HSR 02Gastauteur Dr Eric Blondeel: De “hockeystick” curve was de cover van het IPCC 2001 rapport, en heeft zijn naam ontleend aan de vorm van de grafische curve van Dr. Mann die de temperatuur in de tijd weergeeft. Gekoppeld aan de CO2 concentratie vertolkte deze grafiek het verhaal van de catastrofale antropogene opwarming door CO2.

 

De grafiek was iconisch enerzijds door de commotie rond mogelijke wetenschapsfraude, en anderzijds overheerste dit icoon van de klimaatbeweging de media en de conferenties van Kyoto en Parijs die verdragende CO2 maatregelen voorstelden. Die maatregelen zijn alles behalve onschuldig. De gevolgen worden nu langzaamaan zichtbaar en voelbaar door de explosie van de energiekosten en stijging van de armoede. Dit is niet conform met het “Hartwell paper” en verontrust terecht een overgroot deel van de bevolking. In Nederland leiden klimaat en milieu (PAS en PFAS) maatregelen momenteel tot een blokkering van 18 000 bouwaanvragen en komt de tewerkstelling in gevaar.

Het IPCC vermijdt vanaf 2007 het gebruik van de hockeystick. De vraag is of deze nog enige waarde heeft na 25 jaar voortschrijdend inzicht van de wetenschap en bijgevolg of de overeenkomsten van Parijs gebaseerd zijn op al dan niet foute wetenschap. Hier volgt een beperkte bespreking van een paar cruciale elementen.

Temperatuur

De grafiek hieronder links is deIPCCFARFigure 7.1c . De grafiek rechts verscheen in het IPCC TARWG1 rapport 2001 summary en schokte de wetenschap door het verdwijnen van de middeleeuwse Warme Periode (MWP) en de kleine ijstijd uit het IPCC1990 rapport en doet vragen rijzen (bemerk de bij de hockey stick de in rood aangegeven jaarlijkse temperatuurmetingen waar verder op terug gekomen wordt). Welke van de twee grafieken vertolkt ernstige wetenschap?

HSR 01

De kernvraag is: hebben we het hier te doen met manipulatie ( wetenschapsfraude) of onvoldoende zorg en kennis van de auteurs? Dit debat werd gevoed door climategate ( nov. 2009), dat een deel van het e-mailverkeer tussen de wetenschappers vrijgeeft en aantoont dat er, naast de “verdwijning” van de Medieval Warm Period (MWP) en het divergentie probleem, ook een strijd tussen wetenschappelijke groepen bestond. Hier bleek tevens dat het “zelfregulerend mechanisme” van cash flow en publiciteit onder wetenschappers in de klimaatwetenschap niet goed werkt, waarschijnlijk omdat de “klimaatwetenschap” op zich niet bestaat en sterk multidisciplinair is.

De achtergrond is dat thermometer registraties niet bestonden voor 1850. Voor het verleden worden proxy series (groepen van homogene metingen zoals boomringen, sedimenten, ijskernen) gebruikt, de bestudering daarvan behoort tot de paleoklimatologie. De proxy meetresultaten zijn tijdseries die een temperatuur afhankelijkheid vertonen. De temperatuurextractie gebeurt via deconvolutie met een transformatie van het tijddomein naar het frequentie domein waarbij bewerkingen met algoritmen worden uitgevoerd. Door de complexiteit is een veelvoud aan benaderingen mogelijk met evenveel verschillende resultaten.

Het aanvankelijk resultaat startte met twee grafieken behorende tot de groep van Mann (VS) en van Jones en Briffa (UK), deze van Mann vertolkte het meest uitgesproken de boodschap van catastrofale klimaatopwarming door CO2, die belangrijker bleek te zijn dan de inhoud en Mann in beeld bracht. Hij gebruikte een afwijkend algoritme MBH (Mann, Bradley en Hughes) genoemd. Dit algoritme bleek bij niet robuust en onvoldoende getest te zijn, het leverde dominant “hockeystick” resultaten zelfs met random reeksen wat niet normaal is. Daarbij werden de proxy meetresultaten (enkel boomringen) selectief gebruikt, zo vermeldt Climategate “Mike’s trick” to hide the decline (émail van Jones op 16 nov. 1999) dat op selectieve wijze het hockey stick effect versterkte.

Ondanks de latere publicatie van het algoritme en reeksen op Manns website was het onmogelijk om de resultaten te herhalen ( essentieel, zeker onder “peer review“). Er ontbraken enkele elementen waar hardnekkig werd naar gezocht zelfs via “reverse engineering” maar zonder resultaat. De laatste hoop was gericht op de rechterlijke macht enerzijds door de uitbreiding van Climate gate naar Arizona en anderzijds de 2017 minnelijke schikking van Mann v/s Ball die Mann oplegde de ontbrekende schakels te publiceren. Hoewel Mann de rechtszaak in 2012 had aangelegd heeft hij in 2019 de klassering verkozen met een veroordeling tot alle rechtskosten (ca 3 Mio$) boven de vrijgave. Dit versterkt nog meer het gevoel van mogelijke fraude maar is nu onbewijsbaar. Vermoedelijk beoogde Mann met een “SLAPP” rechtszaak Ball het zwijgen op te leggen door “uithongeren”. Dit mislukte (door fundraising) en nu laat Mann liever de kosten betalen (door Penn state Univ, dus de belastingbetaler) dan het risico te lopen dat fraude bewezen kon worden. Merkwaardig is dat het intern onderzoek door Penn State Univ Mann vrijsprak ondanks de onmogelijkheid de resultaten te dupliceren, waarbij Mike’s trick uitgelegd werd als een poging om de resultaten toegankelijker te maken. Voor de mensen die niet afgeschrikt worden door een wetenschappelijk artikel is de onbezoldigde studie van Conolly (2014) interessant.

Het IPCC was in opspraak gekomen door de wetenschappelijke controverse en trachtte deze te beslechten met figuur 6.10b uit IPCC AR4 WG1, die de “spaghetti mix” grafiek genoemd, die de resultaten weergeeft van 12 modellen (MBH1999 is van Mann). De “hockeystick” lijkt zoek.

HSR 02

 

Bemerk dat de “Instrumental “ (gemeten waarden) hier niet echt thuishoort en vermoedelijk bedoeld is om een (beperkt) hockey stick beeld te behouden want de modellen blijven meestal onder 0.0. Enkele modellen vertonen een beperkte MWP en kleine ijstijd, zij het minder uitgesproken dan de 1990 IPCC-grafiek en de MWP temperatuur is nog steeds laag, de divergentie in de berekeningsmodellen ondersteunen geen consensus. Van een sterke “hockeystick” boodschap voor een catastrofale klimaatopwarming blijft weinig over.

 

HSR 03

 

Bovenstaande grafiek vat het scherp samen. De zwarte lijn is het MBM1998 van Mann bekomen door schrapping van ongewenste gegevens en het vervangen van het divergentieprobleem (Briffa’s divergence) door thermometerwaarden, de puntlijnen in groen en rood tonen de manipulaties.

De Hockey stick grafiek zou in de wetenschappelijke literatuur onder fraude vallen, omdat deze uit twee totaal verschillende onderdelen bestaat die niet expliciet gekentekend worden en daardoor misleidend zijn. Het linkse deel in de grafiek van het 1990 IPCC-rapport is door heftige mathematische behandeling bijna een trendlijn geworden, alle hellingen zijn grotendeels weggewerkt. Mocht dezelfde procedure eveneens toegepast zijn op de rechts afgebeelde instrumentale reeks (thermometermetingen) dan zouden ook deze hellingen grotendeels weggewerkt zijn waardoor het rechtse hockeystick deel nauwelijks te onderscheiden zou zijn, en zeker geen hockeystick beeld zou weergeven.

CO2 behandeling

Het CO2 verhaal is nog complexer. Het CO2 hockey stick-achtig verloop wordt gerealiseerd door een combinatie van de Callendar grafiek die (geselecteerde) resultaten van lucht en ijskern boringen van voor 1958 combineert, en de Keeling curve voor post 1958 resultaten bekomen met op infrarood technologie gebaseerde valwind metingen op de Mauna Loa vulkaan ( 4000 m hoog) op Hawaï, een betwistbare keuze (daarom ‘genormaliseerde’ metingen) voor (universele) CO2 achtergrondmeting. Een stabiele CO2 atmosfeer is er niet, enkel de Zuidpool vertoont weinig fluctuaties.

Callendar’s idee was om antropogene CO2 aan de temperatuursverandering te koppelen, hij koos via “Callendar’s best guess” om een combinatie te vormen van uitgesorteerde luchtmetingen (o.a. de omcirkelde waarden in fig1) en ijskern boringen die binnen 10% van het gemiddelde liggen. Later werd deze gedachte overgenomen door het IPCC.

HSR 04

HSR 05

De rechtse figuur geeft een ander voorbeeld van selectiviteit en zelfcensuur op meetwaarden. De Byrd ijskern resultaten van Neftel et al., tonen met de punten en staven de 1982 publicatie met meetwaarden tot 500 ppm, het grijze deel is de 1988 publicatie in Nature beperkt tot 290ppm. Waarden van meer dan 2000 ppm werden door meerdere onderzoekers gerapporteerd.

Over de ijskern boringen is Jaworowski kritisch om vele redenen, hij wijst op (vermoeden van) fraude bij het samenbrengen van de ijskern boringen en de CO2 luchtmetingen op Mauna Loa.

HSR 06 

Om de koppeling van Callendar en Keeling mogelijk te maken werd de CO2 van de Siple ijskern 83 jaar jonger gemaakt. Naast de “ice age” werd daartoe “enclosed air age” gedefinieerd. De verantwoording komt hierop neer dat zolang de sneeuwsubstantie (firn) die samendrukt onder haar eigen gewicht een dichtheid heeft lager dan 850 kg/m³ ( laagdikte rond 72m) de poriën open zijn en via diffusie communiceren met de buitenlucht. Bij hogere dichtheid sluiting de bellen met daarbij de aanname dat deze gevuld zijn met de buitenlucht. De tijd om tot deze densiteit ( of bellenvolume) te komen wordt afgetrokken van de ijstijd om de “ingesloten lucht tijd” te bepalen. Schwander et all schrijft” therefore the age difference between ice and enclosed air was taken to be equal to the age of the ice at pore close-off.” Cru gezegd de ca 72 m dikke firnlaag ( druk ca. 5 bar) mag verwaarloosd worden ondanks de mogelijkheid van quasi ondoordringbare lagen. Toegepast op Siple van Fig1 geeft het model een verjonging 95 jaar , een afwijking van 12 jaar met Keeling curve. Dit steekt schril af met de “perfecte” Law Dome fig1 curve. Neftel et all geven aan dat CO2 fluctuaties over een periode van minder dan twee maal de inkapseltijd ( van 134 tot 500 jaar) niet detecteerbaar zijn of opgebouwd kunnen worden door deconvolutie. Dit levert een sterke uitvlakking en is in conflict met de sterke fluctuaties van de historische luchtmeetwaarden zoals Fig.1. Eenmaal ingekapseld op deze hoge druk blijven diffusie, chemische reacties en bacteriën werking mogelijk die de meetwaarden verstoren. De ijskern resultaten blijven wetenschappelijk nog steeds een heet onderwerp.

De vooringenomenheid van de CO2 wetenschappers is groot, dit bleek al bij Callendar ( o.m. Fig. 1) en Keeling, Jaworowski levert vanaf blz. 40 informatie over de vooringenomenheid bij verwerking van de metingen.

De grootste vooringenomenheid zien we bij het verwaarlozen van Beck’s resultaten samengevat in de 2007 publicatie en extract, hij analyseerde voor zijn doctoraatsthesis 90 000 CO2 metingen in de lucht (op chemische basis met een nauwkeurigheid <3%, deels uitgevoerd door twee Nobelprijswinnaars) vanaf 1812 tot 1961 voor gans het Noordelijk Halfrond, van Alaska tot China. Ter verdediging voert Beck 7 elementen aan, hij stierf in 2010. Het (gemiddeld) resultaat is de groene lijn in onderstaande grafiek.

HSR 07

De resultaten zijn vernietigend voor de evenwichtshypothese tussen CO2 en temperatuur van Callandar en Keeling waar het IPCC op steunt, er zijn twee perioden van ca. 20 jaar, rond 1820- 1850 en 1942 met CO2 emissies even hoog als nu, daarbij is een sterke koppeling tussen CO2 en temperatuur afwezig.

De Beck resultaten staan diametraal op het IPCC verhaal. 380 technische artikelen ten spijt wordt het bestaan van deze metingen genegeerd. De kritiek op zijn resultaten is misleidend omdat deze niet voldoet aan de huidige inzichten en procedures (geldt eveneens voor Callendar), geen achtergrond CO2 aanleveren (Massen komt tot een gering verschil) en dat onvoldoende CO2 massa beschikbaar/verwerkbaar zou zijn op en door de aarde voor de 1942 piek. Deze piek vanaf 1932 tot 1943 is niet lokaal en bevatte metingen uit Finland, Zwitserland en India. De piek van 1855 is gebaseerd op 1250 metingen vanaf 1850 tot 1871 met 5 meetseries uit Duitsland, VK (zuid, midden en noord) en Frankrijk en is ook te zien in fig1. Dat de 1850 piek niet gedetecteerd werd door de ijskern boringen is logisch want zijn periode van ca.20 jaar ligt ver onder de resolutiegrens van Neftel (bv. Siple is dan 190 jaar) anderzijds is voor de 1942 piek de inkapseltijd nog niet bereikt. De belangrijkste boodschap van Beck is dat CO2 een sterke variabiliteit vertoont die volgens de huidige IPCC gedachte onmogelijk is. De redenen zijn onbekend, de 1942 piek kan gekoppeld worden aan de hogere piektemperatuur van het noordelijk halfrond maar even goed kunnen bijvoorbeeld geologische (tektonische) effecten een rol spelen (in de oceanen zijn er meer dan 2 miljoen vulkanen en 60 000 km aardspleet) waarbij de oceaanbodem als bron van CO2 functioneert. Dit sluit aan bij het na-ijlen van CO2 op de temperatuur, voor het noordelijk halfrond is dit 5 à 6 maand ( effect vegetatie), op Mauna loa 11-12 maand (zeewater) en de Vostok ijskernen 800 tot 1000 jaar (enorme tijdschaal).

De conclusie is dat CO2 sterk fluctueert om nog onbekende redenen en dat de huidige concentraties in het Noordelijk halfrond eveneens gemeten werden rond 1820-1850 (pre-industrieel) en rond 1942.

Voor de wetenschap is het de hoogste tijd om de zelfcensuur en de achterhaalde enge IPCC visie op CO2 te doorbreken.

Conclusie

  1. Het is wetenschappelijk onaanvaardbaar dat in de klimaatwetenschap het in lijn brengen van modellen en meetresultaten niet gebaseerd is op het aanpassen van de modellen maar op het bijsturen van de metingen.

  1. De “Hockey stick” blijkt een wetenschappelijk moeras te zijn, maar dan een met verdragende gevolgen, vooral een lange termijn verarming van Europa en het onderdrukken van de ernstige wetenschappen. Waarom de reguliere wetenschap bij een dergelijke ondergraving van haar bestaan passief blijft is onduidelijk, een mogelijkheid is het vrijwaren van de stroom aan fondsen.

  1. Het is een bevreemdende situatie, alsof een slang haar eigen staart opeet. Enerzijds ondersteunt de gemeenschap een “consensuswetenschap” die enerzijds fout gestuurde berekeningswijzen koppelt aan misinterpretaties waardoor meningen feiten worden en omgekeerd, en anderzijds verwacht dat dergelijke fake wetenschap problemen kan oplossen, dit is hallucinant.

 

Dr ir Eric Blondeel