Print
Hits: 763
vraagtekenDe gerechtszaak aangespannen door de VZW Klimaatzaak tegen het Belgische regering roept grote vragen op. Dat het zogenaamde "Akkoord van Parijs" (net zoals overigens het Marrakesh-akkoord) géén bindend akkoord is en dus géén afdwingbare doelstelling, lijken de Nederlandse activistische rechters die oordeelden over een gelijkopende Urgenda-zaak vergeten te zijn. En in België?
In België wordt het allicht surrealisme van de bovenste plank, want stel u maar even voor dat elke drukkingsgroep naar de rechter kan stappen wanneer de regering haar regeerprogramma niet volledig uitvoert.
 
Deze bijdrage van onze Nederlandse Dwarsligger is een reactie op een artikel in Knack "'De rechter doet niet aan politiek in de Klimaatzaak', waarin Hendrik Schoukens, Milieujurist verbonden aan de UGent en schepen voor Groen in Lennik, beweert dat rechter in deze zaak wel degelijk het laatste woord heeft en een dwangsom kan opleggen aan de Belgische staat.
 

Lees even mee:

 
Hier wordt het recht voor het karretje van de klimaatactivisten gespannen, terwijl nergens duidelijk wordt gemaakt dat onze burgerrechten worden geschonden. 
 
In geval van luchtverontreiniging met schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid - bijvoorbeeld een drukke snelweg midden door een woonwijk aanleggen, zonder preventieve maatregelen te treffen om te voorkomen dat bewoners aandoeningen aan de luchtwegen krijgen, dat is juridisch te rechtvaardigen. Maar in dit geval kunnen noch de Hoge Raad (waar dan ook) en de eisers aannemelijk maken dat bepaalde maatregelen of het uitblijven daarvan door de staat (i.c. de Belgische federale overheid of de Nederlandse rijksoverheid) causaal tot het schenden van mensenrechten (zullen) leiden. Immers, daarvoor zijn de bijdragen van beider landen aan de wereldwijde uitstoot van verontreinigende gassen te gering. 
 
Ik heb toen de Urgenda-zaak in Nederland speelde ook met mijn jongere broer - zelf jurist - gesproken en we vonden het beide onbegrijpelijk dat de landsadvocaat dat argument niet heeft gehanteerd. Maar goed, die moet des meesters stem spreken; die van de regering.  Zijn verweer (of het gebrek daaraan)  moet dus een politiek besluit geweest zijn. 
 
Maar deze meneer sleept er argumenten. aan de haren bij, waar elke goede advocaat gehakt van had moeten maken en waardoor de rechter niet anders had gekund dan de eisers in het ongelijk te stellen. 
 
Er zit nog een aspect aan. Als deze lijn van redeneren wordt doorgetrokken, dan kunnen wij bijvoorbeeld een geding aanspannen bij de HR en eisen, dat de staat meer geld voor defensie en politie uittrekt, omdat onze landen momenteel niet in staat zijn om de bevolking tegen welke bedreiging dan ook te beschermen. Dat er geen imminente en onmiddellijke dreiging zichtbaar lijkt, doet daar niets aan af, want kan wie dan ook garanderen dat er nimmer een aanslag zoals die op 11 september 2001 op onze bodems zal plaatsvinden, dat er geen nucleaire ballistische raket per ongeluk op onze landen zal worden afgevuurd en dat de spanningen tussen de NAVO en Rusland nimmer zullen escaleren? 
 
De Nederlandse rechter schept een gevaarlijk precedent, dat burgers in staat stelt op de stoel van politici te gaan zitten en van de democratie wèl een vodje papier te maken. Sterker nog, het verheft groepen mensen die zeggen in het algemeen belang op te treden en rechters tot de hoogste toetssteen van rechtsstatelijkheid en verwijst daarmee de stem van de kiezer en de uitwerking daarvan in regeringsbeleid naar de prullenbak. Nu hoeft ook niemand meer te protesteren; de gang naar de rechter volstaat en de regering heeft dan te volgen. 
 
In geval van zaken waar de overheid inderdaad nalatig is en directe of indirecte schade berokkent aan burgers of hun bezit, is dat andere koek, maar aangezien het causale verband hier volkomen ontbreekt, is dat hier niet aan de orde en derhalve pertinente nonsens. Landen die tienden van procenten van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen uitstoten kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor de theoretische mogelijkheid (!) dat het klimaat verandert door hun toedoen. Want het is behalve niet causaal te rechtvaardigen ook nog eens buitenproportioneel. Deze redenering zou er - indien doorgetrokken - toe kunnen leiden dat een toekijkende voorbijganger van een moord een hogere straf krijgt dan de dader zelf, 'omdat hij niet ingreep.' Dat houdt geen steek. 
 
Maar ik vrees dat rechtenstudenten vandaag de dag niet meer in logica en rechtsbeginselen worden onderwezen, maar in sofisme; buig alles door retorische kunstjes in uw voordeel om. Maar dat is geen recht, dat is krom. Had deze meneer dezelfde stelling bij mijn toenmalige hoogleraar staatsrecht geponeerd, dan had hij hem met een zware onvoldoende en een bindend studieadvies (ga moderne kunsten studeren) naar huis gestuurd. Dat Nederlandse raadslieden er in mee zijn gegaan, is eveneens tekenend èn alarmerend voor de staat van ons recht en de innerlijke werking daarvan. 
 
Dat moet nodig aan de kaak worden gesteld.