Print

AustOp 1 februari 2020 verscheen in de Duitse publicatie ‘Die Welt’ een artikel met bovenstaande titel. De auteur was Stefan Aust, de uitgever van het blad.

Omwille van het elegant taalgebruik willen we al onze lezers die de Duitse taal goed beheersen de originele versie erg aanbevelen.

Aust schrijft:

De Duitse obsessie van een ombouw van de stroombevoorrading bedreigt onze ondernemingen. De hernieuwbare energieën zouden het nu allemaal moeten oplossen. Enkele voorbeelden tonen aan hoe absurd en hoe ver buiten de realiteit men zich hier beweegt.

Franzosen und Russen gehört das Land

Das Meer gehört den Briten

Wir aber besitzen im Luftreich des Traums

Die Herrschaft unbestritten.

Aan Fransen en Russen behoort het land

De Britten hebben de zee genomen

Wij echter zijn de baas

In het luchtige rijk der dromen.

Dat wist Heinrich Heine al, toen hij in 1843 „Deutschland. Ein Wintermärchen“ (Duitsland, een wintersprookje): een satirisch dichtwerk met duidelijke allusies op de toenmalige politieke situatie in Duitsland) schreef. Daarvan is in het collectief bewustzijn enkel het „Sommermärchen“ ( n.v.d.r.: zomersprookje: zo noemde men in Duitsland de zomer van 2006 toen het WK voetbal in Duitsland gespeeld werd) overgebleven, ondertussen dan ook nog vertroebeld door de betwistbare ingrepen waarmee het wereldkampioenschap naar Duitsland “gekocht” werd. Het „Luchtige rijk der dromen“ is er nog altijd, zoals overigens ook zijn tegenhanger: “Het luchtige rijk van de nachtmerries”. Dromen en nachtmerries worden uit dezelfde grondstof gemaakt: de verwerping van de realiteit. Irrationaliteit is een echt kenmerk van de hedendaagse tijdsgeest geworden, vooral in het land van de dromers en de gekwelde geesten.

Bij de 100 grootste beursgenoteerde ondernemingen van de wereld zijn er nog twee Duitse: SAP en Siemens. Duitse klimaatactivisten, geholpen door topmanagers, werken er hard aan om hierin verandering te brengen. Zo bijvoorbeeld Siemens-chef Joe Kaeser. Die laat zich in een debat lokken over de levering van apparatuur voor spoorwegsignalisatie voor een steenkoolmijn in Australië en nodigt dan een jonge activiste uit om vanuit de raad van commissarissen aan de ondergang van de onderneming mee te werken. Hij realiseert daarmee de grootste communicatieramp van het nog jonge jaar.

Steenkool is zo zwart als de ziel van het kapitalisme. In dit geval volstaat het niet om zelf als verbruiker af te haken. We moeten wereldwijd de leiding nemen bij de uitstap uit de niet- hernieuwbare energievormen. Iedere firma die met steenkoolwinning haar brood verdient wordt met „extinction“ (uitroeiing) bedreigd. Daarbij is het hier thuis (n.v.d.r: in Duitsland) al moeilijk genoeg droom en werkelijkheid met elkaar te verzoenen. Ergens hangt alles met alles samen. Daardoor geraken we gemakkelijk in een veelfrontenoorlog tegen spoken, waarbij nogal eens belachelijke pannes kunnen voorkomen.

Het is gemakkelijk te zien wat we bij die uitstap allemaal opgeven.

Getallen kunnen soms helpen om het contact met de realiteit niet helemaal te verliezen. We hebben geen computerprognoses nodig om de officiële cijfers van het ministerie voor Economie en Energie aangaande het verbruik van primaire energie te verstaan. De rekenkunde van de lagere school volstaat.

De energietaart van 2018 toont uit welke bronnen wij onze energie halen. En men kan gemakkelijk zien waaraan we bij de uitstap verzaken.

Kernenergie – Uitstap besloten

Steenkool – Uitstap besloten

Bruinkool – Uitstap besloten

We staan dus op het punt om te verzaken aan de 28,5 % van die primaire energie waarmee we onze elektriciteit grotendeels maken. Daardoor komen grote, te grote verwachtingen op de hernieuwbare energie af.

Deze hernieuwbare energievormen, waarop de energieomwenteling al haar hoop gevestigd heeft, vertegenwoordigen tot hiertoe 13,8 %, waarvan 6,4 % biomassa, 3 % windenergie, 1,3 % fotovoltaïsche cellen, 1 % afvalverbranding en stortplaatsgas, 0,9 % biobrandstoffen 0,5 % waterkracht, 0,4 % warmtepompen en 0,082 % geothermie.

Bovendien vinden we ook nog in de energietaart:

Aardgas, 23,4 % – daarvan goed een derde uit Rusland,

Aardolie, 34 % – daarvan eveneens goed een derde uit Rusland.

Het is vanzelfsprekend zeer problematisch gas en olie in die hoeveelheden van Poetin te kopen, zelfs als Gerhard Schröder hem voor een loepzuivere democraat houdt. Dan kiezen we wellicht liever voor die andere loepzuivere democratieën zoals Irak, Nigeria, Saudi-Arabië, Libië, Iran enz.

De „vieze“ olie uit de Canadese provincie Alberta kunnen we ook maar beter niet binnenhalen, want die wordt uit teerzanden gewonnen. Er bestonden al plannen om de import daarvan in de EU te verbieden.

We mogen het de Amerikanen niet kwalijk nemen dat ze sterke druk uitoefenden om de voltooiing van Nord Stream 2 (nvdr.: gaspijpleiding door de Oostzee direct van Rusland naar Duitsland) te verhinderen. Alles wat ze willen, is zogezegd Europa tegen de afhankelijkheid van Poetins gas beschermen! De beste manier om onze vrijheid te beschermen lijkt dan maar Amerikaans vloeibaar gas kopen dat, tegen iedere milieumoraal in, vooral door ‘fracking’ wordt gewonnen.

In die zin lijkt een verhoging van de energie-import niet helemaal in de doelstellingen van de energieomwenteling te passen.

Dan rest ons enkel nog de hernieuwbare energie. Hier valt op te merken dat ook sommige milieubeschermers ondertussen de productie van biomassa via in mest verdronken maisvelden kritisch bekijken. Maar de stroomverzorging bij middel van biogas is toch minstens enigermate stabiel. Ongeveer de helft van de oppervlakte van Duitsland wordt voor landbouw gebruikt, een kleine 20 % daarvan voor het telen van mais. Jammer genoeg kan niet het volledige areaal voor stroomproductie gebruikt worden, omdat de bevolking toch ook nog moet kunnen eten.

Door de enorme vraag naar landbouwgrond voor de maisteelt zijn de pachtprijzen in grote delen van Duitsland zo sterk gestegen dat veeteelt op weiden nog nauwelijks loont. Ook voor het telen van het voeder is de grond vaak te duur. Daardoor is landsparende massa-veeteelt economisch meer aangewezen. Het voeder kan immers ook in de vorm van soja uit de vroegere regenwouden van Brazilië of uit de USA geïmporteerd worden. Het mest dat door die intensieve veeteelt in grote hoeveelheden geproduceerd wordt, dumpen we dan in de maisvelden, wat de opbrengst sterk verhoogt en uiteindelijk de stroomproductie ten goede komt. Dat daardoor de nitraatconcentraties in het grondwater duidelijk toenemen, stoort het ‘mais-mest-biogas-stroom-succesverhaal’ jammer genoeg een beetje.

Dan blijft nog het luchtkasteel van de wind. Jammer genoeg is daaraan ook niet alles perfect. Er zijn 29.213 windmolens in Duitsland op het land, offshore zijn er 1305.

De oppervlakte van de Bondsrepubliek is 357.582 vierkante kilometer (+/- 12 maal België). Daarmee hebben we vandaag gemiddeld ongeveer één windmolen op twaalf vierkante kilometer, dus op een oppervlakte van drie bij vier kilometer. Indien men het aandeel van windenergie zodanig wil verhogen dat daardoor de uitval van kernenergie, steenkool en bruinkool gecompenseerd wordt, moet men een deficit van 28,5 % sluiten. Daarvoor is ongeveer tienmaal meer windstroom nodig dan we vandaag produceren.

Als we aannemen dat de installaties ongeveer even groot blijven, zijn daarvoor ook ongeveer tien keer meer windmolens nodig, wat neerkomt op 300.000. Dat betekent een windmolen op iets meer dan elke vierkante kilometer – in de stad en op het land, op snelwegen, spoorbanen, meren, waterlopen, wouden en bergen. Indien we die windmolens enkel op landbouwgrond zouden bouwen, komen we uit op twee per vierkante kilometer.

Een ‘upgrade’ van de kleinere oude installaties („repowering“) kan hier weliswaar theoretisch helpen, maar dan moeten de installaties zo hoog worden dat het zeer de vraag is of daar een bouwvergunning voor te verkrijgen is.

Wat nog overblijft is het Duitse woud, een klein derde van de totale oppervlakte van Duitsland. Dat woud gaan ze ook vandaag al met windmolens te lijf.

Windmolens staan een groot deel van het jaar stil.

Tegen de dreiging van al te grote windmolendichtheid wordt gewoonlijk het toverwoord „Repowering“ naar voor geschoven. Simpel gezegd betekent dat: we maken die dingen eenvoudig groter en efficiënter, dan hebben we er niet zoveel nodig. Daardoor groeien de luchtige dromen nog hoger in de hemel, als gemiddelde wolkenkrabbers met wieken.

De absurde getallen tonen hoe ver weg van de realiteit we ondertussen ageren in de dure droomwereld van de energie-omwenteling. Daarbij mogen we ook niet vergeten dat windmolens, statistisch gezien, slechts 2000 uren per jaar optimaal draaien en ongeveer een vierde van de 8760 uren in het jaar door gebrek aan wind helemaal of bijna stilstaan.

In dit geval blijft ons om de black-out te ontlopen geen andere keuze dan het opstarten van de reserve aan duur gebouwde vervangingscentrales, meestal op gasbasis.

Of we kopen stroom bij de buren, enerzijds van de steenkoolcentrales in Polen en anderzijds uit de Franse kerncentrales. Om dat niet al te gemakkelijk te maken probeert de Europese Unie momenteel de Polen van hun steenkoolcentrales af te brengen.

Daartoe wil de EU in het kader van de “Green Deal” 100 miljard euro ter beschikking stellen zodat de Polen die effectieve windmolens kunnen opstellen die ook dan nog draaien als het hier bij ons windstil is. Een elektronische overschrijving van de EU-poen heeft tegenover het gewoon verbranden van eurobiljetten het voordeel dat daarbij geen CO2 ontstaat.

Maar uiteraard kopen we niet enkel stroom van de buren. Telkens als te veel wind- en zonnestroom op het net aangeboden worden, moet het overschot tegen “negatieve prijzen” aan de buurlanden verkocht worden. Die stroom wordt dus niet zomaar weggegeven: er moet ook nog voor betaald worden. Dan pompen bijvoorbeeld de Oostenrijkers, met gesubsidieerde Duitse elektriciteit, water in hun hoger gelegen bassins. Als daarna in Duitsland door gebrek aan wind en zon een tekort optreedt, wordt die stroom duur terug verkocht. Dat gebeurde in 2019 gedurende 232 uren.

Als de windmolens wegens te sterke wind uitgeschakeld moeten worden, wordt voor de verandering „spookstroom“ geproduceerd waarvoor de eigenaar van de windinstallatie, volgens de bestaande EEG-regels, vergoed moet worden. In het eerste kwartaal van 2019 ging het over 394 miljoen euro.

Alles bijeen zien we hier een bedrijfsmodel dat enkel bij een dreigende wereldondergang te rechtvaardigen zou zijn. En net dit doemscenario is het dat niet enkel het spijbelen op vrijdag toelaatbaar maakt, maar ook alle andere consideraties overtroeft. De opstand tegen het uitsterven maakt al de rest tot nevenverschijnselen.

Nog voor we uit kernenergie, steenkool en bruinkool gestapt zijn, en bovendien olie en gas gereduceerd hebben en volledig op de hernieuwbare energiedromen overgeschakeld zijn, is het belangrijk dat wij de rest van de wereld de weg wijzen.

Daar zijn dan de bosbranden in Australië nuttig voor om de apocalyps met sterke beelden voelbaar te maken. Dat in 1974/75 Down Under een beduidend grotere oppervlakte in brand gestaan heeft, verzwijgen we stilletjes.

Doel van die catastrofenwedstrijd: ook aan de andere kant van de aarde de winning van steenkool stoppen. De oproep van de jonge klimaatactiviste om aan de chef van Siemens de techniek voor de trein van de koolmijn niet te leveren, bracht die tot de foute veronderstelling dat een job in de raad van commissarissen de wereldredster wel zou kunnen in het gareel houden. Hij werd daarvoor weliswaar door de media eventjes als zeer progressief gevierd, maar kreeg kort daarop zijn verdiende oorveeg. De Duitse woordvoerster van Fridays-for-Future wees het aanbod af: ze had belangrijker opgaven.

Waarschijnlijk maakt het volgende deel uit van die opgaven: China verhinderen nog meer steenkoolcentrales te bouwen. Het tot 2020 geïnstalleerd vermogen van 1100 Gigawatt steenkoolstroom (Duitsland heeft nog 44 Gigawatt) moet tot 1400 Gigawatt in 2035 groeien. Daar is dus het een en ander te doen. Of de Chinezen – zoals Duitse managers en politici – ook een loopje met zich laten nemen door jeugdige activistes moeten we alleszins nog afwachten.

Nu wacht de wereld af of Siemens toekomstgericht afscheid van de steenkool neemt. Dan heeft het personeel van het concern voldoende vrije tijd om op vrijdag mee te demonstreren voor de toekomst in het luchtkasteel van de droom.

Tot zo ver het verslag van de heer Aust

Wat nu?

Ik zie hier een totaal ongelofelijk verhaal, hoewel ik heel zeker weet dat alle details kloppen. Er zijn zelfs nog een aantal belangrijke elementen die de heer Aust gewoon achterwege laat omdat hij ze waarschijnlijk, zoals velen van ons, gewoon niet ziet. Het elektrische net dat – alle straffe verklaringen ten spijt – nooit in minder dan enkele tientallen jaren voldoende aangepast kan worden om de hernieuwbare energie echt te kunnen inzetten, is daarvan een voorbeeld. Zoveel technische incompetentie en dilettantisme, een dergelijke moedwillige afwijzing van de realiteit: het is bijna niet te geloven, en toch is het waar.

Het artikel straalt dan ook moeheid en hulpeloosheid uit. Nu is de heer Aust geen doetje. Hij is een ervaren journalist die ook mee door de woeligste watertjes van de Bondsrepubliek gezwommen is. Maar hier weet hij duidelijk niet meer hoe het verder moet, zodanig dat zelfs links en rechts een vleugje sarcasme doorklinkt.

Vooral het incident tussen Joe Kaeser, CEO van Siemens, en Luisa Neubauer, Duitse woordvoerder van Fridays for Future, is veelbetekenend voor de toestand van de hedendaagse maatschappij en cultuur. Joe Kaeser heeft toegepaste economische wetenschappen gestudeerd. Hij snapt gegarandeerd geen barst van de technologische hoogstandjes die Siemens opvoert. Hij is een typische carrièremanager en hij is nu daar waar hij heen wou: aan de top. Hij denkt te weten dat alles en iedereen te koop is. Zijn levenservaring, vooral verzameld bij het verkopen van peperdure projecten aan overheden en grote bedrijven, illustreert dat heel duidelijk.

Dus als hij weerstand ondervindt, grijpt hij naar de middelen die hij kent. Die lastige Luisa Neubauer kunnen we toch wel lijmen met een goedbetaald gemakkelijk zitje in onze raad van commissarissen; bij de politici werkt dat altijd prima. Mevrouw Neubauer echter wuifde dat genereus aanbod losjes weg met als argument dat ze belangrijker opgaven heeft (ik kan dat vanuit haar standpunt heel goed begrijpen, maar wat een affront!). Dat toont al hoe volledig wereldvreemd onze ondernemingsleiders en politici ondertussen geworden zijn. Die hebben niet eens een klimaathysterie nodig om de technologische basis van onze beschaving tegen de muur te rijden.

Dat stelt uw dienaar voor een interessant dilemma. Als persoon is Luisa Neubauer mij oneindig veel sympathieker dan Joe Kaeser. Ze staat voor haar overtuiging en is niet te koop: respect. Maar als ze haar zin krijgt, zal ze wel onze wereld veel sneller in de vernieling rijden dan die slijmerige Kaeser. Dat schijnt het probleem van de moderne mens te zijn als hij nog echt wil denken: hij vindt gewoon nergens medestanders!

Er is nog een kleinigheidje met een merkwaardige geur. Ook bij de organisatie van de ondernemingen kennen we een “scheiding der machten”, verankerd in de wet. De verschillen tussen België en Duitsland zijn daarbij eerder gering. Het directiecomité (Vorstand) is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur, dus de uitvoerende macht. De raad van commissarissen (Aufsichtsrat) vertegenwoordigt de aandeelhouders. Hij benoemt, evalueert en ontslaat het directiecomité en keurt het strategisch plan goed of af. Dat is dus meer de functie van een parlement. Nu blijkt de heer Joe Kaeser, voorzitter van het directiecomité, altijd een paar mandaten van de raad van commissarissen – het instituut dat zijn prestaties moet beoordelen – in zijn zak te hebben. Die kan hij in geval van nood boven halen om de loop der dingen een beetje te “smeren” als het te stroef gaat. Het zijn blijkbaar niet enkel de Belgen die met de scheiding der machten een probleem hebben.

Nu we toch bij België zijn, stelt zich uiteraard de vraag: hoe is dat bij ons? Wel, tegelijk erger en minder erg. Erger omdat bij ons het aandeel kernenergie – en daar willen we uitstappen, dat zegt de wet – veel hoger is. Minder erg omdat we, merkwaardig genoeg, beschermd worden door onze immense incompetentie. Bij ons kunnen ‘roeptoeters’ – van Verhofstadt tot Tommelein – beslissen en zeggen wat ze willen: er gebeurt toch niets. Dat leidt tot een stilstand die natuurlijk op de duur ook niet vol te houden is, maar er worden voorlopig minstens geen grote onomkeerbare stommiteiten begaan. Die gedachte brengt mij heel ver terug, naar de tijd van de processies en de litanie van Loreto, lichtjes omgevormd: “Sancta Simplicitas… ora pro nobis”.

Uw Dwarsligger