De Standaard

  • Nieuwsbrief Nr 29 Pjotr's Dwarsliggers 1juni 2017

     

    Wanneer Wetstraatkenners hun hart luchten
     
     
     
    In Knack verscheen op 17 mei een interview met Rik Van Cauwelaert en Guy Tegenbos. Daarin rekenen ze af met de politieke waan van de dag. 'Zijn we nu helemaal zot geworden?'

    Ze zijn niet mild voor ‘schertsfiguren' als Geert Wilders en Abou Jahjah die te veel media-aandacht krijgen, maar sluiten evenmin hun ogen voor de oorzaken van de opkomst van Trump, en dat meer dan 40 % van de Franse kiezers in de eerste ronde stemden op extreem links of rechts bewijst dat de antisysteempartijen ook in Europa in opmars zijn.

    Enkele interessante uitspraken aangevuld met onze dwarse bedenkingen

    Over het succes van antisysteempartijen
    Guy Tegenbos (GT): Er zijn in Europa veel mensen die zich niet vertegenwoordigd of beschermd voelen. Tot de jaren zeventig zorgden de katholieke, socialistische en liberale zuilen er nog voor dat de hele bevolking op de een of andere manier geïncorporeerd werd in ons bestel. Toen bestonden er géén antisysteempartijen.

    Dwarsliggers: Niet alleen het afkalven van de zuilen is oorzaak van de opkomst van antisysteempartijen. Een deel van de schuld ligt bij de particratie: partijen die een eigen leven gingen leiden en vervreemden van hun basis. Datzelfde overkwam ook de zuilen zoals de ARCO affaire voldoende bewees (de christelijke middenveldorganisaties die meededen aan een hoogst risicovol bankenbeleid dat resulteerde in het failliet van ‘hun' bank, DEXIA, waardoor hun coöperanten, dikwijls ook vrijwilligers, hun 'spaargeld' verloren). Het ontbreekt zowel de politieke partijen als het middenveld aan geloofwaardigheid en fatsoen - getuigen de regelmatig opduikende schandalen. Net nu de mensen meer houvast zoeken, blijven de partijen en het middenveld zweren bij oude formules in plaats van zichzelf in vraag te stellen.

    Over vakbonden
    Rik Van Cauwelaert (RVC): Onze vakbonden hebben twee treinen gemist. De eerste is die van communautaire zaken: ze dachten dat tegen te kunnen houden, maar dat is niet gelukt. De tweede is die van Europa: ze hebben niet gemerkt dat alle staatshoofden en regeringsleiders ermee instemden om de macht over de begroting en overheidsfinanciën over te hevelen naar Europa, zodat we nu vallen onder de strenge begrotingsnormen van de Europese Unie.

    Dwarsliggers: De vakbonden en andere middenveldorganisaties hebben altijd vastgehouden aan een dijzige federale constructie. Zowel vakbonden als mutualiteiten beroepen zich daarvoor op de voordelen van een schaalvergroting (samen met de Franstaligen). Dat is een drogreden. Als hun prestaties werkelijk afhankelijk zouden zijn van het aantal leden, dan ligt een veel betere organisatie voor de hand: schaf de partijkleurtjes af! Een fusie van de Vlaamse socialistische, ‘katholieke' en liberale vakbonden zou veel méér leden opleveren, alleen minder postjes voor ‘grote meneren'. Idem voor de ziekenzorg en mutualiteiten. Alles draait om geld en macht. Aan zij die de mond vol hebben van gelijkheid maar zelf zorgen voor ongelijkheid in de dienstverlening: samen kan het beter voor iedereen.

    Over Europa
    RVC: In België moet het parlement elke aanpassing van de grondwet goedkeuren met een tweederdemeerderheid. Maar de overdracht van onze essentiële sociaal-economische bevoegdheden naar de Europese Unie is met een gewone meerderheid goedgekeurd.
    GT: Je beschrijft die sluipende besluitvorming perfect, Rik, maar ik vind het juist goed dat heel wat zaken op Europees niveau gereguleerd worden. België heeft Europa nodig, want zonder de Europese karwats zijn de politici van dit landje niet in staat om een begrotingsdiscipline aan te houden. (…) In Nederland heb je het Planbureau en de Wetenschappelijke Raad, die adviezen formuleren die de politiek niet naast zich neer kan leggen. Bij ons heeft de politiek het gezag van instellingen als de Nationale Bank en het Planbureau vernietigd door er te veel pipo's te benoemen.

    Dwarsliggers: Dat Tegenbos beweert dat België een Europese rentmeester nodig heeft, kan alleen maar gelezen worden als het onvermogen van de Belgische politieke klasse om zelf te zorgen voor budgettaire discipline. Van Cauwelaert hekelt de lichtzinnige manier waarop de machtsafstand ten voordele van Europa tot stand kwam en verwijst daarbij naar de grendelwetgeving, zowat het tegenovergestelde, waardoor de federale besluitvorming leidt tot een totale politieke verlamming. Dat de particratie zo'n hevige voorstander is van meer Europa is begrijpelijk: anders zouden ze het zelf moeten doen, terwijl het nu hún schuld niet is: bange leiders, slecht bestuur.

    Over het confederaal model
    RVC: Een confederaal model is de enige oplossing voor ons land. Ik ben er dus voor, niet omdat ik separatist ben of iets tegen de Walen heb. Maar laten we een keer ophouden met elkaar de schuld te geven. En laten we het zo organiseren dat we naar eigen inzicht kunnen handelen. Maak dus een lijstje op met wat we nog samen willen doen - defensie en justitie, bijvoorbeeld, zoals dat kan volgens artikel 35.

    Dwarsliggers: Dat goed bestuur niet meer mogelijk is na zoveel compromissen ‘à la belge' wordt door heel veel Belgen gedeeld. Zelfs de Franstalige socialistisch toppoliticus Guy Spitaels besefte (lang geleden al in Knack) dat confederalisme de enige optie was voor ons land. Men hoeft inderdaad geen separatist te zijn om de beide grote gemeenschappen zelf hun beleid te laten bepalen en betalen. Dat sluit overigens bovenop de Europese geen (transparante) confederale solidariteit uit met zwakker presterende gemeenschappen. De Vlaamse politieke partij die voor de verkiezingen voluit kiest voor dit positief project “confederalisme is goed bestuur” wint de verkiezingen in 2019 (althans volgens de Simpele Duif).
     

    Of een confederaal model via de invulling van artikel 35 van de Grondwet mogelijk is na de verkiezingen van 2019, hangt naar onze mening niet af van een desastreus verlies van de Franstalige PS zoals Van Cauwelaert denkt. Het zou wel de zaken vergemakkelijken. De énige afweging die allesbepalend is gaat over de vraag of de Vlamingen dezelfde rechten hebben als de Franstaligen? Namelijk, wanneer de Franstaligen het recht hebben om NEEN te zeggen wanneer de Vlamingen een voorstel (politieke solidariteit) doen dat hun niet zint, en alles blokkeren, dan hebben de Vlamingen evengoed het recht om de status quo (financiële solidariteit) die de Franstaligen eisen, te weigeren en de regeringsvorming eveneens te blokkeren. Bedenk dat er is géén goedkopere regeerperiode geweest is dan toen de federale regering in 'lopende zaken' was (26 april 2010 tot 6 december 2011). Ontslagnemend en toch in staat om in april 2011 gevechtsvliegtuigen in te zetten in Libië, je moet het maar doen!

    Over democratie
    RVC: Ik ben verbaasd door de snelheid waarmee de intellectuelen het systeem willen opgeven. Onlangs beweerde iemand in de Frankfurter Allgemeine dat 'iedereen voortaan een test zou moeten afleggen om te bewijzen dat hij wel bekwaam is om te stemmen'. Wie niet slaagt, is niet geschikt om te stemmen. Ook bij ons gaan intellectuele kringen daarin opvallend gretig mee. Want ze zien dat 'die domme mensen' massaal stemmen voor Wilders, of Le Pen. En eigenlijk willen ze de stem van die mensen afpakken.
    GT: Het systeem zit in een legitimiteitscrisis en wat Rik aansnijdt, is waar: een deel van de intelligentsia probeert niet te achterhalen waarom iemand voor Le Pen of Wilders stemt - de uitsluiting, zich verlaten voelen - maar verliest zich in hippe bijkomstigheden.
    RVC: De wereld ziet er heel anders uit bekeken vanuit een villa in Toscane (nvdr het vakantiestolpje van gewezen premier Guy Verhofstadt), dan vanuit een oud appartement aan de Brugse Poort in Gent.

    Dwarsliggers: Van Cauwelaert is een beleefd man. Wie dat minder is zou ook schrijven dat de systeemcrisis veroorzaakt werd door zelfvoldane intellectuelen en politiek correcte politici die mensen met gezond boerenverstand niet meer konden overtuigen. Een deel van het antwoord ligt bij de volksvertegenwoordigers die vandaag alleen nog hun partij vertegenwoordigen en niet meer hun kiezers.

    Waar beide senior journalisten discreet over bleven: De media. Die hebben hun vrijdenkers geruild voor marketeers en slaafjes van de commercie, die elke dag naar hun eigen foto kijken in hun krant. We verduidelijken dit graag met een voorbeeld.

     
     
    Van kwaliteitskrant naar commercieel product
     
     
    Tijdens een onderzoek naar de evolutie van De Standaard (DS) merkte ik enkele markante wijzigingen op die zich situeerden in de periode dat Peter Vandermeersch hoofdredacteur was (1999 – 2010); nu hoofdredacteur van NRC Handelsblad.

    Een eerste opvallende ingreep was de ‘modernisering van de krant' die evolueerde van een 'notariskrant' naar een commercieel product. Ideologisch schrapte hij de verwijzing naar de Vlaams-christelijke erfenis van DS. Het tweede was het verkopen van zijn journalisten als ‘Bekende Vlamingen'. Beide ingrepen zorgen ervoor dat hij uitgeroepen werd tot marketeer van het jaar 2007. Een unicum voor een hoofdredacteur, waarbij de vraag terecht is of ‘marketeer' en ‘hoofdredacteur' wel een goede combinatie is voor de kwaliteit van de krant.

    Journalisten een gezicht geven begon met de krant van vrijdag 2 januari 2004

     
     

    De geboorte van de ‘Bekende Journalist' zorgde voor interne concurrentie; behoren tot de ‘sterjournalisten' die mét foto in de krant kwamen. Zo ontstond een netwerk van gelijkgezinde BJ, die meer dan ooit hun stempel drukten op wat de krant mocht publiceren: welke opinies belangrijk waren en welke beter niet te veel aandacht kregen; net genoeg om toch de schijn op te houden.
     
    Vandermeersch had er zelfs geen moeite mee om deze ideologisch gestuurde berichtgeving ook publiekelijk toe te lichten: (DS 15 oktober 2003) Media zijn dus al lang geen neutrale toeschouwer in het maatschappelijk debat. (…) Ze zijn daarenboven niet de minste speler. Want ze maken het spel moeilijker en ondoorzichtiger omdat ze, sedert de ontzuiling van de media, niet langer een herkenbaar shirt aan hebben'.
    Dat DS 'onherkenbaar' werd, klopt. Het werd een politiek correcte Belgische krant en dat was voor de aandachtige Vlaamse lezers zeer snel merkbaar.
     
    De eerste journalist die kort daarop mét zijn foto naast de titel van zijn column op de opiniebladzijden prijkte was Marc Reynebeau. Een historicus die niet bij de grote namen van de historici wordt vermeld, maar door zijn bekendheid als BJ veelvuldig aanwezig was in TV-programma's. Er was geen dag of hij dook ergens op om zijn persoonlijke visie te verkondigen. Dat het gekleurde informatie was en is, zullen slechts weinig aandachtige lezers/kijkers ontkennen. Toen ik ooit de Raad voor de Journalistiek (RvJ) contacteerde om hen op die gekleurde journalistiek te wijzen, was de reactie 'dat weet toch iedereen', eraan toevoegend dat ze daarvoor niet  bevoegd waren.

    Wat een verschil met de tijd dat Manu Ruys hoofdredacteur was van de ‘notariskrant'. Toen kende men de namen van de journalisten en waardeerden de lezers de inhoud van hun bijdragen, maar geen mens die Ruys zou herkend hebben op straat. Vandaag kent men de journalist 'van zien'; als BJ, een titel die  garant zou staan voor kennis en kwaliteit.


    Hier drie foto's waarbij we u laten raden wie wie is en wie ‘op zicht' bij mekaar thuis hoort:
     
     
     
     
     
     

    Dat deze populistische ingreep van Vandermeersch navolging kreeg was voorspelbaar. Steeds meer journalisten doken op in TV-programma's en werden gevraagd voor causerieën tegen een vergoeding die hun bescheiden loon goed aanvulde. Dat ze minder bezig waren met hun krant en hun artikels was blijkbaar geen probleem en enkel een dwarsligger zal zich afvragen of minder tijd ook gevolgen had voor de kwaliteit.

    Met Björn Soenens als hoofdredacteur van ‘Het Nieuws' op EEN gebeurde hetzelfde. Opeens werd de naam van de hoofdredacteur, zijn naam dus, vermeld op het einde van elk nieuwsbericht en kwam hij zelf veel meer dan zijn voorgangers ook op TV. Zo werd hij eveneens een ‘Bekende Journalist'. Het liedje duurde gelukkig niet lang maar ook zijn opvolgster, Inge Vrancken, volgt vooralsnog zijn ‘goede voorbeeld'.

    Inhoudelijke kritiek op DS slaat vooral op het NIET publiceren van alle invalshoeken en niet enkel hun ideologische visie. Zo werden en worden de multiculturele samenlevingsproblemen door DS bewust onder de mat geveegd of geminimaliseerd.

     
    Dat ze nog altijd sommige invalshoeken weigeren te publiceren, ondervinden we vandaag onder meer met het klimaatdebat. Terwijl de klimaatalarmisten massaal hun visie mogen opdringen, werden klimaatsceptici geweerd. Toen een groep klimaatwetenschappers in een open brief in DS bezwaar maakte tegen de kandidatuur van Jean-Pascal Van Ypersele de Strihou als voorzitter van het VN klimaatpanel (IPCC) en de krant daarvoor kritiek kreeg, vond de ombudsman er niet beter op dan te verklaren dat deze groep wetenschappelijk welsiwaar niet relevant was, maar dat hun actie wel nieuwswaarde had. Op basis van welke persoonlijke kennis de ombudsman dergelijke veroordeling uitsprak, heeft hij nooit kunnen/willen uitleggen.

    En het houdt niet op: enkele maanden terug nodigden wij een journalist van DS uit (die al over de klimaatverandering publiceerde) om eens te luisteren naar een wetenschapper die bereid was om al zijn kennis te delen, zonder dat daar enige verplichting bij was om wat dan ook te publiceren. Hij mocht de documentatie bij thuiskomst gerust in de vuilbak kieperen.

    We hebben niets meer gehoord. Dat kan zijn omdat de journalist inderdaad geen interesse had, maar het zou ons niet verbazen mocht hij afgehaakt hebben in de wetenschap dat een kritisch artikel in DS toch geen schijn van kans maakt op publicatie. Een journalist kan niet alles weten, maar niet bereid zijn om bij te leren, om een ruimer plaatje te bekijken lijkt ons fundamenteel fout voor een ‘kwaliteitskrant'.

    Ook het energiedebat krijgt weinig aandacht omdat de redacties (zowel TV als pers) vooral gevuld zijn met adepten van een groene ideologie, en daarom grote moeite hebben om ook het belang van energiezekerheid en nucleaire centrales op een objectieve manier te benaderen.

    En zeer recent valt het duidelijk moeilijk voor deze politiek-correcte redacties om Vlaamsgezinde projecten zoals een confederaal model voor België met een open geest te benaderen, laat staan te steunen.

    Voor Vandermeersch had "De Standaard de pretentie om een rol te spelen in de Vlaamse samenleving. We willen die samenleving open en verdraagzaam, democratisch en welvarend. Het is onze taak om over die samenleving te berichten, die te analyseren en te becommentariëren".

     
    Wat de lezers daarvan dachten en denken is ook voor de huidige redactie niet belangrijk. En we willen de pret niet bederven, de afspraak was om een commercieel product te maken dat door veertienjarigen kon gelezen worden en daar zijn ze in geslaagd.
     
     
     
    Pjotr's Dwarsliggers

    Bewaren

  • Staat Parijs haaks op confederalisme?

    xr7393 schokgolf door eventsector na aanslagen parijs NVA‘Parijse bom onder N-VA-model’, schrijft Bart Sturtewagen in De Standaard (27/11). Zijn conclusie: ‘Onze buurlanden geloven niet meer dat de verwaseming van België onschadelijk is.’

  • Van een Brusselse 'Pasionaria' en Vlaamse muizekes

    Béatrice Delvaux Deze provocatieve titel - vooral wanneer het gaat over de senior writer van Le Soir,Béatrice Delvaux , zal wel niet te lezen zijn in een Vlaamse krant, laat staan in De Standaard.

  • Van kwaliteitskrant naar commercieel product

    P1010268Tijdens een onderzoek naar de evolutie van De Standaard (DS) merkte ik enkele markante wijzigingen op die zich situeerden in de periode dat Peter Vandermeersch hoofdredacteur was (1999 – 2010); nu hoofdredacteur van NRC Handelsblad. De foto:Kleiner tabloid formaat levert méér promotieruimte in krantenwinkel.

  • Wat we niet mogen weten

    mislead informSoms zijn er dagen waarop ik met plezier ‘De Standaard’ lees. Maar soms vergaat mijn plezier even snel als het gekomen is.