Print

europe downHoewel de saga nog lang niet is afgelopen, vonden we het tijd om ons te wagen aan een analyse vanuit een minder ‘populaire’ invalshoek die naar ons aanvoelen niet onbelangrijk is voor een goed begrip van het tot stand komen van een Brexit.

Dat er een referendum gehouden werd over het blijven of verlaten van de EU, was ondanks het democratisch karakter van dit initiatief, de eerste sterk controversiële actie waarop men in Europa negatief reageerde … toen het verkeerd afliep. Al was er ook wel een stem te horen die vond dat de Britten eigenlijk geen ‘goeie’ Europeanen waren en het voor de EU beter zou zijn, mochten ze er niet meer deel van uitmaken. Deze oprisping verdween snel toen bleek dat ook enkele EU-landen, waaronder Nederland en België economisch fel zouden lijden onder een Brexit.

We lazen heel wat verwijten, heen en weer, maar weinig zelfonderzoek. Of de EU door haar politieke keuzes (mede) oorzaak kon zijn van de Britse wens om de EU te verlaten, was een vraag die men angstvallig vermeed. Dat het Britse ‘nationalisme’ niet strookte met de plannen van de voorstanders van een ‘Verenigde Staten van Europa’ was vanaf het begin duidelijk. De Britten bleven hun ‘eigenste zelve’, de EU ontpopte zich tot een dominante speler die de lidstaten steeds meer in zijn greep kreeg en de Brexit als een aanval zag op haar dominante positie.

We beginnen met een introspectie over de EU, omdat het een verklaring kan zijn voor de ontwikkelingen in Groot-Brittannië. Het zijn tenslotte de Britse burgers die ‘eruit’ wilden en dat is op zich al een zeer ongewone en voor de meeste EU-lidstaten zelfs onwelkome wens.

Kritische beschouwingen over ‘ de overkant’


Inleiding

Dit stuk handelt niet over de Brexit, waar de kranten vol van staan. Vol verdraaiingen overigens. Over een Johnson die zogeheten de democratie de nek omwringt, terwijl het parlement weigert de wil van het volk uit te voeren. In ieder geval is die Brexit slechts een aanleiding om Groot-Brittannië aan de schandpaal te spijkeren, omdat het zogeheten anti-Europees, eigenzinnig en niet-solidair is.

Ik stel echter voor om eens naar de overkant te kijken: die van het continent. Misschien ligt de waarheid wel meer in het midden dan wat in ‘onze’ kranten te lezen staat.

Ik bespreek hierna kort enkele elementen die kritische waarnemers wel vaker opvallen.

Eerste element: EU-centralisme

Wie het ‘Verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa’ leest, zal het moeilijk hebben om één materie van betekenis aan te wijzen, waarvan de EU vindt dat ze zich daar niet mee moet bemoeien. Jammer genoeg wordt dit relatief dikke boekwerk door vrijwel niemand gelezen – anders zou onderhavige kritiek vaker opklinken. Hoewel.

Maar zelfs zonder die tekst ziet de kritische waarnemer wat er gebeurt: de EU gedraagt zich als een heus directorium, dat als een loden deken bovenop de nationale staten ligt en dat die nationale staten herleidt tot bijhuizen van de EU. Rik van Cauwelaert zei het eens als volgt: “de EU beveelt ons de 100 meter af te leggen in 10 seconden, en wij mogen bepalen hoe we dat doen”. De EU voert een schijndemocratische vertoning op, met zogeheten parlement en al – of die nationale staten láten zich in dat schimmige spel gebruiken, wat hetzelfde resultaat oplevert. Maar de bevolking voelt met de ellebogen dat de werkelijke beslissingen niet genomen worden in de gremia waarvoor zij gekozen hebben.

Het feitelijke EU-corpus wordt gevormd door een hele divisie ambtenaren, veelal hoog opgeleid en zwaar eurofiel want dat is voor hun uiterst voordelig. Dit is het medium waarin de politiek van de EU uitgebroed wordt. De EU-commissie speelt de rol van verbindingsofficier tussen een technocratische bureaucratie en het zogeheten parlement, hier en daar een zin veranderend als dat de positie van de betrokken “commissaris” goed uitkomt.

We hebben onvoldoende in de gaten dat regels altijd emergent zijn, dat wil zeggen: dat ze steeds weer nieuwe regels oproepen. Zo ontstaat een heuse diarree aan richtlijnen, besluiten en bepalingen, waar een kat haar jongen niet in vindt maar die onze vrijheid beknotten als een knellende dwangbuis.

Tegelijk met die uitdijing van Europese regels neemt de invloed van de kleinere lidstaten naar verhouding af. Ze worden trouwens in de rug gestoken door de “commissaris” die ze zelf hebben afgevaardigd maar zich na zijn/haar installatie vervolgens meer Europees opstelt dan dat hij of zij naar de belangen van haar of zijn vaderland kijkt.

Op die manier veroorzaakt de EU het ontstaan van twee politieke lagen. De ene, de Europese, waar de werkelijke macht huist. De andere, de nationale, die uitvoerend is en niettemin tegelijk verdacht wordt gemaakt omdat ze niet Europees genoeg is en haar eigenheid hoog wil achten. Deze laag wordt ervan beschuldigd nationalistisch te zijn – alsof de EU zelf dat niet minstens evenveel is.

Het erge is dat deze superstaat het zichzelf zelfs onmogelijk heeft gemaakt om aan de wensen van de bevolking gehoor te verlenen. Daartoe zou ze een hele reeks bevoegdheden weer moeten afstaan, zodat ze ervaren wordt als een natuurlijke aanvulling van de nationale staten. Maar dat wil ze niet, want ze wil die nationale staten weg: ze wil álle macht. Als ze toch gehoor zou willen vinden, moet ze dus in de plaats van de nationale staten treden en een unitaire structuur aannemen. Maar dat kan of durft ze niet en iedereen weet dat zulks ook haar einde zou betekenen. De afstand tot de bevolking zit dus in de EU ingebakken. Daarom moest Monnet verklaren dat Europa een superstaat moest zijn, die geleidelijk aan tot stand zou komen zonder dat de bevolking dat in de gaten heeft en die elke stap naar meer centralisme zou verantwoorden vanuit economische noodzaak. De EU kán gewoon geen open spel spelen.

De EU is een centralistische structuur die van nature volksvreemd is en waarin derhalve het wantrouwen ingebouwd zit, want bij een centralistische denkwijze is alles wat perifeer is per definitie verdacht.

Tweede element: de EU gedraagt zich als mogendheid

De EU gedraagt zich steeds meer als een heuse mogendheid. Dat moet de ijdelheid van de dames en heren commissarissen strelen, maar men vraagt zich wanhopig af wanneer wij, de belastingbetalende burgers, de EU-troep die bevoegdheid hebben verleend.

Nog recent vond de EU het nodig zich met de kwestie Hong Kong te bemoeien. Slim is dat, want zoiets zet de Chinezen op hun paard, waarop de EU vervolgens haar karakter als wereldmogendheid kan tonen door terug te bijten. Het komt er immers op aan zich in de discussies onder wereldmachten te wringen. Dan hoor je er meteen bij. Slim, maar volkomen ongewenst.

Diezelfde EU voelde zich diep beledigd toen de ambassadeurs op het Witte Huis werden ontvangen en daarbij de EU-vertegenwoordiger achterop moest komen, bij de vertegenwoordigers van tweede rang, zoals deze van de Afrikaanse Unie.

Er is weinig twijfel over mogelijk dat de EU een flinke hand had in de regimewissel in Kiev, want de EU kijkt begerig naar Oekraïne, dat ze zo graag zou inlijven. En dat doet dan weer zo verdraaid hard denken aan het landjepik dat in Europa honderden jaren lang de gewoonte is geweest. Nil novi sub sole, zeker?

Tegelijk voert de EU een achterkamerpolitiek. Hoewel men in die milieus zeker weet dat er volstrekt geen meerderheid is voor toetreding van Turkije, heeft de EU dat verhaal zeker niet afgesloten. Integendeel: in Straatsburg staat een heus Turks paleis trots te pronken als manifeste bevestiging van de blijvende aanwezigheid van Turkije in Europa.

Tegelijk bewerkt men de openbare opinie, om die ertoe te brengen de oprichting van een Europees leger te aanvaarden. Men zou, geleerd door ervaring, altijd achterdochtig moeten zijn bij dergelijke projecten. Maar er gebeurt niets. Integendeel: een slaafs meegaande pers vindt het niet eens de moeite om hierover uitvoerig te berichten.

Je zou denken dat het EU-parlement van zich zou laten horen. Niets daarvan: dat blijkt een brave kudde gedweeë schapen te zijn. Geen wonder, want zij is het product van veelal EU-gezinde partijvoorzitters die bepalen wie kansrijk op een verkiezingslijst terechtkomt…

Derde element: Een EU voor de vrede?

Dat was hét grote argument waarmee men ons de EU door de strot heeft geduwd. Het argument wordt nog steeds gebruikt, ook al rafelt het met de dag verder uit.

Want geef toe: we gaan naar Spanje of Italië met vakantie en gaan op weekeinde in de Palts om de plaatselijke Riesling te consumeren. We rijden naar Oostenrijk om te skiën. We organiseren tentoonstellingen van oude tractoren, die we in Duitsland en Groot-Brittannië bij elkaar hebben geraapt. We hebben vriendschappen over de grens en onze kinderen gaan met het zangkoor uit het dorp op bezoek in Polen.

De feiten leren ons dat vrijwel niemand onder ons een oorlog wil. Toch worden we er allemaal van verdacht oorlogszuchtig te zijn, zodat het nodig is ons in te bolsteren in een carcan dat ons zogeegd moet beletten de burgers van andere naties te lijf te gaan.

Hier klopt er toch iets niet.

Als de burgers geen oorlog willen, waar komt dan het gevaar van de oorlog vandaan? Dat kan, voor de simpele geesten die we allemaal zijn, alleen voortkomen uit de kokers van de lieden die de knoppen van de oorlog kunnen bedienen. De top zelf van de EU dus, die immers alle macht naar zich trekt. Men voorkomt dus een oorlog door onze vrijheid af pakken ten voordele van de enige groep lieden die bij machte is om een oorlog te beginnen? Meer zelfs: die zich daar concreet op voorbereidt, want volgens Juncker moeten alle bruggen in de EU versterkt worden omdat de tanks daar overheen moeten kunnen rijden. Hallo?

Bovendien is het de EU zelf die buitengaats gaat als ze in Kiev de confrontatie met het zwakke Rusland opzoekt. De waarheid is dat de EU de frontlijn gewoon verplaatst naar de grenzen van wat zij als haar gebied beschouwt. Maar het blijft een front.

Er zijn studies die laten zien dat slechts één op de zeven oorlogen plaatsvindt onder soevereine staten en dit aantal zakt nog wanneer we spreken over staten van het westerse type. Deze laatsten hebben immers vele mechanismen ontwikkeld om conflicten op de een andere manier te bemeesteren. Door de frontlijn te verplaatsen zoals de EU doet, wordt ze ook veel langer, waardoor een indammingspolitiek moeilijker wordt, omdat er meteen een heel continent bij betrokken wordt.

Door het “nationalisme” te willen uitroeien (dixit Frans Timmermans) schept de EU bovendien onnodig interne spanningen die kunnen uitlopen op een separatisme, zoals het geval is in de Brexit. Dat roept op zijn beurt een nog strakkere reactie van de EU op, ook al om anderen af te schrikken om de Britten te volgen.

Dat kan allemaal niet goed zijn.

Vierde element: voldoende macht tegenover multinationals?

Ook dit is een mes dat langs twee kanten snijdt. Denken we even aan het geval van glyfosaat, gekend als Roundup. Het is een heel succesvol product. Of het schadelijk is of niet, weet nog steeds niemand met zekerheid te zeggen, ook niet binnen de EU. Bayer heeft immers geld genoeg in huis om wetenschappers en juristen in te huren om de tegenstanders van antwoord te dienen. Het gevolg is dat de vraag omtrent de schadelijkheid nog steeds niet definitief beantwoord is. Dat zal zo blijven, omdat de belangen veel te groot zijn.

Deze gedachtegang steunt op de feiten in de VS, waar de Bush-regering met succes werd bewerkt om de belangen van Bayer te bewaren. Het is veel beter doenbaar om één machtscentrum te bewerken, dan vele, die alle telkens weer overtuigd moeten worden en waarbij er altijd wel enkelen zijn die toch dwars liggen. Multinationals haten de spreiding van macht en middelen. Bovendien gaat het allemaal om heel veel geld, zodat het de inspanning waard is.

Wie multinationals wil aanpakken, moet dat op wereldschaal doen. Intussen hebben we nog niet zo vaak grote successen mogen noteren van de EU tegenover multinationals. 

Conclusie

Het lijkt niet meteen zo, maar wie deze korte opmerkingen doorleest, herkent een duidelijk patroon.

De Brexit kwam er door voornamelijk interne Britse factoren, niet in het minst door de massieve immigratie. Daar heeft vooral de Britse Jan-met-de-pet last van.

De EU gedraagt zich als een heuse staat, zowel naar binnen toe als naar buiten. Ze heeft lak aan de zorgen van Jan-met-de-pet en ze beseft dat. Ze zou dus wel eens last kunnen krijgen met gelijkaardige interne factoren als in Groot-Brittannië. Dus moet het haar onwelgevallige nieuws als nep-nieuws worden bestreden en moet de nationale staat worden onderuit gehaald, want diezelfde Jan zou zich daar wel eens mee kunnen identificeren – tégen de EU. En dus haalt ze alle middelen uit de kast om die nationale identiteiten af te breken.

Sommigen hebben een heuse ‘Verenigde Staten van Europa’ op het oog, wellicht met culturele smeltkroes en al. Ze weten alleen niet dat die Amerikaanse smeltkroes niet echt bestaat.

Anderen zeggen niet zo ver te willen gaan, maar beogen in ieder geval de definitieve onderschikking van de nationaliteiten aan de EU-machtsstructuur en de uitbouw van de EU tot een heuse monsterstaat.

Een van de belangrijkste methoden om dat doel te bereiken is het bevorderen van de immigratie, want daardoor wordt de eigenheid van de volkeren verdund. Dat verklaart waarom de EU zo weinig doet om haar zogeheten buitengrenzen af te schermen. Overigens hebben EU-middens nog niet zolang geleden verklaard dat Europa 150 miljoen immigranten nodig heeft om zijn bevolking op peil te houden. De vraag is dan: is wat overblijft de naam Europa nog waard? Of is dat niet eerder een groot machtscentrum in handen van een technocratische elite, die zich verder geen lor aantrekt van wat er aan de basis gebeurt?

Een andere methode om haar doel te bereiken bestaat eruit alle “interne belemmeringen” weg te halen. Zo wist Frans Timmermans te vertellen dat de economische en sociale situatie in de hele EU gelijk moest worden. Hij moet geweten hebben welke gigantische consequenties dat voor de welvaart van West-Europa heeft.

Het feit zelf dat zo’n politiek zelfs maar gevoerd wordt, is het zuiverste bewijs dat de EU totaal onbetrouwbaar is. De EU is een gevaar voor de volkeren van Europa.

Er is meer: de EU liegt, want precies in de schoot van die volkeren ontstonden er initiatieven zoals de Europeades, in Vlaanderen in gang gestoken door overtuigde Vlamingen. Als het aan het volk ligt, zullen er echt geen oorlogen uitbreken! Het kan niet dat men zulke dingen in EU-kringen niet weet. Dat opnieuw laat geen andere conclusie toe dan dat de EU-top haar eigen lucratieve agenda volgt, gevolgd door een schare tweederangs eurofiele meelopers, die ook een graantje hopen mee te pikken.

Het ziet er al bij al naar uit dat de tijd van de simpele argwaan voorbij is en die van het verzet is aangebroken.

 

De Brexit is een aanleiding om over dat verzet na te denken.

Voor een ander Europa.