijke’ aureool moet bezorgen.

De media? Een reclamespot van het tijdschrift Knack roept op “Durf te twijfelen”, maar laat in zijn kolommen géén enkele twijfel toe over bij voorbeeld de uitermate complexe klimaatproblematiek. Hun énige (?) specialist, een bioloog (optie zoölogie) van vorming, wordt hysterisch bij elke afwijkende mening, hoewel hij geen enkele academische vorming heeft in de belangrijkste wetenschappelijke basisdomeinen van de klimaatwetenschap: fysica, scheikunde en wiskunde.

De  VRT-nieuwsredactie zweert bij hoog en bij laag dat er maar één geloofwaardige bron is over de klimaatproblematiek (het IPCC), en daarom weigeren ze om een afwijkkende mening aan bod te laten komen…  Hoe ze deze stellingname ‘onafhankelijk’ kunnen beoordelen terwijl  ze ruiterlijk toegeven dat ze zelf géén academische kennis hebben, blijft een goed bewaard geheim.

Pascal Kerkhove, directeur redactie De Zondag, schreef vandaag (02/05) in zijn commentaar:  

En ik wilde het van de daken schreeuwen: laat ons nooit vergeten dat het nog beter is om met elkaar van mening te mogen verschillen (...) Wat wordt het een enge wereldals iedereen hetzelfde moet denken of voelen.

Zijn krant, die door dezelfde uitgeverij (Roularta) wordt uitgegeven, wordt blijkbaar niet gelezen door zijn ‘collega’, hoofdredacteur van Knack.

Die enge wereld bestaat al een hele tijd en woekert verder net als een virus waartegen geen vaccin noch medicatie bestaat.