productivityDe productiviteit in onze industrie stagneert en daalt zelfs lichtjes. Dat is het geval in heel West Europa.

 

 

In ‘die Welt’ zien we op 12/10/2016: Die rätselhafte Stagnation der deutschen Wirtschaft Artikel hier

De Wereldkampioenen wankelen! De productiviteit van de Duitse machinebouwers en elektrofirma’s daalt reeds vijf jaar lichtjes, en dat ondanks de snel voortgaande digitalisering. Geen mens snapt waarom! De top economen zitten allemaal met hun handen in het haar. Misschien zie je het beter als je geen econoom bent, maar voor mij is het vrij simpel.

Definitie

Er zijn verschillende manieren om productiviteit af te beelden, maar houden we ons aan de allereenvoudigste vorm.

Met:

 Prod  =  M
 A

Prod = Productiviteit

M = Meerwaardeschepping

A = Aantal personeelsleden

Het is duidelijk dat M slechts betekenisvol over een interval aangegeven kan worden. Of we daarvoor nu een jaar of een uur of een hoeveelheid product nemen is onbelangrijk. Het is enkel een kwestie van afspraken.

We moeten dit bekijken zonder (de accountants zeggen ‘vóór’) belastingen, subsidies en andere vervormende manipulaties van de overheid. Ook zonder rekening te houden met financiële hocuspocus, manipulatie van het patrimonium en dergelijk. Eénmalige rampen en meevallers zijn eveneens buiten beschouwing te laten.

We kunnen hierbij, zeer vereenvoudigd maar niet onjuist, zeggen dat M = I – U

I = Inkomsten.

U = Uitgaven.

Beide laatste grootheden en A kunnen we, natuurlijk binnen grenzen, manipuleren. Dat is de kunst die het management verondersteld wordt te beheersen.

We zijn nu al ongeveer een halve eeuw druk bezig met het systematisch ‘masseren’ van de uitgaven. De vraag is maar of dat altijd, macro economisch gezien, tot een productiviteitsverhoging leidt.

outsourcing

Outsourcing

‘Outsourcing’ was een van de eerste ‘buzz words’ in dit verband.

En inderdaad kan men het zich afvragen, moeten we:

  • Onze arbeidskledij zelf wassen en herstellen.
  • Onze werkschoenen zelf repareren.
  • Onze kantine zelf bekoken.
  • Onze ‘security’ zelf in de hand houden.
  • Kleine reparaties aan gebouwen (ruit vervangen, loodgieterij, elektriciteit etc.) zelf doen.
  • Zelfs het onderhoud van onze productie-installaties volledig in eigen hand houden.

En talloze dingen meer…

Dus werden die opgaven ‘outsourced’ en de taken werden vergeven aan grote aantallen kleine en middelgrote ondernemingen.

In sommige gevallen leidde dat tot een reële macro-economische productiviteitsstijging, namelijk in die gevallen waar iemand anders die taak inderdaad beter kon uitvoeren. Dat was dikwijls het geval. Een kleine wasserij gaat de was efficiënter doen dan de onze. Die laatste kreeg, bij voorbeeld in een grote chemiefabriek, nauwelijks enige aandacht. Ze kostte wat ze kostte; dat speelde in het totaalbeeld maar een kleine rol. Er werd dus niet op efficiëntie gelet, zolang de was maar proper werd. En we konden een kluns van een chemicus, die overal elders een gevaar voor de mensheid was, nog altijd chef van de wasserij maken, waar hij weinig schade kon aanrichten. Dat zagen we als een voordeel.

Maar de eigenaar van die kleine wasserij, waar we een contract mee maken, heeft niets anders. Hij let deksels goed op efficiëntie. In die gevallen steeg de productiviteit dus echt.

Er waren natuurlijk ook andere gevallen, bij voorbeeld bij onderhoud. Een onderhoudsfirma kan het onderhoud van onze installaties niet beter of efficiënter organiseren dan wij. Ze probeert dat ook niet: ze levert enkel maar mensen. Die lassers en monteurs doen precies hetzelfde wat de onze vroeger ook deden, maar ze werken in een andere industrietak. Ze verdienen dus minder! Daardoor is er bij onze onderneming een virtuele productiviteitstoename, maar macro economisch verandert er niets! Toch! De ‘verdeling’ verandert. Er wordt geld van de arbeid nemers (in toto) naar de arbeid gevers verschoven. Dat is dus niets anders dan vulgaire klassenstrijd. Het is niet altijd zo simpel perfide. Er zijn ook vragen van sterk wisselende capaciteitsbehoefte bij o.a. groot onderhoud. Daar kan dan weer wel een reëel positief effect van outsourcing optreden.

Een blik op de triviale wiskunde toont dat die operaties in ieder geval A (aantal personeelsleden) verminderen, wat tot een stijging van Prod voert. Ook U(uitgaven) wordt verminderd door daling van de personeelskosten, wat nog eens voordelig werkt. Maar tegelijkertijd stijgt U met het bedrag dat aan de outsourcing firma moet betaald worden. Dat kan zelfs iets meer zijn dan de gespaarde personeelskosten maar toch door de daling van A meer dan gecompenseerd worden. We zien dus dat een nominale productiviteitsstijging niet noodzakelijk in alle gevallen gunstig voor de onderneming is.

Heel vaak werd niet erg zorgvuldig gerekend. Outsourcing was ‘in’. Ambitieuze jochies gebruikten de ‘kreet’ om een grote ‘plons’ te maken en hun carrière een duw te geven. Soms leidden ondoordachte show operaties dan tot regelrecht productiviteitsverlies, maar dat werd meestal vlotjes weg gelogen.

Die processen zijn ondertussen afgesloten, daar is nauwelijks nog iets te halen.

jointventure

Joint Ventures

Er zijn ook andere dingen geprobeerd. Men kan de productiviteit – theoretisch, soms… – ook opdrijven door samenwerking tussen verschillende ondernemingen. Als men op die manier zeer dure inrichtingen of diensten (bv logistiek of zelfs productie-installaties en complete afzetkanalen) samen kan gebruiken moet dat wel lonend zijn. Het ‘joint venture’ was een tijd lang de grote ster aan het commercieel firmament. We horen daar nog maar weinig van, en terecht. Want het hemd is altijd nader dan de rok. Een juridische constructie die dat fenomeen uitschakelt moet nog uitgevonden worden. Wij hadden over ‘Joint Ventures’ een grap die alles zegt:

Een kip en een varken wandelen samen over de straat. Zegt de kip tegen het varken: “Wij zouden toch samen een zaak kunnen beginnen.” Het varken is een beetje verbaasd: “Wat zouden wij dan samen kunnen doen?” “Awel” zegt de kip “spek en eieren!”. Dat maakt natuurlijk zin. Maar na even nadenken merkt het varken schuchter op: “Euh, wacht eventjes; eieren voor jou, dat is geen probleem. Maar voor dat spek moet ik er wel aan geloven!”

“En dan?” zegt de kip en trekt nonchalant haar vleugels op.

Advanced Automation for Space Missions figure 5 29

Automatisering

Een proces dat nog altijd loopt, en meer dan alle andere tot een reële verhoging van de productiviteit bijgedragen heeft, is de verdere automatisering van de arbeid, en daarmee gepaard personeelsbesparingen dus verkleining van A en ook nog eens van U. Maar daarmee zijn investeringen gemoeid. Die wegen niet enkel op U (door de noodzakelijke afschrijvingen) maar dienen ook een aanvaardbaar rendement voor het ingezette kapitaal op te leveren. Dat is dus iedere keer een rekenoefening. Er is geen algemeen geldige richtlijn, omdat de parameters die dit systeem bepalen doorlopend evolueren. Enerzijds is daar de loonkost, die de tendens heeft te stijgen, en aan de andere kant de kosten van automatisatieapparatuur, waar we een continu dalende beweging zien. Die beiden samen zullen dus een voortschrijden van de automatisatiegraad aandrijven. Daar is nog een zeer belangrijk maar weinig geobserveerd kantje aan. Machines werken meestal preciezer en vooral reproduceerbaarder, dan mensen. Dat aspect kan, vooral bij onderzoek, veel belangrijker zijn dan de directe besparingen. Robots kunnen de kwaliteit van laboratoriumonderzoek beduidend verhogen!

Recent stagneren de lonen (de reële toch), of ze stijgen toch maar minimaal en het prijsverval bij de automatiseringsapparatuur is ook trager dan gehoopt. Daardoor gaat de automatisering nog altijd gestadig verder maar aan een veel bescheidener tempo dan door sommigen verwacht. Dat is niet noodzakelijk slecht, want het geeft de maatschappij iets meer tijd om de ‘distorsie’ die deze evolutie met zich brengt te kunnen absorberen.

Wat ik tot hiertoe verteld heb waren de grote populaire thema’s van de vorige halve eeuw. Er zijn bibliotheken over vol geschreven. Dat was weliswaar niet allemaal een onverdeeld succesverhaal, maar de ondernemingen waren geen weerloze slachtoffers. Ze hadden nog altijd de optie in ieder individueel geval hun gezond verstand te gebruiken en sommigen deden dat zelfs, soms….

Voorden Spelende kinderen in een park

Tegendraadse Ontwikkelingen

Nu ontstaat er echter een situatie waarbij de ondernemingen die optie niet meer hebben: de maatschappij begint productiviteitsvernietigend te ageren. Ik verklaar dat aan de hand van een klein voorbeeldje.

Wij hebben hier in Vlaanderen een commissaris voor de kinderrechten. Nu is het niet zo dat Vlaamse kinderen onverdeeld goed behandeld worden. Er zijn er die mishandeld, misbruikt, ondervoed, medisch onvoldoende verzorgd, verwaarloosd etc. worden. En dat zijn dan nog maar enkel de grieven die ook onze progressieven naar voor zullen brengen. Die mogen dan, statistische gezien, eerder weinig voorkomen; ondraaglijk veel te veel is het altijd nog. Ik zou daar nog enkele klachten aan toevoegen over dingen die duidelijk frequenter optreden. Onze kinderen worden dermate bedorven en beschermd; gepamperd en excessief proper, zelfs steriel, grootgebracht, dat ze later zowel psychisch als ook fysisch (allergie) gedeeltelijk ‘unfit for life’ zijn. Ik ben er van overtuigd dat een kind het recht heeft op straat te ravotten met zijn vriendjes, zich vuil te maken, deugnietenstreken uit te halen, af en toe ruzie te maken en zich te bezeren. Wij ontzeggen onze kinderen dat alles. Daarmee doen we ze groot onrecht aan, maar dat wordt niet zo waargenomen en ik denk ook niet dat onze overheid zich daar zorgen over maakt.

Desondanks kan men zich vragen of we daarom een extra kindercommissaris nodig hebben. Onze overheid is in principe volledig in staat om met die problematiek om te gaan indien ze dat wil. Waarom dan een extra commissaris met een commissariaat, een staf (voor het topje van de ijsberg, zie: http://www.kinderrechtencommissariaat.be/wie-wie), een website en een budget? Dat kost toch allemaal bakken geld? En wat gaan die dan doen buiten rapporten schrijven (of zelfs eerder: laten schrijven)? Hier is nu het nieuwe: onze maatschappij laat zich meer en meer uitsluitend door emotie leiden. Als het woord ‘kindermisbruik’ valt schakelt ons verstand op nul. Iedere vorm van nadenken, vooral over kosten, lijkt dan abject immoreel. Dat is niet eens noodzakelijk verkeerd, maar men moet het zich wel kunnen veroorloven!

Maar let op, we gaan nog een stapje verder. We hebben recent ontdekt dat een aantal kinderen dakloos is. Het gaat in Vlaanderen over meer dan duizend gevallen. Natuurlijk is dat, statistisch gezien, een verwaarloosbaar aandeel van de populatie, maar emotioneel gezien zijn het er duizend te veel. Dus, zouden we denken: werk aan de winkel voor onze kinderrechtencommissaris. Hij gaat zijn mouwen opstropen en dat probleem resoluut aanpakken. Tja, zo tikken wij grijsaards, maar onze kinderrechtencommissaris denkt in een andere richting: hij pleit voor… de aanstelling van een commissaris voor kinderdakloosheid! En iedereen knikt en niemand stelt vragen. Dát is het eigenlijke probleem dat ik hier wil aanspreken.

Natuurlijk is dit voorbeeldje kwantitatief niet significant. Maar het signaleert wel de gevaarlijke mindset. Heel ons overheidsapparaat is overwoekerd door dergelijke constructies. Er zijn diensten opgericht waarbij ik toch grote vraagtekens heb, zelfs nog afgezien van de kosten. Wat dacht U, bij voorbeeld, van ‘dader-slachtoffer bemiddeling’? Zou alleen de naam al, op zich, niet een verkeerd signaal kunnen geven? Maar we hebben en betalen dat allemaal wel! Er is geen onderwerp te vinden waarvoor geen ‘dienst’ is opgericht, en nauwelijks een waarvoor niet minstens drie verschillende diensten, commissariaten, regeringen, niveaus… allemaal tegelijk bevoegd zijn en elkaar fris en vrolijk tegen werken. Dat is natuurlijk desastreus voor de productiviteit van onze overheid en daardoor voor die van de hele maatschappij. Daarbij blijft het jammer genoeg niet. Het verlies aan focus, het afleiden van mensen en middelen naar taken en doelen die met onze kernopgaven weinig of niets te maken hebben is lang geen monopolie van de overheid; het is een verschijnsel dat heel de maatschappij treft. Ook onze ondernemingen worden daardoor geraakt, en wel op een aantal manieren, zonder echte mogelijkheid om zich daartegen te weren.

Nu moeten we niet zo doen alsof onze ondernemingen enkel maar slachtoffers zijn van de maatschappelijke grillen. Ondernemingen bestaan uit mensen. Die maken deel uit van de maatschappij en werken mee aan haar vorming. Bovendien weten de ondernemingen zich maar al te gemakkelijk aan te passen om mee te kunnen profiteren - bij voorbeeld van allerhande subsidies en belastingvoordelen – en engageren zich daarvoor wat graag in – macro-economisch – onproductieve activiteiten. Dus zijn de ondernemingen, zoals wij allemaal, tegelijkertijd daders en slachtoffers in het maatschappelijk proces. Deze overweging heeft echter enkel een eerder ethisch karakter en beroert het fenomeen productiviteit absoluut niet. Onze overdreven obsessie met ‘de schuldige’ is overigens ook een sterk productiviteitsvernietigend fenomeen.

Guilty Justice Pillory Tied Up Caught 1013896

Onze ondernemingen zijn gedwongen op de inefficiëntie van de overheid met eigen inefficiëntie te reageren. Ze doen, op die manier, een ontzettende hoop werk die tot hun product niets bijdraagt maar enkel de eisen van de overheid vervult:

  • De totaal chaotische belastingwetgeving ‘verteert’ grote hoeveelheden resources in de vorm van eigen personeel, consultants en gespecialiseerde diensten aanbieders. Macro-economisch gezien vernietigt ze productiviteit, ook dan als ze, door het openen van achterpoortjes, de resultaten van een individuele onderneming virtueel verbetert.
  • Vergunningen allerhande vormen ook een enorm arbeidsintensief probleem.
  • De wildgroei van onze regelgeving leidt tot explosie van de juridische diensten en activiteiten.
  • Ons chaotisch klimaat- en energiebeleid veroorzaakt niet enkel onzekerheid en kopzorgen maar ook extra inspanningen.

Hoewel de lijst nog veel langer te maken is, denk ik dat deze voorbeelden volstaan om het fenomeen te zien. In de ondernemingen werken echter bovendien ook eigen, endogene, productiviteit verminderende processen. Daarvoor hebben ze geen overheid nodig.

De postmoderne mindset die onze maatschappij in haar greep heeft, wandelt namelijk met het personeel door de poorten van de ondernemingen binnen. Die mindset leidt er, zeer verkort uitgedrukt, toe dat we een bijna obsessieve dwang ondervinden om groot theater te maken over en veel aandacht, energie en resources te besteden aan nevenzaken die er weinig of niet toe doen.

Ik wil hier als voorbeeld even één belangrijk thema aansnijden: kwaliteit. Er zijn er nog veel meer. Ook ‘arbeidsveiligheid’ zouden we hier kunnen behandelen. We zouden het over ‘communicatie’ moeten hebben. Maar houden we ons aan dat ene voorbeeld.

quality

Kwaliteit

We wisten ooit wat dat is: een verzameling eigenschappen van onze producten en diensten. En dat is een van de belangrijkste drijvers voor ons economisch succes. Wat telt is dat onze producten en diensten consistent en betrouwbaar dat doen wat onze klant nodig heeft. Let wel, ik zeg “nodig heeft” en niet “wenst” of “verwacht” omdat die laatste weer categorieën zijn die gemanipuleerd kunnen worden, en dat wordt ook op grote schaal gedaan. Die manipulaties mogen dan tot spectaculaire korte termijn resultaten leiden; het is en blijft strovuur en kan nooit een voldoende basis zijn voor lange termijn succes van de onderneming.

We werden met onze neus op het probleem ‘kwaliteit’ gedrukt door de Amerikaanse automobielindustrie in de jaren 60. Die produceerden auto’s die er weliswaar goed uitzagen, maar in essentie was het schroot: als je de deur een beetje hard dichtsloeg viel de klink eraf. Hier zien we een gevolg van het postmoderne denken: de aandacht werd verschoven, weg van de essentie naar de verschijningsvorm. Maar de belangrijkste reden voor het kwaliteitsverval was dat zowel het kapitalisme als het communisme, weliswaar op heel verschillende manieren, erin geslaagd waren de arbeiders van het productieproces totaal te vervreemden. De mensen konden geen trots en voldoening meer putten uit hun werk en ze identificeerden zich niet meer met het product, nog minder met hun onderneming. Dat verschijnsel werd nauwelijks opgemerkt, maar het resultaat was … schroot.

De Amerikanen hebben heel lang gewoon geweigerd het probleem te zien. Maar toen ze dat toch deden was de reactie stormachtig. Ze waren toen door de Duitsers en Japanners al vrijwel van de kaart geveegd en het ging om hun existentie. Er ontstond een complete ‘kwaliteitsindustrie’ met seminaries, opleidingen, ISO normen, curricula in universiteiten, kubieke meters boeken, guru’s en gewone consultants van vlees en bloed, instituten die inspecties doorvoeren en certificaten uitgeven. ‘Quality’ werd een ‘buzz word’ en de aankomende manager met ambitie moest het minstens in iedere derde zin gebruiken.

En niemand die begreep dat heel die drukke bedoening hoogstens zijdelings een beetje met kwaliteit, in de zin van eigenschappen van onze producten, te doen had. Soms had het er helemaal niets mee te doen. Ik heb het cynisme ooit zo ver zien drijven dat enkele dure consultants ingehuurd werden die processen ‘documenteerden’ en dikke mappen volschreven, zonder dat die ook maar iets met de situatie op de werkvloer te doen hadden.

Natuurlijk is het een belangrijke troef als processen niet enkel gedocumenteerd maar ook grondig doordacht worden. Vanzelfsprekend is het noodzakelijk dat de arbeiders die processen niet enkel kennen, maar ook als de best mogelijke kunnen ervaren en accepteren. Dat gebeurde ook, soms, een beetje…

Desondanks verbeterde de kwaliteit in de Amerikaanse automobielindustrie opmerkelijk. Dat kwam echter door een ander fenomeen dat gelijktijdig optrad. Er werd geautomatiseerd, en men ging daarbij verder dan rendabele investeringen: automatisering omwille van de kwaliteit. Inderdaad, enkel beschouwd en behandeld als een verlenging van de machines is de mens de zwakste schakel in het proces en kan hij met aanzienlijk voordeel door automaten vervangen worden. Dat laatste gebeurde en het werkte. Dat is de realiteit.

Maar vraag nu de ‘experten’ waar het aan lag. Ze zullen bijna unisono zeggen: “The quality effort”. In waarheid was die laatste eigenlijk grotendeels niets meer dan een gigantische productiviteitsvernietiger.

Met dat alles is natuurlijk niet gezegd dat efficiëntie de ‘ultima ratio’ moet zijn die alles overtroeft. Dat laatste beweren de neoliberalen, en die hun kreten geloof ik evenmin onbezien als de beweringen van de groen-linkse progressieven of mijnheer Piketty. Natuurlijk blijft het wel een feit dat inefficiëntie altijd neerkomt op het verspillen van menselijke arbeid en/of menselijke ressources en dus in ieder geval kritisch voorzichtig te benaderen is. Maar misschien is het, van de andere kant, wel beter voor ons allemaal als de productiviteit niet te snel stijgt.

emotions

Wat me in heel deze aangelegenheid het meest verontrust is dat de recente stagnatie van de productiviteit ons verbaast. We veroorzaken ze toch overduidelijk zelf! Dat lijkt erop te wijzen dat wij met de maatschappij allerlei dingen doen waarvan we de consequenties niet begrijpen. Erger dan dat: we volgen spontaan onze emoties zonder ons zelfs maar om mogelijke consequenties te bekommeren. En dat moet gevaarlijk zijn.

Uw Dwarsligger

Bewaren