Energiedossier 2021Deel II referentiestudies: Vooraleer onze analyse van de Energyville studie over de sluiting van de kerncentrales te publiceren, is het noodzakelijk om eerst onze referenties te verduidelijken.

Energietransitie studies

 

Er zijn weinig studies beschikbaar met een redelijke dekkingsgraad over alle aspecten van een kernuitstap. De belangrijkste zijn een OECD studie die vrij diep gaat, en een aantal studies aangevraagd vanuit ngo’s of de regering die meestal fragmentarisch het probleem behandelen.

De meeste studies beperken zich tot een kostenanalyse voor het vervangen van de nucleaire gigawatts door een combinatie van hernieuwbare energie (HE), gascentrales en inkoop. Daarbij wordt verzwegen dat HE geen betrouwbare energie is en daarom een netwerk en back up nodig heeft die kan bestaan uit (gas)centrales en aankoop/verkoop van energie uit andere landen.

Dit maakt deze studies grotendeels waardeloos omdat ze voorbijgaan aan dominante problemen die zich bij de transitie voordoen.

Welke zijn deze dominante en meestal verzwegen problemen

  1. Bij invoering van HE dringt zich een drastische wijziging van het netwerk op, het wordt immers een twee richtingen netwerk met gedistribueerde producenten, gebonden aan een wetgeving zonder economische inslag, waarvan in het verleden uit de evolutie van de stroomprijzen gebleken is dat de netwerkkosten hoger zijn en sneller stijgen dan de energiekosten. Vroeger was de vuistregel dat de kosten van een HE installatie en de netwerkkosten ongeveer gelijk waren, dit is nu verleden tijd.
  2. De heffingen zijn de derde kostenfactor en momenteel de hoogste die maar in beperkte mate meegenomen wordt in de transitiekosten, zeker wanneer die door de belastingbetaler gedragen wordt. Dit vind steeds meer ingang in een poging om de stroomkost te beheersen maar het verbergt wel reële kosten. De burger ziet via de publicaties alleen een gefragmenteerde kostenstijging waarbij de studies onderling niet vergelijkbaar zijn vanwege de onvolledige keuze van de invloedsfactoren.
  3. De voorrangsregeling van hernieuwbare energie op het net met twee zeer grote gevolgen
    1. HE krijgt een enorm financieel voordeel op twee manieren: het inkomen blijft gegarandeerd ook al is de stroom totaal waardeloos of zelfs negatief en HE kan genieten van de plicht (althans in België) dat het netwerk alle aangeboden HE moet kunnen opvangen ( zie ook punt 1).
    2. De perceptie die bij de bevolking ingeprent en door “wetenschappers” ondersteund wordt, namelijk dat de HE primair is en de back-up energie met zijn netwerk maar van secundair belang is, terwijl in de werkelijkheid het omgekeerd is. He kan niet bestaan zonder een volwaardig back-up elektriciteitsnet. Deze foute perceptie ligt aan de basis van de verantwoording voor het sluiten van kerncentrales.
  1. Ieder land heeft zijn eigen strategie die verschillend is in de EU-landen, ook al zijn die in een netwerk gekoppeld. Zo is de stroomkost in Nederland veel lager dan in België , maar Nederland heeft zijn netwerk niet aangepast aan het piekstroom niveau van HE en daardoor kosten uitgespaard. Het gevolg is dat veel afgelegen PV (zonnepanelen) installaties van onder meer boerderijen in de zomer slechts de helft van hun productie op het net kunnen brengen omdat de netspanning de 253V grens bereikt waardoor de levering stopt. Dit heeft als gevolg een inkomensverlies voor de PV eigenaar dat slechts kan opgelost worden indien de eigenaar bereid is de netwerkverzwaring zelf te betalen.
  1. De investeringskosten in dure netwerken en opslag. Uitgebreide netwerken zijn gevoelig aan storingen en sabotage. Een aantal landen hebben reeds “phase shifters” op de hoogspanningslijnen geplaatst om het landelijk netwerk te beschermen. Dit is een nieuw obstakel in het vrij transport van energie over grote afstanden en strijdig met de Europese gedachte.
  1. De (opzettelijke) verwarring tussen geïnstalleerd en beschikbaar/geleverd vermogen. Publicaties en media hebben het doorgaans over geïnstalleerd vermogen (naamplaatje ‘vermogen’) om het succes van HE in de verf te zetten, want de kosten worden meestal aan het (naamplaatje) vermogen gekoppeld. Dat is boerenbedrog want de burger is enkel geïnteresseerd in bruikbare energie en kosten per geleverde energie eenheid. Het is dus goed om weten dat voor zon de beschikbaarheid <10% is en voor wind afhankelijk van deze op land of zee is <25% resp.<40%. De levering zelf is uiteraard ook afhankelijk van de aanwezigheid van zon of de wind. Kerncentrales daarentegen halen >95% en gascentrales +/-90%.

De OECD studie

The Cost of Decarbonisation : System Cost with High Shares of Nuclear and Renewables

DE OECD of Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling staat voor “een samenwerkingsverband van 37 landen om sociaal en economisch beleid te bespreken, te bestuderen en te coördineren. De aangesloten landen proberen gezamenlijke problemen op te lossen en trachten internationaal beleid af te stemmen”., en publiceerde een boekwerk ( 219 blz.)  dat een samenvatting is van al of niet beschikbare studies door meerdere auteurs als full text  en als samenvatting onder bovenstaande titel.

De OECD kan als een neutrale organisatie aanzien worden. Toch behandelt deze studie ook niet volledig alle kosten verbonden aan de transitie, onder meer omdat  diverse landen een andere strategie gebruiken. HetToch is toch heel waardevol om de meest frappante elementen uit dit werk toe te lichten.

HE wordt door de OECD  Variable Renewable Energie (VRE) genoemd. De fig. ES3 hieronder geeft voor de aangegeven samenstelling van de energiemix aan hoeveel het geïnstalleerd VRE vermogen moet toenemen in functie van het aandeel VRE voor eenzelfde productie. Bemerk de exponentiële toename van het geïnstalleerd vermogen met VRE. Niet vergeten dat de leveringszekerheid ( risico op black out) lager is zonder bijkomende back-up.

OECD 1

Voor 50% HE met een mix volgens Fig. ES4 moet het geïnstalleerd vermogen met 220% stijgen

OECD 2

wat meteen de slechte productiviteit en een enorme behoefte aan materialen en investeringen weerspiegelt, zoals Fig. ES6 aangeeft. Dit zorgt voor de stijgende energiekosten zoals fig.ES 7 aangeeft

Die stijgende meerkosten van het aandeel stroom in de totale stroomkost zijn vooral te wijten aan de nevenkosten die bij HE zeer groot zijn (wat de studie van Energyville deels verwaarloost). Energyville geeft wel aan dat het IC ( Inter Connection) netwerk verbindingen essentieel zijn om een deel van de back-up te kunnen transporteren, maar ze houden er geen rekening mee in hun berekening van de kostprijs.

OECD 3

 

OECD 4

 

Fig. ES8 geeft de evolutie van de groothandelsprijs voor elektriciteit in functie van de beschikbaarheid voor de 5 scenario’s. Bij energietekort is de waarde hoog maar daalt snel bij overproductie. Tekorten en overproductie zijn onvermijdelijke kenmerken  van aanbodsysteem. Veel HE leidt tot overaanbod van waardeloze stroom, zo is bij 75% HE meer dan 40% van de productie waardeloos.

OECD 5

Vooral zon wordt zeer snel economisch waardeloos zonder Inter Connectie(IC) verbindingsnetwerk ( vb. transport over midden- en hoogspanning)  zoals Fig. ES9 aantoont.

Zon (PV) levert door de korte beschikbaarheid over dag grote energiepieken op het net waardoor volgens deze studie de waarde op een kwart valt bij 20% penetratie.

Netwerken kunnen verdelend werken en eventueel opslag ( Hydro) toelaten. Zoals hoger reeds aangegeven zijn netwerkkosten en opslag  prijzig en kan dit enkel economisch bij lage stroomkost. Deze figuur toont duidelijk de inferioriteit van zon vergeleken met wind. De overheid maakt een grote fout door een sterke penetratie van PV installaties aan te moedigen en te subsidiëren: dit is pure verkwisting.

OECD 6

De conclusie luidt:

  1. Het geïnstalleerd vermogen bij HE is noodzakelijk veel groter om dezelfde energie te leveren.
  2. Het kan dan ook niet anders dan dat de investeringskost per geleverde eenheid altijd groter zal zijn.
  3. Het aanbod gestuurd karakter van HE leid snel tot het opwekken van waardeloze energie
  4. Het aandeel waardeloze energie is te reduceren met surplus investeringen in het uitbouwen van een uitgebreid netwerk en de mogelijkheden voor opslag.
  5. Zon ( PV) is in onze regio’s van weinig waarde.

Tunnelvisie , groepsdenken en  manipulatie bij de kernuitstap

Misschien nog belangrijker dan het cijfermateriaal is de manier waarop omgegaan wordt met het energiedossier.  In het jaaroverzicht 2020 hadden we het over de doodzonden van de Westerse Wereld, waarbij we expliciet verwezen naar enerzijds de subsidiehonger van grote multinationals én de universiteiten enerzijds en anderzijds de ongebreidelde schuldenlast waarmee politici het land opzadelen om aan die verslaafden tegemoet te komen.

Vanuit een groepsdenken kon een tunnelvisie en manipulatie – met medewerking van  wetenschappers - ontwikkeld worden. Vertrekkend van het bannen van de CO2 en het overgaan naar koolstofneutraliteit kon de politiek wars van de economische realiteit, een wettelijk kader opzetten rond HE via bevoordeling ( niet afschakelbaar is ook een vorm van concurrentievervalsing) en subsidiering waar zowel ngo’s , wetenschappers en betrokken industriëlen hun voordeel konden mee doen.

HE kreeg daardoor het aureool van superieure energie en het veroverde “heart and minds” van een onwetende bevolking.

Er word foutief uitgegaan van het feit dat ondanks het aanbodgestuurde karakter van HE deze superieur is, en inwisselbaar met traditionele energiebronnen. Een mindset die ook door veel wetenschappers aangenomen wordt.

Een sprekend voorbeeld van tunnelvisie waarbij bovengenoemde mindset ook bij wetenschappers doorgedrongen is vind je in het interview van Prof. J. Albrecht van de U Gent met ITINERA “zijn we klaar voor de kernuitstap?”.

Daaruit leert men dat hij voorstander is van het afstappen van de economische kostprijs ten voordele van het socialiseren van de  elektriciteitsprijs door de kosten op de gemeenschap af te wentelen. Waarbij deze prijs dan in hoofdzaak betaald wordt door de “rijkere” klasse, en in overeenstemming is met de (ideologische) herverdeling waar de VN voor pleit.

Wat betrouwbaarheid betreft werd aangehaald dat kernenergie niet zo betrouwbaar is , getuige de “-‘scheurtjes’ , de sabotage , betonrot van de koepel. In feite  gaat het hier over pure ‘framing’, want die scheurtjes zijn normale insluitsels en de  centrales draaien opnieuw. Sabotage is héél uitzonderlijk en gevolg van menselijke fouten, géén systeemfout terwijl sabotage van de HE productie véél gemakkelijker is. Betonrot is opgetreden én hersteld terwijl de vele video’s over brandende en exploderende windmolens weggemoffeld worden.

Storend was de episode rond Pasen vorig jaar, waarbij door de lagere stroomvraag vanwege corona er in de weekends negatieve stroomprijzen optraden omdat de kerncentrales te veel stroom bleven leveren, terwijl de niet afschakelbaarheid van HE de oorzaak is.

De politiek heeft de economische wetmatigheid verdrongen. Mooie principes van liberalisering van de energiemarkt door middel van een gigantisch duur netwerk worden hier door de professor verheerlijkt maar diametraal daartegenover staat dat onbetrouwbare HE energiedragers netprioriteit en subsidies krijgen, zeker geen voorbeeld van liberalisering.

HE is volgens de professor concurrentieel “Dat kan je terugvinden in de jaarlijkse publicaties van wat heet the levelized cost, per technologie” . In het eerste deel is aangetoond dat dit appelen met peren vergelijken is want de “ levelized cost” is niet toepasbaar is op HE zolang de kosten om de energie op vraag beschikbaar te hebben niet zijn meegerekend.

Wat duurzaamheid betreft stoten kerncentrales geen CO2 uit en zijn deze superieur, maar de professor volgt een merkwaardige redenering via de emissiehandel om de gascentrales te verdedigen, het komt  hierop neer: Door het feit dat voor gascentrales emissierechten gekocht worden (die in de loop van de tijd in aantal dalen) zijn die rechten binnen Europa niet meer beschikbaar voor andere bedrijven en wordt de CO2 in Europa afgebouwd, gascentrales of niet. Deze redenering is kortzichtig want door de bijkomende gascentrales worden andere bedrijven in hun economische activiteit geremd omdat de noodzakelijke rechten niet meer beschikbaar zijn, en dat is schadelijk voor Europa.

Dr ir Eric Blondeel