Print
Hits: 1747

doorstromingJaak Peeters - Guy Tegenbos schreef in ‘zijn’ krant een cursiefje waarin hij aankloeg dat de overheden van dit land niet bij machte blijken om de openbare financiën zo ver te saneren, dat de gewone ontvangsten volstaan om de lopende uitgaven te dekken. Daarom moet de overheid lenen om consumptie te bekostigen. Lenen om te investeren is verantwoord, schrijft Tegenbos, maar lenen om ‘op te eten’ niet. Het is nu al zo ver dat de Belgische staat moet lenen over een periode van 100 jaren. Wij lenen wat onze achterkleinkinderen zullen moeten terugbetalen.

Hallucinant, zegt Tegenbos.

Intussen rolt de politiek vechtend over de straat. Over biomassacentrales en wat al meer. En intussen ontbreekt elk groots, bezielend project, schrijft de auteur nog.

Natuurlijk heeft Tegenbos gelijk.

De overheden van dit land hebben in het verleden veel te veel geleend om uitgaven mogelijk te maken, waarvoor toen redelijkerwijze geen geld was. We zijn ‘op de poef’ gaan leven.

Mijn vraag is evenwel: hoe komt dat? Hoe is een dergelijke toestand kunnen ontstaan? En vooral: wat is de ware kwaal waaraan we lijden? De ware oorzaak ook, waarom geen enkele regering bij machte blijkt om meer te doen dat wat in de marge te rommelen?

Het ware probleem is, naar mijn oordeel, onze ziekelijke hang naar het kortzichtige eigenbelang. Het ontbreekt ons te enenmale aan wat de Britse sociaaldemocraat David Miller noemt: identificatie met de gemeenschap. Alleen in een gemeenschap waarvan de leden zich op een minimale wijze met elkaar identificeren en dus oog hebben voor zoiets als een algemeen belang, kan de wil ontstaan om samen een probleem op te lossen. Er moet een minimum aan wij-gevoel bestaan, sterk genoeg om groepsbelangen te overstijgen.

Dat is er niet.

Zoals ik eerder in deze reeks al heb gesteld is de staatskas vooral een graaipot voor allerlei groepen en belangen. Voorbeeld: een bepaald gewest (er zijn er 13 in Vlaanderen) van één organisatie voor thuisverpleging belegde 87 miljoen euro in onroerend goed. Waar komt dat geld vandaan? Uit de nationale sociale kas, natuurlijk. Dat geld is helemaal niet bestemd voor belegging in onroerend goed of in wat dan ook. Gelooft er iemand dat die 87 miljoen intussen zijn teruggestort?

Telkens de regering een ietsje-pietsje wil morrelen aan de gevestigde belangen staat iedereen op de achterste poten.

We zijn overigens zelf mede debet aan het ontstaan van deze graaipotcultuur. Wie betaalt er vrijwillig BTW als de klusjesman afrekent? En wie neemt die bouwgrond niet gretig aan als vader stopt met boeren en zijn grond verdeelt onder zijn kinderen als bouwgrond – ook al ligt die grond naast een N-weg?

Met een beetje goede wil verzint iedereen tal van voorbeelden.

Natuurlijk: wij hebben onze geschiedenis tegen. Een geschiedenis van bezettingen en ondergeschiktheid is geen goede grond om een besef van verantwoordelijkheid voor het gemeenschappelijk belang te laten ontkiemen.

Maar Vlaanderen is intussen levend en wel sinds een kwart eeuw. Er zou iets mogen gaan veranderen.

Klassiekerwijze schiet men maar op de politiek. Die grijpt namelijk niet in. Ze saneert niet, doch verliest zich in vaak partijpolitieke spelletjes over biomassacentrales enzovoorts.

Dit soort spelletjes zal nooit verdwijnen – reken daar maar niet op. Maar het erge is, naar mijn idee, dat de politiek gewoon niet anders meer kan dan wat prutsen in de marge. Alles zit vastgeroest, overal staan de stekels rechtop, gelijk wat de politiek onderneemt: er is altijd verzet. Gevolg: de politiek is machteloos. De politicus die toch wat onderneemt krijgt zoveel tegenwind, dat hij en zijn partij de boeken kunnen sluiten. Niemand pleegt voor zijn plezier politieke zelfmoord.

Tegelijk met onze politiek hebben we echter ook onze democratie uitgehold. Want als we ons belang willen behartigen moeten we niet op een machteloze politiek rekenen, maar ons aansluiten bij een of andere belangengroep. Men vergoelijkt dit als democratische tegenmacht. Sommigen dromen zelfs over democratisch kapitaal! Je moet er maar opkomen. We komen zo in de Hobbesiaanse wereld van allen tegen allen terecht.

Europa tikt ons op de vingers omdat we te veel schuld maken.

Met permissie: Europa moet niet te hoog van de toren blazen.

Ten eerste: datzelfde Europa bestaat uit lieden die veelal afkomstig zijn uit de nationale politiek en dus veel, vaak héél veel boter op hun hoofd hebben en bijgevolg nu beter een toontje lager zouden zingen.

Ten tweede: keuren, afkeuren en commanderen is gemakkelijk als men zelf geen verantwoording moet afleggen. Want kom niet vertellen dat Europa aan de bevolking verantwoording moet afleggen! Europa schuift de schuld gewoon altijd af op de nationale regeringen, die vervolgens de pot hebben uitgelikt.

Ten derde: als Europa die genoemde verantwoording zou moeten afleggen, zou het zeer snel in dezelfde schoenen zitten als de nationale regeringen en dus even machteloos zijn. Een Europees wij-gevoel is nog verder van huis dan een tenminste nog herkenbaar nationaal ‘wij’. We zien hoe Europa nu al ‘belobbyt’ wordt. En we kijken werkeloos toe.

Stilaan dringt de harde keuze zich op: ofwel leggen we de beslissingsmacht bij een boven alles verheven macht en leveren we onze democratie in. Ofwel keren we terug naar onze democratie en cultiveren we weer het door extreemlinks gehate wij-gevoel.

Deze keuze is fundamenteel, maar zou ze echt zo moeilijk zijn?

Jaak Peeters

Mei 2016

Dit artikel verscheen eerst op Doorstroming