social limitIk ben deze dagen fel geschrokken. Geschrokken: niet alleen verbaasd. Dat laatste ook, natuurlijk, bijvoorbeeld over de lichtzinnigheid waarmee aan uitvoerende politiemensen beslissingen worden overgelaten.

Jammer genoeg is er in onze samenleving meer aan de hand dan alleen maar een verschuiving naar de politiestaat waarover her en der tamelijk hypocriet gekrijst wordt. Dat laatste overigens voornamelijk ter felle linkerzijde, waarbij die lui vergeten dat ze zélf mee aan de basis liggen van een regering die deze zogeheten politiestaat organiseert.

Ik ben echter vooral geschrokken van de uitspraken van een KUL-professor, Vandamme. Aan haar wordt het idee toegeschreven om 65-plussers langer in ‘lockdown’ te houden dan de rest van de bevolking. Wie die rest dan is? De productieven en diegenen die op een productief leven worden voorbereid – wie anders?

Het verbaast me nog steeds dat kranten dergelijke gevaarlijke uitspraken kritiekloos in hun kolommen laten sijpelen. Voor de zoveelste keer draait dit commentaar dus uit op een scherpe kritiek op de media. Die blijken niet in staat tot een gezond oordeel, dat ons nochtans door de geschiedenis van vorige eeuw wordt opgedrongen.

We zijn het toch nog niet vergeten, mag ik hopen: de tijd dat er in een oostelijke buurstaat groepen van mensen uit de samenleving werden ‘geïsoleerd’? Natuurlijk had het regime in kwestie daar best wel argumenten voor. Sommige groepen vormden een slecht voorbeeld voor de jeugd, bijvoorbeeld. Anderen hoorden er gewoon niet te zijn, want ze gedroegen zich als parasieten. Ze waren schadelijk of schandelijk en hun aanwezigheid in de samenleving moest worden uitgewist. Ook daarvoor werden legio argumenten aangevoerd.

Jaren geleden kwam in Amerika een film uit waarin suikerzieken boven de 65 geen toegang meer kregen tot medicijnen. Die mensen waren te oud en te weinig productief om er nog zoveel geld in te stoppen. Het liefst van al had men die groep gewoon niet in de maatschappij behouden - een eufemisme om te zeggen dat men aan eliminatie dacht. Het klinkt erg en laten we het dus daar hier maar op houden, uit eerbied voor de betrokken zieken.

En vandaag moet ik lezen dat een prof van een met name katholieke universiteit een groep mensen uit de bevolking wil isoleren. Oh ja: ze wil ze niet elimineren, althans niet fysisch. Maar een hele groep sociaal en maatschappelijk isoleren ruikt toch zo angstwekkend erg naar elimineren.

Ongetwijfeld zal die mevrouw wel heel sterke argumenten aanvoeren om haar idee te ondersteunen, bijvoorbeeld dat de bedoelde groep vatbaarder is voor het nieuwe virus. En ze zal ongetwijfeld fel protesteren als het woord elimineren valt. Het zal allemaal klinken in de zin van: “zwakkere groepen beschermen”. Of nog: “kwetsbare mensen zo weinig mogelijk in de gelegenheid brengen anderen te besmetten”.

Ik weet niet of de prof in kwestie het allemaal concreet zo gezegd heeft als in de pers verschenen is. In ieder geval ben ik niet de enige die het zo heeft geïnterpreteerd, want al ’s anderendaags stond in de krant fel protest te lezen van mensen als Paul Jambers, een bekend televisiemaker, die vlakaf over rebellie sprak. Zelfs mensen als Mieke Vogels en Herman De Croo waren er niet over te spreken. Als Vandammes woorden door de pers verdraaid werden, dan is het de hoogste tijd dat ze die openlijk corrigeert.

Laten we positief zijn en hopen dat de pers er voor de zoveelste maal weer eens een potje van heeft gemaakt en dat het dus niet de fout van Vandamme is. Dan nog is de zaak heel zorgwekkend, want ze bewijst dat dit soort gedachten in onze samenleving werkelijk leeft.

Er bestaan in onze zogeheten van mensenrechten doortrokken samenleving ideeën die neerkomen op het tenminste sociaal elimineren van niet-productieve groepen, waarbij men vooral niet mag vergeten dat die sociaal te elimineren groepen de thans bestaande welvaart door hun arbeid mogelijk hebben gemaakt.

Stank voor dank, dus.

Het moet nu toch eenieder zonneklaar toeschijnen dat de grens tussen wat in de jaren dertig van vorige eeuw- en niet alleen in de bedoelde buurstaat - gebeurde en wat nu voorgesteld wordt, wel eens flinterdun zou kunnen worden.

De hoger genoemde Amerikaanse film eindigt met de uitspraak: “Neen, zo diep zijn we niet gevallen!” Ik mag hopen dat ook te onzent zo’n verlossend woord zal opklinken.

De zaak heeft tenminste nog twee andere aspecten.

Ten eerste: we geloven allemaal dat wetenschappelijk denken ons de beste garanties biedt op een menswaardige samenleving. Dat blijkt jammer genoeg niet zo te zijn.

Woorden zijn de uitdrukking van clusters van betekenissen. Wie aan een schoen denkt, denkt meteen ook aan lopen, aan veters, aan schoensmeer enzovoorts. Maar ook aan de sportvereniging die het dragen van een bepaald type van schoenen oplegt. Als we niet goed opletten, verglijden we ongemerkt van de betekenissenculster ‘schoen’ in strikte zin naar die van de sportvereniging, waarin een paar individuen rondhangen, waarvan je je herinnert hoe je boos werd toen je met hen in aanvaring kwam. Voor je het weet, word je, zonder dat zelf goed in de gaten te hebben, weer kwaad of je komt terecht in een discours dat je eerst zelfs niet eens zinnens was, af te steken. Omdat het pijnlijk en best wel moeilijk is om zich los te maken uit die associaties, gaat men zich er mee identificeren: je wordt écht boos!

In de wetenschap wordt zulke verglijding verhinderd door strikte definiëring en formulering. Maar diezelfde wetenschappers leven ook in een samenleving, die intellectueel niet wetenschappelijk is gestructureerd en dat wellicht ook niet kan of zelfs mag zijn. En dus komen wetenschappelijke inzichten die op zich heel strikt zijn, terecht in de mallemolen van de door elkaar wriemelende betekenissenclusters in een samenleving.

Omdat ze ook maar mensen zijn worden ook wetenschappers, vaak zonder het zelf te beseffen, door het beschreven associatieproces meegesleurd in woelige ideologische wateren, die ze uit zichzelf nooit zouden hebben bevaren.

Ten tweede: er zijn lieden die geloven dat als de monsters van de twintigste eeuw dood zijn, we hun misdaden voorgoed mogen vergeten. Ons zal het niet gebeuren! Een geloof dus in een onweerstaanbare vooruitgang. Progressie, zeggen sommigen. Een definitieve morele verworvenheid. Jammer genoeg komen de onrustwekkende ideeën waarmee ik dit stuk begon ook voor in een liberaal-kapitalistische maatschappij, die bij voortduring gebombardeerd wordt door bliksemende kreten over mensenrechten, solidariteit, openheid, diversiteit…

De corona-crisis heeft, hier en daar, sommige politiehoofden op hol gebracht of sommige zwakke zielen uit die functiegroep in verleiding gebracht. Zodoende vonden sommigen aanleiding om over een politiestaat te roepen.

Natuurlijk moeten we als burgers hier bezorgd om zijn.

Er zijn echter andere zaken die veel ernstiger zijn. Ik hoop maar dat het idee om 65-plussers sociaal te elimineren alleen maar een ondoordachte lapsus is geweest

Uw dwarsligger