Diepzinnig leuteren over het klimaat…

filosoof denkenWaarom filosofie kan helpen bij het 'leuteren' over het klimaat ...

Inleiding

In het novembernummer 2022 van Filosofie Tijdschrift verscheen een stuk van Marcus van Toor onder de titel die voor dit stuk wordt overgenomen.

Het is een wat grappige titel die de auteur ontleent aan een opmerking van Willem Frederik Hermans, die zei: dat diepzinnig leuteren over ons leven komt door te veel eten, door de welvaart. Met een volle maag is het goed filosoferen.

In het hiernavolgende stuk wil ik inderdaad enigszins ‘diepzinnig leuteren’ over het klimaat en ik zal daarbij ook de insteek van van Toor volgen.

Het klimaat redden

Hoe dikwijls horen of lezen we niet dat we dringend het klimaat moeten redden, omdat we anders met z’n allen naar de verdoemenis gaan? Greenpeace, met als vroeger boegbeeld Diederik Samson – Timmermans’ adviseur die de Nederlandse kerncentrales deed sluiten en daardoor mede aan de basis lag van massale CO2-uitstoot -, slaat er ons mee om de oren. Zopas nog waarschuwden de VN ons dat het ei zo na te laat is om het klimaat op deze planeet te redden. En de EU – onder leiding van de door Samson geadviseerde en al even rode Timmermans – dokkert fanatiek voort op weg naar ‘onze redding’, terwijl de rest van de wereld onbegrijpend toekijkt hoe we onszelf in de vernieling rijden.

Ik moet altijd het hoofd schudden als ik verneem dat ik mee moet helpen om het klimaat te redden. Soms volstaat zelfs het klimaat niet: de ambitie reikt veel verder, namelijk tot het redden van de hele planeet.

Hoezo, het klimaat redden? Het klimaat is de algemene toestand van de weerfenomenen over een gebied of over de hele planeet. Kun je zoiets ‘redden’? Hoe doe je dat, dat redden? Een jutezak voor de zon hangen?

Wat stellen die mensen zich voor? Dat wriemelende pluis dat rondkruipt op het oppervlak van een kleine planeet die cirkelt rondom een ster van middelbare grootte, te midden van planeten die vele malen groter zijn – dat pluis dus gaat de werking van de geofysische en astronomische processen, waarvan het klimaat afhankelijk is, even in goede banen leiden opdat het niet méér zou veranderen dan de mens lief is?

De ‘modernistische’ mens

Waarom halen we ons zoiets in het hoofd? Waarom kan men miljoenen mensen zover krijgen dat ze gaan geloven dat ze het klimaat gaan ‘redden’ of de verandering ervan stoppen?

Het is goed om in de stoel van de filosoof plaats te nemen en een hoop vragen te stellen die in het debat – of wat daarvoor moet doorgaan – veelal niet aan de orde komen.

Het valt namelijk meteen op dat het op de eerste plaats de westerse mens is die zich voorneemt het klimaat te redden. De anderen knikken beleefd en gaan voorts over tot de orde van de dag. Zijn al die anderen dan dommeriken, kortzichtige lieden die geen gevoel hebben voor het rentmeesterschap van de mens voor de planeet? Moeten we echt zoiets denken over mensen uit de Aziatische cultuursfeer, die toch alom gekend is voor haar hoge dosis wijsheid?

Of moet de vraag niet eerder worden gesteld dat de reddingsactie voor het klimaat of de ijver om de klimaatverandering te verhinderen voortkomt uit een manier van denken en leven die kenmerkend is voor de westerse cultuur?

Kijken we even naar de Oude Grieken.

Het levensgevoel van de Grieken was er een van bewondering. Ze bewonderden de schittering van de fonkelende sterrenhemel. Ze waren bevangen door een gevoel van nederigheid en diepe deemoed. Zouden die mensen op het idee zijn gekomen om het klimaat te redden, of, meer zelfs: de hele planeet?

Waarom wil de westerling dan wél zo’n reddingsactie uitvoeren?

Velen denken dat de doorbraak van de moderniteit de basisverklaring vormt van de westerse manier van denken over de natuur. De mens is zichzelf als subject boven de natuur gaan verheffen. Die natuur verwerd dan tot een object, uit zichzelf zielloos en wellicht doelloos en alleszins machteloos overgeleverd aan de manipulerende mens, die er in volle vrijheid over beschikt.

Het ontgaat ons, maar door onszelf uit de natuur weg te rukken en ons tégenover die natuur te plaatsen – haast als tegenstanders – vereenzamen we onszelf en leveren we ons over aan vertwijfeling en angst. Want we kunnen niet om onze onkunde en machteloosheid heen. Maar in plaats van het afleggen van dit modernistisch activisme, nemen we de vlucht vooruit: nog onverbiddelijker modernistisch worden.

De mens heeft behoefte om zich te positioneren in Het Alles. Sinds we zijn ontkerkelijkt, zoeken we dan ook een erzatzreligie. Mede daarom is het klimaat zo aantrekkelijk.

Het ontgaat ons ook te veel dat veel CO2-gehuil vooral door een kleine groep kameraden wordt geproduceerd. Die kameraden vertegenwoordigen de modernistische, manipulerende westerse mens bij uitstek.

De wetenschappelijke feiten, meneer!

Er bestaan evenwel nogal wat mensen die niet zo’n uitgesponnen vertrouwen hebben in de capaciteiten van de mens. Ze vragen zich af of we wel genoeg weten over de genoemde processen van geofysische en astronomische aard om met enige kans op succes aan de redding van het klimaat te kunnen beginnen. Zo is er de vraag of de invloed van die gloeiende magmabol die de aarde is op de temperatuur in de atmosfeer niet erg onderschat wordt.

Overigens verklaarde het IPCC zélf op blz. 771 van zijn TAR 3 – rapport dat het klimaatsysteem een niet-lineair chaotisch systeem is, wat klimaatvoorspellingen over een lange termijn vrijwel onmogelijk maakt. Anders gezegd: we weten het niet! Echt niet.

Niettemin komt als een rollende donder het antwoord op de twijfelaars neer: het gaat om wetenschappelijke feiten, meneer!

De Franse schrijver Bruno Latour heeft daar zo zijn eigen mening over.

Sommige auteurs doen het voorkomen alsof er achter veel wetenschappelijke aanspraken verborgen economische machtsaspiraties schuilgaan. Maar zover hoeven we het niet te zoeken, meent Latour, al geloof ik zelf dat zulke machtsaspiraties wel degelijk kunnen aanwezig zijn. Het volstaat voor Latour naar de werkelijkheid van het wetenschappelijk bedrijf te kijken om een gezonde dosis scepsis te verwerven en de haast onaantastbare status van wetenschappelijke experts met enige zin voor relativiteit te bejegenen.

Wat is dat, een wetenschappelijk feit? Een feit, zegt Latour, wordt niet ontdekt, maar gemaakt.

Het gaat om een buitengewoon ingewikkeld proces van metingen en meetmethodes, interpretatie van gegevens en manieren van voorstellen, het afwegen van de betekenis van de gevonden gegevens, het hanteren van modellen, en bijgevolg gaat het ook om de soms felle polemieken van wetenschappers onder elkaar, wetenschappers die ook ‘maar’ mensen zijn en dus behept met emoties en allerlei soms verborgen motieven. Het eindresultaat is dan een soort consensus, of beter: een zienswijze waarin de meerderheid zich ongeveer kan vinden. Zo ontstaan wetenschappelijke ‘feiten’.

Politici, journalisten en opiniemakers krijgen met de aldus geconstrueerde feiten de elementen in handen die ze nodig hebben om een hen passend narratief te bouwen.

De kritische mens

Op dat punt aangekomen verschijnt de figuur van de kritische mens, de figuur die niets menselijks voor absolute waarheid aanneemt en die begrijpt dat mensen niet alleen niet genoeg weten, doch ook diep-emotionele wezens zijn en vatbaar voor angsten.

Die kritische denker zal niet ontkennen dat de aarde opwarmt, maar zal op de eerste plaats en om te beginnen het héle verhaal willen horen. Dan moet er bijvoorbeeld worden bijverteld dat er volgens sommige zéér recente metingen eerder sprake is van een lichte daling van de temperatuur van de dampkring, terwijl de zon niettemin vlak bij haar maximale activiteit is. Die daling zie je zelfs in een grafiek van document AR6 van het IPCC dat handelt over temperatuurmetingen van 2015 tot 2023. Natuurlijk is dat geen reden om de opwarming te ontkennen. Prof. Kaufman van de universiteit van Arizona kwam na onderzoek tot de bevinding dat de klimaatmodellen onvoldoende rekening houden met een aantal factoren. Alweer is dat geen reden om de opwarming te ontkennen. Maar het zet wel vragen bij het klimaatalarmisme. Hier rijst dezelfde vraag als bij de Covid-crisis: is het verzoenbaar met het beeld van de soevereine, democratische burger om mensen door het gebruik van angst tot een ander gedrag te dwingen?

De aarde verandert al zo lang als ze in deze toestand bestaat. In de natuur blijft er immers niets onveranderd en natuurlijke processen kennen een schommelend verloop. En hoewel die aarde altijd al veranderde en de klimatologische omstandigheden daar tegelijk mee veranderden – in het Krijt lag de watertemperatuur in Zweden 10° hoger dan nu-, bestaat de wereld nog steeds en verschenen er na de dinosauriërs zoogdieren met als voorlopig hoogtepunt van de evolutie de homo sapiens sapiens.

Onderdeel van de natuur

Het is voor de westerling moeilijk, maar we zullen toch moeten leren aanvaarden dat de plaats van de mens niet is boven de natuur, maar erin. Vele volkeren die dichter bij de natuur staan hebben met dit inzicht minder moeite. Lange tijd hebben westerlingen gemeend dat ze die natuurvolkeren moesten ‘beschaven’, maar nu breekt langzaam het inzicht door dat een beschaving niet hoger staat omdat ze in staat is allerlei objecten te maken.

Bijgevolg bestaat de opdracht er niet in die natuur te beheersen, want daarmee denderen we voort in de illusies van de moderniteit. We moeten ons inschakelen in die natuur, en daarbij met de lokale werkelijkheid rekening houden.

Ook mensen zijn een diersoort, een product van de natuurlijke evolutie en bijgevolg afhankelijk van de krachten en machten die de natuur beheersen. We moeten geen onmogelijke ondernemingen aanvatten zoals het stopzetten van de klimaatverandering.

De filosoof dwingt ons vervolgens eerst naar onszelf te kijken en ons af te vragen of we niet allereerst de gevolgen van onze eigen tekortkomingen moeten opruimen om dan met diep respect de natuur haar gang maar te laten gaan – al was het maar omdat er niets anders in zit.

Werk genoeg

Moeten we dan niets doen?

Jawel, maar in plaats van paniek te zaaien doen we er, om te beginnen, beter aan goed te beseffen dat we van die natuur afhankelijk zijn. Letterlijk. De recente feiten over PFOS, waarvan de schadelijkheid nog vele decennia kan blijven doorwerken, leren ons dat we onszelf door de processen die we zelf hebben in gang gezet in gevaar kunnen brengen.

We hadden dit trouwens al langer kunnen weten, al van toen we de DDT uit ons arsenaal pesticiden banden.

We kunnen beginnen met de vervuiling, de verspilling, de overbodigheid van zovele spullen die ons door een sluwe reclame als noodzakelijk worden aangeprezen. Minder beton storten, meer bos en de dieren als medeschepsels aanvaarden. En aan technische wetenschap doen, want fossiel is eigenlijk te kostbaar om op stoken. En ons voorbereiden door dijken te voorzien en de immigratie beperken, want die maakt het probleem nog groter.

Maar zelfs als we erin slagen klimaatneutraal te worden, dan nog zal het klimaat blijven doen wat het altijd al deed: veranderen…

Er ligt vooral een taak te wachten voor de kritische mens, die niet alleen zijn gewone medemens, maar ook de politieke gezagsdrager moet doordringen van een levensbeleving die afstand doet van de illusies van totale maakbaarheid en vraagt om realisme.

En dan is er een kritische journalistiek die niet het geldende narratief moet herhalen, maar de kritische geest aan het woord moet laten. Zo’n échte journalistiek zou tussendoor ook even de banden kunnen blootleggen tussen extreemlinks en een aantal ecologische wereldverbeteraars. Stel je voor dat Extinction Rebellion een of andere eurocommissaris gaat adviseren! De kameraden die elkaar adviseren en eredoctoraten toekennen…

We hoeven niet te doen wat W.F Hermans meesmuilend leuteren noemt.

We kunnen het veel simpeler houden. Door onze eigen kritische geest te scherpen en verhinderen dat de groene beweging door het extremisme gemonopoliseerd wordt.

En voor het overige: zuinig en vooruitziend zijn. In alle betekenissen.

Dat is al moeilijk genoeg.