Gert leest

GERARD DE BEUCKELAER - Voorspellingen zijn zeer moeilijk, vooral als het over de toekomst gaat. Over Pax Americana en oranje F-35A.

 

 

 

1. Hoe ziet u de bedreiging voor onze veiligheid in tijden van terrorisme, en toenemende instabiliteit aan de grenzen van Europa?

 

Voorspellingen zijn zeer moeilijk, vooral als het over de toekomst gaat.

 

Niels Bohr zou dat gezegd hebben. Ik geloof het. Niels Bohr was niet enkel een geniale fysicus, hij had ook een uitgesproken gevoel voor fijne humor. Hij kon het niet laten de velen die hun geringe weten gebruiken om gewichtig te doen af en toe met milde ironie op hun plaats te zetten. Ik moet dus heel goed uitkijken wat ik hier zeg, want anders zit vannacht de geest van Niels Bohr op mijn bed.

De toekomst is dus moeilijk, maar wat we natuurlijk wel – min of meer – kennen is het verleden. Extrapolatie is altijd met gezond wantrouwen te benaderen, maar daar we niets beters hebben, kunnen we misschien toch wel eens kijken wat we in het verleden vinden.

 

We zien in de geschiedenis periodes waar een zekere mate van berekenbaarheid bestond en voorspellingen iets meer dan gewoon koffie dik kijken konden zijn. Pax Romana was zo’n periode, Pax Americana ook. We moeten dat woord ‘Pax’ niet al te letterlijk nemen. Het betekende niet dat er niet gevochten werd, ook niet dat er geen spanningen waren, maar enkel dat het uiteindelijk resultaat van conflicten vrij voorspelbaar was.

 

Maar gedurende veel langere tijdperken heerste chaos. Chaos en oorlog zijn de regel, niet de relatieve vrede die wij – hier in West Europa tenminste – de voorbije 70 jaar mochten genieten. Dat laatste is uitzonderlijk.

De situatie vandaag herinnert me zeer sterk aan het Romeinse Rijk in de vierde eeuw: het einde van de Pax Romana. Ook toen overspoelden grote migratiegolven Europa. Ook toen werden die massa’s in beweging gezet door conflicten die ver van hier ellende zaaiden. Ook toen streden pragmatische gezichtspunten met morele vragen. Moest men, bij voorbeeld, de West-Goten, die Arianische Christenen waren en door de Hunnen bedreigd werden, toelaten zich achter de limes (in dit geval de Donau) in veiligheid te brengen, ze met andere woorden in het rijk opnemen? Geloof me of niet, maar precies over die vraag werd in de troonraad van de Oost-Romeinse keizer Valens in Antiochië gediscussieerd, en er werd voor barmhartigheid gekozen. We weten wat er van gekomen is.

 

Vandaag zien we Pax Americana langzaam verdampen en we worden dus ook nu met vele en volkomen nieuwe uitdagingen geconfronteerd, zowel globaal als lokaal. Niet alleen zijn er nieuwe migrantengolven in de maak, waarvan we, tot hier toe, niet eens het begin hebben gezien, maar een aantal evenwichten in de wereld is dramatisch aan het verschuiven. Wij echter zitten nog altijd vast in de nogal onrealistische denkpatronen die we ons enkel bij de gratie van Pax Americana konden veroorloven, maar die we ondertussen als ons voor altijd verworven recht zijn gaan omhelzen. Nu zien we de pijlers, die ons oude, luid bekritiseerde, maar zeer behaaglijk status quo schraagden, een voor een instorten.

 

Ik denk dus dat de hoofdeigenschap van de toekomstige ontwikkeling onberekenbaarheid zal zijn. Op onberekenbaarheid kan men enkel reageren met flexibiliteit. Ik geloof dus dat het verkrijgen en behouden van flexibiliteit, van de mogelijkheid op snel veranderende omstandigheden te reageren, het opperste gebod moet zijn. Er is een boutade die zegt dat de Franse generaals altijd perfect voorbereid waren om de vorige oorlog te winnen. We zouden dat beter bitter ernstig nemen. We moeten met onze schaarse middelen zeer verstandig en bedachtzaam omgaan, met altijd die flexibiliteit voor ogen. Maar hoe kunnen we dat doen in een land waar iedere zakelijke beslissing in verband met landsverdediging zich onmiddellijk tot een politiek probleem ontwikkelt, van communautair tot communaal en eventjes langs sociaal terug? Dat is ons eerste probleem.

 

De geschiedenis laat ons geen enkele twijfel. Volkeren, naties en culturen die niet bereid of in staat zijn zich te verdedigen zijn gedoemd om te verdwijnen, om uitgewist te worden door de genadeloze mechanismen van de evolutie. Ik ken geen enkele uitzondering, en er op rekenen dat het toch eens ooit de eerste keer zal moeten zijn, lijkt mij nogal riskant. Onze strijdkrachten worden al tientallen jaren stiefmoederlijk behandeld. Dat was ook al het geval toen het Warschauer Pakt nog een echte bedreiging vormde. De zogenaamde vredesbonus daarna hebben we niet geïnvesteerd, maar verkwanseld: gewoon opgesnoept. Maar erger dan het geldgebrek is het feit dat ook onze morele weerbaarheid verdwenen is. Wij zijn niet meer bereid voor ons land, onze waarden en onze grond te vechten. We houden enkel de gedachte al voor ouderwets onbeschaafd. Maar waar er geen wil is om onze waarden te verdedigen kan alle geld van de wereld niets uitrichten. We schijnen er in ons diepste binnenste vast op te rekenen dat de Amerikanen, die ons in de vorige eeuw al twee keer bij onze oren uit de beerput getrokken hebben, dat ook nog wel een derde keer gaan doen, hoe zeer we ze ook verachten en bespotten. Dat is ons tweede probleem, en het is erger.

 

De chaotische situatie die zich aankondigt kan oneindig veel vormen aannemen. Het is echter vrij zeker dat de vroegere grenzen tussen buitenlandse en binnenlandse veiligheid zullen vervagen, zelfs verdwijnen. De frontlijnen van de toekomst lopen ook dwars door ons dorp en door onze straat. En ja, ook dwars door dat kleuterschooltje. Daarbij is een frontale botsing voorgeprogrammeerd tussen enerzijds iedere poging om onze verdediging te organiseren, en anderzijds het hele complex dat ik hier met ‘mensenrechten’ wil aanduiden. Het debat daarover dreigt moeilijk en onproductief te worden. ‘Mensenrechten’ zijn immers een heilige koe. Over de relatieve waarde daarvan mag niet meer nagedacht worden. En toch zullen we hier oplossingen moeten vinden: er rest ons niet meer veel tijd. Dat is dan ons derde probleem, en het is ook niet gering.

 

Het kan U verbazen dat ik niets over China of Rusland zeg. Ik heb ook geen gegronde redenen om een Pax Pekinensa, die zich duidelijk aftekent, te vrezen.

 

De bedreigingen die ik zie, ontstaan uit de synergie tussen fanatieke kalifaten die als paddenstoelen uit de grond rijzen, en dat zullen blijven doen, en miljoenen – tendens snel stijgend – moslims in Europa. Maar nog meer komen de gevaren uit onszelf, uit de overduidelijke geriatrische vermoeidheidsverschijnselen van onze cultuur. Daar zie ik het grootste gevaar, en daarom ben ik daar speciaal op in gegaan.

 

2. Kan de bedreiging van onze veiligheid op militair vlak beter samen aangepakt worden? Door bij voorbeeld een politieke keuze voor  'Een Leger van de Lage Landen'?

 

Ik moet U vooraf waarschuwen dat mijn opinie gekleurd is. Ik ben namelijk een overtuigde orangist. Als het aan mij gelegen had was 1830 nooit gebeurd en deze vraag zou zich nu niet stellen.

 

Het is natuurlijk onmiddellijk duidelijk dat daar een zeer reëel schaalvoordeel in zit, hoewel we wel degelijk moeten zien dat we, ook samen, enkel maar een beetje minder minuscuul zijn. De potentiele culturele voordelen, en hun uitwerkingen op de slagkracht van het ‘joint venture’ zijn waarschijnlijk zelfs nog belangrijker. Wij zouden zeker zeer gebaat zijn met een flinke dosis Nederlandse directheid, rechtlijnigheid en degelijkheid. Een lepeltje van ons improvisatietalent en zelfs een druppeltje van onze ludieke surrealistische lichtzinnigheid zou dan weer voor de Nederlanders van voordeel kunnen zijn.

Ik moet er echter zeer aan twijfelen, of we ook in staat zullen zijn die potentiele voordelen inderdaad te oogsten. Het gevaar bestaat namelijk dat we nieuwe structuren zullen scheppen zonder de oude af te breken. Ik heb ons dat in het verleden al vaker weten doen. Daarmee is het niet gedaan. Het is nogal voorspelbaar hoe de Franstaligen in dit land hierop gaan reageren. Om ze gerust te stellen zullen we weer dat doen wat we al zo vaak gedaan hebben: we zullen allerlei grendels inbouwen. Daarbij sneuvelt onmiddellijk de belangrijkste eigenschap die deze nieuwe strijdmacht moet hebben: de flexibiliteit. Het – mogelijk – economisch voordeel is dan het volgend slachtoffer.

Ik moet hier aan toevoegen dat ik voor de zorgen en de methodes van de Walen begrip heb. Zolang er voldoende revanchistische Vlamingen zijn die geen hoger doel hebben dan hun Franssprekende landgenoten een beetje te jennen, kunnen we die angsten moeilijk paranoïa noemen. Daarbij brengt het feit dat ik het Vlaamse ressentiment eveneens kan verstaan ons ook geen stap verder. De obstakels zijn dus enorm.

Maar de potentiele voordelen zijn voldoende groot om het, ook bij de zeer geringe slaagkans, desondanks te proberen. We moeten echter vanaf de eerste stap voor iedereen duidelijk maken dat we geen compromissen kunnen sluiten, en ook niet zullen sluiten, die de flexibiliteit van de nieuwe organisatie in het gedrang brengen.

3. Betekent een 'Leger van de Lage Landen' ook dat we verplicht worden te kiezen voor dezelfde uitrusting en België bij voorbeeld moet kiezen voor fregatten (zoals gevraagd door de Nederlandse stafchef aan onze volksvertegenwoordigers) en voor de F35A (waarvoor Nederland koos) als opvolger van de F16?

Het Leger van de Lage Landen zal nooit een agressieve buitenlandse politiek moeten ondersteunen. Het feit dat wij dat niet willen is al heel mooi, maar enkel het feit dat wij dat niet kunnen geeft mij echte zekerheid.

In dat geval is “meer van hetzelfde” waarschijnlijk geen goed idee. Complementaire systemen lijken me zinvoller, ook omwille van de absoluut vereiste flexibiliteit. Daarbij dringt specialisatie zich op. Bij voorbeeld: de Belgen vegen mijnen, punt. Natuurlijk is voor een marineofficier een fregat meer ‘sexy’ dan een mijnenveger. Maar dat zijn kinderachtige nevenbeschouwingen over luxe die men zich financieel moet kunnen veroorloven, en dat laatste is gewoon niet het geval.

Natuurlijk kan standaardisatie grote voordelen opleveren, en die moeten we ook oogsten waar het zinvol is. Dat laatste is echter niet overal het geval.

Ik wil eventjes op die F35 situatie ingaan. Er is over dat toestel al enorm veel gezegd en geschreven, ook veel onzin. Maar houden we ons aan de hoekpunten die we wel degelijk weten en kennen. De F35 mag dan van alles zijn, maar het is geen panacea, geen middel tegen alle kwalen. Dat laatste hebben alleen de Nederlanders: ik bedoel hier Haarlemmer olie. Ieder wapen, ook een gevechtsvliegtuig, is tenslotte een werktuig, bedoeld en ontwikkeld om welbepaalde dingen te doen. Natuurlijk zou het mooi zijn een werktuig te hebben dat alles kan. Dat is dan ook doorlopend geprobeerd. Het Zwitsers zakmes en de Amerikaanse Leatherman zijn populaire voorbeelden, en ik gebruik ze beide. Die dingen kunnen veel, maar niet alles, en dat wat ze kunnen doen ze ver van perfect. Trap niet in de marketing praatjes en verwacht van de F35 niet meer dan dat, maar besef tegelijkertijd dat het wel veel is.

De Duitsers hebben voor die alles kunners een uitdrukking die ik te smakelijk vind om ze hier te verzwijgen: “die Eierlegende Woll-Milch-Sau”: het eierleggend wol-melk-varken. Die formulering beschrijft zeer plastisch wat hier bedoeld is. Ik heb in mijn leven de nodige eierleggende wol-melk-varkens gezien. En weten jullie wat? Buiten blaffen presteerden die nooit echt veel!

De F35 is, met al zijn sophistication, vrijwel kansloos tegen een jager zoals de Sukhoi 35. En dat ook zolang het stealth voordeel nog bestaat en niet door nu al afzienbare technologische ontwikkelingen geneutraliseerd wordt. Daarbij kan zonder meer verwacht worden dat het laatste zal gebeuren nog voor de F35 ooit operationeel wordt. We hebben de afgelopen decennia luchtoorlog gevoerd zonder echte tegenstander. In die context zijn ook de eclatante successen van de F117 Nighthawk te zien. Het zou niet verstandig zijn hieruit zeer vergaande conclusies voor de toekomst te trekken.

De Nederlanders, die zich al onomkeerbaar op de F35 vastgelegd hebben, zouden er nog wel eens heel blij om kunnen zijn indien wij ze, als ze de dingen gaan doen waar de F35 inderdaad goed in is, rugdekking konden geven. “To ride shotgun” noemen de Amerikanen dat, ook een zeer plastische uitdrukking. Eigenlijk is daar een Rafale voor nodig, maar voor mensen die dat niet kunnen betalen is de Gripen, in vele opzichten een Rafale-light, ook nog een zeer goede optie.

Gerard De Beuckelaer

Dwarsligger