free speech

Hoe tegenstanders door frivole beschuldigingen monddood gemaakt worden.
Jörg Baberowski

 

De president wordt in Duitsland verkozen door de bondsvergadering. De leden daarvan zijn niet enkel afgevaardigden van de in de federale legislatieve en de parlementen der deelstaten zetelende partijen, maar ook voetbaltrainers, toneelspelers en popzangers. Niemand heeft zich daar ooit over opgewonden.

Dit jaar werden voor de eerste keer morele waarschuwingen uitgesproken. De intendant van het Maxim Gorki Theater, Shermin Langhoff, door de Groenen in de vergadering afgevaardigd, beklaagde zich over de aanwezigheid van AfD-vertegenwoordigers. “Dat ik samen met fascisten aan de verkiezing moet deelnemen bezorgt me slapeloze nachten” verklaarde mevrouw aan de ‘Berliner Zeitung’.

De nationaalsocialisten waren vernielers. Ze hebben Europa in puin gelegd, angst en beven in de wereld verbreid en miljoenen mensen omgebracht. Ze hebben de burgerlijke rechtsstaat opgeheven, naties uitgewist, mensen willekeurig gedeporteerd. Europa veranderde onder hun heerschappij in een dwangarbeiderskamp. Niet orde en bewaren waren de fundamenten waarop de nationaalsocialistische heerschappij rustte, maar afbraak en vernieling.

De wens het beproefde te bewaren is wel eerder het tegendeel van alles wat de nationaalsocialisten wilden. Iemand die de opening van de grenzen en de verdwijning van de natiestaten afwijst, en verlangt dat alles zo blijft gelijk het is, moeten we een ‘Conservatief’ noemen. Iemand die eist dat illegale immigranten gedeporteerd of zelfs omgebracht worden, of oproept om de democratische orde door een militaire dictatuur te vervangen, dat is een fascist. Ook van een theaterintendant mag men vragen dat ze dit onderscheid bewust voor ogen houdt.

Maar daarom gaat het de beschuldigers helemaal niet. Ze weten drommels goed dat hun politieke tegenstanders geen fascisten zijn. Maar ze weten ook dat diegenen die zij fascisten noemen van het gesprek tussen beschaafde mensen uitgesloten worden. De verdachten kunnen zich tegen die beschuldiging enkel verweren als ze de mogelijkheid krijgen de redenen die tonen dat de verdenking absurd is ook voor te dragen. De beschuldigde kan daarbij nooit winnen, want hij moet antwoorden op vragen die hij zelf nooit zou stellen. Die stigmatisering is een scherp wapen geworden. Het maakt niet meer uit wat iemand zegt of denkt, het gaat om wat hij is. Maar de isolatie van de politieke tegenstander isoleert ook de beschuldigers. Ze worden niet meer uitgedaagd, omdat niemand zich wil blootstellen aan het verwijt een fascist te zijn. En daar iedereen zwijgt, geloven de beschuldigers dat ze de meerderheid vertegenwoordigen. Hun tegenstanders betalen met gelijke munt terug, omdat hun argumenten niet gehoord, enkel nog veroordeeld worden. Is dat het soort wereld waarin wij willen leven?

„Het grootste kwaad dat men in een twistgesprek kan doen“, schreef  de Engelse filosoof John Stuart Mill, “is diegenen die een afwijkende mening hebben als slecht en immoreel aan de schandpaal te zetten” De mensen kunnen veel meer winnen door elkaar toe te staan zo te leven gelijk het eenieder gepast voorkomt, dan door iedereen te dwingen om zich naar de wensen van de anderen te plooien.

Wie de diversiteit van meningen uit de wereld wil bannen, berooft zich van de mogelijkheid dwaling met waarheid in dialoog te brengen, en weet uiteindelijk ook niet meer waarom de eigen opvattingen beter zouden zijn dan die van de anderen.

“Onze duurbaarste meningen”, aldus Mill “kunnen geen betere lijfwacht hebben dan een bestendige uitnodiging aan heel de wereld, om ze als ongegrond bloot te stellen.”

 (Basler Zeitung)

17.02.2017

Bewaren