Particratie

  •  
     
     
    Vervanging F-16: een lastenboek op Amerikaanse maat geschreven (3)


    Perfide spelletjes moeten de echte problemen van het dossier F-16 verhullen 

     
     
     
    Waarde lezers,
     
    Het debat over de verlenging van de levensduur van de F-16 heeft lang genoeg geduurd. Vooral in de Kamer van ‘Partijvertegenwoordigers’ werd met scherp geschoten en elke kleine mogelijkheid om de waarheid geweld aan te doen werd uitvergroot om over het grote probleem niet te moeten spreken. Twee knullige gemanipuleerde (?) mails werden aangegrepen om alle andere bewijsstukken eveneens in de prullenmand te gooien. Een koehandel, zo lijken de orders van de eensgezinde partijhoofdkwartieren van de meerderheid!

    De defensieminister en zijn partijpolitieke én militaire entourage kozen met gratuite beschuldigingen aan ons adres voor de vlucht vooruit. Dat sommige journalisten hieraan al te gemakkelijk meewerkten en de perfide spelletjes niet doorzagen, maakt het alleen maar erger.
     
    Ons antwoord is eenvoudig:
     
     
    Het enige motief voor het Dwarsliggers initiatief is BURGERZIN
     
     
    Een begrip dat helaas al te zeldzaam is en veel politieke mandatarissen zelfs niet meer voor mogelijk houden.
    Maar het grote drama is dat deze heisa duidelijk maakt dat burgerzin ook in de Krijgsmacht van geen tel meer is.
    Dat is gevaarlijk en naast alle werkelijke problemen met dit dossier, voor ons al een voldoende reden om het hele dossier te stoppen
    .
     
     
    De puntenverdeling, toch de essentie van de selectieprocedure, werd nooit publiek bekend gemaakt
     
     
    Het echte probleem is dat heel dat debat voorbijging aan dé vraag of het lastenboek wel degelijk elke kandidaat gelijke kansen wilde geven. In een vorig deel met dezelfde titeltoonden we aan dat de auteurs de vliegnormen en dus ook de veiligheidsnormen van onze piloten verlaagden om toch maar de kandidaat van hun voorkeur niet te benadelen. Dat is heel wat anders dan correcte eisen stellen die niet door alle kandidaten kunnen worden gehaald. Daarom roepen wij alle volksvertegenwoordigers op om  volgende vragen aan de minister voor te leggen.

    “Kan u bevestigen dat de Annex A Information Request Table, Appendix 2 Performance data (blz. 9) waar deze capaciteit beperkt werd tot 4 of 5 g, geschreven werd door het team dat de RfGP opstelde?

    Zo ze dit niet zelf schreven maar deze normen werden overgenomen van een ander document, dan zouden we willen weten wie de uitgever was van het oorspronkelijke document en met welk doel dit document werd opgesteld?

    Tevens denken we dat het van belang kan zijn om in dit geval ook te weten via welke kanalen de auteurs van het RfGP in het bezit ervan kwamen?”


    Wat NIET gepubliceerd werd

    Maar ook die aanwijzingen zijn nog geen sluitende bewijzen voor een manipulatie. De énige mogelijkheid om dit cruciaal document te kunnen beoordelen op zijn correctheid is de puntenverdeling. Die is geheim, maar nu de evaluatie afgerond werd, is er geen enkel obstakel om ze niet te laten onderzoeken.

    Daarvoor zijn onafhankelijke specialisten noodzakelijk, want het dossier is te complex voor niet-specialisten (zoals politici). De controle moet ten minste het volledige militaire deel omvatten waarvoor 57 % van de punten werd toegekend. We roepen de verzamelde volksvertegenwoordigers op om samen een team van onafhankelijke specialisten (en dus geen militairen in actieve dienst van defensie of raadgevers van politieke partijen) aan te duiden om deze puntenverdeling te evalueren.

    Enkele voorbeelden

    Vermits voor de militaire capaciteiten 57 % van de punten werd toegekend waarvan ongeveer 21 % procent toegekend werd aan de intrinsieke capaciteiten van het vliegtuig blijft er nog 36 % over voor andere aspecten waardoor het beste vliegtuig om diverse redenen kan geklopt worden door een minder goede kandidaat. Dit nog onafhankelijk van de evaluatie van de prijs en de economische aspecten waarvoor 43 % van de punten werd toegekend.

    Insiders weten dat de voorkeur van defensieminister Pieter De Crem voor de F-35, volledig gedeeld werd door de nieuwe Stafchef (CHOD) generaal Van Caelenberge(piloot) nadat de weerbarstige voorganger generaal Charles Henri Delcour tot ontslag werd gedwongen (in 2012). Van Caelenberge en een naaste medewerker, Jos Vanschoenwinkel (eveneens piloot, en actueel raadgever van de N-VA kamerfractie), beiden uitgesproken voorstanders van de F-35A, waren het ‘koningskoppel’ voor de uitwerking van dit dossier.

    Vandaag is deze voorkeur nog altijd levendig binnen de Luchtcomponent en ook minister Vandeput heeft reeds in 2016 duidelijk zijn voorkeur (géén keuze) voor een samenwerking met Nederland (die de F-35A al koos) kenbaar gemaakt. Zou het dan niet goed zijn om te kunnen vaststellen of die samenwerking met de VS (USAF) en Nederland niet werd beloond met uitzonderlijk veel punten, waardoor andere kandidaten minder kansen hadden?

    Omdat de democratie méér rechten heeft dan de particratie:

    Onze conclusie is dat een degelijk onafhankelijk onderzoek naar de puntenverdeling noodzakelijk is om alle vragen op te helderen zodat desgevallend de minister met klank dit dossier kan afronden of om in het tegenovergestelde  geval zijn conclusies te trekken.

    Laat voor één keer de democratie en niet de particratie een hoge vlucht nemen.
     
     
     
                 Pjotrs Defensieteam
  • steven vandeput 2In een interview in De Zondag (12/11), spreekt defensieminister Vandeput zich uit voor een snelle beslissing inzake de vervanging van de F-16 gevechtsvliegtuigen. De oppositie schildert hij af als onwetend of te kwader trouw en dat maakt hem boos. Terecht?

  • cheating noLogoVerkiezingen zijn hét hoogtepunt van een democratie. De manier waarop de Belgische particratie omspringt met de resultaten ervan is niet echt rechtvaardig.

  • KermitBelgië is géén parlementaire democratie maar een parlementaire particratie. Vanuit hun partijhoofdkwartieren worden de parlementsleden aangestuurd als 'puppets on a string'. Bij wijlen lijkt het wel op een Muppet show.

  • particratieBelgische particratie neemt nog toe: op 19 juli werd het diplomatiek examen afgeschaft. Worden na de Kamer met enkel partijvertegenwoordigers nu ook de diplomatieke vertegenwoordigingen herleid tot een partijpolitieke vazallenstatus?

  •  
     
     

    Kennis niet langer noodzakelijk voor ambassadeurs

    Belgische particratie neemt nog toe
     
     
     
    Op 19 juli werd het diplomatiek examen afgeschaft. Worden na de Kamer met enkel partijvertegenwoordigers nu ook de diplomatieke vertegenwoordigingen herleid tot een partijpolitieke vazallenstatus?

    ‘Ambassadeur van Zijne Majesteit de Koning’: het klinkt archaïsch, maar het is formeel nog altijd een correcte benaming, trouwens net als het oubollige ‘Landsverdediging’.

    De werkelijkheid is gelukkig helemaal anders. Met deze nieuwe wet verlaat men echter een vertrouwde procedure waardoor het statuut van diplomaat veel van zijn aanzien zal verliezen. Tegelijk is het duidelijk dat ook personen die geen diplomatiek examen aflegden, geschikt kunnen zijn voor de functie van ambassadeur. In de VS is dat zelfs voor een minderheid al het geval. In België echter, waar de particratie van de ‘volksvertegenwoordigers’ reeds voor ‘partijvertegenwoordigers’ zorgde, is deze nieuwe wet niet zonder gevaar voor het algemeen belang. En er zit, hoe kan het ook anders, een communautaire angel aan.


    De diplomatieke particratie vandaag

    Laten we even de realiteit schetsen aan de hand van een concreet voorbeeld. Begin 2000 stond Europa op zijn achterste poten: in Oostenrijk hadden de christendemocraten het aangedurfd om een regering te vormen met de rechts-populistische FPÖ van Haider. In België schoot buitenlandminister Louis Michel (MR) in een kramp en bestempelde de Oostenrijkse bevolking zonder onderscheid als nazi’s. Méér zelfs, hij raadde de Belgen af om op vakantie te gaan naar Oostenrijk. Voor een land met een belangrijke toeristenindustrie was dat geen kleinigheid. Defensieminister André Flahaut (PS) aarzelde niet om de militairen die in Oostenrijk een programma ‘Adventurous training’ afwerkten op staande voet terug te roepen. Het gevaar op contaminatie was blijkbaar imminent.... Tot Vlaams minister-president Patrick Dewael Flahaut publiek opriep om te stoppen met zijn spelletje 'Oostenrijkers pesten'. Dat werd meteen de meest gelezen quote in de Oostenrijkse kranten!

    Dat op de Belgische ambassade te Wenen deze reacties als ’overtrokken’ werden bestempeld, is een understatement. Pogingen om de situatie objectief te schetsen werden beantwoord met de vriendelijke aanbeveling om zich gedeisd te houden … want deze reacties waren vooral voor binnenlands gebruik bedoeld (lees tégen de Vlaamse rechtse extremisten en separatisten). De ambassadeur werd naar Brussel geroepen ‘voor overleg’ maar kreeg wel de opdracht om eerst ‘zijn’ voorzitter, Elio Di Rupo, een bezoekje te brengen…

    Met dit voorbeeld willen we enkel aangeven dat de partijpolitieke invloed al heel lang aan de gang is. Maar het diplomatiek examen was toch wel de conditio sine qua non, een drempel voor elke toekomstige ambassadeur.

    Negeren dat ook de diplomatie onderhevig is aan communautaire gevoeligheden helpt niet. Er was ooit het incident met de Nederlandstalige ambassadeur in Congo-Brazzaville. Daarover schreven we
    een artikel (juli 2013) dat eindigde met volgende paragraaf: “Dat zijn alvast twee redenen waarom politieke partijen zoveel belang hechten aan “een betrouwbare partijgenoot” terwijl het inhoudelijk werk van de diplomaten hen veel minder interesseert. Er zijn blijkbaar belangrijker dingen: Vlaanderen in het buitenland bekladden, electoraal populisme en ambassadeursposten verdelen. Is dat het voorbeeldig departement waar sommigen zo euforisch over doen? Ambassadeurs, symbolen van partijpolitieke bekrompenheid?”

    Toen premier Jean-Luc Dehaene besliste om een diplomatieke post te openen in Ljubljana, Slovenië en de ambassadeur in Wenen niet langer geaccrediteerd was voor Slovenië, kwam het tot een spitse woordenwisseling. De ambassadeur uit Wenen gaf JLD te kennen ‘dat een exclusieve ambassadeur zich zou vervelen in Ljubljana’. Waarop JLD antwoordde: ‘Meneer de ambassadeur voor die prijs moet een ambassadeur zich ook kunnen vervelen’. Commentaar overbodig

    We mogen desondanks niet te pessimistisch zijn. In de huidige situatie is de kennis van de ambassadeurs (en diplomaten) een belangrijke buffer tegen partijpolitieke inmenging en voor een grote meerderheid maar niet allemaal – dat is alvast mijn ervaring met vijf ambassadeurs en andere diplomaten – volstaat hun kennis om partijpolitieke kuiperijen te kunnen overstijgen. Precies daarom zijn ze een doorn in het oog van kortzichtige partijleiders en grote ego's.


    De diplomatieke particratie morgen

    Dat politieke partijen belang hebben bij een ambassadeur die de partij schatplichtig is, valt moeilijk te ontkennen.

    Toch gaat het niet altijd om ‘de partij’ maar dikwijls om een vertrouweling op wie de partijvoorzitter/minister/toppoliticus kan rekenen. Dat kan gaan over een vriendendienst, zoals in het geval van sp.a-voorzitter ‘Steve’ Stevaert. Het is een publiek geheim dat hij persoonlijk de ambassadeur voor Cuba koos waar hij dan uiteraard ook een graag geziene gast was. Dat had niets te maken met de buitenlandse politiek. Net zo min als de Belgische ambassadeur in Parijs die wel zware kritiek te verduren kreeg van toenmalig buitenlandminister Karel De Gucht, maar tegelijk een goede gastheer was tijdens de regelmatige bezoeken van Elio di Rupo.

    Met de aanduiding van ambassadeurs die geen ‘diplomaat’ zijn maar (eventueel verdienstelijke) vrienden van partijvoorzitters (zoals ze in de VS ‘goede vrienden’ of ’sponsors’ zijn van verkozen president) zet België een nieuwe stap in de richting van een partijpolitieke invulling van ons buitenlands beleid.

    Het lijkt erop dat de partijhoofdkwartieren tot het besef gekomen zijn dat een diplomaat niet meer belangrijk is voor onze internationale relaties. Nu ook vakministers zelf hun ’Europese collega’s regelmatig ontmoeten, denken ze de diepere kennis van de bilaterale ambassadeurs te kunnen missen. Ze beseffen niet dat ze daarmee de kloof tussen de ‘politique politicienne’ en de respectievelijke bevolkingen nog verdiepen. Een foto in gezelschap van de Rode Duivels volstaat blijkbaar. Hiermee bewijzen we zelf onze irrelevantie.

    Gewezen defensieattaché voor Oostenrijk, Zwitserland, Kroatië, Slovenië en Macedonië (FYROM).
     
    Dit artikel werd eveneens gepubliceerd opvrt.be
     
     
     
                 Pjotr's Dwarsliggers
     
  • wie is hetHet gekissebis binnen de regering over de politieke benoemingen toont aan dat de traditionele  partijen nog altijd vastgeroest zitten in een achterhaalde politieke cultuur. Maar waarom vinden ze die benoemingen zo belangrijk?  Daarover blijft het stil in alle kranten.

  • Speed limitHet debat over de verlenging van de levensduur van de F-16 heeft lang genoeg geduurd. Vooral in de Kamer van ‘Partijvertegenwoordigers’ werd met scherp geschoten en elke kleine mogelijkheid om de waarheid geweld aan te doen werd uitvergroot om over het grote probleem niet te moeten spreken.