free debateEen recent artikel in Knack (11/01) over de stijging van de zeespiegel en het eerdere interview van glacioloog Philippe Huybrechts (VUB) waarnaar verwezen werd (18/12), bracht een ander fenomeen aan het licht: de interpretatie van de vrije meningsuiting én de selectieve toegang tot de media van invalshoeken die afwijken van wat men de gangbare mening kan noemen. Daarmee bewijst Knack eigenlijk dat een afstandelijk debat vanuit alle invalshoeken noodzakelijk is.

Laten we hier niet discussiëren over het belang van CO2 voor de opwarming van de aarde, maar over de mogelijkheid om lezers en kijkers te informeren over de verschillende standpunten én over de politieke besluitvorming, of het ontbreken ervan.

Selectieve normen

In Wallonië was er eind november een incident toen een Waalse journaliste, Emmanuelle Praet, het aandurfde om in een tv-programma de kijkers aan te raden goed na te denken vooraleer te stemmen voor een partij die nog meer belastingen wil opleggen (om de energieomslag naar duurzaam te kunnen betalen). Daarvoor werd ze ontslagen en keek iedereen naar ECOLO-Groen. Hoewel in de Vlaamse media ook aandacht werd besteed aan dit incident en men meestal niet akkoord ging met het ontslag, werd het incident heel snel gesloten. We hebben het raden naar de reden waarom men daar niet langer bleef bij stilstaan, want broodroof op een collega-journaliste is toch niet niks.

In het interview in Knack met glacioloog Huybrechts van de VUB gebeurt in feite net hetzelfde maar dan omgekeerd. We moeten op Groen stemmen (ook al noemt hij die partij net zoals Praet niet bij naam). Moet die glacioloog nu ontslagen worden omdat hij een politieke partij verdedigt? Neen, lijkt hier het vanzelfsprekend antwoord te zijn, maar dat is het niet. Dat was het niet toen diezelfde VUB professor Frank Thevissen wél aan de deur zette op basis van politieke motieven.

Kortom, een journalist mag zijn boekje te buiten gaan zo lang hij/zij dat doet binnen de krijtlijnen van de consensus over wat goed is en wat niet goed is. In dit geval mag stemmen voor Groen aangemoedigd worden, maar het omgekeerde niet.

Wetenschappelijke consensus

Hier en daar begint het door te dringen dat er een tegenspraak is tussen consensus en wetenschap. Zo schreef een N-VA-volksvertegenwoordiger die zich toelegt op het klimaat- en energiebeleid, dat wetenschap nooit kan afgerond worden. Dat een debat onderdeel is van de zoektocht naar méér kennis en méér inzicht in complexe problemen zoals de opwarming van de aarde en hoe de men best de transitie naar duurzame energie kan doorvoeren.

Ook glacioloog Huybrechts is voorzichtig wanneer hij schrijft: ‘Twintig jaar geleden was de Antarctische ijskap in evenwicht. Sindsdien begon ze massa te verliezen, maar het staat niet onomstotelijk vast of dat komt door de opwarming van de aarde. Misschien is het een regionaal verschijnsel. Het gaat ook niet om enorme aantallen, alle verhoudingen in acht genomen. Het smelten van de Antarctische ijskap doet het zeeniveau met een halve millimeter per jaar stijgen.’

Het klopt dat het verband tussen weersfenomenen en de permanente klimaatverandering wetenschappelijk onvoldoende gekend is. Dat het ijs op Antarctica sneller smelt willen we niet tegenspreken, maar dat de ijskap de laatste jaren fel is toegenomen werd eveneens gemeten en kan dus ook niet ontkend worden. Dat deze toename en het afschuiven van de kap naar de oceaan ook meer ijs doet smelten is dus niet noodzakelijk in tegenspraak met elkaar. Het is echter wél van belang voor het debat om beide te vermelden en niet enkel datgene wat past in een ‘consensus wetenschap’.

Politieke besluitvorming

Er wordt weleens gedacht dat in geval van zeer belangrijke maatschappelijke uitdagingen – zoals het klimaat en de energievoorziening — politici geen rekening moeten houden met de mening van een ‘onwetende bevolking’. Dat een politieke elite beter weet wat goed is voor het algemeen belang en zich in elk geval niet mag laten beïnvloeden door ‘populisten’. Dat klinkt goed, maar ook hier is het niet zo eenvoudig. Uit bevraging van zowel journalisten als politici leerden we dat de wetenschappelijke kennis heel dikwijls ontbreekt. Zowel het beleid (door politici) als de informatie (door journalisten) is aanwijsbaar onvolledig en dus onbetrouwbaar.

Dat de journalistieke opdracht soms moet wijken bewees VRT-journaliste Annelies Beck onlangs met haar uitspraak in De Morgen: ‘Zeker is dat je een ontkenner van de klimaat­verandering niet te veel tijd moet geven. Natuur­lijk mag zo iemand beweren wat hij wil, maar je moet hem niet op gelijke hoogte plaatsen met 99 procent van de wetenschappers die het tegen­gestelde beweren.’ Ze begaat hierbij twee fouten. (1) Bij ons weten is er géén enkel wetenschapper die de evidente én permanente klimaatverandering ontkent. Meer zelfs, géén enkele natuurwetenschapper ontkent de gestage opwarming van de aarde, en (2) in de wetenschap telt het aantal niet. Elke uitvinder was ooit de éérste en énige en werd dikwijls als ketter weggezet, tot uiteindelijk de wetenschap het haalde. Dat zal nu eveneens het geval zijn, met of zonder de toestemming van wie dan ook.


Opdracht

Politici en journalisten hebben wel de keuze tussen het ‘volk dom houden’ of een debat stimuleren waarbij ze zo breed mogelijk de bevolking/hun lezers en kijkers informeren, zodat ze bijdragen tot een beter begrip en een grotere maatschappelijke betrokkenheid.

Politici én media moeten zich eveneens afvragen of de manifestaties van ‘onwetende jongeren’ ook populistisch zijn. Of vinden ze dat die jongeren het beter weten en dus moeten gevolgd worden? In een particratie zoals de Belgische is het electoraal belang zeer groot en het zou daarom niemand verbazen mochten politieke partijen en de volgzame media méér waarde hechten aan die ‘onwetende jongeren’ dan aan onderbouwde argumenten bij het bepalen van hun beleid of de informatieopdracht. Dan zijn beide helemaal niet meer elitair, alleen nog zwak.

 

Eerder verschenen in Doorbraak.