Print

energy2030 cartoon01Energie: (brand)stof tot nadenken.

Energie, het Levenselixir van de moderne maatschappij

Ik denk dat energie, beter dan geld in staat is om de rol van ‘universele maatstaf’ te spelen, de gemeenschappelijke noemer die nodig is om dingen die in se niet direct vergelijkbaar zijn toch te vergelijken. Geld heeft het nadeel zeer sterk in waarde te kunnen variëren, meestal door manipulaties van onverantwoordelijke potentaten met twijfelachtig inzicht. Energie is daar tegen immuun: ze is wat ze is.

Eén ding is zeker: stop de energietoevoer en het grote sterven begint. De beste kansen hebben dan nog enkele stammen op de Adaman en Nicobar eilanden en in de Amazone jungle die tot hier toe contact met onze beschaving wisten te vermijden. Wij, ‘beschaafde’ Westerlingen, zijn voor alles van energie afhankelijk. We hebben ook niet meer de vaardigheden om, sterk gedecimeerd, in een – theoretisch nog altijd mogelijk – natuurlijk evenwicht met onze omgeving te kunnen overleven. Energie is dus een thema van levensbelang. Om zo verwonderlijker hoe lichtzinnig we er mee omgaan.

We hebben er, niet enkel maar wel speciaal in België, nogal een potje van gemaakt. Sinds we door de olieschokken van 1973 en 1979 werden wakker geschud, hebben we ‘geregeerd’ gelijk wereldkampioenen. We hebben wetten en decreten uitgevaardigd die niet werken, en ambitieuze plannen gesmeed waarvan de uitvoering zelfs nooit ernstig begonnen is. Het enig zichtbaar resultaat van onze inspanningen bestaat uit cohorten windmolens en alomtegenwoordige zonnepanelen, die samen vorig jaar, bij 15% van de Belgische nominale capaciteit, een magere 4% van de stroomproductie leverden. Het zeer voelbaar resultaat van dat alles is een scherpe stijging van de elektriciteitsprijzen. Die treft vooral het minder gegoed deel van de bevolking hard. De welhebbenden investeerden in zonnepanelen zijn dus – zoals altijd – bij de winnaars. Uiteindelijk hebben we dus een klein deeltje van onze energiesituatie gesaneerd op kosten van de armen. Dat uitgerekend de socialisten deze regeling ineengedraaid hebben, geeft ook aanstoot. Wat ik daarbij denk is: “Heer, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.”

En toch zullen we iets moeten ondernemen, want onze situatie is gevaarlijk. We kunnen niet gewoon overal afblijven en de dingen laten zoals ze zijn. Waarom eigenlijk niet?

Wij zijn voor een groot deel afhankelijk van fossiele brandstoffen. 75% van ons energieverbruik wordt gedekt door aardolie en aardgas. Beide moeten we importeren. Wat is er nu zo gevaarlijk aan fossiele brandstoffen? Twee dingen: ze zijn eindig en ze raken ooit op. Maar vooral het feit dat we aardolie moeten we gaan halen aan de andere kant van de wereld, uit landen met uiterst volatiele politieke regimes lijkt mij een onaanvaardbaar risico. Bekijken we dat eens nader.

Fossiele brandstoffen raken (n?)ooit op

Dat horen we nu al een halve eeuw heel regelmatig. Op het ogenblik vliegen weer schattingen rond die zeggen dat we nog voor 53 jaar olie hebben. Maar dat schijnt ergens een constante te zijn. In de jaren 50 dachten we dat ook al, en kijk: we hebben ondertussen een veelvoud van de toen bekende reserves verbruikt en er is vandaag met zekerheid nog altijd veel meer ontginbare olie voorhanden en gekend dan de in de jaren 50 geldende reserves. Hoe kunnen we die waarschuwingen dan ernstig nemen?

Er is een verklaring voor de verwarring. Sinds 1950 is de prijs voor olie/gas met een factor vijftig gestegen. Dat is zéér uitzonderlijk, zo ongewoon dat we het ons eigenlijk niet echt kunnen voorstellen. En bovendien hebben we technisch grote vooruitgang gemaakt, ook met volledig nieuwe technieken zoals ‘fracking’. Daardoor boren we nu in diepten, op plaatsen en onder omstandigheden die we toen voor onmogelijk hielden, en aan kosten die we toen niet dachten ooit te kunnen of willen betalen. Daardoor stijgen natuurlijk de reserves.

grafiek fossiele energieBovenstaande figuur illustreert de stand van zaken. Het is duidelijk hoe het verder zal gaan. Het deel ‘reeds ontgonnen’ zal blijven groeien. De ‘reserves’ zullen ongeveer gelijk blijven tot de grens bereikt is. Zowel de hoeveelheden ‘technisch ontginbaar’ als ‘economisch ontginbaar’ zullen blijven groeien naarmate de technische vaardigheden toenemen en de prijs nog verder stijgt. Maar het zou verkeerd zijn ons nu gerustgesteld terug te leunen, want daarbij zal de voor de ontginning nodige energie ook continu stijgen. En er komt dus fataal een moment waar de energie die nodig is om een ton olie te winnen gelijk wordt aan de energie die we uit die ton olie kunnen halen. Dat is dan die omineuze grens. Dan is het uit, ook al zouden er nog aanzienlijke hoeveelheden olie aanwezig zijn. Zoals U ziet is het zelfs geen kwestie van geld. In tegendeel: geld verwart ons zicht op de situatie. Maar de toestand is wel zo dodelijk simpel als hierboven uitgelegd. Mutatis mutandis geldt voor aardgas precies hetzelfde.

Nu is dat einde natuurlijk niet voor morgen, en indien wij ons willen aansluiten bij de tegenwoordig nogal populaire “na mij de zondvloed” instelling kunnen we deze situatie met grote gelatenheid naast ons neerleggen. Indien we er echter waarde aan hechten voor onze achterkleinkinderen een werkbare wereld na te laten, moeten we iets ondernemen. En het is dringend. Niet omdat het einde al voor morgen is. Maar wel omdat de transitie waar we doorheen zullen moeten gaan zo gigantisch is dat, als we die zonder al te veel kleerscheuren willen doorstaan, daar heel veel tijd; tientallen jaren, voor nodig zal zijn.

Bovendien is het een verspilling koolwaterstoffen te verbranden: we zouden er veel beter zuinig mee omgaan en ze voor het gebruik als grondstoffen reserveren.

Sommigen zullen – terecht – zeggen dat fossiele brandstoffen nooit op zullen raken, omdat de aarde er doorlopend nieuwe produceert. Dat is echter niet meer dan een theoretische troost. Het productieproces van moeder aarde is namelijk ontzettend traag: het gaat hier over miljoenen jaren. Ook zonder dat ik een precieze materiaalbalans heb, durf ik beweren dat we duidelijk meer verbruiken dan geproduceerd wordt. We leven van de voorraad, en dus is alles wat we hierboven beweerd hebben gewoon geldig!

Fossiele brandstoffen moeten we aan de andere kant van de wereld halen

Er is geen aardgas in West Vlaanderen, en olie groeit niet in de Antwerpse polder. Onze mening daarover maakt niets uit: de geologie doet wat ze doet. Eventuele reclamaties daarover zijn te richten aan de Schepper van het Universum, maar daarmee hebben we net de diplomatieke betrekkingen verbroken.

Het lijkt wel alsof er tussen geologie en evolutie een boosaardige samenzwering bestaat. De geologie heeft namelijk de energie, die wij zo dringend nodig hebben, gedeponeerd in gebieden waar de evolutie maatschappijen gevormd heeft die met de onze absoluut niet compatibel zijn. De ‘multiculturalisten’ zullen dat laatste vehement afstrijden, en dat maakt de problemen alleen maar groter.

Wij Westerlingen dachten ooit dat wij de heersers van de Aarde waren, door God zelf aangesteld om hier orde – onze orde – op zaken te stellen. We gingen dus onze olie halen daar waar hij was, en namen er nauwelijks notitie van dat daar wezens rondliepen die een beetje op mensen leken. Onze taal en onze methodes mogen ondertussen – noodgedwongen – sterk veranderd zijn, de kern van ons denken is dat niet. We menen nog altijd, eurocentrisch en nogal pretentieus, dat wij daar onze gewoontes en organisatievormen, bij voorbeeld democratie, niet enkel mogen maar zelfs moeten opdringen, nu om bestwil van de mensen die daar wonen... Het concreet verschil met het nu gedoodverfde kolonialisme van vroeger is marginaal…

Door onze ingrepen in de derde wereld hebben we een natuurlijke harmonische ontwikkeling van die maatschappijen minstens sterk in de weg gestaan. Bovendien hebben we plaatselijk potentaten rijk, in sommige gevallen onmetelijk rijk gemaakt, wat ook niet direct helpt. Niemand kan bewijzen dat het zonder onze inmenging beter gegaan was. Maar het is heel duidelijk dat het mét onze inmenging niet beter kon gaan. En bovenal: het is zoals het is, we kunnen het verleden niet ongedaan maken.

Dan is daar nog de islam, en de grootste voorraden aan olie en gas vinden we in islamitische landen. Sommigen denken dat de islam een religie is waarvoor we respect dienen te tonen. Dat is natuurlijk waar. Maar de islam is nog veel meer dan dat: het is, naast een godsdienst, ook een cultureel, politiek, socio-economisch, juridisch en staatkundig systeem. Die ideologie is gecentreerd rond de opdracht heel de wereld te onderwerpen. En neen, beste lezers, dat is géén ‘dwaling’ van enkele fanatieke extremisten: het stond van het begin af in de Koran en werd ook praktisch toegepast waar het maar ging. De islam beleeft momenteel, na eeuwen relatieve lethargie, een renaissance, die alleszins niet tot een verlichting schijnt te leiden. De moslims herinneren zich vandaag hun missie weer heel duidelijk. “Jihad” is geenszins gereserveerd voor terroristen, maar een drijvend principe voor de hele islam. Niemand, tenzij wij zelf (uit misplaatst schuldgevoel of om andere mysterieuze redenen), kan ons dwingen daarvoor respect of zelfs maar begrip te tonen. We hebben in werkelijkheid maar twee mogelijkheden: vechten of overgave. Michel Houellebecq 2 en Jean Raspail 3 menen te weten wat we zullen kiezen. Wij maken het ons ondertussen gemakkelijk en beweren dat we niet zullen moeten kiezen. Dat slechts één van de vele voorbeelden waarbij we geloven dat onze opinie iets aan de gang van de wereld kan veranderen.

De moslim wereld haat ons, en ze doet dat minstens gedeeltelijk terecht. Ze zien ons als decadent en crimineel, en ook voor die beide verwijten kan ik begrip opbrengen. Alle ingrepen die het Westen gedurende de laatste decennia in moslimgebieden ondernomen heeft waren uiterst contraproductief, of we nu de ‘democratische’ bedoelingen van de propaganda geloven of toch liever naar de meer reële oliebelangen kijken: mislukt is het in ieder geval. Maar we hebben er wel het leven van die mensen nog miserabeler door gemaakt. Hun zelfbewustzijn en hun technologische competentie stijgen met de dag, en ze zitten op de olie- en gasreserves, die wij zo dringend nodig hebben… Reeds in 1973 hebben ze duidelijk getoond dat ze bereid en in staat zijn hun olie als politiek wapen in te zetten. En wij kunnen zonder die olie niet overleven…

En dan is er nog een bijzonder gevaarlijk bijkomend element. De nucleaire proliferatie is, ondanks alle pogingen om ze in te perken, sluipend verder gegaan. Noord Korea heeft ondertussen kernwapens, maar ook chronisch geldgebrek. En wie heeft er vandaag heel veel geld? Nog kritischer is mogelijk het probleem Pakistan, een moslim staat. Die beschikken ook over nucleaire capaciteit, en daar heerst een bijzonder volatiel politiek regime. Die kernbommen zijn voor ons veel gevaarlijker dan de Noord Koreaanse. We nemen dat niet waar omdat, in onze ondoorgrondelijke voorstellingswereld, Pakistan onze ‘bondgenoot’ is. Ik kan me voorstellen dat de USA geloven de situatie daar onder controle te kunnen houden. Maar dat dachten ze van Iran ook ooit… Het is overigens enkel een kwestie van tijd – en niemand weet hoeveel – tot ook Iran over een nucleair wapen zal beschikken.

De aanwezigheid van miljoenen veeleisende en integratie onwillige moslims in Europa vormt een extra gevaar, en zou wel eens als lont aan het kruitvat kunnen dienen. Recent hebben we enige ervaringen met onze ‘NATO-bondgenoot’ Turkije opgedaan die tonen welke loop die dingen heel gemakkelijk kunnen nemen.

Het hoeft wel geen verder betoog dat we het hier met een levensgevaarlijke situatie te doen hebben. Hier kunnen/zullen oorlogen van komen, die mogelijk nucleair uitgevochten worden. Dit is veel dramatischer en erger dan de meest hysterische nachtmerries van hyperventilerende klimaatzeloten. Dat zal waarschijnlijk brutaal toeslaan lang voordat een met het blote oog zichtbare stijging van het zeeniveau waargenomen kan worden. De Olympische gelatenheid waarmee wij, desondanks, deze problematiek benaderen verbluft mij dan ook totaal. We laten ons wel door klimaatfantasten opjutten, maar voor de werkelijke en dodelijke gevaren zijn we blind.

We zijn verkeerd bezig

Ik ben het met de klimaatalarmisten fundamenteel oneens. Ik denk dat de opwarming van de Aarde een natuurlijk fenomeen is, gedreven door astrofysische elementen, dat de data van de alarmisten niet kloppen, hun modellen nog minder en dat ze het effect van CO2 op de temperatuur – dat er wel degelijk is – erg overschatten. Ik denk dat ze heel veel dingen beweren zonder ze echt te weten. Mijn vermoeden is dat minstens de maatgevende activisten dit vooral doen omwille van een sterke linkse ideologie, als middel om hun wereldbeeld te realiseren, en niet gedreven door waarneming en redenering.

Desondanks komen we – raar maar waar – toch tot precies dezelfde conclusie: we moeten van die verslaving aan het verbranden van fossiele koolstof af! Ik denk dat we dat moeten nastreven en ook kunnen, maar dat we momenteel, gedreven door klimaatalarmisten, de milieu-industrie en een overheid, die niet meer zelf durft denken en plannen maar stuurloos op de – gemanipuleerde – stromingen in de publieke opinie mee dobbert, op de verkeerde weg zijn. We hebben al biljoenen en decennia verkwanseld, en we proberen dat nog te verergeren, door constructies zoals de akkoorden van Parijs. We hadden het kunnen weten. Ook Kyoto heeft niet meer gedaan dan op onze kosten één grote Gore schatrijk maken (met de handel in emissie certificaten), en honderdduizenden kleine Gore’s (in de klimaat industrie) zeer welstellend.

Die tijd en die middelen gaan ons ooit bitter ontbreken als we echte oplossingen willen nastreven en moeten vinden. Daarom kan het nuttig zijn als wij al onze opties eens onbevooroordeeld op een rijtje zetten en, objectief en zonder taboes, naar hun respectieve voor- en nadelen kijken en pas dan over plannen beginnen nadenken.

In volgende bijdragen zullen dieper ingaan op de alternatieven en een werkbare transitie.

Uw dwarsligger

2 Michel Houellebecq “Soumission” J'ai Lu ISBN-13: 978-2290113615

3 Jean Raspail “Le Camp des Saints” Laffont ISBN-13: 978-2221123966

Bewaren

Bewaren