Print

Ambiguity Fallacy IconWat bezielt justitieminister Van Quickenborne om als liberaal de vrije meningsuiting nog meer in te perken?

Inleiding

De nieuwe Belgische minister van justitie, Vincent Van Quickenborne, heeft zich voorgenomen om haatspraak op het internet systematisch te vervolgen. Hiermee is niet bedoeld de bestraffing van vreemdelingenhaat, racisme of negationisme, want die staan al in de strafwet. Het gaat om online hatelijkheden die de polarisatie in de samenleving kunnen opdrijven. Zijn plan sluit ook aan op de actie die de EU tegen zogenaamd fake news meent te moeten voeren.

Nepnieuws en de EU

 Als EU-instellingen vechten we allemaal samen tegen desinformatie. We werken daarbij nauw samen met onlineplatforms. We stimuleren hen om gezaghebbende bronnen te promoten, aantoonbaar onjuiste of misleidende informatie niet te promoten, en illegale informatie of informatie die schadelijk kan zijn voor uw gezondheid, te verwijderen.

We hebben onze strijd tegen desinformatie, nepnieuws en buitenlandse inmenging op alle fronten opgevoerd, zoals uiteengezet in een gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger.

De bestrijding van desinformatie en nepnieuws over het coronavirus redt levens.

 

Toch gelijkenis

 Natuurlijk is haatspraak niet hetzelfde als desinformatie.

Toch bestaat er wel degelijk een gelijkenis tussen haatspraak en nepnieuws. In de beide gevallen gaat het om, ten eerste, informatie die onterecht is, d.w.z. onjuist, misleidend, een valse voorstelling van zaken gevend en, ten tweede, kwade bedoelingen.

Onderverstaan is dat alle strijders tegen deze twee kwalen door goede bedoelingen worden gedreven.

Wie deze strijders niet volgt, sluit zich bijgevolg de facto aan bij lieden die de samenleving schade willen berokkenen, hetzij door spanningen te (helpen) scheppen, hetzij door de volksgezondheid in gevaar te brengen.

Als democraat huiver ik als ik dit bedenk.

 

Vloeibare begrippen

Vooreerst constateer ik dat de beide begrippen, haatspraak en desinformatie, buitengewoon vloeibare begrippen zijn. Het zijn begrippen waarvan de inhoud kan verschillen afhankelijk van de opvattingen van de persoon die de begrippen hanteert.

Een toch onverdachte bron, nl. Amnesty International, omschrijft haatspraak als volgt: haatzaaien of haatspraak is taalgebruik waarbij men een persoon of groep aanvalt op grond van godsdienst of seksuele oriëntatie, of een uiting is van xenofobie of rassendiscriminatie.

Aangezien xenofobie of rassendiscriminatie (wat iets anders is dan racisme) al uitdrukkelijk in de strafwet opgenomen is, kan, volgens de defintie van A.I., het begrip haatspraak alleen worden uitgebreid tot aanvallen op iemands godsdienstige opvattingen of iemands seksuele oriëntatie. Nu vermeldt de jurist Van Quickenborne deze twee elementen heel uitdrukkelijk: islamofobie en seksuele oriëntatie. Dat lijkt dus in orde. Jammer genoeg hanteert Van Quickenborne een onopgemerkt trucje. Hij spreekt namelijk over “zoals islamofobie of seksuele oriëntatie”. Hoezo: “zoals”? Welke andere misdrijven heeft Van Quickenborne dan nog op het oog – zonder ze bij naam te noemen?

Het kan toch niet dat een minister – een liberaal dan nog! – op eigen goedvinden de definities van strafbaar gedrag kan uitrekken tot ze met zijn persoonlijk aanvoelen overeenstemmen?

Het is duidelijk dat Van Quickenborne in zijn dadendrang te ver gaat.

Wat strafbaar moet worden gesteld kan namelijk niet bepaald worden door één groep uit de samenleving, want dan legt die groep haar ideeën op aan de rest van die samenleving. Dat is een soort van uitsluiting uit de rangen van de goeden. Dat leidt onverbiddelijk tot polarisering, hetgeen Van Quickenborne zegt te willen bestrijden. Over zoiets moet daarom de héle samenleving debatteren en de beslissing valt vervolgens in het parlement. Maar in onderhavig geval meent een relatief kleine elite zichzelf het recht op moreel leiderschap toe te mogen eigenen.

Dat kan niet in een democratie.

 

Desinformatie en complotdenken

Dan is er de kwestie van desinformatie. Die kwestie schurkt aan tegen het verhaal over haatspraak. Ook desinformatie richt immers maatschappelijk schade aan. De EU verantwoordt zich door te verklaren dat desinformatie levens kan kosten. Dat lijkt dan zelfs nog een graad erger dan de polarisatie waarover Van Quickenborne spreekt, en behoort daarom zeker ook tot de te bestrijden fenomenen. De gelijkenis wordt nog groter als men bedenkt dat in verband met deze desinformatie vaak naar complotdenken wordt verwezen. Een complot is moeilijk anders te verstaan dan een verborgen plan om in de samenleving iets te bewerkstellingen dat anders onhaalbaar zou zijn. Critici van de coronapolitiek, bijvoorbeeld, – veelal online actief, omdat kritiek elders wordt gebannen - worden heel vaak bij de complotdenkers ingedeeld [1]. Nochtans gaf de Canadese premier zelf voeding aan dit zogeheten complotdenken, door in een videoboodschap zelf verband te leggen tussen de strijd tegen Covid 19 en wereldwijde uitdagingen zoals ongelijkheid, extreme armoede en klimaatverandering.

https://www.youtube.com/watch?v=n2fp0Jeyjvw&feature=youtu.be

Is deze video niet revelant? Waarom stellen de EU en co de mensen die zich zorgen maken over de mogelijkheid dat deze pandemie door de elite zal gebruikt worden om andere, niet vooraf maatschappelijk besproken agendapunten door te duwen voor als verwerpelijke complotdenkers? Ik herinner me nog helder hoe het stralingsniveau na de ramp in Tsjernobyl op last van ‘het kabinet’ sterk geminimaliseerd naar het publiek werd gecommuniceerd.

Is het zo dat de elite de volwaardigheid van de soevereine burger ernstig neemt?

 

Een verdacht daglicht

Zulke dingen stellen delen van de heersende elite in een verdacht daglicht. Overigens: is het bestrijden van wat men als nepnieuws opvat echt de taak van een overheid of is dat niet eerder de taak van een goed werkende pers en van de kritische burger zelf?

De verdenking straalt dan ook af op wat Van Quickenborne ons denkt te moeten voorhouden. Wat zijn zijn ware bedoelingen? Waarom wil hij op jacht gaan naar uitspraken op het internet die volgens hem niet passend zijn?

Van Quickenborne en zijn medestrijders hebben maar niet in de gaten dat steeds meer mensen grote moeite hebben met het Pareto-principe, volgens hetwelk 20% van de bevolking de lijnen trekt. Zelfs als de observatie van Pareto juist is, dan betekent dat nog niet dat we zoiets in een democratie ook moeten aanvaarden.

 

Elkaar uitsluitende mens- en maatschappijbeelden

Het ziet er echt naar uit dat we te maken hebben met twee elkaar uitsluitende mens- en maatschappijbeelden die steeds meer tegen elkaar aanbotsen.

Aan de ene kant is er de geëmancipeerde burger die belasting betaalt en daarom ook mee wil beslissen. Wie betaalt, mag malen. Het feit dat hij te weinig greep heeft op de gang van zaken is misschien wel de belangrijkste verklaring voor het ontstaan van wat men meewarig extreemrechts populisme noemt en is tegelijk mede de oorzaak van de massieve groei van online-discussies, die lieden als Van Quickenborne dus onder controle willen houden – lees: in hun vrijheid beperken.

Aan de andere kant is er dan die elite, die zichzelf moreel boven het volk verheven acht. Ze is ervan overtuigd dat zij en zij alleen het correcte discours brengt en daarmee het recht heeft om andersdenkenden het zwijgen op te leggen. Ze doet dat in deze Coronatijden zo overtuigend, dat de meerderheid het opgelegde discours nog volgt ook.

 

En nu de democratie

Ik ben een overtuigd democraat. Dat komt omdat precies die democratie de grote historische kans van de arbeidende mens is. We mogen die democratie dus nooit laten wegglippen – om welke reden dan ook. Zelfs gezondheid kan geen reden zijn om de vrijheid van denken en schrijven op te geven. De wijze Benjamin Franklin schreef eens dat wie gezondheid en vrijheid tegenover elkaar afweegt, geen van beide waard is. Daarom ook zijn artikel 25 van de Belgische grondwet (censuurverbod) en artikel 7 van de Nederlandse grondwet (idem) van fundamentele betekenis.

Voor de democraat die ik ben zit de elite dan ook veel te veel op een verkeerd spoor.

Als bijvoorbeeld de heer Trudeau van mening is dat ongelijkheid, armoede en klimaatproblemen wereldwijd moeten worden aangepakt, dat moet hij dat gesprek met alle burgers in alle openheid aangaan. Die zouden overigens wel eens meer begrip kunnen tonen dan hij zelf verwacht. Het laten uitschijnen dat een gezondheidscrisis gebruikt kan worden om de genoemde wereldproblemen aan te pakken, geeft een grondig verkeerd signaal en roept sterke verdenking op.

Kritische burgers wegzetten als complotdenkers of op de loer liggen om verkeerde uitspraken te pakken te krijgen kan nooit de juiste houding zijn, alvast niet tegenover een burgerij die het product is van eeuwen emancipatie.

Een elite die zo handelt is de historische richting kwijt.

In het woordenboek staat zoiets omschreven als “op drift”.

 

[1] Het is zo gemakkelijk om iemand om de oren te slaan met de verwijzing naar complottheorieën. Complotten hebben altijd bestaan.  De moord op dr. Karel van Noppen: dat was toch een complot. De Nederlandse militaire veiligheidsdienst die stiekem andersdenkende groepen bespioneert: is dat complotdenken?  Als vakbondsfiguren, met Jef Houthuys, in een Waals dorpje bijeenkwamen naar aanleiding van het optreden van "da joenk" ( verhofstadt): was dat geen complot? Het neerschieten van dat vliegtuig enkele jaren geleden boven Oekraïne: daar is het toch de Nederlandse regering die een Russisch complot veronderstelt? Enz. enz.

Wij, Dwarsliggers, willen de achterliggende krachten achter waargenomen fenomenen zoeken en dat is geen complotdenken. Het is onderzoeksjournalistiek waarbij waarheidsvinding centraal staat. Om het met onze eigen woorden te zeggen:

We delen een passie: gebeten om te weten, vanuit het besef dat we weinig weten en zelfs niet durven hopen het ooit allemaal te weten, laat staan het te kunnen begrijpen. (…) We garanderen alvast één ding: dat we niet alleen schrijven voor gelijkgezinden of op zoek zijn naar ‘passende’ verklaringen die vooral moeten dienen om iedereen te vriend te houden. 'Die Gedanken sind frei'.